Interview Dirk De Wachter

Dirk De Wachter: ‘Wees wat vaker elkaars psychiater, pak elkaar vast’

Dirk De Wachter Beeld Mark Kohn

Psychiater Dirk De Wachter buigt zich in zijn nieuwe boek over de kunst van het ongelukkig zijn. Zijn devies: laat de focus op geluk los, streef naar zin. ‘En de zin van het bestaan is zorgen voor ándermans geluk.’

Op een koude woensdagavond in februari begeeft een schare jonge mensen zich ter kerke, om te luisteren naar een ongebruikelijk soort predikant: Dirk De Wachter, psychiater uit Vlaanderen. De Jacobikerk in Utrecht zit voller dan op menig zondag – zo’n zeshonderd mensen kunnen erin – er worden zelfs mensen geweigerd­­ bij de ingang. Thema van de preek: geluk­­.

Ons huidige streven naar geluk is doorgeslagen, zo luidt de Dirk-De-Wachter-these (of zijn evangelie, zo u wilt), waarmee hij niet alleen in Vlaanderen, maar inmiddels ook in Nederland volle zalen trekt. Dat streven naar geluk zorgt ervoor dat we ongeluk massaal wegstoppen. In de pretparkerige samenleving vol opgepoetste individuen zijn we het gewone lijden verleerd, is zijn stelling.

Na die maatschappelijke diagnose te hebben gesteld in zijn eerdere boeken ‘Borderline Times’ en ‘De wereld van De Wachter’, presenteerde de psychiater vorige week zijn nieuwe boek ‘De kunst van het ongelukkig zijn’, een filosofisch zelfhulpessay vol wijsheden van dichters als Rutger Kopland en denkers als De Wachters favoriet Emmanuel Levinas over het ‘talent’ van ongelukkigheid.

Uit het gedicht ‘Wat is geluk’ van Rutger Kopland
Omdat het geluk een herinnering is
bestaat het geluk omdat tevens
het omgekeerde het geval is

De Wachter haalt in zijn werkkamer in Antwerpen herinneringen op aan de bomvolle kerk in Utrecht. Zittend in een fauteuil met tijgerprint, terwijl er een spin over de muur kruipt richting zijn taften gordijnen, gaan zijn kreten van ‘crazy’ naar ‘verwarrend’ naar ‘ongemakkelijk­­’. En daarna: “Ik ben wel een Vlaming, maar ik ben voldoende ijdel om het prettig te vinden dat ik zoveel weerklank krijg.”

U bent een soort goeroe geworden. Ik citeer de kop van een column in een Nederlandse krant: ‘Voor wie niet in God gelooft is Dirk De Wachter een uitkomst.’

“Ja, dat heeft men mij doorgestuurd. Ik schrok er eventjes van!”

U kunt wel een religie starten.

“Dat ga ik niet doen, wees gerust. Maar dit raakt wel aan één van mijn bekommernissen: hoe kunnen we in een geseculariseerde wereld, waar de meeste mensen niet in God geloven, hoe kunnen we betekenis, zin, het spirituele, het … welke woorden moet ik gebruiken het mystieke, het niet-weten?, een plaats geven. Omdat dat heel erg eigen is aan de mens. En als de religieuze structuren wegvallen, en het is nogal evident dat dat het geval is, voor de meerderheid van de mensen, dan dreigen we toch ergens in een vacuüm te komen.”

Vervolgens vinden mensen in dat vacuüm u.

“Ach, ik zal deze taak niet op mij nemen. Het is zelfs gevaarlijk als mensen die taak op zich nemen. Goeroes en leiders die zich goddelijke eigenschappen aanmeten, hebben in de geschiedenis zeer veel leed veroorzaakt. Ik wil verre van de betiteling goeroe blijven, alstublieft! Die boeken van mij, dat komt erbij. Mijn werk bestaat erin om hier, waar u zit, in de beslotenheid – de gordijnen zijn dicht, dat men niet naar binnen kijkt – en in de duisternis, te luisteren naar het verdriet van mensen. Dus als ik later aan de hemelpoort sta, om in dezelfde metaforen te blijven, wil ik daarop worden afgerekend.”

Waarom zouden mensen zich zo vastklampen aan de boodschap die u heeft?

“Mijn vrouw is huisarts, en zij zegt: ‘Wat gij vertelt, alé, met alle respect, dat weet toch iedereen­­?’ En dat is juist. Blijkbaar moet een professor van de universiteit nog eens zeggen wat iedereen al weet. Het klinkt onnozel, maar het stelt mensen gerust dat een beetje ongelukkig zijn heel normaal is.”

Bent u zelf wel gelukkig in het drukke bestaan dat u nu leidt?

“Wel, dat is bij mij net als bij iedereen een beetje wisselend. Maar het zou schandalig zijn als ik mijzelf ongelukkig zou noemen. Ik woon in een land zonder oorlog. En wat het belangrijkste is, ik ben opgegroeid in een klein dorp in Vlaanderen in een gezin waar ik graag gezien ben. Dat werkt door, dat is wat wij in de psychiatrie noemen ‘goede hechting’. Ik had chance, ongelooflijk veel chance, ik ben maar aan het vertellen, sorry, ondertussen word ik gebeld, maar goed, wat was de chance ook? Dat ik voldoende hersenen had om te studeren. Ik heb geneeskunde gestudeerd, zo kon ik psychiater worden: er is niets interessanter om te doen in het leven. En nu komt het! Ik kom een vrouw tegen als ik 25 jaar ben, ik ben blindelings, ja, zo verliefd als een blinde otter kom ik terecht in haar armen. Door een toeval van het lot, ik weet ook niet hoe, is zij nog altijd bij mij. Ik heb drie kinderen die intussen volwassen zijn, ze zijn goed gezond. Dus als ik nu zou zeggen: ik ben ongelukkig, zou dat erg ongepast zijn.”

Bent u dan wel de aangewezen persoon om een boek over de kunst van ongelukkig zijn te schrijven?

“Ja, want ik heb er niet alleen dagelijks mee te maken als psychiater; ik beoefen die kunst zelf ook. Er zijn dagen dat het mij niet zo goed afgaat. Dat ik veel te veel op mijn bord krijg. Tweehonderd e-mails per dag, twintig nieuwe aanmeldingen per dag van patiënten. Ik heb het er erg moeilijk mee om nee te zeggen. Mensen e-mailen mij, telefoneren mij, schrijven mij: ‘U moet mij helpen, anders ga ik dood’, dat valt mij heel zwaar. Ik werk in een academisch, heel erg concurrentieel milieu, is ook niet altijd makkelijk. En er zijn de gewone dingen van het leven. Het aftakelen van mijn vader. Dat was een heel moeilijke tijd. En mijn leermeester, mijn voorbeeld, wordt overmorgen begraven. Ik ga de homilie brengen, daar moet ik na dit interview mee aan de slag.

“Ja, dat maakt mij triest. Ik ben daarin niet anders dan anderen. Maar ik ben een gelukkiger mens omdat ik de ongelukkigheden niet uit de weg ga. Omdat ik ze kan delen met mijn geliefde, met goede vrienden. Te vaak komen hier mensen in mijn spreekkamer die zeggen: u bent de eerste met wie ik dit kan delen. Dat is toch niet wenselijk? Er zijn enorme wachtlijsten voor de psychiatrie, dus blijkbaar hebben we een probleem met verdriet. Wees meer elkáárs psychiater, is mijn pleidooi.”

Maar elkaar troosten is altijd met zo veel ongemak omgeven. De ongemakkelijke arm om iemand heen, want zit iemand daar wel op te wachten? Het stamelen van gemeenplaatsen: ‘Alles komt goed’, of het geworstel met wat je op een kaartje schrijft aan iemand die het moeilijk heeft.

“Dat is juist, we kunnen dat niet goed. Er zijn voor elkaar is genoeg, en, het is voor Nederlanders moeilijk wat ik nu ga zeggen: niet te veel tateren. Ik lach er een beetje bij, ja. Jullie kunnen­­ beter praten, wij kunnen beter luisteren. Wat als we nou het Dietse rijk zouden realiseren­­? Dat is een grap natuurlijk. De combinatie­­ van beide is de sleutel om met verdriet­­ om te gaan. Deel uw verdriet met uw naaste, is mijn simpele boodschap. Ik heb het hier niet over verschrikkingen, maar over de gewone lastigheden van het leven. Last met uw lief, met uw ouders, met uw kinderen, met uw baas, de last die iedereen heeft. Deel dat in vertrouwen met uw naaste.”

Naast deze ‘nabijheid in verdriet’ bestaat de kunst van het ongelukkig zijn volgens De Wachter uit nog een aantal zaken, legt hij in zijn boek uit. Zo haalt hij het verschil aan dat de oude Grieken maakten tussen ‘chronos-tijd’ (kloktijd) en ‘kairos-tijd’ (subjectieve tijdsbeleving). Wie zich overgeeft aan de kairos, creëert meer ruimte voor de verwerking van ongeluk, aldus De Wachter.

Dat zorgt voor een ander levensritme, voor het loslaten van een constante focus op efficiëntie. Daar is ook stilte essentieel in, of zoals de psychiater het verwoordt: geen Bongo-bon voor een bubbelbad, maar voor een middagje contempleren in eigen tuin. Zulke momentjes zijn echt wel te organiseren in een verder vol leven met werk, kinderen en contacten.

De Wachter noemt verdriet ‘het ding met stekels’, stekels die je niet zomaar kunt afsnijden. Het enige wat je kan doen is de stekels ‘omzwachtelen met verhalen, windsels, pleisters.’ Geef er woorden aan, ook voor jezelf, schrijft hij. ‘Tot de stekels niet meer prikken. Tot je het verdriet bijna koesterend kunt meenemen’, schrijft hij.

Klinkt paradoxaal, ‘koesteren’ in plaats van ‘verwerken’, maar De Wachter bepleit geen cultus rond lijden, zegt hij, alleen iets meer ruimte voor ongeluk. Die ruimte komt er volgens hem alleen als we onze hyperfocus op geluk­­ loslaten, en in plaats daarvan gaan streven naar zin. “En de zin van het bestaan is zorgen­­ voor ándermans geluk”, zegt De Wachter.

Beeld Mark Kohn

Hoe doe je dat in wat u noemt een ‘ikkige wereld’?

“Het is een dans die je samen aangaat. Die dans begint met het erkennen dat de mens een samenhorig wezen is. Levinas zei: We zijn in de blik van de ander. Ik ben hier nu omdat u hier zijt. Mijn praten heeft alleen maar zin als het gehoord wordt. Anders ben ik niet. Wat is hiervoor nu het instrumentarium? Dat is wat Levinas noemt ‘het kleine goede’; hoe kan ik iets betekenen voor een mens? Dat gaat over een blik, dat gaat over een glimlach. Het is anoniem, het is niet in de schijnwerpers, staat niet op Facebook, maar het is heel wezenlijk, onuitroeibaar ook. De onwaarschijnlijke pracht van het leven toont zich in de gewonigheid. In thuiskomen en samen op de bank zitten, mekaar vasthouden en zeggen: ‘Ik zie u graag’. Dat is waar het echt om gaat. En elkaar vastpakken, zeker als er verdriet is.”

Zijn we daar te huiverig voor geworden?

“Ja! In tijden van #MeToo pleit ik voor vastpakken!”

Ook van collega’s op het werk?

“Kijk, daarstraks kwam een collega bij mij hier. Die man zegt, met tranen in de ogen: ‘Wat gij voor mij gedaan hebt…’ Hij is enkele jaren geleden zijn kind verloren. Ik zag hem zitten in de raadszaal en heb hem toen bij zijn schouders vastgeplakt, en gezegd: ‘Man, vertel eens.’ Hij zei: ‘Gij zijt de enige die dat gedaan heeft. Ik ga dat nooit vergeten’. We moeten dat doen, het vastpakken, maar wel voorzichtig, respectvol.”

Mensen worstelen daarmee, wanneer het wel en niet kan.

“We zijn daarin niet altijd goed opgevoed. Ik denk dat we onze kinderen moeten opvoeden met aandacht voor lijfelijkheid als een fundamenteel menselijk gegeven. Als we dat aan onze kinderen leren en meegeven, dan is er geen #MeToo-toestand. Want wat is #MeToo? Dat zijn mensen die gekwetst zijn in hun hechting en hun macht gebruiken om grenzen te doorbreken. Dat is natuurlijk kwalijk. Als #MeToo tot gevolg zou hebben dat we nog verder van elkaar komen staan, dat we niet meer durven aanraken, dan zou dat zeer kwalijk zijn. De meeste mensen deugen, zeg ik Rutger Bregman na. Dus kun je er ook op vertrouwen dat ze goed zullen omgaan met verdriet, als we het delen.” En dan eindigt hij toch nog als dominee: “Deel het, en zie hoe mensen dat ook hebben, zie hoe dat de vriendschappelijkheid tussen mensen erg grondt, en hoe gelukkig je daarvan wordt.”

Lees ook: 
Psychiater Dirk De Wachter: ‘Ik ben een sponzig mens’. 
Arjan Visser interviewde de pscychiater eerder voor zijn rubriek de Tien Geboden. Gij zult niet liegen? De Wachter: “Een eerlijk mens bedekt de waarheid af en toe een beetje. Zeg op uw sterfbed niet tegen uw geliefde: ‘Weet ge nog, zestig jaar geleden? Toen heb ik u bedrogen met uw beste vriendin.’ Zwijg. En sterf. Alstublieft.” 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden