NaschriftJosephine van Doorn (1936-2021)

De stilte leerde Josephine van Doorn welke weg zij moest gaan

Josephine Boevé-van Doorn tijdens een van haar vele wandelingen. Beeld
Josephine Boevé-van Doorn tijdens een van haar vele wandelingen.

Op 24-jarige leeftijd werd Josephine van Doorn non in het Augustinessenklooster Gods Werkhof, maar twaalf jaar later besloot zij uit te treden. Ze werd op veel terreinen actief, waarbij ze altijd bleef zoeken naar zingeving en een manier om de wereld een beetje mooier te maken.

Volgens Josephine betekende haar naam ‘altijd bleef zij welgemoed’. Het werd haar levensmotto. Ze had een opgeruimde geest en positieve blik, toch was niet alles zonneschijn. De laatste tijd tobde zij met haar gezondheid: ze had diabetes en twee open benen veroorzaakten veel pijn. Ze zocht zingeving maar ervoer soms een innerlijke leegte, deze sombere gevoelens probeerde ze het hoofd te bieden door te vertrouwen op de weg die zij moest gaan. ‘Wees een zegen voor jezelf’ was haar boodschap op het zelf ontworpen en vervaardigde borduurwerk dat haar overlijdenskaart sierde.

Josephine bleef altijd zoeken naar de kern in zichzelf en hoe ze voor haar medemens iets kon betekenen. Deze levenslange opdracht bracht haar als spirituele jonge vrouw naar het klooster waar zij besloot in te treden, maar leidde haar later juist weer naar buiten, omdat ze zich op een andere manier wilde inzetten voor de wereld om haar heen. Ze committeerde zich weliswaar aan het religieuze leven, maar star in het geloof was ze niet.

Een groot, levendig gezin

Ze werd geboren in een groot katholiek gezin met negen kinderen. Op foto’s uit haar jeugd zitten ze opeengepakt op de trap naar de tuin van hun huis in Rotterdam – Josephine en haar jongere zusje Eugenie door hun moeder steevast gekleed in identieke jurken en met dezelfde strikken in het haar, alsof ze een tweeling waren.

Het was een levendig gezin maar Josephine had het niet makkelijk thuis: ze nam veel taken op zich omdat haar moeder bedlegerig was en haar vader, groothandelaar in kampeer- en jachtartikelen, veel weg was. Tijd voor andere dingen dan strijken, koken en de zorg voor haar jongste broertje had ze bij de padvinderij waar ze een enthousiaste gids was. Ze had muzikaal talent, een heldere zangstem en vond het heerlijk om piano te spelen, quatre mains met haar broer. Maar de fijnste momenten beleefde ze tijdens de mis als ze vooraan in de kerk zat en tot zichzelf kwam.

Zusters Augustinessen

Ze nam deel aan vormingsweken van Vinea Domini in het Friese dorp Witmarsum, waar ze voor het eerst kennismaakte met de Augustijnen die dit vormingscentrum leidden. Na enige tijd ging ze er als secretaresse werken. Daar kwam ze in contact met meisjes uit Amsterdam met een problematische thuissituatie die bij de paters hun sores even achter zich konden laten. Josephine hielp bij creatieve activiteiten en had vaak intense gesprekken met de deelneemsters. Hun verhalen raakten haar en ze worstelde met haar eigen onmacht als de meisjes terugkeerden naar huis. Steeds meer voelde ze zich geroepen om voor hen te bidden.

Josephine wordt ingekleed als zuster Elisabeth, op 4 juni 1961 Beeld
Josephine wordt ingekleed als zuster Elisabeth, op 4 juni 1961

Gaandeweg raakte ze ervan overtuigd dat ze zich wilde terugtrekken in stilte en gebed om zodoende anderen bij te staan. Zo kwam ze in 1960 uiteindelijk terecht in Werkhoven bij de pas gebouwde priorij Gods Werkhof van de zusters Augustinessen. Na een vormingsjaar als novice besloot ze afstand te doen van het wereldse en in te treden in het slotklooster waar ze de naam zuster Elisabeth kreeg. Haar ouders moesten zich neerleggen bij deze grote stap en zagen hun dochter slechts eens in de drie maanden, door tralies van elkaar gescheiden.

Josephine had geen moeite met een leven in afzondering: het klooster, de kapel en bijbehorende tuin waren prachtig, ze voelde zich op haar plek. Toch bleef ze zich ook hier afvragen of ze met het goede bezig was, maar over persoonlijke gevoelens spraken de zusters niet. Volgens de regels van het slotklooster mocht tijdens het werk alleen over het werk zelf worden gepraat. Niettemin kon ze met haar geestverwante Wilma af en toe van gedachten wisselen. Ze waren bindende figuren in het klooster: medezusters die het moeilijk hadden, vonden bij hen een luisterend oor.

Zuster Elisabeth. Beeld
Zuster Elisabeth.

Veranderende tijdgeest

Door de veranderende tijdgeest en de modernisering van de katholieke kerk gingen in de loop van de jaren zestig de deuren van het klooster open. De zusters kregen meer vrijheid en Josephine mocht kerkmuziek gaan studeren. Elke dag fietste ze van Werkhoven naar Utrecht waar ze een opleiding koordirectie deed. In het klooster richtte ze een gemengd koor op, bestaande uit zusters en gasten van buiten de muren. Eén van de zangers was Walter Boevé, psycholoog in het Pieter Baan Centrum. Ze deelden niet alleen liefde voor muziek, maar beoefenden samen ook zenmeditatie. Ze voelden zich tot elkaar aangetrokken – toen Josephine na twaalf jaar besloot uit te treden, trouwden ze en gingen uiteindelijk buiten wonen. In hun grote tuin met bloemen, fruitbomen en moestuin hielden ze kippen, vernoemd naar medezusters.

Spijt van haar kloosterverleden had ze niet, al realiseerde ze zich later hoe moeilijk het voor haar familie was geweest. Ze had Gods Werkhof verlaten om verder te groeien in haar religieus-zijn, zoals ze het zelf verwoordde. Voor de Augustijnse Beweging bleef ze zich inzetten, daarnaast was ze actief bij de oecumenische Werkhofgemeenschap die voortkwam uit het in 1998 gesloten klooster. Ook nu wist ze mensen te binden. Ondanks haar bescheidenheid en eenvoud viel ze op. Ze was wijs en riep met haar vriendelijke oogopslag iets op bij anderen waardoor ze haar wilden leren kennen en zodoende ook zichzelf beter leerden kennen.

Josephine met hond Noël in het bos. Beeld
Josephine met hond Noël in het bos.

Muziek werd de leidraad in haar leven. Ze dirigeerde koren en componeerde liederen, gedichten van onder anderen Hein Stufkens, Agnès Snitker en Ida Gerhardt zette ze op muziek. In Wijk bij Duurstede zat ze voor GroenLinks in de gemeenteraad. Naast al haar activiteiten maakte ze met een vriendin en hun twee honden lange wandelingen, intens genietend van de natuur. Ze hadden elkaar op een wandel- en hardloopgroep leren kennen, deden samen mee aan wedstrijden en liepen hele en halve marathons. Later, in een verpleeghuis, lichtte haar gezicht op als de vriendin hun bloesemtochten memoreerde. Haar laatste voorjaar werd ze in een rolstoel meegenomen naar de krentenbloesem in het bos – Josephine straalde.

Josephine Elisabeth Maria Boevé-van Doorn werd geboren op 3 september 1936 in Rotterdam en overleed op 13 juli 2021 in Doorn.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden