Minister Ank Bijleveld van Defensie (CDA).

Interview Ank Bijleveld

‘Defensie moest van ver komen, maar we doen wel degelijk mee’

Minister Ank Bijleveld van Defensie (CDA). Beeld Phil Nijhuis

Defensie moest ‘van ver komen’, zegt minister Ank Bijleveld zelf. Maar de rust lijkt terug. Aan internationale verzoeken kan Nederland nog lang niet altijd voldoen ‘Maar we doen wel degelijk serieus mee.’

Ministers van defensie in Nederland zaten de afgelopen decennia in een lastige positie. Telkens hadden ze de taak om een bezuiniging door te voeren. Tegelijk was de druk hoog om aan missies mee te doen.

Voor Ank Bijleveld-Schouten (CDA) ligt het precies andersom. Voor het eerst komt er weer substantieel geld voor de strijdkrachten bij, en na de terugtrekking uit Mali lijkt er in de Nederlandse politiek weinig animo voor een nieuwe grote missie in een ver land.

De belangrijkste taak voor de minister is het leger weer op orde krijgen. En dat is een hele klus. Het aantal vacatures stijgt omdat militairen voortijdig ontslag nemen, en na een dodelijk mortierongeluk in Mali in 2016 volgde een lading rapporten over het ontbreken van een veilige werkcultuur.

“Toen ik aantrad realiseerde ik me dat Defensie van ver moest komen. Ik heb meteen gezegd dat de anderhalf miljard euro die het kabinet jaarlijks ging investeren niet genoeg was om alle problemen op te lossen. Dertig jaar bezuinigen heeft wat gedaan met het vertrouwen van mensen in de organisatie”, zegt Bijleveld.

“Ik wilde zo snel mogelijk beginnen met geld uitgeven om problemen aan te pakken. In 2018 trokken we 400 miljoen euro uit voor ondersteuning, zoals logistiek en medische voorzieningen. In het verleden was daar veel op bezuinigd. Als ik mensen lager in de organisatie sprak, hoorde ik telkens dat het gebrek aan ondersteuning de inzet van gevechtseenheden in de weg zat. We hebben ook contracten getekend voor wapensystemen, zoals onbemande vliegtuigen, en voor de modernisering van de gevechtshelikopters.

“Daarnaast zijn we veel bezig geweest met veiligheid. Er is een interne inspectie opgericht en een externe visitatiecommissie controleert ons plan van aanpak voor veilig werken.”

Het aantal militairen dat voor het einde van hun contract ontslag neemt, is nog steeds hoog. Kennelijk zijn ze niet tevreden.

“Die uitstroom is inderdaad te hoog. Maar het aantal nieuwe mensen stijgt, waardoor we in 2018 bijna een evenwicht hebben bereikt. We hebben ook extra mensen nodig om de krijgsmacht uit te breiden. Dat is lastig in deze krappe arbeidsmarkt. Ik ben wel tevreden dat we onlangs een onderhandelingsakkoord met de vakbonden over de arbeidsvoorwaarden hebben bereikt. Hopelijk stemmen de leden deze maand in.

“Gaandeweg komen we ook nieuwe problemen tegen. We inventariseren de staat van ons vastgoed, maar ik weet nu al dat er geen geld is om alle gebouwen bij de tijd te brengen. Ik ben optimistisch en positief, maar het gaat stap voor stap. We doen nu een aantal dingen en de rest leg ik klaar voor een volgend kabinet. Dan zal de defensiebegroting opnieuw omhoog moeten. Daartoe zijn we binnen de Navo ook verplicht.

“Met de voorjaarsnota heeft het kabinet in juni extra geld uitgetrokken om deels aan die verplichtingen te voldoen. We investeren in speciale eenheden, cyber en F35-straaljagers. Afhankelijk van de dollarkoers kunnen we er daarvan acht of negen extra kopen, bovenop de 37 waartoe het vorige kabinet al had besloten.”

Wie is Ank Bijleveld-Schouten

Ank Bijleveld-Schouten (1962) studeerde bestuurskunde aan de Technische Hogeschool Twente. In 1986 ging ze namens het CDA de gemeenteraad van Enschede in. Na een langdurig lidmaatschap van de Tweede Kamer (1989-2001) werd ze achtereenvolgens burgemeester in Hof van Twente, staatssecretaris van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties, en commissaris van de koning in Overijssel. Sinds 2017 is ze minister van defensie. 

De Navo vroeg om vijftien extra straaljagers. Komt er in deze kabinetsperiode weer geld bij?

“Binnen de Navo bungelen we qua uitgaven nog steeds onderaan. In december ga ik met Rutte naar een ontmoeting van regeringsleiders. Dan moeten we ons weer verantwoorden. Dus we zullen extra stappen moeten zetten. Volgend jaar hebben we een herijking van de defensienota. Dat moet rond de voorjaarsnota van 2020 klaar zijn.”

Omwille van het herstel van de krijgsmacht gaat u vaker nee zeggen tegen missies, beloofde u vorig jaar. Kan dat, in een wereld die niet stil staat? De VS vragen bijvoorbeeld om Europese militairen voor een bufferzone in Syrië.

“We doen wel degelijk serieus mee. In Irak en Afghanistan trainen we lokale eenheden en we zitten met 250 militairen in Litouwen. Dat wordt daar vanwege de Russische dreiging erg gewaardeerd.

“Het kabinet kijkt wat er in Syrië mogelijk is, maar voor grondtroepen hebben we geen volkenrechtelijk mandaat. De openlijke oproep van ambassadeur Pete Hoekstra was wat vreemd, want ik had dat al aan de Amerikaanse minister van defensie gemeld. Nederland kijkt daarnaast of het mogelijk en wenselijk is een bijdrage te leveren aan het waarborgen van een vrije en veilige doorvaart in de Straat van Hormuz en Golf van Oman, zoals de Amerikanen ook gevraagd hebben.”

In Litouwen wordt alleen geoefend. Hoe lang is de krijgsmacht verminderd inzetbaar voor zware missies zoals in Mali?

“Ik spreek niet graag van verminderd inzetbaar, maar we moeten wel elke keer goed kijken wat mogelijk is. We stellen nu vaak met andere landen een eenheid samen. We kunnen militairen naar Afghanistan sturen, omdat Duitsland ons met logistiek ondersteunt. Een grote missie waarbij we zelf de ondersteuning leveren, zoals in Mali, is de komende jaren te ingewikkeld.”

Maakt dat het niet lastig om militairen te behouden? Mensen gaan toch bij Defensie werken vanwege het avontuur van een missie?

“Dat speelt mee, maar het gevoel van saamhorigheid is ook belangrijk. Avontuur kun je ook in oefeningen vinden, zoals de mariniers dat doen met bergtrainingen in Schotland. Ik was in maart in Litouwen. Alle Nederlandse militairen waren blij daar te zijn. Ze konden beter en realistischer trainen dan in Nederland, en ze voelden wat het voor de Litouwers betekent dat de dreiging van Rusland zo dichtbij is. Vorig jaar stuurden we ruim tweeduizend militairen naar Trident Juncture in Noorwegen, de grootste oefening van de Navo in jaren.”

De komende jaren ligt de nadruk dus op trainen voor verdediging van het Navo-gebied?

“Ja, uiteindelijk is dat onze eerste grondwettelijke taak. Aan missies doen we misschien niet op grote schaal mee, maar ik probeer wel relevante bijdragen te leveren. Die bijdrage kan ook bestaan uit vijf mensen met specialistische kennis bij een VN-missie.

“We hebben bijvoorbeeld ook onze EHBO-app in het Engels en Frans vertaald, via een nieuw initiatief waarbij studenten als reservist werken. De VN waren daar erg blij mee. Dat is een relevante bijdrage. Ik probeer dat te doen zonder dat het ten koste gaat van onze gereedheid voor de Navo.”

De afgelopen jaren uitten onderzoekscommissies kritiek op de manier van werken bij Defensie. Men zou niet veilig met gevaarlijk materieel omgaan, en melders van problemen werden gepest. De nieuwe visitatiecommissie onder leiding van Gerdi Verbeet zei in juni dat het er toch beter aan toegaat dan gedacht. Hoe groot zijn de problemen nu?

“De meeste mensen werken met veel plezier bij Defensie, maar er zijn een aantal uitwassen die we moeten aanpakken. Ik was blij van Verbeet te horen dat er een goede cultuur heerst, waarin mensen de veiligheid willen verbeteren. Daar kunnen we op voortbouwen.”

Slaat de aandacht voor veiligheid niet door? Militairen moeten bereid zijn hun leven te geven, dus de omgangsvormen zijn wellicht wat ruwer dan op het gemiddelde kantoor. Verbeet vond dat een pin-up-poster op een werkplaats niet kon. Zoiets hangt vast ook bij de garage om de hoek.

“Je kunt zulke posters beter niet ophangen in een werkomgeving, maar het is natuurlijk niet het grootste probleem als het gaat om veiligheid. Pestgedrag of intimidatie zijn zorgelijker.

“Defensie blijft een organisatie waar je in gevaarlijke situaties risico’s neemt. Ik was erg onder de indruk van wat ik vorig jaar zag in Kidal, in het noorden van Mali. Daar zat een groepje van 25 Nederlandse militairen, met een commandant van een jaar of 24. Twee jongens van negentien en twintig woonden nog bij hun moeder en moesten nu voor het eerst zelf koken.

“Je moet op elkaar kunnen rekenen, daar horen ordentelijke omgangsvormen bij. Tegelijkertijd brengt het werk risico’s met zich mee. Dat probeer ik ook aan de Kamer en de buitenwereld duidelijk te maken.”

Hoort bij die risicovolle wereld voor jonge mensen niet ook af en toe een fysiek grapje? De verwachtingen van Kamerleden over omgangsvormen lijken soms irreëel hoog.

“Dat kan ik natuurlijk nooit zeggen over een volksvertegenwoordiger. Het klopt dat een legereenheid geen kantoor is. Mensen moeten bij ons weerbaar zijn. In een oorlog kan de vijand je ook gevangen nemen. Dus je moet zowel fysiek als mentaal sterk zijn.”

Iets anders wat opvalt is uw stijl. U kwam binnen bij een ministerie dat onder het vergrootglas lag, maar maakte meteen een ontspannen indruk.

“Het scheelt dat ik bestuurlijke ervaring had en politiek Den Haag ken. Ik wist dat een grote uitvoeringsorganisatie als Defensie ingewikkeld is. Ik ben de dochter van een beroepsmilitair en als commissaris van de koning in Overijssel had ik ook met de krijgsmacht te maken.

“Ik vind het leuk dat Defensie een grote organisatie is, want ik houd ervan met mensen te werken. Tijdens gesprekken met burgerpersoneel en militairen van verschillende rangen kom je mooie en minder mooie verhalen tegen. Daar probeer ik dan wat aan te doen.

“Ik heb ook meteen gezegd dat ik een eerste stap in het herstel van defensie kan zetten, maar meer ook niet. Ik wil geen irreële verwachtingen wekken. Ik geloof dat transparantie werkt. Dat je laat zien hoe het ervoor staat. Daarom zeg ik ook eerlijk dat er problemen zijn met het onderhoud van gebouwen.”

Onder dit kabinet is er een staatssecretaris voor personeel en materieel bij gekomen. Geeft dat u meer tijd om over de grote lijn na te denken?

“Ook met een staatssecretaris kan ik niet zeggen dat ik tijd over heb. Ik steek veel energie in de samenwerking met andere Europese landen. Nederland leidt binnen de EU een project om militair materieel makkelijker over landsgrenzen te vervoeren. Dat is eigenlijk het enige van de Europese defensieprojecten wat echt werkt. Dan moet je wel aanwezig zijn bij vergaderingen waar het op de agenda staat.

“Op een groot uitvoeringsdepartement is de scheiding tussen de minister en de staatssecretaris nooit helemaal te maken. Je bent toch samen verantwoordelijk voor de organisatie. Sommige Kamerdebatten doen we samen, maar veel ook niet, dat scheelt. Je kunt de taken verdelen. En we vullen elkaar aan, want we zijn heel verschillend.”

In welke zin?

“Ik ben het type bestuurder dat op hoofdlijnen stuurt. Barbara Visser kent veel meer feiten. Zij weet echt heel veel van een onderwerp als chroom-6. Dat is echt een taai dossier. Dus het is goed dat we verschillend zijn.

“Je moet als bestuurder soms ook loslaten. Het is handig als je dat al eens hebt gedaan. En al eens met je kop tegen de muur bent gelopen, zodat je dat kunt relativeren.

“Ik wil altijd graag eerst de feiten op tafel, en probeer transparant zijn. Toen de meldingen kwamen over gezondheidsklachten onder militairen door burn pits, locaties voor afvalverbranding, in Afghanistan, besloot ik een meldpunt te openen. Onze arbodienst en het RIVM kijken naar wat is aangetroffen. Het is belangrijk dat je eerlijk vertelt waar je mee bezig bent en toegeeft wat je nog niet weet. Dat was niet altijd eigen aan Defensie. Maar de samenleving verlangt meer openheid, dus we moeten ons aanpassen.”

Lees ook:

Defensie belooft meer veiligheid na harde kritiek

Defensie is niet goed omgegaan met de klachten van drie militairen bij de Luchtmobiele Brigade in Schaarsbergen. De militairen traden vorig jaar naar buiten met hun ervaringen. Ze waren bij hun eenheid seksueel misbruikt en weggepest.

Heerlijk, zo’n staatssecretaris voor de vervelende klusjes

Het viel de redactie van Plein 2 dit jaar op dat Barbara Visser voor een minister de gedroomde staatssecretaris is: iemand die de hoofdpijndossiers op zich neemt, die je voor het wekelijkse vragenuurtje naar de Tweede Kamer kunt sturen om tekst en uitleg te geven over het laatste incident op het ministerie. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden