Interview Bernard Wientjes

‘Er is gelukkig altijd nog vraag naar Bernard Wientjes’

Beeld Martijn Gijsbertsen

Ouder worden, hoe doe je dat? Als hij niet op een woord kan komen, schrikt hij even. Maar over het geheel genomen is oud-VNO-NCW-voorman Bernard Wientjes kerngezond en nog volop aan het werk. Deel vijf in een interviewserie van Cisca Dresselhuys (1949) met generatiegenoten die in het middelpunt van de belangstelling stonden, maar het nu kalmer aan doen.

Hij constateert het met tevredenheid: “Er is gelukkig altijd nog vraag naar Bernard Wientjes”. En dus heeft hij op zijn 76ste nog van alles om handen, zowel betaald als onbetaald werk. Om het geld hoeft hij het niet te doen, het gaat hem er vooral om dat zijn inzet en deskundigheid nog op prijs worden gesteld.

Toen hij op zijn 71ste vertrok als voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW dacht hij even dat het stil zou worden in z’n leven. Die stilte duurde ongeveer een week. “Ik houd heel erg van lezen, wandelen en naar musea gaan, maar zo’n bestaan houd ik niet langer dan een week vol. Gelukkig kwam toen de vraag of ik voor een jaar bijzonder hoogleraar in Utrecht wilde worden. Daarna bleven de verzoeken komen, tot de dag van vandaag. En dat vind ik alleen maar fijn, want lege dagen zijn niets voor mij. Werk is mijn verslaving.”

Bernard Wientjes (1943) studeerde rechten in Amsterdam. Daarna wilde hij bij een bank gaan werken. Maar zijn vader overleed en daardoor moest hij al jong de leiding van het familiebedrijf overnemen. Van 1967 tot 1999 was hij directeur-eigenaar van Wientjes Beheer, fabrikant van kunststof producten. Het bedrijf werd in 1999 gekocht door Villeroy & Boch; Wientjes werd er lid van de raad van bestuur. Van 2005 tot 2014 was hij voorzitter van werkgeversvereniging VNO-NCW. Na zijn pensioen werd hij onder meer voorzitter van de raad van commissarissen van KPMG, voorzitter van de VNCI (de branchevereniging van de chemische Industrie) en lid van de Nederlandse Sportraad. Met partner Titia Vellenga woont hij afwisselend in Den Haag en Ommen. Hij heeft twee zoons en twee kleinkinderen.

Het gesprek vindt plaats in zijn oude kantoor van VNO-NCW in Den Haag, schuin tegenover zijn nieuwe appartement. Bij de lift wordt hij uitbundig begroet door ex-werknemers, die het duidelijk leuk vinden hem tegen het lijf te lopen.

Hoe ziet het leven vijf jaar na het vertrek bij VNO eruit?

“Alles bij elkaar opgeteld werk ik nu zo’n 40 procent minder dan toen. Dus wel een stapje terug, met de nadruk op stap-jé. Mijn werk is nu verdeeld over verschillende functies, die niet altijd m’n lijfelijke aanwezigheid vergen, maar wel m’n inzet, ervaring en deskundigheid. Soms zit ik een dag dossiers te lezen in m’n appartement. Dat is ook werk, maar dan kan ik tussendoor best een middagdutje doen of een kwartier op de roeimachine gaan zitten voor zo’n oersaai rondje Bosbaan, zoals ik het noem. Vroeger viel ik ook weleens achter m’n bureau in slaap, het is niet voor niets dat ceo’s van grote internationals op kantoor vaak een slaapplek naast hun werkkamer hebben. Nee, dat had ik niet bij VNO.

“Echt anders is dat ik ’s ochtends niet meer vroeg opsta. Vroeger was ik om half acht op kantoor, meestal als eerste. Dat hoeft niet meer. Van mijn studiegenoten ben ik trouwens de enige die nog werkt, zie ik op onze jaarlijkse reünies, waar helaas steeds minder mensen komen.

“Ik ben echt een zondagskind, dat ik zo gezond ben, waardoor ik nog zo veel werk kan verzetten. Met dank aan m’n goede genen. En m’n weigering om dokters te bezoeken, bodyscans te laten maken, bloeddruk, PSA-waarden en cholesterol te laten meten, niets van dat alles doe ik. Af en toe laat ik m’n oren uitspuiten, daar blijft het bij. Ik ben zuinig met drank en suiker. Een Mars vind ik lekker, maar ik laat hem staan. Dertig of veertig jaar geleden ben ik voor het laatst gekeurd voor een levensverzekering, daarna nooit meer. Een goede vriend van mij, een arts, zegt: als je maar niet rookt en goed slaapt, blijf je wel gezond. Dat klopt bij mij allebei.

“Ik kom uit een gezin van zes kinderen, inmiddels tussen de 64 en 78 jaar, allemaal nog in leven. M’n moeder is 93 geworden, m’n vader is jong overleden aan kanker, waardoor ik, tegen m’n bedoeling, als jonge man van 24 het familiebedrijf instapte. Ik wilde als jurist aan de slag in Amsterdam, maar werd fabrieksdirecteur in Roden. M’n leven is heel anders gelopen dan ik gedacht had.

“Ook na mijn pensioen. Ik was heilig van plan nog iets in de ondernemerssfeer te doen. Zelf iets produceren, vind ik namelijk het mooiste wat er is. En kijk mij nu, alweer afgeweken van mijn levensplan. Ik reageer gewoon op de verzoeken die ik krijg, een plan heb ik niet meer. Was ik vroeger overal de jongste, nu ben ik de oudste. Overigens laat ik me nergens meer benoemen voor een periode van vier jaar, twee jaar is het maximum en dan na één jaar een evaluatie of ik nog goed functioneer.”

En is dat nog het geval?

“Volgens mij wel. Ik heb een goed geheugen, maar niet voor namen en telefoonnummers. Maar dat heb ik altijd al gehad. Als ik soms niet op een woord kan komen, schrik ik wel even, want m’n moeder had aan het eind van haar leven vasculaire dementie, een rotziekte. M’n agenda heb ik niet in m’n hoofd, daar zijn de iPhone en m’n secretaresse voor, maar verder gaat alles prima. Tegen de mensen om me heen zeg ik: let goed op en vertel me eerlijk als het minder wordt.”

Nog genoeg werk dus, maar van nummer 1 op de Volkskrantlijst van 200 invloedrijkste Nederlanders ben je gezakt naar nummer 81. Toch jammer?

“Nee, volstrekt niet. Voor mijn club, VNO, was het goed om zo’n invloedrijke voorzitter te hebben, maar voor mijn persoon was het niet prettig. Ik ben blij dat ik verlost ben van die altijd draaiende camera’s en openstaande microfoons, als ik weer eens uit een overleg met de politiek kwam. Dat mis ik totaal niet.

Beeld Martijn Gijsbertsen

“Eigenlijk was het VNO-werk voor 90 procent achterkamertjeswerk, om dat onsympathieke woord te gebruiken. De gesprekken die er echt toe doen voer je niet voor de camera. Het belangrijkste wat je kunt bereiken, is dat iemand die erover gaat, een minister bijvoorbeeld, jouw idee omarmt en het als zijn idee naar voren brengt voor zo’n draaiende camera. Als mij dat overkwam, dronk ik die avond een glas champagne. Het domste wat je kunt doen, is zeggen: ‘Dat was mijn idee’. Je moet ermee kunnen leven dat anderen met jouw ideeën aan de haal gaan. Daarom ook geen biografie voor mij, de smeuïge details, de échte waarheid neem ik mee het graf in.”

Hoe zien de werkdagen er tegenwoordig uit?

“Anders dan vroeger verdeel ik mijn aandacht nu over een aantal klussen. Bij VNO deed ik echt maar één ding, 24 uur per dag, zeven dagen per week. Ik heb daar negen jaar gewerkt, veel langer dan toegestaan. De statuten moesten er zelfs voor worden gewijzigd, zodat ik na afloop van m’n tweede termijn nog kon aanblijven.

“Dat had te maken met de twee crisissen die er in mijn tijd waren, de kredietcrisis van 2008 en de eurocrisis van 2011. Toen wilde het bestuur liever geen nieuwe man of vrouw aan het roer, maar een oude rot. En dus ben ik daar tot m’n 71ste, in 2014, gebleven.

“Nu houd ik me bezig met zaken als klimaat, pensioenen, de bouw, sport en ben ik voorzitter van de raad van commissarissen van KPMG. Veel van die bedrijven zitten in Den Haag, zodat ik wandelend van de ene naar de andere afspraak kan gaan. Ik probeer elke dag minstens vijf kilometer te lopen. Fijn is dat ik tussendoor even een paar uur in m’n appartement kan zitten. Dan lees ik wat of doe een dutje.

“Ik ben geen man om vanuit m’n leunstoel terug te kijken op m’n leven, dat past niet bij me. Spijt over foute beslissingen heb ik niet, wat niet betekent dat er geen nare dingen gebeurd zijn, zoals de scheiding van m’n eerste vrouw. Daarover denk ik: jammer, maar het is gebeurd, het leven gaat door. Ik leef heel erg in het heden, ik sta nog steeds met beide poten in de dag van vandaag.

“Over de dood denk ik niet na, behalve dat ik me daar zakelijk goed op heb voorbereid, wat betreft m’n testament, zodat er geen ruzie komt tussen de kinderen uit m’n eerste huwelijk en m’n huidige partner. Dat we ons landgoed in Ommen verruild hebben voor een kleiner huis is ook zo’n voorzorgsmaatregel. Dan hoeft mijn vrouw, die vijftien jaar jonger is dan ik en mij dus waarschijnlijk overleeft, dat niet meer te regelen.”

Zijn er opa-verplichtingen?

‘Tot voor kort niet, want mijn enige twee kleindochters wonen in Amerika. Maar sinds een paar maanden studeert een van hen aan het Leiden University College in Den Haag, honderd meter van mijn appartement, ik kan bij wijze van spreken in haar kamer op de campus daar kijken. Ik heb erop aangedrongen dat zij haar studie in Europa zou beginnen. Zo kan ze naast haar eigen, ook een andere cultuur leren kennen. Op-eens een kleinkind op loopafstand, dat vind ik leuk. Ik heb gezegd: mijn deur staat altijd open, we gaan af en toe een lekker stukje eten samen, maar voel je niet verplicht je oude opa voortdurend op te zoeken, leef je eigen leven.”

Wat vindt je vrouw van je nog steeds zo drukke leven?

‘Ze kent me, ze weet dat ik doodongelukkig word als ik niets meer om handen zou hebben. Zelf is ze gestopt met haar drukke baan als hoofd pr en marketing bij de kunstbeurs Tefaf, waarvoor ze de hele wereld moest rondreizen. Ze zit nog in een aantal besturen van musea in Den Haag, Assen en Den Bosch, begeleidt kunstenaars en heeft, anders dan ik, veel plezier in golfen. Ook daarom hebben we een huis in Ommen aangehouden, daar zit niet alleen haar vriendenkring, maar er zijn ook prachtige golfbanen. In de weekeinden reizen we naar elkaar toe, meestal ga ik naar Ommen, vrijdagavond na de spits erheen, zondagavond terug naar Den Haag.”

Voor iemand die op z’n 76ste nog zo hard werkt, voelt de discussie over de pensioenleeftijd waarschijnlijk vreemd aan.

“Officieel ben ik al tien jaar AOW’er, dus ik zit echt in de tweede levenshelft, maar zo voelt het voor mij totaal niet.

“Dat de AOW-leeftijd meegroeit met de levensverwachting, is een deal die ik als VNO-voorzitter gemaakt heb en ik ben er nog steeds van overtuigd dat het de enige goeie is, anders loopt de financiering van deze mooie voorziening gillend uit de klauwen. Een meisje dat vandaag geboren wordt, maakt grote kans honderd te worden, die kunnen we toch geen dertig jaar AOW geven? Onnodig en onbetaalbaar.

“Maar tot de dag van vandaag zitten we met het probleem van de zware beroepen. Welk werk daar precies onder valt heeft nog niemand kunnen definiëren. Eerst ging het om bouwvakkers, betonvlechters en stratenmakers, nu komen daar mensen uit de zorg en het onderwijs bij, om maar iets te noemen. Ik wil geen mastodont zijn die van de zijlijn blijft meeregeren, maar mijn advies zou zijn: houd de combinatie aan, waarin de AOW-leeftijd gekoppeld is aan de stijgende levensverwachting en zoek de oplossing in een soepele toepassing van de WIA, de vroegere WAO, waardoor mensen met gezondheidsproblemen eerder kunnen stoppen.”

Wanneer stop je zelf met werken?

“Ik zou zeggen: als de acht blijvend in de leeftijd komt, wordt het echt tijd. Maar eigenlijk hoop ik in het harnas te sterven, zomaar neervallen en dan: einde verhaal.”

Cisca Dresselhuys (1943) werkte van haar 18de tot haar 38ste als journalist bij Trouw. Daarna was ze, tot haar ­pensioen in 2008, hoofdredacteur van Opzij, waarin zij onder meer de interviewserie ‘Langs de Feministische Meetlat’ verzorgde. Ze schreef een aantal boeken, waaronder ‘Drukker dan ooit’, over doorwerken na je 65ste.

Nu schrijft ze interviews voor Nouveau en columns voor opinieblad ­Argus, dat gemaakt wordt door gepensioneerde journalisten.

Lees ook: 

Vroeger wilde ik snel resultaat, nu wil ik juist de diepte in

In de eerste aflevering van deze serie interviewde Ciska Dresselhuys Hans Galjaard. Als hoogleraar genetica was hij niet uit de media weg te slaan. Die bekendheid mist hij niet.

Ik wil niks overdoen, ik ben gewoon 75 en dat is goed

Karla Peijs komt als voorzitter van het dorpshuis nu duizenden euro tekort, als minister waren dat miljarden – maar verder lijkt het erg op elkaar.

Ik ben heel wat minder leuk zonder camera in de buurt

Ouder worden, hoe doe je dat? Martin Gaus heeft meer behoefte aan rust, maar zegt nooit nee als hij gebeld wordt door radio of tv. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden