Tien geboden

Ed Spanjaard: ‘Ik voel minder schaamte dan veertig jaar geleden’

Ed Spanjaard: ‘Corona heeft me geen goed gedaan. Ik ben een tikkeltje depressief geworden.’ Beeld Mark Kohn
Ed Spanjaard: ‘Corona heeft me geen goed gedaan. Ik ben een tikkeltje depressief geworden.’Beeld Mark Kohn

Ed Spanjaard (Haarlem, 1948) is dirigent, pianist en docent. Hij is te zien in de documentaire Weggewist (20 juni in Amsterdam, 11 juli in Den Haag, later op NPO3) en in de film Inner Landscape van Frank Scheffer, over de totstandkoming van Chinese opera Si Fan, die op 26 juni tijdens het Holland Festival in première gaat.

Arjan Visser

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

“In de vrijwel lege Galleria Regionale della Sicilia van Palermo hangt een schitterend schilderij van de renaissanceschilder Antonello da Messina. Ik ben nu vier keer in die stad geweest en ik móet het doek iedere keer weer zien. Het is een afbeelding van Maria, in een blauw gewaad. Ze kijkt me niet aan, maar lijkt daar toch alleen voor mij te bestaan. Ik weet niet zo goed hoe ik dat gevoel onder woorden moet brengen, misschien zou je het een religieuze belevenis kunnen noemen, maar ik aarzel, zoals je merkt, met die beschrijving… Natuurlijk, in aanraking komen met mateloos geïnspireerde kunstwerken – of het nu in de schilderkunst is of in de muziek – is iets anders dan een cappuccino drinken in je favoriete stamcafé, maar je moet weten dat religie in mijn opvoeding geen enkele rol heeft gespeeld. Ik heb joodse ouders. Mijn vader komt uit een volledig geassimileerd gezin, bij mijn moeder thuis hield men zich nog redelijk aan de joodse gebruiken, maar ik denk dat de laatste rafeltjes van het geloof tijdens haar verblijf in Auschwitz volkomen zijn verdwenen.

Mijn ouders waren humanisten, lid van het Humanistisch Verbond. Ik herinner me nog dat collectanten die bij ons aan de deur kwamen, steevast de vraag kregen of het ‘voor alle gezindten’ was bedoeld. Als alleen de blinde kindertjes van één kerkgenootschap ermee werden geholpen, dan gaf mijn moeder niks.”

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

“Hier heb ik een multoband met alle handtekeningen, foto’s en briefjes van bekende musici. Ik begon rond mijn tiende te ver­zamelen. Mijn eerste trofee was dit portret van Hans Henkemans. Oom Hans. Een studievriend van mijn vader. Een zeer charismatische, invloedrijke musicus uit mijn ­jongerentijd. Laat getrouwd, geen kinderen: ik werd als een zoon voor hem. Tegen het eind van zijn leven vroeg hij me voor zijn na­latenschap zorg te dragen; dat doe ik nu zo goed en kwaad als ik kan. O kijk, hier heb ik het antwoord op een lange, door mijn moeder in het Engels vertaalde, brief die ik aan Strawinsky had gestuurd: een ansichtkaart, met in zijn handschrift: ‘To Eddy Spanjaard, all the best, Igor Strawinsky, Hollywood, january 1960’. Handtekeningen van Arthur Rubinstein, Rosa Spier, een brief van Debussy. Ik zou het geen verafgoding willen noemen, hoor, ik had geen enkele behoefte om die mensen te bepoedelen of zo. Het was, en is nog steeds, de muzikale zeggingskracht die ik mateloos bewonder. Niet de mens, maar wat ’ie teweegbrengt. Ik her­inner me nu ineens – de pijltjes van mijn hoofd kunnen alle kanten opschieten, grijp maar in als je denkt dat het nodig is – hoe aandachtig ik naar mijn vader luisterde, die behalve psychiater ook een goede amateur kunstschilder én pianist was, en hoe graag ik dat ook wilde leren, om samen met hem piano te kunnen spelen. Ik kreeg les vanaf mijn vijfde, kon eerder noten lezen dan ­letters.”

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

“Het geeft me geen plezier om krachttermen te gebruiken. Eigenlijk ben ik best een beschaafde jongen. Op de meeste vlakken, althans. Ik ga gewoon vrij voorzichtig met de mensen om… hoe moet ik dat omschrijven? Ik speel liever, dan dat ik confronteer. Ik ben geen demonstrant, al heb ik in 2011 wel meegelopen in de Mars der Beschaving, toen de kunstsector protesteerde tegen de bezuinigingsplannen van dat ondier, Halbe Zijlstra, de voormalige staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschap. En het zit me ook nog steeds dwars dat ons fenomenale Nieuw Ensemble, dat het met een subsidietje van anderhalve ton kon vol­houden, na 39 jaar de nek werd omgedraaid, terwijl er nu, tijdens de pandemie, miljarden worden uitgegeven aan allerlei… afijn, thee?”

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

“Ik vier geen sabbat, ik houd me niet aan de zondagsrust, het lukt me niet goed om echt te ontspannen. Ja, ik doe een beetje aan ­yoga, flamencodansen en pilates. O, en – je krijgt een primeur – ik heb een zwart tasje met groene, gele en blauwe elastieken gekregen, attributen waarmee ik online een fitnessprogramma, Vitaal Oud Worden, ga volgen. Maar ik zal je eerlijk zeggen: corona heeft me geen goed gedaan. Ik had de tijd die ik over had, doordat ik als dirigent niet kon optreden, kunnen gebruiken om mijn pianospel te verbeteren, maar ik ben een beetje ingestort, tikkeltje depressief geworden. Daar heb ik sowieso een zekere aanleg voor – gek woord trouwens, om in die context te gebruiken – al heeft mijn omgeving daar nooit veel last van.

Ik kan me niet herinneren dat ooit ­iemand tegen me heeft gezegd: wat ben je toch een sikkeneurig, chagrijnig persoon. Ben ik ook niet. Maar ik woon alleen, ik leef alleen en ik heb hier in de afgelopen maanden vaak genoeg zoekend, twijfelend rondgelopen… Weet je wat ik gisteren nog dacht? Ik zeg dit hele ding af. Echt. Het voelde toch alsof ik een ernstige oogafwijking heb en dat jij me, met een aardappelschilmesje van de Hema, zou komen opereren. Ik bedoel: Trouw is een zeer respecta­bele krant, een krant waar het christelijk ­geloof een eerlijke waarde is en ik ben op een bepaalde manier toch onzeker over mijn soortelijk gewicht – een nitwit als het gaat over diepreligieuze zaken – maar ik merk nu toch dat het me goed doet, dat nieuwsgierigheid me gaande houdt. Mijn vriend Lykle – over wie ik je later meer zal vertellen – zei nog: ‘Doe het nou maar, het wordt vast een leuk gesprek.’ Het lijkt erop dat hij gelijk gaat krijgen. Zoals altijd.”

V Eer uw vader en uw moeder

“Mijn vader werkte als assistent psychiater in Het Apeldoornsche Bosch (een joodse psychiatrische inrichting, AV) en was erbij toen in 1943 alle patiënten werden opgehaald en afgevoerd. Hij kwam in Westerbork terecht, waaruit hij, dankzij allerlei nep-­bewijzen waaruit zogenaamd zou blijken dat hij half-joods was, na een maand weer kon vertrekken.

Mijn moeder heeft Auschwitz overleefd. Mijn vader heeft haar aangespoord om over haar ervaringen te praten en dat heeft ze, soms met de nodige moeite, tot aan haar dood gedaan. Ze zat in blok 10 en behoorde tot de kleine groep waarop nooit geëxperimenteerd werd – anders waren wij nooit ­geboren. Een herinnering die mijn moeder het meest aangreep, was die van het moment waarop een van haar vriendinnen, Branco van Thijn, die na de dodenmars van Auschwitz naar Ravensbrück, in januari 1945, te ziek was om verder te lopen, achterbleef in het kamphospitaal. Mijn moeder móest door, anders zou ze worden neergeknald. Ze zag Branco achter het raam staan en dacht dat ze ‘Laat me niet alleen’ zei, maar iemand wist haar ervan te overtuigen dat ze ‘Maak het goed, blijf gezond’ had ­gezegd. Branco is een paar weken later overleden. Het maakte mij verdrietig om haar zo verdrietig te zien. Toch hebben die walgelijke oorlogservaringen ervoor gezorgd dat ze een van de veerkrachtigste vrouwen is geworden die ik heb gekend. Taboeloos, makkelijk contact makend, ook met jonge mensen, fel. Ze kon ook behoorlijk drammen, maar het lukte mij, haar oudste zoon, nog wel eens om haar te ontwapenen door zomaar iets mafs te zeggen. Ik denk dat haar onverschrokkenheid er mede voor heeft gezorgd dat ze 86 is geworden. Mijn vader is op zijn 72ste, tijdens een hartoperatie, overleden. Ik heb nu zijn ­leeftijd, sterker nog: ik ben sinds een paar weken ouder dan hij ooit is geworden. Een aantal jaren geleden heb ik een boek over zijn leven gemaakt. Vorig jaar is daar een boek over mijn moeder bij gekomen. Met foto’s, brieven en dagboekfragmenten. Heel professioneel gemaakt, maar slechts in kleine oplage ­gedrukt. Voor familie en vrienden, maar misschien ook wel een beetje voor de oude vijand: het was de bedoeling dat hun levens werden uitgewist, maar hier zijn ze, twee gepassioneerde mensen, in volle karakterbreedte, zwart op wit.”

VI Gij zult niet doodslaan

“Ik ben niet agressief of wraaklustig, als ik denk aan wat mijn familie is aangedaan. Ik heb veel over de Tweede Wereldoorlog gelezen en ik vind het van wezenlijk belang om te blijven memoreren en nooit te vergeten. Je kunt het je toch al bijna niet meer voorstellen dat giftige stukken als Das Juden­thum in der Musik door Wagner werden geschreven? Het is bijna ridicuul om te bedenken dat mensen op basis van zogenaamde karaktereigenschappen moesten worden uitgeroeid. Ik hoor het nog weleens, bijvoorbeeld dat wij, joden, zo uitgekiend zijn met de centjes en zo – kennelijk zijn sommige dingen er niet uit te slaan. Zelf heb ik weinig met antisemitisme te maken, omdat ik me niet als jood afficheer. Ik draag geen keppeltje, ik ga niet naar sjoel en ik ben ook niet iemand die snel de barricaden zal beklimmen. Ik ben wel trots op de manier waarop mijn ouders uit die oorlog tevoorschijn zijn gekomen en een gezin hebben gesticht. En op mijn oudste neef in Israël, die voorman is van Combatants for Peace, een Israëlisch-Palestijnse vredesgroep, die volgens sommige vrienden en familieleden wellicht wat overdreven idealistisch, maar in mijn ogen toch zeer bewonderenswaardig en respec­tabel.”

VII Gij zult niet echtbreken

“Lykle Lykles is al veertig jaar de belangrijkste vriend in mijn leven. Eerst waren we een liefdespaar, maar ik bezit niet het talent om levenslang dezelfde seksuele partner aan te houden. We hoefden het niet eens te benoemen en onze relatie is nog net zo breed en waardevol als toen. Lykle woont in Den Bosch, ik in Amsterdam. We spreken elkaar veel, zien elkaar geregeld en als ik de telefoon opneem, weet hij meteen hoe het met me is gesteld. Alleen ‘Met Ed Spanjaard’ is al genoeg. Aha, je voelt je zus of zo, zegt hij dan. Hij kent me door en door. We gaan ook altijd samen op vakantie. En voor de seks… Wil je nog een kop thee? Nee, ik wil niets ontwijken, maar ik vond dat het weer tijd werd om de gastheer uit te hangen. Maar goed, voor de seks zoek ik soms een ander. Daar is niks geheims aan, hoor, ik schaam me sowieso steeds minder. Ik zal je iets geks vertellen: als ik nu in de spiegel kijk – wat ik zo min mogelijk doe – voel ik minder schaamte dan veertig, vijftig jaar geleden, toen ik nog een tamelijke knappe jongen was: slank, normaal gebouwd met vol, zwart haar. Is eigenaardig, toch? Dat zal toch een zekere groei naar volwassenheid zijn.”

VIII Gij zult niet stelen

“Mijn moeder had er tot ver na de oorlog moeite mee om niet te gappen. ‘Organiseren’ heette dat, in het kamp. Ze kreeg weinig te eten en als je niets had om te ruilen, móest je wel gaan jatten – anders kon je in die hel niet overleven. Op haar zeventigste hield ze een geestige speech waarin ze ­beloofde dat ze het nóóit meer zou doen. Zeker, ze was zelf ook bestolen. Ik meen dat ze uit die vooroorlogse jaren slechts een paar foto’s, een ex libris en een plakboek heeft overgehouden. Toch had ze geen last van nostalgische gevoelens. Ze was niet ­sentimenteel, niet angstig aangelegd. Mijn vader wel. Dat heb ik een beetje van hem meegekregen.

“Van mijn moeder, wellicht, de hebbelijkheid om van alles te bewaren, ook spullen waarvan ik geen idee heb wat ik ermee aan moet. Ze had er overigens minder ­moeite mee om dingen weg te gooien dan ik. Het zou goed kunnen dat ik, onbewust, ben gaan verzamelen om terug te halen wat ooit van haar werd afgepakt.”

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

“Strawinsky heeft weleens gezegd dat ­muziek niets kan uitdrukken. Mijn uitleg daarvan zou zijn: muziek kan niet uitdrukken dat meneer Visser zich vanochtend niet heeft geschoren, dat hij een zwart T-shirt draagt en een kaal hoofd met mooie, lichte ogen heeft; ze kan geen woordelijke, actuele berichten verspreiden, maar wél onze fan­tasie prikkelen, tot de verbeelding spreken en de werkelijkheid van eindeloos veel kanten belichten. Ik denk dat veel mensen, ­zoals ik, voor wie muziek een van de belangrijkste aspecten van het leven is, zich geen raad zouden weten zonder.”

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

“Zeker, ik ben tevreden met mijn leven, maar als je de Dood was die me nu kwam ­halen, zou ik zeggen: dat is me iets te abrupt, meneer. Gaat u nog even naar de wc, dan timmer ik intussen de deur even dicht. Ik ben misschien soms wat somber, maar ik heb nog plannen genoeg.

“Als ik me al de geweldige dingen voor de geest haal die ik heb mogen doen – zoals in 1990 de opera Aïda, met een waanzinnige enscenering, goede cast en een geweldig fijn orkest, of mijn professionele debuut, op m’n 24ste: L’Histoire du Soldat van Strawinsky met het Nederlands Blazers Ensemble en Toneelgroep De Appel, op het Amsterdamse Museumplein – dan denk ik: ik hoop toch dat ik zoiets nog eens mag beleven. Niet dat dit me op de been houdt, want ik heb er, dobberend in een zee van excellente opvolgers, ook niet één, twee, drie uitzicht op, maar ik vind wel dat ik het verdien om nog één keer zo’n buitenkans te krijgen.”

Lees ook: Ed Spanjaard: lekker stampvoeten is er voorlopig niet bij

Olé! Tijd voor de flamenco. De Spaanse dansmuziek is die andere grote passie van dirigent Ed Spanjaard -what’s in a name? Vanavond neemt Spanjaard in Maastricht officieel afscheid van het Limburgs Symfonie Orkest. Hij was er elf jaar lang chef-dirigent. Maar of de dirigerende vutter (Spanjaard is 63) het ook echt rustiger krijgt en dus meer tijd voor zijn handklappende en stampvoetende hobby heeft, da’s zeer de vraag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden