Een dierenarts heeft een neushoorn verdoofd in de buurt van Hoedspruit in de Zuid-Afrikaanse provincie Limpopo vlakbij het Kruger Natuurpark om zijn hoorn eraf te zagen

InterviewMilieuminister Barbara Creecy

De wildernis moet terugkeren in Zuid-Afrika, dus gaat het natuurbeleid volledig op de schop

Een dierenarts heeft een neushoorn verdoofd in de buurt van Hoedspruit in de Zuid-Afrikaanse provincie Limpopo vlakbij het Kruger Natuurpark om zijn hoorn eraf te zagenBeeld REUTERS

De natuur moet weer op de eerste plaats komen, vindt de Zuid-Afrikaanse minister van bos, visserij en milieu, Barbara Creecy. Met nieuw beleid wil ze de wildernis weer laten terugkeren in haar land.

Het natuurbeleid van Zuid-Afrika gaat volledig op de schop. Het is afgelopen met leeuwenfokkerijen, het domesticeren van neushoorns en de lappendeken aan beleid en instanties, vindt de minister van bos, visserij en milieu, Barbara Creecy (63). De wildernis moet terugkeren in Zuid-Afrika, aldus de minister.

Creecy hekelt de onethische bedrijfspraktijken met wild in haar land. Het meest in het oog springend zijn de circa 330 leeuwenfokkerijen. “Daar worden leeuwen gefokt om geld mee te verdienen. Welpjes mogen geaaid worden door toeristen. Als ze iets ouder zijn kunnen betalende bezoekers met leeuwen wandelen. En als ze nog ouder worden, dan gaan deze niet wilde leeuwen in de verkoop voor de jacht of worden geëuthanaseerd om hun botten te kunnen verkopen.” Bestemming van de beenderen is de Aziatische markt voor traditionele Chinese medicijnen. Met leeuwen moet niet gefokt worden, vindt Creecy. “Leeuwen horen in het wild thuis. En dat is het standpunt van het voltallige parlement.”

Noodzakelijke veranderingen

De minister is een witte anti-apartheidsactiviste en al heel lang lid van het ANC. Ze had al een lange politieke carrière achter de rug toen ze in 2019 werd gevraagd door president Cyril Ramaphosa om minister van natuurbeheer te worden. Over de videoverbinding is ze gedecideerd over de uiterst noodzakelijke veranderingen, die de natuur op de eerste plaats moeten zetten.

Net als leeuwen horen neushoorns in de vrije natuur te leven, zegt Creecy. Maar inmiddels leeft de helft van de witte en zwarte neushoorns op land van boeren. Deze iconische beesten doen het daar goed, in tegenstelling tot in natuurparken.

“De neushoorns op particulier land raken er aan gewend dat ze bijgevoerd worden, terwijl ze zelf voedsel moeten zoeken om te kunnen overleven in de natuur. We plannen een herintroductie van die neushoorns in de wildernis. We willen met neushoornhouders een gezamenlijke strategie ontwikkelen met een stimuleringspakket om dat te realiseren.” Creecy snapt dat die neushoorneigenaren niet blij zijn, maar zij wil af van een toekomst waarbij de neushoorns in Zuid-Afrika steeds meer gedomesticeerde dieren worden.

De minister wil verder een einde maken aan het gefragmenteerde beleid in haar land, waarbij negen provincies en twee ministeries allemaal eigen wetten en regels maken. “Het wordt tijd om het management van natuurbeheer te coördineren en de tegenstrijdigheden in het beleid te beëindigen.”

In het Zuidafrikaanse Zeerust worden leeuwen gefokt om later bejaagd te kunnen worden.  Beeld Hollandse Hoogte / Jeroen van Loon
In het Zuidafrikaanse Zeerust worden leeuwen gefokt om later bejaagd te kunnen worden.Beeld Hollandse Hoogte / Jeroen van Loon

Wildlife-model

En dan is er nog het hete hangijzer van het bezit van wilde dieren, ranches en fok- en safaribedrijven – kortom het zakelijke ‘wildlife model’. “Het is door de geschiedenis heen steeds een verdelings- en uitsluitingsmechanisme geweest. De meerderheid van de Zuid-Afrikaanse bevolking wordt buiten de wildlife-economie gehouden. Bijna 80 procent van deze bedrijfstak is in handen van witte mensen. Dit moet je in de context zien van een bevolking die voor viervijfde zwart is. Veel zwarten zijn vroeger van land verwijderd dat al generaties in handen van dorpsbewoners en lokale volken was, door witte mensen die daar nu hun private wildparken en boerderijen hebben. Het wordt dus hoog tijd om dat te veranderen.”

Creecy wijst erop dat de laatste decennia het merk Zuid-Afrika op het gebied van natuur veel schade heeft geleden door de onethische praktijken in deze sector. Naast de mijnbouw is de natuursector economisch gezien de belangrijkste branche. Mijnbouw levert haar land nu circa 435.000 banen op, vooral voor de zwarte bevolking, en de natuureconomie 418.000, vooral witte arbeidsplaatsen.

De minister wil het ecotoerisme en de bescherming van de natuur bij het programma ‘terug naar de natuur’ hand in hand laten gaan. Hierbij gaat ze de vijf iconische diersoorten in Zuid-Afrika centraal stellen in haar nieuwe natuurbeleid: olifanten, leeuwen, luipaarden en de witte en zwarte neushoorns. Zij worden de gezichten van Zuid-Afrika.

Minister Barbara Creecy van natuurbeheer in Zuid-Afrika. Beeld Ministerie van bos, visserij en milieu in Zuid-Afrika
Minister Barbara Creecy van natuurbeheer in Zuid-Afrika.Beeld Ministerie van bos, visserij en milieu in Zuid-Afrika

Creecy wil, net als in de jaren zeventig van de vorig eeuw bij het befaamde Krugerpark is gebeurd, de hekken verwijderen tussen natuurparken en land van private boeren met wild, zodat er veel grotere gebieden komen voor wilde dieren om zich vrij te bewegen. Vooral voor een gezonde genenpool is dat belangrijk bij bedreigde diersoorten. “Het voordeel voor particuliere landeigenaren is dat hun klanten daardoor automatisch toegang hebben tot natuurparken”, legt Creecy uit.

Bij de nieuwe aanpak moeten ook traditionele gemeenschapsgronden worden betrokken. “Dorpen rond natuurparken en privaat land met wild moeten deel uitmaken van het natuurbeheer en kunnen verdienen aan ecotoerisme”, zegt ze resoluut. “De witte wildboeren moeten hun kennis met traditionele gemeenschappen gaan delen.”

Stimuleren van het ecotoerisme

Creecy wil dat zwarte gemeenschappen bedrijven kunnen starten met wild. “Ze krijgen dan wilde beesten uit natuurparken waar normaal gesproken de overpopulatie van zebra, koedoe, buffel, antilope, gnoe, gevlekte hyena, nijlpaard en ander wild jaarlijks wordt afgeschoten. Vijf jaar lang krijgen ze gratis dieren voor hun land. In die tijd moeten ze hun eigen private natuurparken opbouwen. Daarna moeten ze zelf nieuwe starters helpen aan wilde dieren door hetzelfde aantal stuks wild dat ze in die vijf jaar kregen, door te geven in de jaren daarna.” De minister gaat ervan uit dat het aantal wilde dieren in vijf jaar flink toeneemt, zodat daarmee anderen geholpen kunnen worden. Zo hoopt Creecy de wildlife-economie onder de zwarte bevolking te laten groeien.

Ecotoerisme moet de economische sector van de toekomst worden in Zuid-Afrika. Vóór de coronapandemie droeg het internationale toerisme gericht op fotosafari’s al flink bij aan het bruto nationaal product van Zuid-Afrika. Het bracht de broodnodige buitenlandse valuta, zoals dollars en euro’s, het land in. Creecy is ervan overtuigd dat dit nog veel beter kan.

Het is wel noodzakelijk dat Zuid-Afrika in concurrentie met nog zestien andere landen met veel wildlife in de wereld, zoals Kenia en Botswana, weer op nummer 1 komt te staan. Dus moet er een einde komen aan alle negatieve aspecten van de natuureconomie.

Jarenlang hoopten private landeigenaren met veel neushoorns dat ze hoorns, die ze om de paar jaar bij levende neushoorns onder narcose afzagen (en die daarna weer aangroeien) ooit te kunnen verkopen aan vooral Azië. Een illegale hoorn doet inmiddels rond de 60.000 dollar per kilo. In het land ligt voor een enorm bedrag aan hoorn opgeslagen in bankkluizen.

Creecy ziet in het kader van internationale verdragen onder de internationale organisatie voor natuurbeheer, IUCN, voorlopig geen ruimte voor wijziging van het huidige handelsverbod voor hoorn en ivoor. Haar vrees lijkt reëel dat als de handel in hoorn zou worden vrijgegeven, gestroopte hoorns makkelijk tussen legaal verkregen hoorn terecht komen in het internationale handelscircuit en dat pakt negatief uit voor de toch al in hun voortbestaan bedreigde neushoornsoorten.

Uitvoer iconische dieren aan banden leggen

Creecy wil niet alleen het verbod op de handel in hoorn handhaven, maar ook de uitvoer van iconische dieren aan banden leggen. Zo verdienen neushoorneigenaren tot nu toe aan de verkoop van deze dieren aan andere particuliere wildparken binnen en buiten Zuid-Afrika. Dat geldt ook voor de export van olifanten, leeuwen en luipaarden. Op den duur kunnen andere landen in haar optiek daardoor beter concurreren met Zuid-Afrika en dat wil Creecy niet. Er is evenmin een garantie dat bijvoorbeeld leeuwen of luipaarden elders niet opnieuw gebruikt worden voor fokkerijen om ze vervolgens te slachten voor de bottenverkoop aan Azië. Hetzelfde geldt voor de hoorn van neushoorns.

Voor landeigenaren die heel succesvol zijn geweest in de groei van het aantal neushoorns op hun land is dit een zware tegenslag. Het is wrang gezien de dramatische cijfers in het door de overheid beheerde Kruger Natuurpark. Het aantal witte neushoorns is daar in tien jaar gedaald van 10.600 dieren naar 3.550 als gevolg van het stropen om de hoorns. Het aantal zwarte neushoorns daalde met zo’n 35 procent tussen 2009 en 2019.

De particuliere eigenaren van neushoorns besteden veel geld aan het bestrijden van stropers en met meer succes dan in de overheidsparken. Ze financieren dit door de verkoop van levende neushoorns aan andere eigenaren, parken en landen. Voor hen komt er nu een kink in de kabel, omdat met een verkoopverbod van neushoorns een belangrijke geldstroom opdroogt.

Creecy onderkent het probleem. “Stropen is de laatste tien jaar uit de hand gelopen. Het bestrijden ervan kost ons veel geld. De geografische positie van Kruger maakt het nog moeilijker om neushoorns te beschermen.” Ze doelt op de grens met Mozambique waar Kruger tegenaan schurkt en vanwaar goed georganiseerde en zwaarbewapende stropersbendes met hit and run-acties telkens nieuwe neushoorns doden om hun hoorn.

Dat leidt tot een militarisering en wapenwedloop aan beide zijden, tussen stropers en rangers. “We moeten meer doen aan informatievergaring om dit soort criminele organisaties in beeld te krijgen. Hierbij moeten we beter samenwerken met particuliere landeigenaren die veel neushoorns hebben. We moeten informatie ook met elkaar delen. Vergeet niet dat we de laatste jaren veel succes boeken met meer arrestaties van stropers en er worden veel hogere gevangenisstraffen uitgedeeld. We zitten nu ook achter de internationale bendeleiders aan, de zogenaamde kingpins. Stropen is een enorm probleem, dat we met alle middelen moeten blijven bevechten.”

Flink budget

Het nieuwe beleid ‘terug naar de natuur’ moet ervoor zorgen dat de biodiversiteit gedijt en het ecotoerisme gestaag groeit. Maar veranderingen kosten geld, extra geld. Door de coronapandemie, en de daarmee gepaard gaande economische malaise, is daar eerder gebrek aan. “Mijn ministerie beschikt over een flink budget voor natuurbeheer en dat moeten we nu anders inzetten. We kunnen bestaande programma’s effectiever maken, zelfs met beperkte middelen. Hervorming en centralisatie van wet- en regelgeving kost geen geld en zorgt voor een eenduidiger natuurbeleid door het hele land.”

Creecy hoopt op internationale investeerders die kansen zien met haar nieuwe natuurbeleid. “Biodiversiteit en ecotoerisme krijgen hierdoor een grote groeipotentie de komende jaren, dat betekent winst op investeringen. Ik reken ook op filantropen, de miljonairs die graag hun geld steken in een natuurpark.” Daarom vindt ze een ijzersterke reputatie van Zuid-Afrika op dit gebied zo belangrijk. Ze realiseert zich al te goed dat er véél geld nodig is.

Lees ook:

Zo worden leeuwen gefokt voor de trofeejacht en de slacht.

Op afgesloten boerderijen in Zuid-Afrika worden leeuwen gefokt voor de jacht of het slachthuis. Undercover-onderzoek laat zien hoe gruwelijk het er aan toe gaat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden