ReportageEnergietransitie

EU-klimaatplannen vallen slecht in Polen: ‘Wij willen doorgraven totdat de bruinkool op is’

De Turowmijn in Bogatynia. Sluiting van de mijn lijkt onafwendbaar. Beeld EPA
De Turowmijn in Bogatynia. Sluiting van de mijn lijkt onafwendbaar.Beeld EPA

De klimaatplannen van de EU vallen slecht in het Poolse Bogatynia. Het stadje lééft van de Turow-bruinkoolmijn. Sluiting lijkt onafwendbaar, maar verzet bloeit.

‘Spuug op haar bek.’ ‘Breng haar naar het bos.’ ‘Scheer haar kaal.’ Het waren dit soort hatelijkheden die Magdalena Koscianska ontving toen ze suggereerde dat het delven en verbranden van bruinkool misschien eerder moet stoppen dan in 2044. “Op straat schold iemand me uit voor hoer”, vertelt ze in de lokale pizzeria van Bogatynia, een stadje in het uiterste zuidwestpuntje van Polen. Alles draait hier om de Turow-mijn, een reusachtig gat in de aarde, vele malen groter dan het stadje zelf, die de pijpen van de aanpalende elektriciteitscentrale laat roken. Zo is het al zeventig jaar en zo moet het blijven, vindt een meerderheid van de bevolking.

“Veel mensen leven hier in een bubbel, alsof de jaren tachtig nooit voorbij zijn gegaan”, vertelt Koscianska. De bruinkoolmijn geeft het prestige van stabiel werk met goede sociale arbeidsvoorwaarden en een redelijk salaris. “Maar we weten welke kant de Europese Unie uitgaat. Of wij gaan mee richting moderne technologie, óf we blijven achter.” Iedereen weet dat het sluiten van de mijn onvermijdelijk is, maar wie dat hardop zegt, wordt hier met de nek aangekeken. Of erger. Koscianska runt het plaatselijke televisiestation en de 20.000 inwoners van het stadje kennen haar dan ook als ‘de mevrouw van de televisie’. Vreemd genoeg kent zij ook de mannen die haar bedreigingen stuurden. “Ze deden niet eens moeite hun namen te verbergen.” Het zijn arbeiders van de mijn. Ze voelen zich straffeloos. De politie maakt geen werk van de aangifte die ze deed.

“Op een gegeven moment durfde ik mijn huis niet meer uit”, vertelt de journaliste. Dat was in mei, toen de internationale ruzie rondom Turow een hoogtepunt bereikte. Al jaren klaagt Tsjechië bij de Polen over de overlast die de mijn veroorzaakt. Zonder resultaat. Totdat in mei het Europese Hof in Luxemburg bepaalde dat Turow dicht moest zolang het Hof de burenruzie niet heeft beslecht.

Tsjechen als vijand nummer één

Deze zogeheten ‘tijdelijke maatregel’ sloeg in als een bom. “Ik was ook geschokt”, zeg Koscianska. “Hoe stelt die rechter zich dat voor? Dat de directeur een bordje aan de poort hangt: vanaf vandaag ligt de mijn stil?” Maar dit begrip voor de mijnwerkers leverde haar geen sympathie op. Ze had namelijk ook begrip voor de Tsjechen. “Tsjechen zijn hier vijand nummer één.”

Vijand nummer één woont in een lieflijk dorp, achthonderd meter van de grens. De inwoners van Uhelna hebben een weids uitzicht over Polen. Dat wil zeggen: over de gemeente Bogatynia en de Turow-mijn die als een schiereilandje vastzit aan de rest van Polen. “Het is als een appendix die voor 80 procent omsloten wordt door Tsjechië en Duitsland. Die mijn is zo diep dat het water uit de wijde omgeving wegzuigt”, legt Zuzana Pechova uit. “We hebben iedere zomer wel een moment dat er geen water uit de kraan komt”, vertelt ze in de tuin achter haar achttiende-eeuwse vakwerkhuis.

Pechova werkt aan de universiteit in het nabije Liberec. Ze heeft het te doen met de Polen die voor hun bestaan afhankelijk zijn van de mijn. “We hebben niets tegen Polen. Ik zou net zo hard protesteren als de mijn in Tsjechië lag.” De inwoners van Uhelna willen gewoon dat de overlast stopt. “Met het lawaai van de transportbanden is het alsof je aan een snelweg woont.” Maar het ergste is de dalende grondwaterspiegel. Achter in de tuin wijst ze naar de Poolse bruinkoolcentrale, die onschuldig klein lijkt in de verte. Maar bijna alle kilometers die Uhelna scheiden van de centrale zijn gat. En dat gat komt steeds dichterbij. “Ziet u die weg?” Ze wijst naar beneden, naar de weg die nog net in Polen ligt. “Ze willen alles afgraven tot aan die weg. Als ze dat echt gaan doen, worden onze problemen nog groter.”

De Tsjechische is blij dat Europa zich ermee bemoeit. De Europese Commissie heeft zich aangesloten bij de Tsjechische klacht voor het EU-Hof in Luxemburg. De Poolse regering is onder druk van mogelijke boetes aan tafel gaan zitten met de Tsjechen. Maar over de onderhandelingen die nu al twee maanden duren is niets bekend. “Er is een informatie-embargo afgekondigd”, zegt Pechova. Eind mei kondigde de Poolse premier Mateusz Morawiecki met veel tamtam aan dat ze eruit waren. Polen zou voor zo’n 45 miljoen euro de milieuschade in Tsjechië repareren. Maar de Tsjechen ontkenden dat er een deal was en sindsdien is het stil. “Ik weet niet waar ze over praten”, zegt Pechova. “Maar de mijn moet uiterlijk in 2030 dicht en het Poolse energiebedrijf moet zijn verantwoordelijkheid erkennen voor de aangerichte schade.”

Doorgraven tot de bruinkool op is

Het jaartal 2030 is geen toeval. De Europese Unie heeft een pot geld klaar staan voor regio’s die het zwaarst worden getroffen door de overgang naar een klimaatneutrale economie. Het gebied rondom de Turow-mijn kan rekenen op 260 miljoen euro uit dit fonds voor ‘eerlijke transitie’. Maar er zit een voorwaarde aan: de bruinkoolwinning moet uiterlijk in 2030 stoppen. Dat is een boodschap waarmee je niet hoeft aan te komen bij de mijnwerkers, zo blijkt.

“Wij willen doorgraven totdat de bruinkool op is”, zegt Piotr Woltz, vicevoorzitter van de mijnwerkersbond NZZG in het directiegebouw van Turow. “Dat hoeft niet tot 2044”, voegt hij er verzoenend aan toe. “We kunnen ook langer doorgraven als de elektriciteitscentrale minder bruinkool afneemt.” Er gaat nu 5 à 7 miljoen ton per jaar de ovens in. In dat tempo kan de mijn nog wel twintig jaar vooruit, rekent hij voor. Dat komt aardig overeen met de plannen van de Poolse regering. Eind april, drie weken voordat het EU-Hof besloot dat de mijn voorlopig dicht moest, kreeg Turow een vergunning om tot 2044 verder te graven en te stoken. Sterker nog, in mei werd een nieuwe bruinkoolcentrale in Turow in gebruik genomen. In 2019 stootte de centrale 5,5 miljoen ton CO2 uit. De nieuwe centrale is weliswaar schoner, maar voegt daar nog eens 2,7 miljoen ton aan toe.

Koeltorens van de kolencentrale in Bogatynia. Beeld Getty Images
Koeltorens van de kolencentrale in Bogatynia.Beeld Getty Images

“Wij zijn geen vijanden van ecologie. Ik heb niets tegen windmolens en zonnepanelen”, bezweert vakbondsman Woltz. “Maar wij zullen niet accepteren dat we moeten afzien van bruinkool.” Hij begrijpt niet waarom de EU het beste jongetje in de klas wil zijn. “Overal ter wereld worden kolenmijnen geopend, in China, in India, in Rusland. En andere landen in de EU stoken toch ook op kolen? Alleen importeren ze die. Dat is hypocriet.” Woltz werkt sinds 1985 in de mijn. Het vakbondskantoor ziet eruit als elk vakbondskantoor in de Poolse staal- en kolenindustrie. Bokalen en vaantjes uit de goede oude tijd, toen de arbeiders nog werden vertroeteld door de staat. De transitie – eerst naar het kapitalisme, nu naar een groene economie – is hier een hard gelag. “De gemiddelde leeftijd van de werknemers in de mijn is vijftig”, vertelt Woltz. Zelf is hij 57. Zijn kinderen zijn al weggetrokken. “Wat blijft er hier over als wij er straks niet meer zijn?”

De mijn voedt de bewoners

Deze filosofische vraag, iets anders geformuleerd, is de dagelijkse zorg van burgemeester Wojciech Dobrolowicz: “De mijn is als een moeder die ons voedt.” De cijfers geven hem gelijk: 15.000 van de 23.000 inwoners leven in huizen die worden verwarmd met restwarmte uit de centrale die ook nog eens driekwart van het drinkwater aanlevert. Zo’n vijfduizend mensen werken in het bruinkoolcombinaat, plus duizenden mensen voor toeleveranciers. Een derde van de gemeentelijke inkomsten komt van de mijn en de elektriciteitscentrale. “Als de mijn moet sluiten, wat moet ik dan sluiten? Een school? Het cultuurcentrum? Het ziekenhuis?”

Dobrolowicz is nog maar net burgervader. De verkiezingsposters die nog overal in Bogatynia hangen laten er geen misverstand over bestaan waarom hij werd gekozen. Naast zijn foto tegen de achtergrond van de bruinkoolmijn staat de belofte ‘Wij zullen Turow verdedigen’. Hij is 38 jaar en lid van Recht en Rechtvaardigheid, de partij die Polen sinds vijf jaar regeert. “Ik heb premier Morawiecki gesproken. Hij heeft toegezegd dat de mijn openblijft tot 2044. Dat is een heel korte termijn als je je bedenkt hoeveel investeringen nodig zijn om de overgang te maken.”

Hij is boos op de EU. “Mevrouw Von der Leyen (de voorzitter van de Europese Commissie, red.) zegt dat we alleen geld krijgen voor ‘eerlijke transitie’ als we de mijn voor 2030 sluiten. Maar we hadden in Europa toch afgesproken dat we klimaatneutraal zouden zijn in 2050?” De EU meet volgens hem met twee maten. “In Duitsland zijn bruinkoolmijnen die veel groter zijn dan ­Turow. De eigenaar is nota bene Tsjechisch.” En dan is er nog dat EU-hof in Luxemburg dat gebiedt de mijn stil te leggen. “Ik ben boos op mevrouw de rechter in Luxemburg, omdat ze geen enkel inlevingsvermogen toont voor duizenden bewoners van dit gebied.”

De EU is op de verkeerde weg, meent de burgemeester. “Die visie van de EU om wereldleider ecologie te zijn gaat ten koste van de samenleving. Ik heb 160 gezinnen die wachten op een sociale woning. Die mensen moeten straks in dure, elektrische auto’s gaan rijden?” Groene energie is voor de rijken, meent Dobrolowicz. “En de rijke zal de arme nooit begrijpen. Kolen zouden goedkope energie leveren als de Europese Unie niet van die hoge CO2-kosten zou opleggen.”

Wie CO2 uitstoot, betaalt

De stijgende kosten voor kolencentrales komen niet als een verrassing. Al in 2003, een jaar voordat Polen toetrad tot de EU, werd de EU-richtlijn van kracht die de basis legde onder de handel in emissierechten. Wie CO2 uitstoot, moet daarvoor steeds meer betalen. “De huidige prijs van 50 euro per ton betekent het einde van de steen- en bruinkool”, constateert Radoslaw Gawlik, voorzitter van Eko-Unia, een milieu-organisatie in de provinciehoofdstad Wroclaw. “Bruinkool is zogenaamd goedkoop, omdat externe kosten niet worden meegerekend: ­verwoesting van het milieu, gezondheidsklachten en sterfte door de luchtvervuiling.”

Eko-Unia protesteert al jaren tegen nieuwe investeringen in de bruinkool. Volgens Gawlik begint het nu pas door te dringen dat het kolentijdperk echt afgelopen is. “Een paar jaar geleden was de houding nog zo van: Ach, die Europese Unie kletst maar wat, wij kunnen rustig nog een kolencentrale bouwen.” En dus investeerde Polen bijna een miljard euro in een nieuwe centrale in Turow. Het ding werd in mei opgeleverd en staat nu al stil. Officieel gaat het om gepland onderhoud, maar de media zijn iets anders aan de weet gekomen. “De kwaliteit van de bruinkool is te laag voor de toegepaste technologie”, zegt Gawlik.

De Poolse regering en het mijnbedrijf houden vol dat Turow 7 procent van het landelijke energieverbruik dekt. “In werkelijkheid is dat gedaald tot 3 procent”, stelt ecoloog Gawlik. “De belofte om de mijn open te houden tot 2044 is boerenbedrog.”

De oplossing ligt voor de hand: de bruinkoolwinning uitfaseren voor 2030 en die 260 miljoen euro EU-steun gebruiken voor herstructurering. “Maar de Poolse regering trekt weer het sabeltje”, zucht Gawlik. “Ze moeten en zullen doorgraven tot 2044. Ze sturen aan op een frontale botsing.”

Lees ook:

In kolenminnend Polen slaat de twijfel over de mijnbouw toe

De Poolse regering blijft de kolenindustrie promoten. Maar groene energie wordt ook in Polen een serieus alternatief, en lang niet iedereen juicht om de uitbreiding van de mijnbouw.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden