ColumnRob Schouten

Even in Ciara je animistische moment pakken

Ik kan me zo goed voorstellen dat die zogenaamd primitieve, animistische volkeren hun goden in de natuur lokaliseerden. Dat in elke aardbeving, vulkaanuitbarsting, overstroming een vertoornd opperwezen tot hen sprak.

Ik ben er niet mee opgegroeid, bij ons leek God juist iemand die het natuurgeweld kalmeerde. Wij zongen ‘Al staat de zee ook hol en hoog, / En zweept de storm ons voort, / Wij hebben ‘s Vaders Zoon aan boord / En ‘t veilig strand voor oog’, en in een van de wat mij betreft mooiste passages in de bijbel treft Elia God niet aan in de storm, maar in een suizende stilte. 

Toch wilde ik wel weer eens toe gebulderd worden door de natuur. Ik had mijn auto de avond tevoren op een veilige plek, ver weg van het geboomte gestald en reed onbeschadigd naar het strand. Toevalligerwijs zat ik op de eerste rang, omdat de Voorzienigheid mij in het Roland Holsthuis te Bergen, in de kop van Noord-Holland had geplaatst. Daar zou de storm het eerst en het ergst woeden, was ons beloofd.

Mannetje Piggelmee

Onderweg dacht ik aan het mannetje Piggelmee, dat door zijn vrouw almaar teruggestuurd werd een steeds erger wordende storm in, om almaar grotere gunsten te vragen. Tot hij tenslotte in haar opdracht vroeg om God te worden en weer met lege handen terug moest keren naar zijn Keulse pot, waar in elk geval de storm was gaan liggen, stel ik me zo voor.

Het was druk op het Bergense strand, heel wat drukker dan een paar dagen tevoren, toen ik er in de stralende zon de duinen in was gewandeld. Daar was nu geen sprake van. We mogen dan geen animisten meer zijn, natuurgeweld staat nog steeds op ons toeristisch programma. Zwaar ingepakte wezens met dikke hoodies en sjaals voor de mond bewogen zich zwaaiend en molenwiekend door Gods plaatselijke natuur. Ik was vergeten mijn gezicht te bedekken en werd compleet gezandstraald. Het was voor de goede zaak, voelde ik. Ik voelde me nederig en heroïsch tegelijk.

Lafbekken achter glas

Zou het matiger waaien dan zag je mij niet op het strand, maar nu windkracht tien over ons heen raasde was ik erbij. Van normaal wandelen was geen sprake meer, stilstaan (bijvoorbeeld om een foto te nemen) betekende achteruit geblazen te worden. Ik zag in Paviljoen Noord ook wat lafbekken achter glas zitten, maar dat was natuurlijk de bedoeling niet. Naar buiten moest je, het natuurgeweld in. Je verbonden voelen met die oude, heidense volkeren en hun bange ontzag voor de natuur. Alhoewel, ik hoopte stilletjes dat het nog erger zou worden, dat er ergens een dak af zou vliegen, een boom zou afknappen.

Na een uurtje zat het zand overal, tot in mijn buis van Eustachius aan toe, en besloot ik weer naar huis te gaan om me bij de lafaards achter glas te voegen. Het was weer mooi geweest. Wat een luxe, toegebulderd te worden zonder dat je straf kreeg.

Thuis voelde als een beloning. De schade viel mee, er waren wat prille krokussen gesneuveld en de twee afvalbakken lagen brakend op het gras. Ik zette ze overeind en de schuur in.

Zo, dat was mijn animistische moment, nu weer de ‘Grieks-joods-christelijke’ beschaving in en een column schrijven.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden