null Beeld Fadi Nadrous
Beeld Fadi Nadrous

EssayNa de Twin Towers

De opbrengst van twintig jaar war on terror: een democratie in verval

Na de aanslagen van 11 september begon Amerika een oorlog tegen het terrorisme. Twintig jaar later lijkt die oorlog vooral ook de eigen democratie schade te hebben berokkend.

Seije Slager

Het eerbetoon

Het zal weer een indrukwekkend gezicht zijn. Vanavond na zonsondergang tekent zich, zoals ieder jaar, het ‘Tribute in Light’ af tegen de hemel boven New York. Vlak bij de plek waar ooit de Twin Towers het silhouet van de stad bepaalden, rijzen twee reusachtige kolommen van licht op. Een spookachtige herinnering aan de torens die door de aanslagen van 11 september 2001 werden weggevaagd.

Voor het lichtkunstwerk worden 88 enorme xenonlampen van 7000 watt op de hemel gericht. De lichtstralen zijn vanaf tientallen kilometers afstand te zien. Als een van de schijnwerpers ook maar een fractie uit het lood staat, is het effect verpest. Vanaf verschillende plekken in de omgeving wordt vooraf uitvoerig gecontroleerd of de lampen precies evenwijdig afgesteld staan. Iedereen moet precies hetzelfde zien.

Alleen is dat laatste inmiddels de vraag: of iedereen nog wel hetzelfde kán zien.

De kunstenaars die het eerbetoon ooit bedachten, verzetten zich tegen de wens van burgemeester Rudy Giuliani om het kunstwerk uit te voeren in rood, wit en blauw, de kleuren van de Amerikaanse vlag. “Het moest het verlies van levens symboliseren, punt”, aldus medebedenker Julian LaVerdiere. Een nationalistisch symbool mocht het onder geen beding worden.

Maar de oorspronkelijke bedoelingen van kunstenaars raken wel vaker overwoekerd door nieuwe vegetatielagen van betekenis. Vorig jaar schreef de hoofdredacteur van het New Yorkse kunstblog Hyperallergic, Hrag Vartanian, in een boos opiniestuk dat hij op 11 september ’s avonds altijd binnenblijft, zodat hij niet geconfronteerd hoeft te worden met die nationalistische lichtvervuiling.

Bij hem roept het Tribute in Light vooral herinneringen op aan de nationalistische atmosfeer waarin de regering-Bush er discriminerende wetten doorheen ramde en de invasie van Irak voorbereidde. Vartanian werd geboren in Syrië, en moest zich vanwege die afkomst destijds registreren in het National Security Entry-Exit Registration System, een database waarin al zijn reisbewegingen werden vastgelegd. Tijd dat we de 600.000 Irakezen gaan herdenken, die sindsdien omkwamen, schrijft hij. ‘Time to turn off the fucking lights.’

De nieuwe generatie

Zo scherp zullen weinig New Yorkers het hem nazeggen. Maar er verschuift wel iets. Want overal in Amerika wordt geworsteld met de vraag wie of wat er precies herdacht wordt op 11 september. Enkel de doden van die ene noodlottige dag? Of ook de doden die daarna vielen in Irak, Afghanistan en elders? Zoals je de aanval op Pearl Harbour niet kunt herdenken zonder de context van de Tweede Wereldoorlog, zo wordt het steeds lastiger om de aanval op de Twin Towers los te zien van de context van de war on terror, die direct daarna werd uitgeroepen door president George W. Bush.

Bovendien: een kwart van de Amerikanen die op dit moment leven, waren nog niet geboren op 11 september 2001. In de VS bloeit sinds kort een nieuw journalistiek genre op, waarin oudere journalisten, duidelijk een beetje verbaasd, citaten optekenen van volwassenen met stemrecht, die geen enkele herinnering hebben aan de aanslagen. “Het voelt als iets dat we uit geschiedenisboekjes kennen, zoals de Tweede Wereldoorlog”, aldus een 22-jarige New Yorkse tegen de zender Voice of America.

“Ik herinner me geen leven voor 11 september. Ik ben opgegroeid onder wat veel mensen een surveillancestaat noemen. Ik weet niet hoe het is om op te groeien in een land dat niet kinderen in het Midden-Oosten aan het bombarderen is”, aldus een 20-jarige Californische tegen NPR.

Aangenaam. Dit is Generatie Z, geboren vanaf 1996, een generatie die gevormd werd in het tijdperk van de war on terror, maar voor wie de oerknal die die oorlog ontketende tot de prehistorie behoort. Als we iets willen zeggen over de blijvende invloed van die aanslagen, dan is het misschien zinvol om te onderzoeken hóe die eerste generatie van na de aanslagen gevormd werd, welke politieke werkelijkheid ze meekregen, en welke ideeën ze ontwikkelden. De shock van de instortende torens speelt daarin immers geen rol meer.

Hier past wel enige terughoudendheid. Want het is natuurlijk niet zo dat de dingen ooit hetzelfde blijven, en het zou naïef zijn om alles wat veranderd is achteraf terug te rekenen naar één enkele gebeurtenis. Gebeurtenissen staan sowieso nooit op zichzelf. Als ze op geen enkele manier in hun tijd passen, niet op de een of andere manier aansluiten bij ontwikkelingen die al latent aanwezig waren, groeien ze zelden uit tot het kaliber ‘historisch’.

In 1995 blies een terrorist een flatgebouw in Oklahoma City op. De dader bleek een Amerikaan, geïnspireerd door rechts-libertarische denkbeelden. Amerika was geschokt, dat wel, maar veranderde niet van koers.

Maar toen zes jaar later twee flatgebouwen in New York werden neergehaald, was het anders. De daders bleken merendeels Saudiërs, geïnspireerd door jihadistische denkbeelden. De maalstroom die daardoor in gang werd gezet, zou de hele wereld overhoop halen.

De ideologie

‘Je hoort of bij ons, of bij de terroristen’, zei George W. Bush vrijwel direct. Wat die terroristen precies bezielde, dat bleef vager. Ze ‘haten onze vrijheden’, zei hij, alsof het slechteriken uit een James-Bondfilm waren. En hoewel Bush steevast benadrukte dat niet alle moslims terroristen waren, vertelde zijn beleid een ander verhaal: in het Midden-Oosten geboren mensen werden onder extra surveillance geplaatst. Een sluis werd opengezet. Het aantal haatmisdrijven tegen moslims in de VS piekte, en keerde nooit meer terug tot het niveau van voor 2001.

Een paar jaar later moest president Barack Obama zich verweren tegen hardnekkige verdenkingen uit de kringen van de Tea Party, de Republikeinse opstand die de weg plaveide voor Donald Trump. Obama, zo luidde de beschuldiging, was niet in Amerika geboren, en in het geheim een moslim, erop gebrand om het land te ondermijnen. Islamofobie en de logica van ‘wij tegen zij’ nestelden zich in het hart van de Amerikaanse democratie.

Tja, die democratie. De verspreiding daarvan was officieel een van de hoofdredenen om ten oorlog te trekken. De Britse premier Tony Blair legde terrorisme en democratie handig in elkaars verlengde: “De verspreiding van onze waarden maakt ons veiliger”.

Maar als de rechtsstaat ook tot die democratische waarden behoort, dan kregen ze in die jaren juist een knauw. De Amerikaanse overheid zette, in directe overtreding van alle wetten die erover opgesteld waren, de grootste surveillance-operatie uit de geschiedenis van de mensheid op, een operatie die zich ook naar binnen richtte, en alles wat Amerikaanse burgers op het internet deden in kaart bracht.

De gevangenissen van de oorlog werden gruweltheaters, getuige de sadistische foto’s die uit Abu Ghraib in Bagdad kwamen, of plekken buiten iedere rechtsorde, zoals niemandsland Guantánamo Bay, waar nog altijd 39 verdachten opgesloten zitten.

Een demonstrant in oranje gevangenistenue en zak over het hoofd heeft zichzelf vastgeketend in een kooi voor het Witte Huis in Washington DC op 9 januari 2012, tijdens een demonstratie voor het sluiten van de gevangenis op Guantánamo Bay.  Beeld AFP
Een demonstrant in oranje gevangenistenue en zak over het hoofd heeft zichzelf vastgeketend in een kooi voor het Witte Huis in Washington DC op 9 januari 2012, tijdens een demonstratie voor het sluiten van de gevangenis op Guantánamo Bay.Beeld AFP

Het strijdtoneel

Maar ja, in een oorlog kan nu eenmaal niet alles volgens het boekje gaan, is dan de tegenwerping. Dat klopt. Het enige probleem is: die oorlog lijkt nooit meer op te houden.

In 2001 gaf het Congres de Amerikaanse president een machtiging om geweld te gebruiken tegen de daders van de aanslagen. Die machtiging is ieder jaar verlengd, en eindeloos opgerekt om militaire acties tot in de Filippijnen, Georgië, en Kenia te rechtvaardigen. Ook nu de Amerikaanse troepen uit Afghanistan vertrokken zijn, zal ze van kracht blijven. Want Amerika stuurde zijn manschappen niet alleen naar Afghanistan, Irak en Syrië, het liet en laat ook zijn drones uitzwermen tot in de meest afgelegen uithoeken van Jemen, Somalië, Pakistan en elders, om doelwitten uit te schakelen.

Volgens berekeningen van Brown University uit 2019 kostte de war on terror ruim 800.000 doden door direct oorlogsgeweld, waarvan zeker 335.000 burgerdoden. De oversterfte bedroeg een veelvoud, doordat basale voorzieningen wegvielen, en mensen op drift raakten. Zo’n 37 miljoen mensen verloren huis en haard.

Die ontwrichting en chaos bleken geen vruchtbare teelaarde voor democratie; daar gedijde juist een nieuwe generatie jihadisten van IS, die weer extra militaire inzet vereisten.

De oorlogsbureaucratie

Was het het waard? De haviken van toen zullen antwoorden: ja, Amerika is sindsdien een grote terroristische aanslag bespaard gebleven.

Maar de balans na twintig jaar war on terror is ook: in Afghanistan zijn de Taliban gewoon weer aan de macht, en drone-aanvallen maakten zoveel burgerslachtoffers dat ze het beste rekruteringsmiddel waren dat terroristen zich hadden kunnen wensen. In Afrika zijn jihadistische bewegingen sterker dan ooit.

In Amerika zelf neemt het terrorisme ook toe. Maar dan niet van jihadistische snit. Daar worden steeds meer dodelijke aanslagen gepleegd door daders van eigen bodem, met rechtse denkbeelden. De vraag dient zich aan of het opgefokte patriottisme dat door de war on terror werd ontketend wellicht iets heeft bijgedragen aan de groei van zulk terrorisme – al is die vraag niet eenvoudig te beantwoorden.

Tegenover die twijfelachtige baten staan astronomische kosten. De oorlogen na 11 september kostten Amerika, volgens het onderzoek van Brown University, maar liefst 6,4 biljoen dollar. Andere onderzoeken komen op andere bedragen uit, maar het loopt sowieso in de biljoenen – dat zijn dus getallen met twaalf nullen.

Je zou zeggen dat zulke onbevattelijke bedragen tot herbezinning aanzetten. Maar het tegenovergestelde is het geval. Juist doordat de war on terror zoveel kost, is ze niet langer onderhevig aan een nuchtere probleemanalyse. Ze is de dominante bestuurslogica van de VS geworden.

De Washington Post onthulde in 2011 dat minstens 1271 Amerikaanse overheidsinstellingen en 1931 private bedrijven zich met terrorismebestrijding bezighielden. Ruim 850.000 mensen hadden een machtiging om veiligheidssystemen in te zien. Zo’n uitgestrekte bureaucratische archipel laat zich niet zomaar wegbezuinigen met het argument ‘het werkt niet’. Het is andersom: politici die iets willen laten werken, proberen hun voorstellen zo te verpakken dat ze aansluiten bij de geldstromen die beschikbaar zijn voor de war on terror.

De onderwerpen die zich niet in die logica laten persen, bleven intussen liggen, gevangen in de polarisatie die de Amerikaanse politiek steeds verder lamlegt. Zelfs de bestrijding van de economische crisis van 2008 ontaardde in een loopgravengevecht. Alleen de strijd tegen terrorisme kan op een blanco cheque rekenen.

Het moment dat president George W. Bush (r) hoorde dat twee vliegtuigen zich in de Twin Towers hadden geboord. Hij was op een school kinderen aan het voorlezen.  Beeld AFP
Het moment dat president George W. Bush (r) hoorde dat twee vliegtuigen zich in de Twin Towers hadden geboord. Hij was op een school kinderen aan het voorlezen.Beeld AFP

De democratie

Het percentage Amerikaanse burgers dat ontevreden is met de democratie, steeg in de afgelopen twintig jaar van minder dan 25 procent naar meer dan 50 procent. Zoiets heeft natuurlijk complexe, uiteenlopende oorzaken. Maar als je de studies over dit onderwerp doorneemt, springen twee zaken er wel uit.

Ten eerste: die stijging komt vooral voor rekening van jongeren. Die hebben veel minder vertrouwen in de democratie dan alle andere generaties in de afgelopen eeuw. Ten tweede: dit speelt wereldwijd, maar niet overal in dezelfde mate. Volgens een vergelijkende studie van de Universiteit van Cambridge is haast nergens ter wereld het vertrouwen in de democratie zo hard gedaald, specifiek onder jongeren, als juist in de VS.

Aan politieke apathie ligt dat niet. Nog niet vaak kwamen zoveel Amerikaanse jongeren naar de stembus als bij de verkiezingen van 2020 – al zullen velen het gevoel hebben gehad dat dat tegen beter weten in was. Waaraan ligt het dan wel?

Misschien helpt het om te bedenken in welke democratie generatie Z opgroeide. Een democratie die beloofde om de wereld naar haar evenbeeld te herscheppen, maar die zelf aangevreten werd door de methoden die ze daarbij gebruikte. Een democratie waarin de verliezers van verkiezingen de tegenstander direct van verraad beschuldigen. Een democratie die gretig werd ingezet als reclameslogan in de botsing der beschavingen, maar die onderwijl verleerde om te doen waarvoor ze ooit bedacht werd: de aspiraties van burgers vertalen in beleid.

In ieder geval de aspiraties van jonge burgers. Want de onderwerpen die de afgelopen twintig jaar bleven liggen, zijn precies de onderwerpen die op hun schouders drukken. De berg studieschulden in de VS groeide sinds 2001 zes keer zo hard als de economie, en bedraagt inmiddels 1,75 biljoen dollar. Klimaatbeleid komt maar niet van de grond, terwijl enquêtes steevast uitwijzen dat dat voor jongeren het belangrijkste onderwerp is.

Eind 2003, na de invasie van Irak, keek president Bush terug op wat hij ‘de grootste terreinwinst voor vrijheid in de geschiedenis van de democratie’ noemde. “Het is geen toeval dat de opkomst van zoveel democratieën plaatsvond op het moment dat de machtigste natie van de wereld een democratie was”, pochte hij.

In 2021 klinkt de vraag of Amerika zijn democratie kan exporteren haast absurd – alsof iemand die disfunctionele klucht nog zou willen importeren. De vraag is nu veeleer: kan de machtigste natie van de wereld haar eigen democratie nog voor het verval behoeden?

Lees ook:

De Verenigde Staten: de oudste democratie, met nu ook de oudste politici

Amerika’s politieke elite is ouder dan ooit, blijkt uit een data-analyse van Trouw. Een teken van wijsheid of verval?

Polarisatie in de VS: waar houdt dit op?

Amerika wordt verscheurd door de steeds grimmiger vijandschap tussen Democraten en Republikeinen. Twee Amerikaanse deskundigen die ervaring hebben in conflictgebieden overal ter wereld over hun eigen democratie: hoe gezond is die nog?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden