null Beeld Ming Ong
Beeld Ming Ong

AnalyseArbeidsmarkt

De voors en tegens van een 32-urige werkweek: ‘We moeten juist méér gaan werken’

In deeltijdparadijs Nederland gaan steeds meer stemmen op om de werkweek nog verder te verkorten. Dat zou stressklachten onder werknemers moeten verminderen. Maar is dat wel zo? En waarom werken wij zo weinig?

Duitsers werken wekelijks gemiddeld 35,5 uur. Belgen werken gemiddeld 37,1 uur, Esten 39,1 en Spanjaarden 38,6. Grieken maar liefst 42 uur, en helemaal onderaan de grafiek van statistiekenbureau Eurostat (het CBS van Europa) bungelt Nederland, waar werknemers gemiddeld 30,6 uur per week maken, blijkt uit de cijfers over 2020.

Nergens in Europa wordt zo weinig gewerkt als in Nederland. Verklaringen liggen voor de hand. Denk aan de hoeveelheid deeltijders. Driekwart van alle werkende vrouwen werkt in deeltijd. Ook Nederlandse mannen werken minder uren dan collega’s in het buitenland. Een kwart werkt 34 uur of minder, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dat is de algemene definitie van deeltijdwerk. Zo werkt per saldo ongeveer de halve Nederlandse beroepsbevolking in deeltijd. Daarmee zijn we de absolute koploper. In ­ieder geval binnen Europa en misschien wel wereldwijd. Nergens is minder werken zo vanzelfsprekend als in ons deeltijdparadijs.

Dat aantal Nederlandse deeltijders steeg de laatste jaren rap en neemt naar verwachting toe. Naar 100 procent zelfs, als het aan de vakbonden CNV en FNV ligt. Zo herhaalde CNV vorige week de vurige wens om in nieuwe cao-onderhandelingen op te nemen dat iedereen dertig uur gaat werken. Als we minder uren maken, kunnen stressklachten zoals burn-outs onder werknemers verminderen, beargumenteert de vakbond al jaren. Daarbij neemt de productiviteit bij een kortere werkweek nauwelijks af, zien de bonden. Belangrijk: het salaris blijft wel gelijk. Overigens moeten mensen die nu minder dan dertig uur werken ter compensatie iets meer gaan werken, is het idee. FNV zet in op een nieuwe standaardwerkweek van 32 uur.

En werkgevers gaan er al in mee. Zo besloot het Nijmeegse softwarebedrijf Info­learn onlangs terug te schakelen naar een vierdaagse werkweek om een betere werk-privébalans te creëren. Net als het Utrechtse technedrijf Luscii. Zelfs in de bank- en verzekeringswereld doet de 34-urige werkweek zijn intrede, zoals bij Achmea.

Paradox

Spreek gerust van een paradox: juist in het land waar gemiddeld genomen al het minst wordt gewerkt, zwengelt de roep om de werkweek te verkorten keer op keer aan. Met succes. Dat is best intrigerend, vindt Pierre Koning, hoogleraar arbeidsmarkt en sociale zekerheid aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Vooral vanwege de achterliggende reden. Het verband tussen werk en stressgerelateerde klachten gaat niet zozeer over het aantal gewerkte uren, weet Koning. “Je welbevinden hangt af van zaken als autonomie, een gevoel van controle en de mate van zelfbeschikking in je werk”, verklaart hij. “Het is mij een raadsel waarom zo zwaar wordt ingezet op de verkorte werkweek. Hogere salariseisen lijken mij meer voor de hand te liggen als onderwerp op de vakbondsagenda, met de huidige krapte op de arbeidsmarkt.”

Die krapte is de voornaamste reden dat we niet minder, maar juist méér moeten gaan werken, vindt Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt aan de Universiteit Tilburg. Want de moeizame zoektocht van werkgevers naar personeel in veel sectoren is een blijvertje. Het aantal gepensioneerden groeit harder dan het aantal (potentiële) werkenden. En als we individueel minder gaan werken, ontstaan er gaten. Dus zijn er meer individuen nodig om die gaten op te vullen. En die zijn niet te vinden.

“Dan is er minder zorg, vallen er vaker treinen uit en worden meer schoolklassen zonder leraar naar huis gestuurd”, somt Wilthagen op. “Er zijn nu al cafés die niet of nauwelijks opengaan vanwege het personeelstekort. De groeiende wachtlijsten in de psychische zorg zijn zeer verontrustend. In de energie- en klimaattransitie zijn keihard nieuwe mensen nodig”, zegt hij. “Wat je ook krijgt, is dat mensen officieel minder uren werken, maar in hun vrije tijd vervolgens werk gaan inhalen. Dat gebeurt nu al. Bovendien neemt de werkdruk juist toe als er te weinig mensen zijn. Zien vakbonden dat niet in, vraag ik me af. Het idee om meer uren aan de arbeidsmarkt te onttrekken is gewoon merkwaardig en onverantwoord.”

Die demografische druk op de arbeidsmarkt is er overal, weet Wilthagen. Toch experimenteren meer landen met een verkorte werkweek. En met succes, zoals in IJsland, Spanje en Nieuw-Zeeland. Het verschil, aldus Wilthagen, is dat die landen van bijvoorbeeld 40 naar 36 uur gaan. “Een middagje vrij zorgt inderdaad voor meer balans tussen werk en privé, die wens kan ik me voorstellen. Maar dat is iets anders dan anderhalve dag.”

Daarbij verschillen economieën sterk. Zo is in Nederland de werkloosheid relatief laag, maar in Spanje juist erg hoog: bijna 16 procent. Als iedereen wekelijks wat uren inlevert, kunnen we dan meer mensen aan een baan helpen?

Zo simpel werkt de economie niet, zegt hoofdeconoom van het CBS Peter Hein van Mulligen. “Het idee dat er een vaste hoeveelheid werk bestaat die je slechts onder een groep mensen kunt verdelen is een hardnekkige mythe, die steeds weer de kop opsteekt en waar we vanaf moeten.”

Vrouwen werken wekelijks gemiddeld negen uur minder dan mannen

Van Mulligen neemt de jaren tachtig als voorbeeld, toen vrouwen hun weg naar de arbeidsmarkt vonden en veel mannen vreesden dat hun baan werd overgenomen. Maar dat is nooit gebeurd, beschrijft hij. Mannen en vrouwen maken vandaag de dag sámen deel uit van een grote en totaal andere arbeidsmarkt. Hoewel, de verschillen zijn groot. Vrouwen werken wekelijks gemiddeld negen uur minder dan mannen, en dat drukt het Nederlandse werkgemiddelde flink omlaag.

Niet alleen omdat ze dat willen, aldus Van Mulligen, ook omdat een deeltijdcontract vrouwen vaak wordt aangeboden in sectoren als de zorg en het onderwijs. Het is een wisselwerking. Daarbij besteden vrouwen nog altijd twee keer zoveel tijd aan de zorg van de kinderen. Maar toch: ook jonge vrouwen zonder kinderen, tussen de 25 en 35 jaar, werken voornamelijk deeltijds. Terwijl die jonge vrouwen vaker hoogopgeleid zijn en vaak ook meer verdienen dan hun mannelijke collega’s, schreef Van Mulligen onlangs op Twitter.

“In Nederland maakt men vaak traditionele keuzes op de arbeidsmarkt. Traditioneler dan in de meeste andere EU-landen”, zegt hij. Een voorbeeld is de buitenschoolse opvang die elders vaak prominenter aanwezig is. Hier ben je misschien geen goede moeder als je niet om 15.00 uur op het schoolplein staat. Dat achterblijven van vrouwen is historisch ingegeven, weet Van Mulligen. In tegenstelling tot andere landen was het lange tijd niet nodig dat vrouwen een bijdrage gingen leveren aan de economie.

Ook mannen werken relatief vaak in deeltijd. Waar komt die behoefte toch vandaan? Volgens een Europese index is het arbeids­ethos nergens zo laag als in Nederland, zegt hoogleraar Wilthagen. Met andere woorden: wij houden veel meer rekening met een werk-privébalans en willen ook sporten, hobbyen, quality time hebben met familie en vrienden en mantelzorg verrichten.

null Beeld Ming Ong
Beeld Ming Ong

‘We werken hard en efficiënt, maar stoppen graag bijtijds’

Zijn we dan lui? Nee. “We werken hard en efficiënt, maar stoppen graag bijtijds”, constateert Wilthagen. “Verklaringen zijn lastig. Natuurlijk biedt onze hoge welvaart de ruimte om na te denken over minder werken, maar dat is ook het geval in Scandinavië. Die bewuste indeling van tijd zit echt cultureel ingebakken.”

Al bijna honderd jaar geleden voorspelde de Britse econoom John Maynard Keynes dat economieën aan zoveel (technologische) innovaties onderhevig zouden worden, dat rond 2030 een gemiddelde werkweek van 15 uur zou volstaan om aan de gewenste productiviteit te voldoen. En hij niet alleen. Ook de Amerikaanse antropoloog David Graeber schreef een wereldwijde bestseller over zijn visie dat veel fulltime banen prima in een halve week afgedaan kunnen worden, zonder in te boeten aan productiviteit.

“Dat is een weinig respectvolle benadering van arbeid”, zegt Wilthagen. “Alsof je zomaar banen kunt aanwijzen. Mensen zijn trots op hun werk en ontlenen er hun identiteit aan. We wíllen juist werken, dus komen dit soort voorspellingen niet uit. Daarbij behoren we tot de toplanden als het gaat om de arbeidsproductiviteit. We gebruiken technologisering niet om op een gegeven te zeggen: het is mooi geweest, laten we het rustiger aan doen.”

Ondertussen maken vakbonden zich wel zorgen over stressklachten onder werknemers. Die namen sinds de corona-uitbraak toe: van een op de tien naar een op de vijf, blijkt uit een CNV-enquête. Drie van de vijf werknemers denken met een kortere werkweek gezond de pensioenleeftijd te halen, zonder burn-outs. Twee derde verwacht minder ziekteverzuim en zo’n driekwart van de ondervraagden voorziet een betere balans tussen werk en privé. Ongeveer de helft verwacht productiever en efficiënter te zijn in een werkweek van 30 uur.

Dat laatste weet Thijs Launspach, psycholoog en auteur van het boek Fokking druk, wel zeker. Waarom? Omdat een acht-urige werkdag niet meer aansluit op onze diensteneconomie en stamt uit de tijd dat we hele dagen stonden te buffelen in fabrieken. Dat is echt iets anders dan je acht uur lang concentreren achter een laptop, vindt Launspach. “Niet voor niets blijkt dat de productiviteit nauwelijks afneemt als we dagen van zes uur gaan maken. We zijn geen robots.”

Recente proeven in Zweden en IJsland wijzen uit dat minder werken zorgt voor minder stress en uitputting en minder negatieve emoties. In IJsland worden mensen gelukkiger van de 36-urige werkweek, weet Launspach. Maar ligt dat echt aan het aantal gewerkte uren? Kunnen we dan ook de ideale lengte van onze werkdag bepalen, of blijven mensen positief reageren naarmate de werkuren afnemen?

Iemand die daar veel over kan vertellen is Peter Vlerick, hoogleraar arbeids- en gezondheidspsychologie aan de Universiteit Gent. Om gelijk een misverstand uit de wereld te helpen: het idee dat minder uren werken automatisch voor minder stress zorgt, klopt niet, aldus Vlerick. Die stelling noemt hij ‘totaal simplistisch’.

Een eeuwigdurende strijd om de tijd

Dat geldt tenminste voor de meeste Nederlanders. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft als vuistregel dat een werkweek ongezond wordt vanaf 48 uur of meer. Dan hebben werknemers onvoldoende tijd om fysiek en mentaal te herstellen en gaan ze minder goed voor zichzelf zorgen door bijvoorbeeld vaker fastfood te eten en minder te sporten. Opvallend is dat wereldwijd een op de vijf werknemers 48 uur of meer werkt. In Nederland is dat zo’n 6 procent. Sowieso zijn de onderlinge verschillen groot: waar Nederlanders gemiddeld zo’n 1400 uur per jaar werken, ligt dat aantal in Zuid-Korea op 2200.

In Europa hangt de mate van gezondheidsklachten meer af van de kwaliteit van werk, aldus Vlerick. Kies je er bijvoorbeeld zélf voor om meer of minder uren te maken? En stress, zegt hij, is een containerbegrip. Net zoals een burn-out. “Je kunt beter zeggen: er is een eeuwigdurende strijd om de tijd. In onze prestatiemaatschappij moeten we succesvol zijn op ons werk, thuis én op het sportveld. Door die druk helpen we een deel van onze gezondheid om zeep. Minder uren werken geeft sommigen misschien wat rust, maar is symptoombestrijding. Het urenaantal is minder belangrijk dan hoe je het werk invult.”

In Frankrijk sneuvelde eerder een expe­riment met de 34-urige werkweek. De reden: veel mensen wíllen gewoon fulltime werken. De juiste werk-privébalans verschilt van persoon tot persoon, aldus Vlerick. “Wat voor u zwaar is, kan voor mij ­prima zijn. Jullie werken veel deeltijds. Dat komt door een sterke onderhandelingscultuur tussen werkgevers en werknemers, zo ver zijn we in België nog niet. Die indi­viduele vrijheden zijn erg belangrijk en functioneren beter dan een generieke ­maatregel als: iedereen moet minder ­werken.”

Lees ook:

Een Nijmeegs bedrijf schakelt over op een vierdaagse werkweek voor iedereen

Medewerkers van softwarebedrijf Infolearn werken voortaan maximaal 32 uur per week. Wie fulltime in dienst was, behoudt zijn salaris. ‘Wij zien dit als een investering in de duurzame inzetbaarheid van onze mensen.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden