Pride 25 jaarPortretten

Deze lhbtiq+’ers zijn geboren met Pride: ‘Ik hoop dat het straks niet uitmaakt wat je bent en wie je liefhebt’

Juno (1996) Beeld Hadas Itzkovitch en Anya van Lit
Juno (1996)Beeld Hadas Itzkovitch en Anya van Lit

De Pride week zou vandaag worden afgesloten met de Canal Parade, de 25ste versie van de beroemde botenparade door de Amsterdamse grachten. Vanwege corona mocht het niet doorgaan. Vier portretten van mensen die geboren werden in het eerste jaar van de Canal Parade.

In 1996 deden 45 boten mee aan een parade van pride door de Amsterdamse grachten, 20.000 toeschouwers dansten en klapten mee. In 2019 voeren er meer dan tachtig grote boten mee en was het aantal toeschouwers gegroeid tot meer dan een half miljoen.

En er veranderde meer sinds het begin van Pride in 1996. Het spectrum van gender- en seksuele identiteit, de manier waarop mensen zich identificeren, verbreedde zich. Waar men eerst sprak van Gay Pride, is het nu simpelweg ‘Pride’. Er kwamen nieuwe letters bij in het traditionele rijtje lhbt. De laatste jaren is de parapluterm ‘queer’ zeer populair geworden. Queer is een algemene benaming voor ieder die zich niet identificeert met de heteronorm of het bij de geboorte bepaalde geslacht. ‘Queer’ werd in het verleden vaak gebruikt om iemand aan te duiden als ‘raar’ of ‘vreemd’. De term is nu ontdaan van de negatieve lading en wordt omarmd door een hele gemeenschap als een inclusieve benaming die vele identiteiten vertegenwoordigt. Een woord met evenveel betekenissen, interpretaties, emoties en historische perspectieven als er tinten van lhbtiq+-identiteit zijn.

Fotografenduo Hadas Itzkovitch en Anya van Lit portretteerde mensen uit de lhbtiq+-gemeenschap en sprak met hen over identiteit. Alle vier zijn deze twintigers geboren in het jaar van de eerste Pride, in 1996.

Omwille van de privacy wordt de achternaam van de geïnterviewden niet vermeld.

Anouk (1996) Beeld Hadas Itzkovitch en Anya van Lit
Anouk (1996)Beeld Hadas Itzkovitch en Anya van Lit

Anouk, non-binair, panseksueel, die/hen

“Ik ben opgegroeid in Frankrijk met een Nederlandse moeder en een Ierse vader. In het Frans haalde ik vrouwelijke en mannelijke zelfstandige naamwoorden door elkaar, daar werd ik op school vaak mee gepest. Achteraf vind ik het symbolisch, zelfs komisch, gezien mijn non-binaire identiteit.

Aan het begin van mijn adolescentie had ik grote moeite met de fysieke veranderingen van mijn lichaam: borsten en rondingen. Me voordoen als een ‘stoer meisje’ voelde zelfs niet goed. De kinderen noemden me ‘garçon manqué’, de Franse equivalent van ‘tomboy’. Maar letterlijk betekent het: ‘gebrekkige’ jongen. Lang geloofde ik dat ik een jongen had moeten zijn, maar ook dat voelde niet juist. In die tijd kende ik maar twee geslachtsmogelijkheden: een jongen of een meisje.

Ik gebruik de term non-binair. Ik voel me zowel man als vrouw. Idealiter zou ik willen dat anderen mij als androgyn zien. Ik draag mescaline kleding, maar soms ook vrouwelijk. Om me meer op mijn gemak te voelen in mijn lichaam, zal ik een transitie ondergaan. Een topoperatie en misschien wat testosteron.

Per ongeluk stuurde ik mijn moeder een sms die voor een vriend bedoeld was. Ik verwees daarin naar mijn non-binaire partner met ‘die’, ‘hen’. Mijn moeder antwoordde dat ik mijn Nederlands moest verbeteren. Op dat moment vertelde ik haar dat het geen grammaticale fout was, maar dat we allebei non-binair zijn.”

Ika (1996) Beeld Hadas Itzkovitch en Anya van Lit
Ika (1996)Beeld Hadas Itzkovitch en Anya van Lit

Ika, lesbisch/queer, zij/haar

“Ik ben een lesbische vrouw, maar gebruik liever het woord queer. Het geeft me meer vrijheid en ruimte om te zijn wie ik wil zijn. Ik heb een relatie gehad met een vrouw en ook mijn toekomst stel ik me voor met een vrouw. Toch vind ik het moeilijk om een stempel op mezelf te zetten, je weet nooit wat die toekomst zal brengen.

Als kind droeg ik de kleren van mijn broer, wat heel fijn aanvoelde voor het actieve kind dat ik was. Soms kreeg ik de vraag of ik een jongen of een meisje was. Ik was in die tijd totaal niet bezig met mijn gender en identificeerde me toen nog niet met mijn cis-gender.

Ik voelde me geen meisje, en in de puberteit vond ik de lichamelijke veranderingen best lastig. Maar nu is het prima, en probeer ik mijn lichaam en identiteit in al haar kleuren te accepteren. Definities veranderen. Als ik praat met mensen die ouder zijn dan ik, gebruik ik eerder het woord lesbisch. Onder leeftijdgenoten word ik gezien als een queer zwarte vrouw.

Als jongerenwerker praat ik veel met jongeren over genderexpressie en seksuele identiteit. De jongeren zijn onwijs op de hoogte door influencers en ik merk dat queer zijn vaak zelfs cool wordt gevonden. Mijn coming-out was heel natuurlijk, iedereen in mijn omgeving was positief. Queeracceptatie in het algemeen vind ik nog best langzaam gaan. Mijn wens is dat in de toekomst niet uitmaakt wat je bent en wie je liefhebt.”

Kevin (1996) Beeld Hadas Itzkovitch en Anya van Lit
Kevin (1996)Beeld Hadas Itzkovitch en Anya van Lit

Kevin, biseksueel, hij/hem

“Tijdens het eten kwam ik uit de kast, mijn vader wist het allang, zei hij. Iedereen moest huilen, van geluk en opluchting. Ik ben echt vrij opgegroeid, in het dorp Uithoorn. Toen ik veertien jaar oud was, werd ik verliefd op een jongen van school. Van tv kende ik alleen Geer & Goor, en daar had ik niks mee. Toen ik uit de kast kwam, verloor ik wel mijn vriendengroep. Na een eenzaam half jaar richtte ik een lhbt-groep op. Met mijn nieuwe vrienden en een aantal docenten organiseerden we Paarse Vrijdag. We werden nageroepen in de gangen door andere scholieren, maar dat sterkte me alleen maar meer om ermee door te gaan.

Eerst dacht ik dat er alleen lhbt-personen waren. Gelukkig wordt het steeds inclusiever. Lhbtiq+ en queer zijn de benamingen die we nu gebruiken. Iedereen die niet cis-gender hetero is, voelt zich aangesproken.

Biseksueel zijn wordt vaak slecht begrepen. Ook binnen de lhbtiq+-gemeenschap, men vindt vaak dat ik een keuze moet maken. Maar ik val echt op mannen én vrouwen, en trouwens alles wat daar tussen zit. Ik ben nu vijf jaar samen met een man, monogaam. En heel gelukkig.

Met mijn vriend hand in hand lopen durf ik niet, ik ben een aantal keren aangevallen op straat. Ik denk dat over 25 jaar veel meer mensen zich gaan scharen onder de ‘queerparaplu’. Hopelijk komt er dan ook een einde aan de agressie die ‘anders zijn’ oproept.”

Juno (1996) Beeld Hadas Itzkovitch en Anya van Lit
Juno (1996)Beeld Hadas Itzkovitch en Anya van Lit

Juno, transvrouw/tranja, zij/haar

“Ik ben geboren op Terschelling. Van jongs af aan voelde ik dat ik anders was. Ik wilde per se dezelfde jurken die mijn zusje kreeg. Als dat niet gebeurde, schreeuwde ik zo hard dat je het in de duinen kon horen. Mijn familie heeft me altijd geholpen om mezelf uit te drukken: na schooltijd dwaalde ik rond op het eiland, in een jurk. Sommige mensen hebben het misschien vreemd gevonden, maar ik ben nooit door iemand geïntimideerd.

Als puber realiseerde ik me dat seksuele- en genderidentiteit twee verschillende dingen zijn. Ik wist: ik ben een vrouw, ongeacht tot wie ik me seksueel aangetrokken voelde. Toen ik 16 was, verhuisde ik naar Amsterdam om stage te lopen bij ontwerper Bas Kosters, en begon ik als dragqueen op te treden.

Transvrouw klinkt mij te medisch, daarom bedacht ik een nieuwe definitie: Tranja! Ik vind labels best fijn; het helpt me te definiëren wie ik ben.

Ik slik de laatste jaren oestrogeen hormonen. Binnenkort kan ik hopelijk terecht bij het VUMC om met mijn transitie verder te gaan. Ik heb mijn sperma al laten invriezen. Ik wil geen geslachtsveranderende operatie. Oestrogeen en testosteronblokkers zijn voor mij nu voldoende.

Sinds covid ben ik terug naar het eiland verhuisd om bij mijn moeder te wonen. Laatst begroette een oude buur me met een glimlach. ‘Jij bent Margreets dochter, nietwaar? Het is goed om je terug te hebben!’. Dat voelde als thuiskomen.”

Lees ook:

Wie verzon die Canal Pride eigenlijk?

Pride Amsterdam beleeft vanaf zaterdag 31 juli zijn 25ste editie, zonder de kenmerkende boottocht. Wie die verzon, daarover verschillen de meningen.

Amsterdam is onveilig voor lhbtiq+’ers. ‘Gay capital? Een illusie, het is hier een hel’

Amsterdam had de wereldprimeur met het homohuwelijk, levert een lesbische minister en een lesbische Kamervoorzitter. Maar hoe veilig is het op straat voor lesbiennes, homo’s, biseksuelen en queers in wat eens ‘gay capital’ werd genoemd?

70-plus en lhbt’er: ‘Als kind voelde ik me al een meisje’

Fotografenduo Hadas Itzkovitch en Anya van Lit vroeg zeventigplussers naar de tocht die zij in de lhbt-gemeenschap hebben afgelegd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden