Vandaar dit boek

'De rechter ligt wakker van zijn dwaling'

Dorsmans dood Miek SmildeArbeiderspers; 248 blz. € 19,99 Beeld RV

Miek Smilde (1966) is schrijver.

Mijn moeder was 17 toen ze op de Rotterdamse Coolsingel zag hoe moffenmeiden werden kaalgeschoren. Ze had in 1940 het bombardement meegemaakt, haar puberteit was haar door de oorlog afgenomen. Toch had ze een sterk besef dat wat er daar met die vrouwen gebeurde niet de manier was waarop je recht doet. Voor haar was het reden rechten te gaan studeren. Ze werd een van de eerste vrouwelijke rechters in Nederland.

Zelf heb ik rechten én Nederlands gestudeerd. Dat ik geen togaberoep wilde uitoefenen, wist ik al snel. Ik had geen ambitie zelf rechter te worden, of advocaat of officier. Maar ik had wel het idee dat ik goed over die wereld zou kunnen schrijven. Twintig jaar heb ik het rechtsbedrijf op de voet gevolgd. Ik zag in die tijd het denken over strafrecht veranderen.

Toen mijn moeder in de jaren zeventig politierechter was in Almelo, was het strafrecht niet zo belangrijk als nu. Het echte recht, dat was het burgerlijk recht, grote advocaten deden civielrechtelijke zaken. Er was geen gespecialiseerde strafrechtadvocatuur. Als je nu een collegezaal met rechtenstudenten binnenloopt, wil een groot deel van hen strafrechtadvocaat worden. Dat vak is hip geworden. In de jaren tachtig en negentig is strafrecht steeds belangrijker geworden. Er kwam een roep om strenger straffen, meer aandacht voor slachtoffers. Er kwamen megazaken, te beginnen met de zaak Charles Zwolsman.

Roman

Mijn vader was psychiater. In 2011 heb ik een boek geschreven over de naoorlogse ontwikkelingen in de psychiatrie. Literaire non-fictie was dat. Over de ontwikkeling van het strafrecht, het domein van mijn moeder dus, wilde ik eerst een soortgelijk boek schrijven. Maar ik ontdekte dat een roman mij meer mogelijkheden geeft om echt in iemands hoofd te kruipen. Commercieel gezien is het dom, want we lezen steeds minder romans. Maar fictie geeft ook een lezer meer ruimte om tot zelfreflectie te komen en zich af te vragen: wat zou ik zelf hebben gedaan?

Mijn hoofdpersoon is een rechter; Pieter Coorn. De laatste jaren is er veel aandacht geweest voor een aantal rechterlijke dwalingen: de Puttense moordzaak, de zaak-Lucia de Berk, de Schiedammer parkmoord. Ik vroeg mij af: wat doet het met een rechter als je erachter komt dat je een verkeerde beslissing hebt genomen, de verkeerde persoon hebt veroordeeld? Ik weet dat rechters daar wakker van kunnen liggen. Ik wilde schrijven over die gewetensnood, het verhaal vertellen van iemand die zijn werk goed wil doen, die anoniem wil blijven, die geen enkele behoefte heeft om een bekende Nederlander te worden. En die dan ineens in de spotlight staat en zich afvraagt of hij zich misschien toch niet te veel door druk van buitenaf, de publieke opinie, de media, heeft laten opjagen.

Spannend

Hoewel ik als journalist veel heb geschreven en dus de nodige training heb gehad, is het schrijven van een roman echt iets anders. Het is moeilijker. Maar het geeft ook vrijheid. Daarom is mijn hoofdpersoon geen vrouw, maar een man. Dat was voor mij veel spannender.

Ik ben met plezier journalist geweest, maar ben mij steeds minder thuis gaan voelen in de journalistiek. Stukken moeten steeds korter, emotie voert de boventoon. Maar de werkelijkheid past niet altijd in hokjes. Soms zijn dingen genuanceerder. Inmiddels zeg ik weleens: fictie is dé manier om de waarheid het dichtst te benaderen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden