DubbelnterviewEllen van Lange en Lieke Klaver

Ellen van Langen en Lieke Klaver over de kunst van het hardlopen: ‘Eigenlijk is het gekkenwerk’

Ellen van Langen rende haar mooiste 800 meter in een kolkende arena, Klaver heeft nog nooit in een bomvol stadion gelopen, waar het oog van de wereld voelbaar is. Beeld Patrick Post
Ellen van Langen rende haar mooiste 800 meter in een kolkende arena, Klaver heeft nog nooit in een bomvol stadion gelopen, waar het oog van de wereld voelbaar is.Beeld Patrick Post

De olympische roem van de een, is de droom van de ander. Oud-atlete Ellen van Langen, winnares van goud in Barcelona, gaat in gesprek met atlete Lieke Klaver. Over de kunst van het hardlopen, toen en nu. ‘In je hoofd moet je er klaar voor zijn om gigantisch kapot te gaan.’

Toen Ellen van Langen haar gouden race liep, op de Zomerspelen van 1992, was Lieke Klaver nog niet geboren. Twee generaties, dezelfde passie. Het aanstormend talent droomt van wat de oud-kampioene soms ook als last heeft ervaren: olympische roem.

Ze kennen elkaar van het managementbureau Global Sports Communication, waar Van Langen werkt en Klaver onder contract staat. Dit is de eerste keer dat ze elkaar uitvoerig spreken.

De iconische sportprestatie van bijna dertig jaar geleden spreekt nog altijd tot de verbeelding, ook bij de huidige vaandeldragers van de Nederlandse atletiek. Klaver (22) is een van hen. Vorig seizoen brak zij internationaal door. In Rome won ze de prestigieuze Diamond League-wedstrijd, door als tweede Nederlandse ooit de 400 meter onder de 51 seconden te lopen. Dat voorlopige hoogtepunt vierde ze voor lege tribunes, als gevolg van de pandemie.

Van Langen (55) rende haar mooiste 800 meter in een kolkende arena. Zij bezorgde Nederland in Barcelona de eerste olympische titel op een loopnummer sinds Fanny Blankers-Koen in 1948. “Ik genoot van de ambiance, maar ik geloof niet dat ik er harder door liep. Ik zat bij races altijd heel erg in mijn eigen zone.”

Atlete Lieke Klaver brak vorig seizoen internationaal door. Beeld Patrick Post
Atlete Lieke Klaver brak vorig seizoen internationaal door.Beeld Patrick Post

Klaver heeft nog nooit in een bomvol stadion gelopen, waar het oog van de wereld voelbaar is. Ook in Tokio zal dat niet het geval zijn. “Ik kan mijn pad, door corona, veel rustiger bewandelen. Maar of dat een voordeel is, weet ik niet. Wie weet wat er was gebeurd als ik wel meteen in het diepe was gegooid?” De toon is gezet. Verwacht geen stellige uitspraken van deze vrouwen, wel oprechte interesse in elkaar.

Waar komt jullie voorliefde voor loopnummers vandaan?

Klaver: “Ik vind het leuk om continu aan de kleine dingen van mijn lichaam te werken. Iedere dag ben ik nieuwsgierig: wat gaat goed, wat kan beter? Nu ben ik bijvoorbeeld bezig met een grotere paslengte.”

Van Langen: “Het mooie aan atletiek is dat het een heel directe sport is. Je ziet meteen wie er wint en hoeft niet op de tijden van anderen te wachten. Bij ons is de tegenstand heel direct.”

Klaver: “Het is inderdaad super zwart-wit.”

Dat maakt het ook confronterend.

Van Langen: “Ik kom uit het voetbal, ben pas laat begonnen met atletiek. In een teamsport kun je je verschuilen achter ploeggenoten, maar ik ben liever zelf verantwoordelijk voor de uitslag.”

Klaver: “Daar sluit ik me bij aan. Ik ben wel jong begonnen, maar weet je waarom? Omdat het moest van mijn moeder. Ik was acht en wilde op dansen, maar dat mocht niet. Ik weet eigenlijk niet waarom. Heb dat nooit gevraagd nee, omdat het ook goed uitpakte.”

Ellen Van Langen, oud-atlete en Olympisch Kampioen van 1992. Beeld Patrick Post
Ellen Van Langen, oud-atlete en Olympisch Kampioen van 1992.Beeld Patrick Post

Van Langen: “Vroeg beginnen is beter. Dat ik al ouder was, heeft gevolgen gehad. Ik heb de belasting in korte tijd te snel opgevoerd. Dat is een reden waarom ik veel blessures heb gehad.”

Klaver: “Bij ons wordt van alles gemeten, ook op het fysieke vlak. Dat maakt het werken aan details ook zo leuk. Ik krijg antwoorden in cijfers. De eerste pas die je na het startblok op de grond zet bijvoorbeeld moet een contacttijd van 0.2 seconden hebben, ik zit op 0.37. Daar is verbetering mogelijk.”

Van Langen: “In mijn tijd hadden we dat soort meetapparatuur niet.”

Klaver: “Had jij wel tussentijden waar je je op richtte, of was het starten en zo hard mogelijk rennen?”

Van Langen: “We werkten wel met doorkomsttijden. Ik moest proberen zo vlak mogelijk te lopen.”

Wat is het grootste verschil tussen toen en nu?

Van Langen: “De faciliteiten. De huidige situatie op Papendal werkt goed, met kundige coaches en alle talenten bij elkaar. In mijn tijd hadden we eens in de paar maanden een centrale training. Ik weet nog dat ik de eerste keer volledig belachelijk werd gemaakt, omdat ik niet kon hordenlopen. Men vond toen dat iedereen allround moest zijn, maar ik had dat nooit geleerd. Ik ging pas op mijn negentiende op atletiek.”

De cijfers: 11.000 atleten, 15,4 miljard dollar

Ruim 11.000 atleten uit iets meer dan 200 landen gaan een jaar later dan de bedoeling was op jacht naar olympische roem. Bij de vrouwen zijn er 156 gouden medailles te verdelen, bij de mannen 165.

Er wordt op 42 verschillende sportlocaties gestreden, waarvan enkele buiten Tokio liggen. Acht daarvan zijn nieuw gebouwd, zoals het Olympisch Stadion in Tokio. Zes sportlocaties werden ook al gebruikt tijdens de Spelen van 1964 in Tokio. De bekendste is de Budokan, de hal waarin judoka Anton Geesink destijds olympisch goud won.

Volgens de officiële cijfers kosten de Spelen 15,4 miljard dollar, omgerekend iets meer dan 13 miljard euro. Toen Tokio in 2013 de Spelen van 2020 kreeg toegewezen, bedroegen de kosten in de begroting rond de 7 miljard euro. De forse overschrijding van het budget is het gevolg van de coronapandemie, die om uitstel en tal van extra maatregelen vroeg.

Bij de opening van het olympisch dorp benadrukte IOC-voorzitter Thomas Bach dat “de Japanse burgers erop kunnen vertrouwen dat de Spelen voor iedereen veilig zullen verlopen dankzij de strenge maatregelen”. In dat dorp, gelegen aan de baai van Tokio, zullen ongeveer 18.000 atleten en officials hun intrek nemen. Het complex bestaat uit 21 gebouwen op 44 hectare grond.

Bij de wedstrijden in de Japanse hoofdstad mag er geen publiek aanwezig zijn. Aanvankelijk waren er 4,5 miljoen tickets verkocht, het grootste deel aan Japanners. Buitenlanders schaften zo’n 600.000 toegangsbewijzen aan. Vanuit Nederland waren er ongeveer 15.000 kaarten gekocht.

Klaver: “Als pupil heb ik een tijd vergesprongen. Uiteindelijk kwam ik uit bij de 100 en 200 meter. Twee jaar geleden liet mijn coach me trainingen doen voor de 400. Dat is goed voor je 200, zei hij. Haha. Eerst zet mijn moeder me op atletiek, daarna loodst mijn trainer me richting de 400. Ik heb die beslissing nooit echt zelf gemaakt. Vroeger kreeg ik wel altijd al naar mijn hoofd geslingerd dat ik een echte 400 meter-loopster ben. ‘Nee joh’, antwoordde ik dan, ‘dat is veel te ver’.”

Waar schuilt de mentale uitdaging in, tijdens een wedstrijd?

Klaver: “Voor mij is dat het op mezelf blijven focussen. Ik merkte dat ik het afgelopen indoorseizoen veel bezig was met tegenstanders. Dan voelde ik paniek in mijn lichaam, een soort lactaataanval, waar gaat dit naartoe? Ik ben dat nog niet kwijt, maar het is minder geworden. Ik zeg nu tegen mezelf: het is misschien moeilijk, maar hier ga ik weer van leren. Er komt een moment dat ik helemaal niet meer aan anderen denk.”

Van Langen: “Wat ik een van de lastigste dingen vond, was er in je hoofd klaar voor zijn om gigantisch kapot te gaan. Soms vond ik het moeilijk om er doorheen te willen beuken. Dat was elke race een drempel.”

Klaver: “Eigenlijk is het ook gekkenwerk. Je staat aan de start en weet al hoe je je straks op de finish zult voelen, iedere keer weer.”

Hoe belangrijk is het, in zo’n topsportleven, om je gedachten te verzetten?

Klaver: “Ik vind het gezond om het af en toe over iets anders dan sport te hebben. Even uit die tunnelvisie.”

Van Langen: “Daarom had ik graag gestudeerd, maar de universiteit wilde niet meewerken.”

Klaver: “Ik heb een tussenjaar van mijn hbo-opleiding, maar merk dat ik wel weer genoeg rust heb gehad. Soms doe ik voor de lol een eindexamen scheikunde of natuurkunde.”

null Beeld x
Beeld x

Lees ook onze andere verhalen in de aanloop naar Tokio 2021

Ranomi Kromowidjojo heeft ‘bijna alles’ aan haar moeder te danken.

Degenschermer Bas Verwijlen kent de magie van de vijf ringen, voetbalster Jackie Groenen hoopt die te ontdekken.

Boogschieten en de paradox van het Robin Hood-imago. Medaillekandidaat Steve Wijler in gesprek met bondsdirecteur Arnoud Strijbis

Als liefdeskoppel én Japankenners op jacht naar goud. Laurine van Riessen en Matthijs Büchli zijn beide medaillekandidaat op de Spelen.

Van Langen was een eenzame pionier. Klaver beklimt de internationale ladder tegelijk met vriendin Femke Bol. Helpt dat?

Klaver: “Ik vind het heel fijn dat ik ervaringen kan delen.”

Van Langen: “Dat heb ik echt gemist. Ik vloog in m’n uppie de wereld over. Destijds was het nog ongebruikelijk dat de coach meereisde en er waren bijna geen Nederlandse atleten van hetzelfde niveau.”

Klaver: “Trok je dan meer naar de andere landen toe?”

Van Langen: “Atleten uit het Oostblok mochten niet met anderen praten en uit de westerse landen reisden ze veel in groepjes. In de beginperiode ging mijn prijzengeld helemaal op aan telefoonkosten naar Nederland.”

Welke lessen zijn er uit het verleden te trekken?

Van Langen: “Ik dacht altijd dat het een ramp was om een training over te slaan, dat ik nooit mocht verzaken, terwijl dat soms voor de lange termijn beter is. Ik heb met behoorlijk veel pijn doorgelopen. Dat is zonde geweest. Had iemand me toen maar gezegd: één stap terug betekent straks tien stappen vooruit.”

Klaver: “Ik herken wat je zegt. Laatst nog twijfelde ik of ik kon trainen. Uiteindelijk ben ik toch maar gegaan. Ik ga dit zeker onthouden.”

Het ultieme doel van iedere atlete is een olympische medaille. Toch heeft Van Langen weleens gedacht: had ik maar geen goud gewonnen.

Klaver: “Echt?”

Van Langen: “Natuurlijk ben ik superblij met mijn prestatie, maar ik moest erg wennen aan het leven dat mij daarna wachtte. Ik vond al die aandacht moeilijk. Ik was ook naïef. Weigerde bijvoorbeeld een geheim telefoonnummer, omdat ik dat pretentieus vond. Het gevolg was dat ik continu door vreemden werd gebeld. De meeste aandacht was positief, maar er kwamen ook vervelende reacties zoals kwetsende brieven. Met beide heb ik moeten leren omgaan.”

Klaver: “Ik probeer het richting Tokio zo blanco mogelijk te houden. Verwachtingen, voorspellingen; we krijgen zoveel op ons bord. Het moet niet te veel in mijn hoofd gaan zitten. Ik wil niet hetzelfde krijgen als tijdens het indoorseizoen. Pas vlak van tevoren mag er tegen mij wat over de Olympische Spelen worden gezegd.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden