Seksuele vreugde

De seksuele losbandigheid na de oorlog: ‘Alles zoop en naaide’

Beeld Brechtje Rood

Van een dansje met de bevrijders tot openlijk gevrij op straat: de ‘zedenverwildering’ vormde na de oorlog een punt van maatschappelijk debat. Wat voor impact had de tijdelijke losbandigheid?

November 1944. De harten van de Roosendaalse meisjes gaan sneller kloppen als ze een fraaie uitnodiging op hun deurmat vinden. Terwijl het noorden van Nederland nog onder het juk van de Duitse bezetter leeft, viert de West-Brabantse stad haar vrijheid. De geal­lieerden willen dansen, feesten, drinken vóór ze weer verder gaan, en de Roosendaalse vrouwen zijn welkom.

De serie soldatenbals die volgt, zorgt voor grote razernij onder de mannelijke inwoners van de stad die op dat moment zo’n dertigduizend inwoners telt. De ‘meisjes, zwierend aan den geuniformden arm’ worden weggezet als ­zedeloos, blijkt uit een enquête die in de maanden na de oorlog werd gehouden onder de bevolking.

Maar liefst 60 procent van de ruim zevenhonderd respondenten keurt het contact tussen de Roosendaalse vrouwen en de bevrijder af. Zo stoort het een 52-jarige spoorwegambtenaar dat er amper toezicht is op de feesten die meestal tot middernacht duren. Hij maakt zich zorgen over jeugdige meisjes ‘die zoowel moreel als geestelijk ­totaal bedorven worden door deze bals’.

Dat er alleen dames welkom zijn op de party’s, ‘stempelt de bezoeksters tot publieke dansmeisjes’, aldus de 40-jarige uitbater van de plaatselijke sigarenwinkel. ‘Op den duur zullen zij dan ook het zedelijk peil van dansmeisjes bereiken.’ Veel Roosendalers willen de vrouwen daarom thuishouden, uit angst voor seksuele escapades.

In de vrije ruimtes op de enquête­formulieren krabbelt een aantal mannen neer dat meisjes die met de bevrijders gaan, dezelfde straf verdienen als de ‘moffenmeiden’ – de vrouwen die met Duitsers omgingen. Er zijn namelijk twee overeenkomsten, vinden zij: ze gaan met een buitenlander om en lappen de zedelijke normen aan hun ­bevallige kuitlaarsjes. Dat laatste weegt zwaar.

Canadellen werd een veelgebruikt scheldwoord

Het debat over ‘zedenverwildering’ dat in Roosendaal in 1944 al gevoerd wordt, smeert zich algauw uit over heel Nederland. Want overal organiseren de bevrijders soldatenbals, klimmen meisjes met opwaaiende jurken op tanks. ‘Wij walgen van dit enghartig ­bedrijf’, schreven Roosendaalse katholieke jongemannen in een pamflet over de meisjes die ‘met welk uniform ook’ dansten.

Kwam de tijdelijke ‘zedeloosheid’ en het verzet daartegen na de oorlog zomaar uit de lucht vallen, of was er voor en tijdens de oorlog al iets veranderd? En wat waren de gevolgen van de wilde zomer van 1945 voor de ontwikkeling van de seksuele moraal in Nederland, die nog geen twintig jaar later op z’n kop kwam te staan door de seksuele ­revolutie? 

Want bij een keurig dansje bleef het niet altijd, in die zomer van 1945. Niet alleen op de bals ontstond seksueel verkeer, volgens de Utrechtse burgemeester werd tijdens de Bevrijdingsfeesten zelfs gevreeën op straat. Een geallieerde soldaat verklaarde dat ‘de meest aanlokkelijke vrouwen de meest aanlokkende aanbiedingen deden’ aan hem en de andere ‘bevrijers’, zoals de soldaten spottend genoemd werden.

Ad van Liempt schrijft in zijn boek ‘Na de Bevrijding’ over de rendez-voushuizen in Amsterdam, waar bevrijders en hun liefjes een kamer konden huren voor een uur, voor 10 gulden en een pakje sigaretten. Volgens de commissaris van de plaatselijke zedenpolitie stonden er in de eerste weken van de bevrijding rijen op de trap, in de gang, tot de buitendeur aan toe.

Volgens een schatting van Trouw ­leden vlak na de oorlog zo’n 10.000 vrouwen aan geslachtsziektes; ‘Canadellen’ werd een veelgebruikt scheldwoord. Een scribent voor De Hilverbode, de krant van het Brabantse Hilvarenbeek, schreef in een stuk over ‘De eer van de vrouw’ zijn verbazing van zich af met de uitroep: ‘Ik wist niet dat de Nederlandse vrouw een slet was!’

Gewrik aan de seksuele moraal

Dat er in de maanden na de bevrijding vele buiken van vrouwen opbolden, verbaasde niet. In het jaar na de oorlog werd een recordaantal buitenechtelijke zwangerschappen genoteerd. Schattingen over het aantal kinderen van geal­lieerde soldaten lopen uiteen van vierhonderd tot enkele duizenden – omdat ook veel getrouwde vrouwen zwanger raakten, die daarover zwegen.

De Vrije Stem schreef over die dagen: ‘Geknakte maagdelijkheid en geschonden huwelijken worden verschijnselen die bijna ieder in zijn eigen omgeving kent. Het ware toch verschrikking

als ons prachtige volk, dat zich heldhaftig door de allermoeilijkste tijd heensloeg, thans in een roes van lichtzinnigheid zijn eer en zijn toekomst zou ­vergooien.’

Versje dat na de ­bevrijding de ronde deed in Nederland.

Dat men tijdens de bevrijding ‘flink van bil’ ging, verbaast gepensioneerd seksuoloog Jelto Drenth niet. Hij weet alles over de geschiedenis van seksualiteit in Nederland en maakte er zelf ook onderdeel van uit; zijn carrière begon bij een van de progressieve Rutgers­huizen in de jaren zestig. 

“De hectiek van de bezettingsjaren en de euforie van de bevrijding maakten heftige emoties los – ook de ­erotische emotie broeide en bloeide. Vrouwen uitten hun dankbaarheid jegens de bevrijders door de taalbarrière eerder non-verbaal, omdat een babbeltje moeilijk was.

“Niet voor niets dichtte Remco Campert over die dagen: ‘Alles zoop en naaide, heel Europa was een groot matras’”, aldus Drenth.

Maar, zegt Drenth, deze omgang met seksualiteit kwam niet helemaal uit de lucht vallen: ook voor de oorlog broeide er al iets. In het interbellum had zich een kleine seksuele revolutie voltrokken, met als hoogtepunt de publicatie van het boek ‘Het volkomen huwelijk’ in 1923 door Theodoor van de Velde. “Dat was een ongelooflijk progressief voorlichtingsboek, dat breed gelezen werd in Nederland, met de nieuwe gedachte dat seksualiteit ook leuk kon zijn.”

Ook de oorlog zelf zorgde voor gewrik aan de strakke seksuele moraal die door kerk en samenleving gepredikt werd. De oorzaak: de jarenlange aanwezigheid van duizenden geüniformeerde Duitse soldaten. Knappe mannen, soms wel in voor een verzetje. In ieder geval waren hun uniformen zo gemaakt dat hun schouders nog breder leken dan ze al waren. 

Hoge verwachtingen

Relaties met Nederlandse vrouwen werden door het leger gestimuleerd, omdat het vrouwen van het arische ras waren, ontdekte de Duitse historica Laura Fahnenbruck, die promoveerde op het sexappeal van Duitse Wehrmachtsoldaten in Nederland. “Het is niet zo dat de seksuele moraal door die relaties ineens heel erg gemoderniseerd werd, maar er was wel iets nieuws aan de hand, lees je in de archieven terug. De Duitse soldaten waren ­lichamelijk zelfbewust, hadden in ­tegenstelling tot de Nederlandse meisjes veel seksuele voorlichting gehad en beschikten over gratis condooms. Dat had invloed.”

Ook tijdens de oorlog waren er al zorgen over zedenverwildering, zegt zij, al konden de kranten er minder openlijk over schrijven. Er ontstond bijvoorbeeld ophef over condooms die in het groen werden gevonden. Ook had de zedenpolitie het drukker dan daarvoor: er werden meer ‘ontmoetingen in portieken’ gerapporteerd, de politie trok jonge meisjes weg van soldaten en was bezorgd over de openlijke vrijpartijen, ontdekte Fahnenbruck in de politieverslagen.

Meer in het algemeen zorgde de oorlog voor een veranderd seksebewustzijn, beschrijft sociologe Jolande Withuis in haar boek ‘De vrouw als mens’. Niet alleen verwierven vrouwen belangrijke rollen in het verzet, ook zorgden ze voor onderduikers en gingen op hongertocht. Dat zorgde onder een hele groep vrouwen voor hoge verwachtingen over de nieuwe rol die vrouwen zouden gaan spelen na de oorlog.

Maar die vrouwen kwamen bedrogen uit, aldus Withuis. Vanaf 1948 mochten getrouwde vrouwen officieel niet meer werken. In Roosendaal, waar veel mannen in de enquête al protest aantekenden tegen de vrouwen die ­banen inpikten en werkten terwijl dat volgens hen niet hoorde, besloot burgemeester Claudius Prinsen direct na de oorlog dat vrouwen hun banen niet mochten behouden.

De vooroorlogse traditionele genderrollen keerden in alle hevigheid terug. “Vrouwen werden thuis opgesloten. Er werd veel getrouwd en je kreeg de babyboom. Alles was gericht op het huiselijke. Moederschap, mits gehuwd, werd opgehemeld, op een mierzoete manier. In de rubrieken in vrouwenbladen ­vroegen vrouwen zich af of ze wel een avond uit mochten, zonder man. Dat werd niet normaal gevonden.” 

We moeten niet vergeten, zegt Withuis, dat als vrouwen zedeloos werden genoemd, dat vaak was omdat mannen hen als hun bezit zagen. “En een vrouw die haar vrijheid neemt, heet dan zedeloos. Ze vonden dat Nederlandse meisjes beschikbaar dienden te zijn voor ­Nederlandse mannen.” 

Aardverschuiving door een boek

Hoe belangrijk de vrouw ook was geweest in de oorlog, in de jaren erna was haar positie volgens Withuis nog steeds ‘heel treurig’. “Voorbehoedsmiddelen waren niet vrij verkrijgbaar, er was geen seksuele voorlichting, scheiden kon niet, er was nog geen bijstandswet, en vrouwen moesten buitenechtelijke kinderen vaak afstaan. Een leven als ongehuwde moeder was nagenoeg ondenkbaar. Seksuele vrijheid was gewoon te riskant.”

Toch borrelde er iets onder de oppervlakte, óók in die stijve naoorlogse ­periode, meent seksuoloog Drenth. “In 1946 werd de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming opgericht, waar later de Rutgershuizen uit zijn ontstaan. Die vereniging had best veel leden en een aantal, de zogeheten depothoudsters, verkochten condooms in hun wijken”, zegt hij.

Wat door de houding van vrouwen tijdens oorlog en de bevrijding in elk geval duidelijk werd, zegt hij, is dat meisjes lang niet zo preuts waren als veel jongens in die tijd dachten. “Dat is een effect dat zeker heeft doorgewerkt in de jaren daarna. Daarvoor dachten tienerjongens: ik wil wel, maar die meisjes zijn veel te netjes voor seks.”

Daarnaast verscheen eind jaren veertig een belangrijk boek dat binnen de kortste keren in allerlei talen vertaald werd en volgens Drenth voor een ­aardverschuiving zorgde: ‘Het seksuele leven van de man’, een studie door de vader van de seksuologie, Amerikaan Alfred Kinsey. Een paar jaar later verscheen een boek over de seksualiteit van de vrouw.

“Door die boeken werd in bredere kring duidelijk dat vrouwen seks ook heel leuk konden vinden, en ook dat veel mensen het al deden voor het ­huwelijk. Het beeld dat seksualiteit na de oorlog alleen maar heel gereguleerd was, is maar voor een stukje waar. ­Gereformeerde echtparen trouwden soms pas als de vrouw zwanger was. ­Anders hadden ze een miskoop gedaan.”

Maar een directe lijn trekken van de bevrijding naar de seksuele revolutie, gaat Drenth te ver. Vooral de komst van de pil ontketende die revolutie, veel meer dan eventuele zaadjes die geplant werden in en vlak na de oorlog. “Het gaat daarnaast om een andere generatie”, zegt Withuis. “En wat er overgedragen wordt van moeder op dochter, is altijd ingewikkeld. De generatie vrouwen die zich bedrogen heeft gevoeld na de oorlog, kan rebellie bij hun dochters hebben ingeplant die bijdroeg aan het ontstaan van de seksuele revolutie. Maar voor hetzelfde geld dachten zij: ik niet, dan jij ook niet.”

Fahnenbruck: “Geschiedenis is zelden een a-naar-b-verhaal, het is vaker heen-en-weer ontwikkelen, een golf­beweging; dat zie je ook als het gaat om de seksuele moraal.” Hoewel er wellicht van alles bleef broeien onder de oppervlakte, was de uitkomst van het naoorlogse debat over de seksuele moraal vooral dat uitspattingen werden gecorrigeerd en vooroorlogse genderrollen werden herbevestigd.

Tekenend in dit verband is het schrijven van de gefrustreerde man in de Hilverbode, die van mening was dat vrouwen na de bevrijding lieten zien dat ze ‘niet begrijpen wat zij voor roeping hebben, als meisje, als vrouw en als … moeder. Moeder, naam die in ­ieder meisje leeft als een rijpe rode ­appel. ­Deze naam is het die een vuurproef moet doorstaan in deze zedeloze tijd.’

Voor dit verhaal maakte Trouw gebruik van krantenarchief Delpher en de enquêteformulieren van het Vraag en Antwoord Instituut (VIA) uit Roosendaal, die zich het West-Brabants Archief bevinden.


Lees ook: 

Sexappeal was Duits wapen

Duitse Wehrmacht-soldaten maakten na de inval in mei 1940 de nodige erotische gevoelens los bij jonge Nederlandse vrouwen. Volgens historicus Laura Fahnenbruck brachten de militairen met hun sexappeal nieuwe seksuele omgangsvormen in Nederland. De Duitse bezetters moedigden hun mannen ook aan om relaties aan te gaan met Nederlandse vrouwen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden