Column Rob Schouten

Even had ik de illusie dat de wereld en het mensdom helemaal niet ten onder kunnen gaan

Het is mij een raadsel waarom het ene moment uit je jeugd je voor altijd helder bijblijft, terwijl het andere onachterhaalbaar achter een rookgordijn verdwijnt. Wij hadden thuis een puzzel waarop een Engels landschap stond afgebeeld, een boerderij met wat koeien en een tractor in een heuvelachtig landschap. Ik moet hem tientallen keren hebben gelegd, als een eiland op het balatum in de achterkamer, zodat hij me volledig eigen is ­geworden. 

Intussen is het ding zelf natuurlijk allang verdwenen, verstrooid geraakt tijdens de vele verhuizingen van mijn ouders, misschien ben ik wel de enige die ‘m nog in z’n hoofd bewaart – ik zal mijn zussen eens vragen. Een van de elementen in de puzzel-psychologie is het oog voor detail, je zoekt in de chaos van min of meer gelijkvormige stukjes naar een stukje wagenwiel, het puntdak van de graanschuur. Ik denk dat ik me daardoor dat Engelse tafereeltje beter herinner dan mijn ouderlijk huis in Haarlem.

Rollende heuvels, cottages en pubs

Afgelopen week bezocht ik vriend B die zich metterwoon in East-Sussex heeft gevestigd en alles kwam weer terug. Het moet daar ongeveer de mooiste streek op aarde zijn, met rollende heuvels, paradijselijke tuinen, cottages en pubs die gedomesticeerde namen als ‘The Kings Head’ of ‘The Red Lion’ dragen. Daar zetten we ons zo nu en dan neer om thee te drinken en de ondergang van de wereld te ­bespreken.

Het was alsof die puzzel, die zo’n beetje mijn eerste kennismaking met Engeland moet zijn geweest, in vervulling ging. Over de brexit werd ik niks wijzer maar ik snapte ergens wel dat er hier sprake was van een soort uniek levensgevoel, niet het superieure van een oud wereldrijk maar dat van een intieme plek op aarde waar je steeds weer naar terug wilt.

Je moet wel een illusieloze botterik zijn om ­onaangedaan door plaatsjes als West Dean of Alfriston te lopen. Maar omdat het bloed kruipt waar het niet gaan kan, moest ik van mijzelf ook zo nodig even naar Londen, nu ik toch in de buurt was. B, die er ongeveer naast woont, vertelde mij dat hij er nooit kwam, te vol, te druk, maar tot die staat van sublieme versterving ben ik nog niet gekomen.

Hollandser dan ooit

Het was inderdaad te vol en te druk, ook in de National Gallery waar ik om te beginnen maar eens ging neuzen maar hier bevond zich te midden van de Italiaanse tierelantijnen en de negentiende-eeuwse fantasieën, mijn eigen wereld, die van de Nederlandse meesters met hun soberheid, de genrestukjes in burgerkamers, de doorleefde portretten. Ik voelde me er Hollandser dan ooit, koesterde zelfs even de dubieuze gedachte dat een Japanner of een Amerikaan het toch nooit écht kon begrijpen, wat impliceerde dat ikzelf het vroege Engelse landschapje uit mijn jeugd niet echt begreep, een gedachte die ik graag verwierp.

Ten slotte besloot ik dat we wereldburgers met een thuis zijn geworden, soms op bezoek in andermans thuis. De Engelse heuvels en de Hollandse meesters gaven me even de illusie dat de wereld en het mensdom helemaal niet ten onder kunnen gaan, zoals je wel eens hoort, en die gedachte of schijngedachte is, denk ik, onontbeerlijk voor een genoeglijk ­leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden