Gerontocratie

De Verenigde Staten: de oudste democratie, met nu ook de oudste politici

De Amerikaanse president Joe Biden is 78 jaar. Beeld AFP
De Amerikaanse president Joe Biden is 78 jaar.Beeld AFP

Amerika’s politieke elite is ouder dan ooit, blijkt uit een data-analyse van Trouw. Een teken van wijsheid of verval?

Als het maar niet al te gênant wordt, dachten veel Democratische senatoren, toen vorig jaar de verhoren begonnen van Amy Coney Barrett, de conservatieve rechter die door Donald Trump voor het Hooggerechtshof was voorgedragen. Ze wilden haar graag het vuur aan de schenen leggen. Maar moesten dat doen onder aanvoering van Dianne Feinstein, de Californische senator van 87, die in de juridische commissie op basis van haar senioriteit het hoogst in de Democratische pik­orde stond.

“Feinstein raakt soms in de war als ze vragen van journalisten krijgt, of geeft verschillende antwoorden op dezelfde vraag, afhankelijk van waar of wanneer iets haar gevraagd wordt. Ze komt fragiel over”, noteerde de politieke nieuwssite Politico in een artikel over de angst bij haar collega’s dat Feinsteins mentale capaciteiten niet meer toereikend zijn om als senator te functioneren.

Het ging uiteindelijk redelijk, zij het niet denderend. De gênante uitglijder kwam een maand later alsnog, toen de Senaat Jack Dorsey ondervroeg, de baas van Twitter. Feinstein stelde hem een uitgebreide vraag. Dorsey gaf antwoord. Daarna stelde Feinstein nog een keer precies dezelfde vraag. Dorsey gaf beleefd nog maar een keer precies hetzelfde antwoord.

Het lijkt wel of het oudste politieke systeem ter wereld – de Verenigde Staten draaien al sinds 1788 op dezelfde grondwet – ook steeds meer wordt bestuurd door de oudste politici ter wereld.

Joe Biden verpulverde deze week een nationaal record, door op 78-jarige leeftijd nog aan een presidentschap te beginnen. Dat record was in handen van de vorige president, Donald Trump, die 70 was toen hij begon. Het zijn niet alleen de presidenten die steeds meer op leeftijd zijn. Neem de fractieleiding van de Democraten in het Huis van Afgevaardigden: Nancy Pelosi is 80, de nummer twee Steny Hoyer is 81, en de nummer drie, Jim Clyburn is 80.

Nancy Pelosi, nu 80 jaar. Beeld AFP
Nancy Pelosi, nu 80 jaar.Beeld AFP

En dus klinkt in Amerika de afgelopen jaren af en toe de vraag of er niet iets te zeggen is voor een vorm van leeftijdsgrenzen in de politiek. Oud-president Jimmy Carter, 96 inmiddels, toonde zich daar vorig jaar nog voorstander van. De Democratische voorverkiezingen waren nog bezig, en de belangrijkste kanshebbers waren allemaal in de zeventig. Een journalist vroeg hem gekscherend of hij zich niet in de strijd wilde werpen – hij mag volgens de wet immers nog een tweede termijn. Carter lachte, maar waarschuwde ook dat het presidentschap nu te zwaar zou zijn: “Zelfs als ik nog tachtig zou zijn, vijftien jaar jonger, geloof ik niet dat ik de taken op me zou kunnen nemen die ik had toen ik nog president was”.

Nu is de klacht dat ouderen plaats moeten maken voor een nieuwe generatie waarschijnlijk zo oud als de politiek zelf. Bovendien dienen zich geregeld ook jongere leiders aan: Barack Obama was een veertiger toen hij president werd. Het roept de vraag op: is de huidige stand van zaken een incident, of verandert Amerika écht geleidelijk aan in een gerontocratie, een politiek systeem waar de ouderen het voor het zeggen hebben?

null Beeld Sander Soewargana
Beeld Sander Soewargana

Om dat te onderzoeken stelde Trouw een database samen, waarin we de leeftijden van de politieke elite van de Verenigde Staten over de afgelopen honderd jaar verzamelden. De ‘politieke elite’ vatten we daarbij op als de zes belangrijkste verkozen politici van het land. Het zestal dat bij elkaar gaat zitten als er grote compromissen over belangrijke wetgeving afgekaart moeten worden. De president en de vicepresident, de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, de fractievoorzitter van de oppositiepartij, en daarnaast de leiders van de twee grote partijen in de Senaat.

Ons-kent-ons-netwerk

Het blijkt dat de gemiddelde leeftijd van de politieke elite de afgelopen eeuw inderdaad fluctueerde. Er waren periodes dat de ouderen aan het pluche bleven kleven, en er waren periodes dat de jongeren de macht weer overnamen.

Maar nog nooit waren de belangrijkste zes politici zo oud als in 2021. Joe Biden, Kamala Harris, Nancy Pelosi, Kevin McCarthy, Chuck Schumer en Mitch McConnell zijn gemiddeld 69,7 jaar oud. En het plafond lijkt nog niet bereikt: vaak is het aantreden van een nieuwe president, met de bijbehorende politieke herschikkingen, het punt dat de stijgende lijn van de leeftijdsgrafiek naar beneden knakt. Nu blijft, aan het begin van het tijdperk-Biden, de gemiddelde leeftijd vrolijk doorstijgen. De ouderdom heeft de toekomst, althans in Amerika.

Al een kwart eeuw gaat de trend onstuitbaar omhoog. In 1997 zou Kamala Harris met haar 56 jaar niet een van de twee jonkies van het zestal zijn geweest, zoals nu, maar de nestor. President Bill Clinton en zijn vice-president Al Gore, toch al begonnen aan hun tweede termijn, waren 50 en 48. De gemiddelde leeftijd van de zes machtigste politici lag toen op 51,8, het laagterecord in de afgelopen eeuw.

Vice-president Kamala Harris in 1986. Beeld Howard University
Vice-president Kamala Harris in 1986.Beeld Howard University

In de vierentwintig jaar daarna steeg de gemiddelde leeftijd van de mensen die het in Amerika voor het zeggen hebben dus met achttien jaar. De namen veranderden, maar dezelfde generatie bleef aan de macht, geboren in de jaren veertig.

Daar zit ongetwijfeld een deel van de verklaring voor de vergrijzing van de Amerikaanse politiek: in een ons-kent-ons-netwerk dat de macht niet graag uit handen geeft. Dat zie je ook in de economie. De gemiddelde leeftijd waarop mensen aangesteld werden als nieuwe ceo van één van de vijfhonderd grootste Amerikaanse bedrijven steeg de afgelopen veertien jaar ook met twaalf jaar, becijferde headhuntersbureau Crist Kolder onlangs.

Maar er moet meer aan de hand zijn dan babyboomers die weigeren met pensioen te gaan. Want politici worden, anders dan ceo’s, door de kiezers aangesteld. En die kunnen een oude politicus, door wie ze zich niet meer vertegenwoordigd voelen, natuurlijk gewoon weer wegstemmen. Bovendien lijkt de veroudering van politici een specifiek Amerikaans verschijnsel: in andere westerse democratieën dringen er wel degelijk nieuwe dertigers, veertigers en vijftigers door tot de politieke top.

Wat is er dan anders in Amerika? Allereerst het electoraat. Dat vergrijst niet alleen, zoals overal, die trend wordt versterkt doordat ouderen er veel trouwer naar de stembus gaan dan elders. In de VS is het namelijk nogal een gedoe om je te registreren als kiezer, je moet een procedure met bureaucratische hindernissen doorlopen, en dat bevoordeelt mensen die zich al eens eerder hebben geregistreerd. Slechts 46 procent van de Amerikaanse kiezers onder de dertig ging in 2016 stemmen, tegenover 71 procent van de 65-plussers. In Nederland, waar iedere stemgerechtigde gewoon een stempas krijgt toegestuurd, is dat verschil volgens het CBS veel kleiner: 71 procent van de 35-minners versus 86 procent van de 65-plussers.

Daar komt bij dat de macht van zittende politici groter is in de Verenigde Staten. Naamsbekendheid, een staf van medewerkers, toegang tot de media: dat geeft je een voorsprong op uitdagers. In veel democratieën worden zulke voordelen deels gecontroleerd door partijen, die de campagne financieren, en kandidatenlijsten opstellen, en die dan een mix van jong en oud het veld in sturen. In Amerika, met zijn districtenstelsel, zijn partij-organisaties veel lossere verbanden. Zolang politici de verkiezingen in hun staat of district blijven winnen, blijven ze zitten waar ze zitten.

Zo behield Dianne Feinstein haar zetel in de Senaat, toen de afdeling Californië van de Democratische Partij in 2018 besloot dat het tijd was om een andere, jongere, kandidaat officieel naar voren te schuiven. Feinstein deed gewoon ook mee aan de primary, en won alsnog.

Tot zover de keurige, politicologische verklaringen. Toch voelen die een beetje onbevredigend. Want ook in 1997 gold al dat zittende politici een intrinsiek voordeel genieten, en niet graag plaatsmaken. Maar wat zegt het nou over het Amerika van 2020, dat de politici er steeds ouder worden?

Kaal en grijs

In 2018 zette Amerikaanse afgevaardigde Bill Pascrell, 81 destijds, een foto op zijn sociale media. Hij zag er een standaard werkoverleg in. Rechts aan een tafel een Amerikaanse handelsdelegatie, links een Chinese, onder leiding van vicepremier Liu He. “We hadden een productieve discussie en willen naar een langetermijnoplossing toewerken.”

In China ging de foto al snel viraal. Want daar zagen ze iets heel anders. Aan de rechterkant van de tafel zaten alleen maar kalende en grijze mannen van minstens zeventig, terwijl de Chinese handelsbelangen vertegenwoordigd werden door een veel vitaler ogende club (die overigens nog altijd grotendeels uit heren bestond). Het oude, vermoeide Amerika wordt weldra overvleugeld door de jonge, dynamische uitdager China, zo gnuifde het Chinese internet. Een beetje zoals er in westerse democratieën aan het einde van de Koude Oorlog gepraat werd over de oude, grijze koppen in het politbureau van de Sovjet-Unie, die de tekenen des tijds niet meer begrepen.

Makkelijk scoren? Misschien, maar er is wel degelijk wat bewijs dat oudere politici met economische stagnatie in verband brengt. In een studie in de Journal of Applied Economics uit 2017 berekenden twee Ita­liaanse econometristen dat er een relatie bestaat tussen de gemiddelde leeftijd van de politieke klasse van een land, en de investeringen in nieuwe technologieën en de groei van de productiviteit. Al zitten er nogal wat aannames in dat onderzoek, en zijn de conclusies dus voorlopig.

Economische groei vergt investeringen die pas op lange termijn renderen, zo speculeren de auteurs, en oudere politici zijn daar minder toe geneigd omdat ze er minder vruchten van zullen plukken.

Maar misschien snappen ze er ook gewoon minder van. In 2018 werd Mark Zuckerberg, de baas van Facebook, naar de Senaat geroepen. Het niveau van de vragen dreef menig jongere toeschouwer tot wanhoop. Hoe komt Facebook eigenlijk uit de kosten als het gratis is, wilde de destijds

84-jarige senator Orrin Hatch weten. “Senator, met advertenties”, antwoordde Zuckerberg. “Aha, dat is geweldig”, zei Hatch.

Of misschien zijn ze niet meer zo goed in staat om beslissingen te nemen, zoals enkele politicologen en medici in een studie uit 2014 over oudere politici schreven. Na je zestigste gaat de capaciteit om beslissingen te nemen achteruit, ook bij mensen die verder geen tekenen van mentaal verval vertonen. Zo bestaan er ook links en rechts twijfels of de nieuwe president Joe Biden nog wel zo scherp is als hij in het verleden was.

Daar valt natuurlijk wel wat tegenin te brengen. Want iemand als Biden brengt ook een schat aan ervaring mee. Hij weet precies hoe je een wet door een lastige onderhandeling loodst. “Stop met zorgen te maken over Bidens leeftijd”, schreef een columnist in The New York Times. “We hebben nu zijn wijsheid nodig.”

Joe Biden (25) in 1967. Beeld
Joe Biden (25) in 1967.Beeld

Die discussie eindigt waarschijnlijk nooit. De ouderdom komt immers met zowel gebreken als wijsheid. Maar wat wel duidelijk uit veel onderzoeken blijkt: jongere Amerikanen vinden sommige onderwerpen veel belangrijker dan oudere Amerikanen. Het is de vraag of oudere politici die onderwerpen wel genoeg prioriteit geven. Met stip op één: het klimaat.

Nu hebben die jongeren in Biden in ieder geval een president die daar werk van wil maken. Bij Dianne Feinstein ligt dat anders. Die kreeg in 2019 bezoek van een stel kinderen van een jaar of tien, die haar vroegen om de Green New Deal te steunen, een ambitieus klimaatplan. De video van de bijeenkomst ging viraal, want de beteuterde tienjarigen werden vanuit de hoogte streng afgepoeierd: onhaalbaar, onbetaalbaar, en of de kinderen het voortaan niet meer in hun hoofd wilden halen om de senator te vertellen hoe ze haar werk moest doen.

Je kunt je inderdaad afvragen of Feinstein de tekenen des tijds nog verstaat. Zelf vindt ze dat ze nog wel even mee kan. Ze diende vorige week de eerste formulieren in bij de kiescommissie om in 2024, als ze 91 is, verkiesbaar te zijn voor een nieuwe termijn van zes jaar.

Lees ook: 

Een nieuwe president, vijf crises en één aanvalsplan

Joe Biden heeft zeer ambitieuze plannen voor zijn eerste honderd dagen als president, maar hij steunt daarbij op een flinterdunne meerderheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden