InterviewAanraaksamenleving

Een jaar zonder knuffel, hoe hou je dat vol? ‘Ik leerde hoe ik mezelf kon knuffelen’

Marijke Treep-Van Ede (links) leerde van haar dochter hoe ze zichzelf moest knuffelen. Beeld Jildiz Kaptein Fotografie
Marijke Treep-Van Ede (links) leerde van haar dochter hoe ze zichzelf moest knuffelen.Beeld Jildiz Kaptein Fotografie

Bijna een jaar lang moeten velen het nu zonder knuffel en omhelzing doen, of krijgen zij hooguit een vluchtige aanraking­­. Zo’n lange tijd op afstand, hoe is dat?

‘In mei leerde m’n dochter me dat ik mezelf kan knuffelen’

Marijke Treep-Van Ede (79) had voor corona een leven met aanraking. Ze zette met pijn de knop om.

“Op 1 maart hadden we nog met alle kinderen en kleinkinderen een feest om de verjaardag van mijn overleden echtgenoot te vieren. We knuffelden ons suf – we zijn allemaal erg aanrakerig. Een paar dagen later was dat verboden. Ik besefte meteen: als ik deze pandemie wil overleven, moet ik heel duidelijk zijn dat ik afstand hou en niet knuffel. Maar dan ook met helemaal niemand. De jongste kleinzoon, toen 10 jaar, had ik in het begin nog wel mogen knuffelen, maar ik was veel te bang dat ik me zou vergissen bij wie het wel en niet mag. Om mezelf niet in ingewikkelde situaties te brengen, leek het me beter meteen maar helemaal de knop om te zetten.

Oh, de momenten dat zo’n joch van vijftien op me afkwam met zijn armen wijd. “Helaas, we zullen even moeten wachten tot het virus weg is”, riep ik mijn kleinzoon dan toe. Dat doet zo’n pijn. En toen dachten we zelfs nog dat het over een maand wel voorbij zou zijn.

Vóór corona had ik een 40-urige vrijwilligerswerkweek. Ik paste op de kleinkinderen, hielp op de lagere school, bij de voedselbank, ik bezocht ouderen. Aanraking speelde daarin ook een grote rol. Als je iemand aanraakt, heb je geen woorden nodig: je voelt elkaar. Een aanraking zorgt ervoor dat je gezien wordt, geeft je het gevoel dat je er mag zijn.

In mei leerde m’n dochter me dat ik mezelf kan knuffelen. Je kruist je armen over je borst, en streelt met je handen de zijkanten van je gezicht. Doordat je rechterhand je linkerwang aanraakt, denkt je hoofd dat je wordt gestreeld door een ander. Het is heel maf, maar toch is het een redelijke, aardige vervanger. Het is beter dan niets. Ik leer het aan iedereen die alleen is. Als ik videobel met een vriendin, doen we het allebei terwijl we elkaar aankijken. “Ik groet je, doe dit bij jezelf, dan voel je wat ik bedoel.” Met de kleinkinderen doe ik het niet – zij hebben elkaar en hun gezin. Ik doe het ook niet met vrienden die een partner hebben. Zij weten denk ik eigenlijk niet wat huidhonger is en hoe dat voelt. Ze zouden zelfs kunnen denken dat ik een beetje overdrijf.

Ik dacht dat ik er inmiddels wel een beetje aan gewend was dat aanrakingen niet meer mogen. Maar als ik erover praat, word ik toch weer emotioneel. Ik probeer daarom zoveel mogelijk andere lichtpuntjes te zoeken. Ik ga op bezoek bij een mevrouw die helemaal niemand heeft; ik maak een maaltje voor iemand die net weduwe is geworden; ik stuur appjes die grappig zijn naar een heleboel mensen door. Dat zijn mijn lichtpuntjes, want als je dat doet, krijg je een reactie. Als je aan een ander geeft, krijg je wat van ze terug.”

Maame Joses: ‘Probeer maar eens ruzie te maken met iemand van wie je de hand vasthoudt – dat lukt je niet!’ Beeld Jildiz Kaptein Fotografie
Maame Joses: ‘Probeer maar eens ruzie te maken met iemand van wie je de hand vasthoudt – dat lukt je niet!’Beeld Jildiz Kaptein Fotografie

‘Enkele mensen die dicht bij me staan, omhels ik toch’

Maame Joses (39) woont deels met haar dochter. Ze ziet meer polarisatie doordat we afstand houden.

“Aan het begin van de pandemie heb ik een kitten in huis gehaald. Ik ben single mama – kitten Billie is nu de enige die ik mag knuffelen als mijn 13-jarige dochter bij haar vader is. Aanraking betekent liefde voor mij. Ik had behoefte aan meer liefde. Het brengt me rust als ik Billie aai.

Een aantal mensen die dicht bij me staan, omhels ik toch. Hoe vaak is sinds een jaar op één hand te tellen. Het voelt bijna als een eerste levensbehoefte. Ik check dan wel of de ander het oké vindt om te omhelzen. Stel dat ik besmet raak doordat ik iemand heb geknuffeld, dan moet dat maar. Dat mag ik als volwassen vrouw van bijna 40 wel zelf bepalen.

Daten heb ik al lang niet meer gedaan – ik zou niet weten hoe. We kunnen niet naar de kroeg, en ik ga iemand die ik niet ken niet in m’n huis uitnodigen. Daarnaast vind ik dat het de laatste tijd veel energie kost om met mensen om te gaan die je nog niet kent. Er is zoveel polarisatie, je kunt zomaar ineens het ‘verkeerde’ zeggen. Neem bijvoorbeeld de vreedzame demonstraties of de gewelddadige rellen. Ik zie zulke extreme verschillen in hoe mensen zich uiten. Ik wil dan weten wat eraan vooraf is gegaan. Wat zijn hun ervaringen, hun angsten en verlangens? Ik schrijf en zing verhalen van mensen die vaak geen stem hebben: van slachtoffers van huiselijk geweld tot jongeren in een jeugdgevangenis. Maar voor dat soort verhalen lijkt nu nog minder ruimte te zijn. In gesprekken met onbekenden heb ik vaak het idee dat ik over landmijnen heen moet springen.

We hebben nu niets ter compensatie voor die uiteenlopende standpunten en explosieve meningen. Even iemands arm aanraken, of zelfs het meer formele ‘zand erover, we schudden elkaar de hand’ – dat kan niet. Ook elkaar in de ogen kijken is lastig in online meetings. Laatst werd ik op straat door een man met een mondkapje die ruim twee meter verderop liep, toegesnauwd dat ik afstand moest houden. Ik besefte: ik ben voor jou geen medemens, jij ziet mij enkel als een gevaar. Het maakt me verdrietig dat de angst zo regeert.

Ik heb weleens tegen m’n dochter gezegd: ‘Als ik chagrijnig of onredelijk ben, kom dichterbij. Want als je dichtbij bent, is het moeilijk kwaad op je te zijn’. Probeer maar eens ruzie te maken met iemand van wie je de hand vasthoudt – dat lukt je niet! Misschien is de polarisatie daarom zo heftig: er staat geen aanraking tegenover die ons weer kan verbinden. In plaats daarvan zitten we ons op te winden achter onze schermen en onze mondkapjes. Ik zou zo graag willen dat we weer dichter bij elkaar komen.”

Wim ten Brink: 'Ook mijn moeder accepteert nu dat een aanraking niet kan'. Beeld Jildiz Kaptein Fotografie
Wim ten Brink: 'Ook mijn moeder accepteert nu dat een aanraking niet kan'.Beeld Jildiz Kaptein Fotografie

‘Ik voel me vrijer in deze afstandsmaatschappij’

Wim ten Brink (54) houdt niet van een omhelzing of aanraking. Hij ervaart nu rust.

“Ik hou altijd al afstand tot andere mensen. Op omhelzingen en aanrakingen zit ik niet te wachten. Mensen die me kennen, weten dat. Ze hebben in de loop der tijd aan mij gemerkt dat ik geen omhelzing teruggeef, of dat ik me hoogstens beperk tot een hand geven. Alleen mijn moeder vroeg weleens om een knuffel of een afscheidszoentje. Ik wil dat eigenlijk niet, maar – laat ik het zo zeggen – bij haar liet ik het toe, op een passieve manier.

Maar nu mag dat allemaal niet meer. Het heeft de omgang met andere mensen voor mij prettiger gemaakt. Ook mijn moeder accepteert dat een aanraking niet kan. Ik hoef niemand meer op afstand te houden, mensen doen het uit zichzelf.

Ik ben graag op mezelf, lekker alleen, lekker rustig. Ik heb geen vriendin – ook nooit behoefte aan gehad. Ik heb wel jarenlang twee honden gehad. Het samenzijn stelde ik op prijs: regelmatig uitlaten, beetje mee spelen. Ik zorgde er graag voor, maar knuffelde niet met ze. Nu heb ik een aquarium met vissen.

Ik ben gewoon aardig tegen mensen, hoor. Maar ik heb ze liever niet te dichtbij. Dat heb ik al zo lang ik me kan herinneren. Als kind zat ik ook liever in een hoekje alleen een boekje te lezen, dan dat ik met andere kinderen speelde. Tegenwoordig zit ik graag achter de computer. Ik denk dat het komt door mijn autisme. Op sociaal vlak zit ik nu eenmaal anders in elkaar dan andere mensen.

Ik kom nu op plekken waar ik normaal gesproken liever niet heen ga. De markt in de stad vermeed ik vaak, omdat ik het heel onprettig vind wanneer mensen dicht tegen me aan staan. Maar tegenwoordig kan ik er boodschappen doen. Toen ik mijn auto laatst voor een apk-keuring naar de garage bracht, ben ik met het openbaar vervoer terug naar huis gegaan. Dat zou ik normaal nooit doen! Voor mensen als ik is deze afstandsmaatschappij een kans om zich wat meer in het openbaar te begeven. Ik voel me vrijer.

Het is eigenlijk ook een opluchting dat alle feestjes niet doorgaan. Ik probeer verjaardagen en andere feestelijke gebeurtenissen waarbij veel mensen samenkomen zoveel mogelijk te vermijden, maar bij een vrijdagmiddagborrel van mijn werk vind ik dat ik dat niet kan maken. Ik voel me onderdeel van een team, dus vind ik dat ik er ook bij dat soort gelegenheden bij moet zijn. Dat iedereen nu lekker thuiswerkt, scheelt enorm.

Ik merk wel dat andere mensen ongelukkig worden van deze nieuwe regels, en dat ze zich ­geïsoleerd voelen. Dat vind ik heel erg voor ze. Het gevoel dat ik krijg als mensen te dicht bij me komen, hebben zij misschien wanneer ze niet meer worden aangeraakt.”

Lees ook:

De onhandige ellebooggroet is geen blijvertje, aanraking zit in het DNA van de samenleving

De aanraaksamenleving is zo diep in ons verankerd dat deze na de corona-epidemie snel weer terugkeert, betoogt­­ journalist en historica Larissa Pans. Aan de hand van heden en verleden laat zij zien waarom. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden