ReportageCosta del Sol

Duurzamer toerisme in Spanje na de pandemie? De costa wil de massa’s terug

null Beeld Hollandse Hoogte / Zuma Press
Beeld Hollandse Hoogte / Zuma Press

Het klonk de Spanjaarden als muziek in de oren: na de coronapandemie zou er een andere, meer duurzame vorm van toerisme komen. Maar aan de Costa del Sol is van die omslag geen spoor te bekennen.

Alex Tieleman

Aan een palmboom op het strand van Torremolinos bungelt een man aan een touw. Met een groot mes hakt hij vergeelde stukken van de stam die als herfstbladeren naar beneden dwarrelen. De Spaanse Costa del Sol maakt zich deze dagen op voor de terugkeer van de Noord-Europese strandtoerist. Die is inmiddels steeds vaker gevaccineerd en kan met het coronapaspoort op de mobiel, dat vorige week in werking trad, weer gemakkelijker afreizen naar populaire vakantiebestemmingen zoals de Zuid-Spaanse stranden.

De ‘zonnekust’ rond Málaga is een van de Spaanse epicentra van het ‘Sol y Playa’-toerisme. Beter bekend als zon-zee-strand-vertier waarvoor (budget-)toeristen al jaren massaal naar Spanje afreizen en waarmee het land als bestemming groot werd. Voor corona reisden in 2019 84 miljoen toeristen naar Spanje. Dat maakte de Iberische staat het tweede meest bezochte vakantieland ter wereld.

Toen de pandemie om zich heen greep, stak een al langer lopende discussie over de transformatie naar duurzamere vormen van toerisme in Spanje de kop op, nadat de afgelopen jaren het protest tegen de gevolgen van de massale bezoekersstroom op landschap en samenleving steeds luider klonk.

Door de pandemie verdwenen volle chartervluchten en vakantievierende mensenmassa’s. Menig Spaans strandoord werd door een gebrek aan bezoekers én inkomsten decennia terug in de tijd geworpen. Tegenstanders van de massificatie hoopten op een omslag. Maar nu het einde van de pandemie in zicht lijkt, loopt de recordverliesdraaiende sector zich aan de Costa del Sol toch weer warm om de massa te verwelkomen.

Nadat half mei de lockdown deels werd opgeheven, stroomden de terrasjes in Benidorm weer vol. Beeld ANP
Nadat half mei de lockdown deels werd opgeheven, stroomden de terrasjes in Benidorm weer vol.Beeld ANP

Pokebowl

Op een zaterdagmiddag in juni, nog voordat het hoogseizoen begint, deinen drommen vakantiegangers als vanouds over de boulevard van Torremolinos. In dit deel van de kuststad, dat naar verluidt de grootste dichtheid Nederlanders van heel Spanje herbergt, kun je alweer over de hoofden lopen. Terwijl het hele Spaanse vasteland nog oranje kleurt. Het Nederlandse ministerie raadt reizen naar het land af, tenzij noodzakelijk.

In brasserie Casa Beense in de wijk La Carihuela zijn de klanten weer terug na financieel loodzware maanden, vertellen Casper Groosman en Melanie Beense als ze even op adem komen na een drukke lunch. Het is even druk als of zelfs drukker dan in dezelfde periode voor de pandemie, denkt Beense.

Nederlanders lieten zich hier de afgelopen maanden niet afschrikken door het advies van buitenlandse zaken. Toen de horeca in Nederland nog in de ban was, fungeerde La Carihuela volgens het stel soms zelfs als toevluchtsoord. Veel zal er in hun zaak na de pandemie overigens niet veranderen, al zitten gasten toch wel wat ordelijker op het terras om afstand van anderen te houden en wordt er vaker een tafel gereserveerd, merken de horeca-uitbaters.

“Pokebowl en vegan eten? Nou nee”, zegt Groosman gevraagd naar een eventuele culinaire trendbreuk vanwege de pandemie. De Latijns-Amerikaanse kok maakte net nog een broodje ‘ossieworssie’ (ossenworst) met augurk. Het stel dat in 2016 neerstreek in het voormalige vissersdorp, specialiseert zich in luxebroodjes. Want friet en kroketten worden hier al praktisch op iedere straathoek verkocht.

Ze beamen dat het toerisme vóór de pandemie zorgde voor best wat overlast. Maar de bakker en de groenteboer voelden de impact direct toen er geen toerist meer kwam. Ze kunnen niet wachten tot de massa terugkeert. “Daar blijft gewoon vraag naar”, zegt Groosman beslist.

Budgetbestemming af

Hotelketeneigenaar José Luque heeft de inkomsten van de toerismesector aan de Costa del Sol vorig jaar met 70 procent zien kelderen. Hij is voorzitter van een vereniging die 80 procent van de hotel en vakantie-appartementeneigenaren aan de Costa del Sol vertegenwoordigt. De verwachting is dat het verlies dit jaar ‘nog maar’ rond de helft zal liggen aan de kust waar 70 procent buitenlander is.

De Britse toerist is een belangrijke bron van inkomsten, Nederlanders zorgen voor pakweg 10 procent. Luque denkt dat de Costa del Sol zich door de pandemie sneller zal ontworstelen aan het imago van een budgetbestemming. Al jaren is er stevige tegenwind voor de costa door relatief nieuwe en goedkopere zonbestemmingen voor Noord-Europeanen, zoals Tunesië, Turkije en Marokko.

“We kunnen niet meer concurreren op volume en prijs, maar wel op kwaliteit”, zegt Luque. De pandemie brengt de verandering naar een ‘luxere’ Costa del Sol in een stroomversnelling, denkt hij. Dat zorgt ervoor dat het aanbod zich zal richten op specifieke groepen zoals lhbti+-klanten of hondenbezitters. Dat daardoor het imago van hossende en sangriaslurpende bezoekers enigszins wordt afgeschud, is meegenomen. Bovendien brengen draagkrachtigere toeristen meer geld in het laatje.

Het zal niet zonder slag of stoot gebeuren. Menig toeristenverblijf zal de coronapandemie niet overleven: ruim een kwart van de hotels en vakantieappartementen aan de Costa del Sol blijft volgens Luque nu uit nood gesloten en 20 procent verandert van eigenaar. Investeringsfondsen loeren in deze zware economische tijden op de noodlijdende bedrijven.

Marmeren vloeren

In het chique deel van de costa laten de toeristen voorlopig op zich wachten. Dat merken ze in Hotel Fuerte in het zuidelijker gelegen Marbella, waar de Costa del Sol van volks toeristenoord transformeert in een pleisterplaats voor de elite. Dit was één van de eerste viersterrenhotels van Marbella – begonnen door José Luque’s vader en opgetrokken uit de ruïnes van een oud fort. Inmiddels kunnen bezoekers op de parkeerplaats de elektrische auto opladen onder de wuivende palmen.

Maar de bezoekers blijven weg, vertelt directeur Maria Antúnez, terwijl in de bar een schoonmaakster met een mondkapje onophoudelijk de marmeren vloer afstoft. “Sinds 1957 waren we iedere dag open, tot de pandemie”, zegt Antúnez. Sinds die tijd zijn er alleen nog maar torenhoge kosten: een ton per maand rekent Antúnez voor bewaking en onderhoud aan het dichte hotel.

Nu de zaak weer open is, komen er weinig toeristen: vorige maand was maar 35 procent van de kamers in gebruik, in tegenstelling tot de meer dan 80 procent dat normaal is in deze tijd van het jaar. De gemiddelde leeftijd van de gasten is hoog in dit hotel, legt Antúnez uit, en de door corona zwaar getroffen groep is voorzichtig. Maar dat Spanje nog niet is vrijgegeven voor Britse bezoekers is misschien wel het grootste probleem.

“Mensen willen vooral weer terug naar hoe het voor de pandemie was”, denkt ook Antúnez.

De oudere gasten die er zijn kunnen overigens prima overweg met de menukaart die als QR-code beschikbaar is, dus die blijft, maar voor de rest zal er niet veel veranderen. Althans haar hotel moet blijven vernieuwen, want dat wil de klant dan ook wel weer. Maar door de tegenvallende inkomsten door corona is een grote verbouwing uitgesteld.

Kantelpunt

De pandemie als kantelpunt voor het budget zon-zee-strand-toerisme lijkt aan de Costa del Sol nog weinig tastbaar. Alex Che, die in mei in Málaga de tweede editie van een forum voor het verduurzamen van de toeristensector organiseerde, ziet ook nog geen groene omslag. Dat is volgens hem niet zo vreemd. “Dit gaat niet van de ene op de andere dag, maar de intenties zijn er hier wel”, zegt Che. De organisator noemt als voorbeeld de Spaanse luchtvaartmaatschappij Iberia die 10 procent van haar vluchten in 2030 met duurzame brandstof wil uitvoeren. Hij ziet vooral een aanjagende rol weggelegd voor de Spaanse instituties, maar die bewegen volgens Che maar ‘langzaam’.

De vaccinloze zomermaanden van 2020 stonden hier nog in het teken van voornamelijk binnenlandse bezoekers, mondkapjes in de buitenlucht en vooral het wegblijven van toeristen uit andere landen: het aantal buitenlandse bezoekers kromp vorig jaar met bijna een vijfde ten opzichte van 2019 tot nog geen 19 miljoen. Een enorme strop voor Spanje waar bijna 13 procent van het bruto binnenlands product wordt verdiend in het toerisme, en een even groot percentage van de banen te vinden is.

De eerste voortekenen van de tweede Spaanse coronazomer zijn niet gunstig, ook al wordt in Spanje flink doorgeprikt (38 procent van de bevolking is inmiddels volledig gevaccineerd). Het aantal besmettingen loopt op en op de coronakaart van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) is Spanje een lappendeken van rode en oranje plekken.

Patat en roti

Maar in Torremolinos geloven ze er wel in. De massaformule is hier nu al jaren een succes, en veel Nederlanders smachten daar weer naar, denkt Charl Siteur. Hij is eigenaar van een supermarkt voor Nederlandse toeristen in La Carihuela. “Ik ben weer terug!’, zei laatst een klant opgelucht met glinsterende ogen”, vertelt hij. “Voor mij is het inmiddels ook niet meer vanzelfsprekend dat het hier wemelt van de klanten. Al mocht ik als essentiële winkel tijdens de lockdown wel openblijven”.

In de nauwe straatjes achter de boulevard, waar Nederlands de voertaal lijkt, wordt alweer volop patat en roti verkocht. “Dit is een beetje het Salou voor de ‘oudere jongere’ Nederlander, van rond de 30, 40”, vat Siteur de doelgroep samen. Hij verwacht dat de prijzen wel iets hoger zullen liggen deze zomer, want die gingen tijdens de pandemie soms ook wel erg fors omlaag.

Groosman en Beense koesteren de klanten die zijn teruggekeerd naar hun brasserie. “We weten dat het nu zomaar voorbij kan zijn als er weer een pandemie komt, of een aanslag”, zegt Groosman. Maar, afgaande op het huidige aantal bezoekers, verwacht de brasserie een zomer met topdrukte.

Lees ook:

Les uit de coronacrisis: Onze steden zijn veel kwetsbaarder dan we dachten

Wat legt de coronacrisis bloot over de staat van steden? Ze zien er vooral broos en kwetsbaar uit, zegt hoogleraar ontwerp en politiek Wouter Vanstiphout. Er ontstaan zelfs zombiewijken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden