EssayDoemdenken

De ondraaglijke schaduw van morgen: doemdenken is van alle tijden

Amsterdam, 21 november 1981, de grote antikruisrakettendemonstratie.
 Beeld Hollandse Hoogte / Roel Burgler
Amsterdam, 21 november 1981, de grote antikruisrakettendemonstratie.Beeld Hollandse Hoogte / Roel Burgler

Een alarmerend klimaatrapport zoals dat van het IPCC slaat mensen lam. De huidige wereld stevent op zijn ondergang af en het individu voelt zich onmachtig om dat te verkeren. Dat doemgevoel is niet nieuw in de geschiedenis.

Vijf…vier…drie…twee…een. Ergens in de eerste helft van de jaren tachtig, midden in een les, telden we met een paar leerlingen van mijn middelbareschoolklas af tot het einde der tijden. De exacte datum en tijd waren genoemd door een man met helderziende gaven die op de buis was geweest. De digitale krantenarchieven geven geen uitsluitsel, maar ik meen me te herinneren dat dat in Ivo Niehes TV Show was. Die was er toen al.

Helemaal serieus namen we die paranormaal begaafde natuurlijk niet. Maar toch. De algemene sfeer was er wel naar. Als het niet fout liep op de voorspelde datum en tijd, kon het op elk ander moment gebeuren. Oost en West plaatsten SS-20- en Pershing-kruisraketten. De Amerikaanse president Ronald Reagan noemde de Sovjet-Unie ‘Rijk van het Kwaad’. In het Kremlin uitten ondoorgrondelijke en al even oude leiders vijandelijke taal in de richting van de verderfelijke kapitalisten uit het Navo-kamp.

“Laat maar vallen, want het komt er toch wel van”, zong de groep Doe Maar in De bom. Andere popmuziek, van bands zoals Joy Division en The Cure, was nog donkerder. Frankie Goes To Hollywood liet in de videoclip Two tribes dubbelgangers van Reagan en Konstantin Tsjernenko, de leiders van de VS en de Sovjet-Unie, tot bloedens toe met elkaar vechten.

Vijf vijandelijke raketten

Op 26 september 1983 voorkwam een luitenant-kolonel van het Rode Leger daadwerkelijk een Derde Wereldoorlog. De systemen meldden dat er vijf vijandelijke raketten aankwamen. De protocollen zeiden: reageren en wel onmiddellijk. De officier bleef nadenken en dacht: vijf is wel erg weinig voor een allesvernietigende aanval vanuit het Westen. Hij deed het, terecht, af als een vals alarm. De Amerikaanse televisiefilm The day after liet in hetzelfde jaar de wereld van de overlevenden na een kernoorlog zien: opnieuw dood en verderf.

Wat bij al het gevoelde gevaar voor een nucleair conflict ook niet hielp was dat veel andere, gelijktijdige ontwikkelingen evenmin vrolijk stemden. In de plaats van de seksuele onbezorgdheid van de jaren zeventig kwam de vrees voor aids. De economie verkeerde in een diepe crisis. Solliciteren leek een loos ritueel. De kansen op een baan waren beperkt.

Onbereikbare machthebbers

Het duo Van Kooten & De Bie muntte de nieuwe term ‘doemdenken’. Je daaraan onttrekken viel niet mee. Anders dan bij de huidige klimaatcrisis, die in weerwil van de overdonderende omvang nog het gevoel geeft dat een individu ietsje kan bijdragen (duurzamer leven), leek het lot in handen te liggen van anderen, onbereikbare machthebbers.

De zon brak pas weer door aan het einde van het decennium. De economie trok aan en de betrekkingen tussen Oost en West werden meer ontspannen. In het najaar van 1989 vielen de communistische regimes om als dominostenen en bleek zelfs de Berlijnse Muur te slechten.

De grauwsluier over de jaren tachtig van de vorige eeuw noch de schijnbare uitzichtloosheid zijn unieke sentimenten in de geschiedenis, en het huidige gevoel van onmacht bij alle mogelijke klimaatrampspoed is dat evenmin. Op meer momenten zagen veel mensen het even niet meer zitten. Soms ging dat samen met het idee dat het einde der tijden nabij was. Onheilsprofeten grepen hun kans en voorspelden, al dan niet cryptisch geformuleerd, weinig goeds.

Brandende zwavel

Amsterdam, 11 oktober 1982. Rellen na ontruiming van kraakpand Lucky Luyk.
 Beeld HH / Peter Elenbaas
Amsterdam, 11 oktober 1982. Rellen na ontruiming van kraakpand Lucky Luyk.Beeld HH / Peter Elenbaas

In de christelijke wereld echode daarbij vaak elementen uit het bijbelboek Openbaring na. Dit beschrijft de finale strijd tussen God en de duivel. Wie niet voor het opperwezen kiest, is gedoemd met satan ten onder te gaan. “Voor hen die laf en trouweloos zijn geweest, zich hebben ingelaten met gruwelijke dingen, met moord, ontucht, toverij of afgodendienst, voor allen die de leugen hebben gediend: hun deel is de vuurpoel met brandende zwavel, dat is de tweede dood.”

Misschien werkt dreigende rampspoed nu wel verlammender dan vroeger. De nietige mens van toen had niet de illusie dat hij ook maar iets kon veranderen aan grote gebeurtenissen. Die liet je over je heen komen. Het beste hopen en alvast naar de overlevingsmodus schakelen, meer kon je niet doen. In het huidige tijdperk van individualisme is op zijn minst de suggestie houden van grip op het eigen leven belangrijk. Valt dat idee weg, dan lijkt het of elk perspectief verdwijnt.

Vooral vermengd met orthodoxe religie of extremisme kan doemdenken gevaarlijke vormen aannemen. Wie toch niets te verliezen heeft, kan relatief gemakkelijk bereid gevonden worden om alles op te geven. Volgens onderzoeken geloven tientallen miljoenen Amerikanen in de komst van een ‘slag bij Armageddon’: God versus duivelse krachten. Tienduizend tot enkele tienduizenden Amerikanen vormen de echte harde kern, die werkelijk nergens voor terugdeinst. Alleen al de recente geschiedenis bewijst hoeveel onheil milities of eenzaten met dit soort ideeën kunnen aanrichten.

Te veel verandering ineens (zelfs ogenschijnlijke vooruitgang) werkte in het verleden vaak verlammend op de geest. Als de bestaande orde sterk werd uitgedaagd, leidde dat voor sommigen tot de conclusie dat het waarschijnlijk nooit meer goed zou komen. Onheilsprofeten trokken niet voor niets veel aanhang tijdens de Reformatie en de Franse Revolutie, toen respectievelijk de katholieke kerk en de wereldlijke macht aan het wankelen werden gebracht.

Willoos gereedschap

De industrialisatie in de loop van de negentiende eeuw riep nieuw pessimisme op. Waren mensen niet willoos gereedschap geworden in handen van de bedrijven waar ze werkten? Raakten ze in steden niet helemaal losgezongen van hun geboortegronden en de sociale controle en maatschappelijke verbanden daar? Hoeveel had een mens in een kunstmatige omgeving nog te maken met datzelfde wezen in zijn natuurlijke toestand, met alle bijbehorende gevoelens en instincten? Was de nieuwerwetse burger niet gewoon een verweekte slapjanus?

Het waren sentimenten die bijdroegen aan het oorlogsenthousiasme in de zomer van 1914. Niet alleen leek in vrijwel elk land geloof te bestaan in een eigen snelle overwinning, menigeen zag het aanstaande conflict ook als een soort heilzame therapie, die de afgedwaalde mens weer even terug zou brengen bij zijn ware kern. Het gezicht van moderne oorlogsvoering bleek echter vele malen grimmiger dan de meesten voor mogelijk hadden gehouden.

Na de Eerste Wereldoorlog gedijde het doemdenken goed door de recente vernietiging en het rondwarende revolutiespook. Dromers en denkers zagen meer tekenen dat de eindtijd was aangebroken. In dit klimaat vonden werken zoals De ondergang van het Avondland van de Duitse cultuurpessimist Oswald Spengler gretig aftrek.

Intussen bleef de samenleving veranderen. De manier waarop en de snelheid waarmee beviel niet iedereen. Nederlands beroemdste historicus Johan Huizinga gruwde van wat hij zag gebeuren. In 1935 publiceerde hij zijn essay In de schaduwen van morgen, waarin hij zijn afschuw uitsprak over onder meer moderne kunst, sportverdwazing, de radio en een overdreven fixatie op het lichaam. “De wereld is de mens tot speelgoed geworden, wat een wonder dat hij zich daarmee als kind gedraagt.”

Huizinga’s klaagzang verscheen in een tijd waarin de spanningen in Europa opnieuw opliepen. Een volgende, nog gewelddadigere wereldoorlog kondigde zich steeds nadrukkelijker aan. Beperkte groepen liepen te hoop tegen fascisme en nazisme, maar ook zij moesten toezien hoe het verder de verkeerde kant op ging. In de dagen van de Duitse inval in mei 1940 zagen bijna vierhonderd Nederlanders, joods en niet-joods, geen uitweg meer. Zij sloegen de hand aan zichzelf.

De Koude Oorlog

Na de Bevrijding leek het licht weer terug te keren, maar voor het voorbije conflict kwam een nieuw conflict in de plaats: de Koude Oorlog. De bombardementen op Hiroshima en Nagasaki hadden laten zien hoe verschrikkelijk het zou uitpakken, als het dit keer helemaal uit de hand zou lopen. De doemsfeer van toen laat zich enigszins vergelijken met die in de jaren tachtig van de vorige eeuw.

Het grote verschil was dat het ondergangsdenken eind jaren veertig, begin jaren vijftig vreemd genoeg samenging met een sterk vooruitgangsgeloof. Economie en wetenschap maakte grote stappen vooruit, welvaart en luxe kwamen binnen bereik van steeds grotere groepen. Bij alle nucleaire dreiging werd atomic ook een marketingterm, die allerlei producten, van koelkasten tot auto’s, een zweem van moderniteit gaf.

Overheidspropaganda liet de mensen bovendien geloven dat er best wat te redden viel bij een aanval met kernwapens. Een voorbeeld is een Amerikaans instructiefilmpje uit 1951 met de alerte schildpad Bert die in zijn pantser kruipt bij elk dreigend gevaar. Kinderen moeten leren van Bert. In geval van een nucleaire aanval: onmiddellijk onder het schoolbankje. “Duck and cover!”

De grote vooraankondiging van de zich nu voltrekkende klimaatverandering kwam in 1972 met Grenzen aan de groei, het rapport van de Club van Rome. De boodschap: de aarde stuit op de grenzen van de groei, de mensheid jaagt de natuurlijke hulpbronnen er in hoog tempo doorheen. Maar dit alarmerende vooruitzicht leidde niet tot een rigoureuze ommezwaai, zelfs niet na de oliecrisis van 1973. Niet iedereen geloofde in de geschetste scenario’s en het voorspelde kantelmoment, het jaar 2000, ging ogenschijnlijk zonder enorme problemen voorbij.

Rotterdam, 26 april 1972, koningin Juliana opent de Club van Rome-tentoonstelling ‘Grenzen aan de Groei’. Beeld Alamy Stock Photo
Rotterdam, 26 april 1972, koningin Juliana opent de Club van Rome-tentoonstelling ‘Grenzen aan de Groei’.Beeld Alamy Stock Photo

Nu lijkt de puinhoop veel groter dan vijftig jaar geleden. Kan de mensheid het tij nog keren? Het onzekere antwoord maakt velen moedeloos. De geschiedenis geeft geen garantie op een happy end, hooguit wat inspirerende uitspraken. Zoals deze van Winston Churchill: “Een pessimist ziet een probleem in elke mogelijkheid, een optimist ziet een mogelijkheid in elk probleem”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden