InterviewGerrit van der Burg

‘De nadruk in de samenleving ligt op vergelding, daar luisteren we goed naar’

Gerrit van der Burg: 'We werken hard om de bejegening van de slachtoffers te verbeteren. Je kunnen inleven in iemand is daarbij belangrijk.'Beeld Phil Nijhuis

Dat we strenger zijn gaan straffen in Nederland, vindt Gerrit van der Burg, topman bij het Openbaar Ministerie, een logische ontwikkeling. Al moet strafrecht volgens hem niet als oplossing worden gezien voor alle maatschappelijke problemen.

Zijn toga hangt prominent in zijn werkkamer. Dat is vooral symbolisch. Als topman bij het Openbaar ­Ministerie treedt Gerrit van der Burg (60) niet meer zelf op als officier van justitie in strafzaken. Zijn ­tenue hoeft dus niet voor het grijpen te hangen, maar herinnert hem eraan dat het nog steeds om de inhoud van het vak draait.

Dat vak is aan het veranderen, zegt Van der Burg. Zo spreekt hij over hoe het werk van het OM zich ontwikkelt tot een 24/7-economie. “Naast de opsporing en het voor de rechter brengen van zaken, hebben we ook de taak misdrijven te voorkomen of de dreiging weg te nemen. Met name door terreur- en cyberzaken wordt dat een steeds belangrijker onderdeel van ons werk. Is er bijvoorbeeld een aanval met ransomware (een gijzelvirus dat computers of bestanden versleutelt, red.), dan kan het heel belangrijk zijn om zo snel mogelijk de sleutel te vinden.”

Een officier van justitie is degene die het opsporingsonderzoek van de politie leidt. Volgens Van der Burg kun je ervan uitgaan dat als er zo’n honderd politiemensen op een onderzoek worden gezet, er ook zo’n tien OM’ers op de been zijn. Het onzichtbare, maar belangrijke deel van het werk, noemt hij dat.

Er was te weinig ethisch leiderschap aan de top

Van der Burg heeft een roerige periode ­achter de rug. Dat heeft vooral te maken met ­interne perikelen. Vorig jaar verscheen een zeer kritisch rapport van de commissie-Fokkens naar aanleiding van een heimelijke relatie tussen twee hoofdofficieren. De commissie kraakte de cultuur binnen het OM, die het mensen onmogelijk zou maken om deze relatie aan te kaarten. Het college van procureurs-generaal, waar Van der Burg voorzitter van is, liet bovendien te weinig ethisch leiderschap zien, aldus Fokkens.

In een plan van aanpak dat op het rapport volgde, beloofde Van der Burg een aantal ­zaken te veranderen. “Er was een beeld ontstaan van vriendjespolitiek binnen de top van het OM. We hebben nu een transparantere ­benoemingsprocedure, en zorgen dat mensen die geïnteresseerd zijn in een functie makkelijker hun vinger kunnen opsteken.” Persoonlijk nam Van der Burg zich voor om zichtbaarder te zijn in de eigen organisatie.

Bevalt dat?

“Zeker. Ik probeer regelmatig te flexen bij de verschillende OM-onderdelen. Dan zit ik ­gewoon te werken, maar dan heb ik ook de kans met collega’s te praten. Zo sprak ik ­onlangs met collega’s die gesprekken hadden gevoerd met nabestaanden van de MH17-ramp. Een mooi gesprek.”

Wat valt op bij de gesprekken die u voert?

“Officier van justitie is een verdraaid zwaar vak. Je moet moeilijke beslissingen nemen, overtuigend kunnen zijn en je kwetsbaar kunnen opstellen. Dat terwijl je soms in het brandpunt van de belangstelling staat. Je kunt ook te maken krijgen met onderzoeken waardoor je beveiligd moet worden. Dat levert zorgen en angst op. Als officier van justitie moet je daar allemaal tegen kunnen. Die mensen hebben we. Ze staan er voor de samenleving, dat wordt nog wel eens vergeten.”

Resulteert de druk ook wel eens in fouten? Neem de Marengo-zaak rond een reeks liquidaties en pogingen daartoe, waar vanuit het OM tot twee keer toe een foto van de kroongetuige is verspreid.

“Het gaat hier niet om een paar honderd kantjes, maar om een enorm dossier. Ik wil niets goed praten, er zijn fouten gemaakt, daar hebben we onze excuses voor aangeboden. Het blijft mensenwerk, fouten worden dus ook bij het OM gemaakt.”

Het OM kreeg vanaf 1 januari met nog een verandering te maken. Door de nieuwe Wet verplichte ggz, die het beter mogelijk moet maken om iemand gedwongen de nodige zorg te geven, kregen officieren van justitie er een taak bij. Simpel gezegd wordt het OM ook ­verantwoordelijk voor het verzamelen en ­leveren van relevante (medische) informatie over ­iemand aan een burgemeester, een rechter of een instelling. “We worden een soort ­gegevensmakelaar. Dat is dus een andere rol dan onze kerntaak”, zegt Van der Burg.

Volgens hem ziet ook het Openbaar Ministerie een toename van verwarde mensen in strafzaken. “Dat is een maatschappelijk verschijnsel, het heeft te maken met de ontwikkelingen binnen de zorg. Het kan lastig zijn te besluiten wat je in zo’n geval met de verdachte kunt doen. Gaat het hier om een verdachte of om een patiënt? En hoe krijg je iemand van straf naar zorg? Binnen het strafrecht houdt dat laatste snel op.”

Is het strafrecht er wel voor bedoeld?

“Wij zijn er niet om patiënten op te vangen. Maar als iemand een gevaar is voor zichzelf of voor anderen, en er is een verdenking van een strafbaar feit, dan zal de officier van justitie wel alles proberen om die man of vrouw van de straat te houden. Daarvoor worden soms de grenzen van de wet opgezocht, zonder dat we over die grens gaan. Een officier van justitie zal bijvoorbeeld proberen om via het strafrecht een oplossing te vinden voor iemand, in ieder geval voor de eerstkomende tijd.”

Het strafrecht als oplossing voor alle maatschappelijke problemen.

“Strafrecht is en blijft belangrijk. Daarmee ­laten we zien dat we fout gedrag afkeuren. Strafrecht alleen is niet de oplossing. Preventie is ook belangrijk. Kijk naar de ondermijning. Dat los je niet op met strafrecht alleen, je moet ook voorkomen dat het zover komt. Door de jeugd perspectief te bieden, de scholing op orde te hebben, door problemen in ­wijken op te lossen en het toezicht te verstevigen.”

Toch wordt het strafrecht er vaak bijgehaald als er iets niet deugt in de samenleving. ­Misdragingen tijdens Oudjaar? Straffen ­omhoog, hoor je dan.

“Het repressieve klimaat is de afgelopen jaren gegroeid. Daar zijn incidenten aan vooraf gegaan met mensen die eerder zijn gestraft, of die voorwaardelijk vrij waren en die dan toch weer de fout in gaan. Dat beïnvloedt het denken over daderschap.

“De geleerden zijn het erover eens dat celstraffen als zodanig niet helpen. De pakkans en de wijze waarop de straf ten uitvoer wordt gelegd, zijn veel belangrijker dan de lengte van de straf. Maar straffen heeft ook een belangrijk ander doel. Dat is vergelden. Daar ligt nu meer de nadruk op. Toen ik in 1990 begon als officier van justitie, waren straffen van slechts acht jaar bij doodslag vrij normaal. Ik kan me een zaak herinneren van een dubbele moord waar vijftien jaar cel op volgde. Dat zou nu ­ondenkbaar zijn. Zelf vind ik dat ook ondenkbaar. Waarmee ik trouwens niet zeg dat we het in de jaren negentig fout deden. Het past in de context van de tijd.”

Als het aankomt op levenslanggestraften, dan was Nederland wel erg streng, vond het ­Europees Hof. Inmiddels is het beleid ­veranderd en hebben mensen het recht na 25 jaar te vragen of ze mogen beginnen aan een resocialisatie-traject. Wat vindt u ­daarvan?

“Levenslang is levenslang. Dat blijft het beginsel. Er is alleen een afwegingsmoment bijgekomen. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik het oordeel van de Europese rechters respecteer. Je moet perspectief geven aan iemand, daar gaat het om.”

Dat klinkt als: het is omdat het moet, maar ­liever blijft levenslang gewoon een leven lang achter de tralies?

“Ik constateer dat de Europese rechter vindt dat er perspectief moet zijn en dat dat is overgenomen. Maar ik constateer ook dat levenslang echt alleen maar bij heel ernstige zaken wordt opgelegd, en dat de rechter in zo’n geval heeft geoordeeld dat die straf passend is. Daar ligt al een afweging van alle belangen aan ten grondslag.”

Het kabinet liet ook onderzoeken of de ­maximale tijdelijke gevangenisstraf van ­dertig naar veertig jaar zou moeten. Heeft het OM behoefte aan die mogelijkheid?

“Daar heb ik mijn gedachten nog niet over ­gevormd. Veertig jaar is een hele tijd. Dat dertig jaar erbij is gekomen tussen de mogelijkheid om twintig jaar op te leggen of levenslang, is wel te volgen. Twintig jaar klinkt nog als een straf die te overzien is. Praat je over dertig of veertig jaar dan is dat echt anders.

“Wel zie ik een groot verschil tussen moord en doodslag. Bij doodslag is de straf maximaal vijftien jaar, bij moord is dat dertig jaar of ­levenslang. Terwijl impulsdaden ook een sluitstuk kunnen zijn van een kwalijk patroon. ­Juridisch is dan misschien niet te bewijzen dat het om moord gaat, maar het zou goed zijn als dat verschil wat meer wordt rechtgetrokken.”

Het OM is hogere straffen gaan eisen. Laat u zich meeslepen met de emoties in de maatschappij, waar de roep klinkt van ‘streng, strenger, strengst’?

“Het is aan de wetgever om te bepalen dat maximale straffen omhoog gaan. Maar het klopt dat ook diverse OM-richtlijnen omhoog zijn geschroefd. Dat vind ik terecht. We luisteren goed naar de samenleving.

“Emotie is in de rechtszaal per definitie vertegenwoordigd. We behandelen zeer beladen zaken. De vraag is: moet je je laten leiden door die emoties? Daarover zeg ik altijd: een officier van justitie moet een warm hart hebben, maar ook een koel hoofd. Je moet kunnen invoelen in het slachtoffer, en goed kunnen luisteren. Maar je moet ook rekening houden met de ­positie van de verdachte en oordelen of er sprake is van voldoende bewijs.”

Is die balans nog in orde? Ik herinner me een zaak waarin alle gedragsdeskundigen zeiden: deze verdachte is geestelijk nog een kind, dus je moet hem via het jeugdstrafrecht berechten. Maar de officier van justitie zei: ‘Dat valt niet uit te leggen aan het slachtoffer.’ Is het niet juist de taak van de officier om dat wel uit te leggen? Overigens was de rechter het eens met de deskundigen.

“Het is belangrijk dat een officier van justitie zowel luistert naar het slachtoffer als naar de verdachte. Dan volgt een afweging. Dat is maatwerk. Als ik naar de praktijk kijk, dan zie ik daarin een zeer professionele houding bij ­officieren van justitie. Dus ik vind de balans niet zoek. Het is wel zo dat de uitbreiding van de positie van slachtoffers binnen het strafrecht wat meer dilemma’s met zich mee kan brengen.”

Wat houdt die grotere aandacht voor ­slachtoffers voor het OM in?

“We hebben nu al slachtoffercoördinatoren die nabestaanden en slachtoffers van het ergste segment misdrijven zoveel mogelijk bijstaan in de uitoefening van hun rechten. Dat gaan we uitbreiden met veertig extra coördinatoren en naar een bredere categorie zaken. Dus ook mensen die te maken krijgen met bijvoorbeeld stalking, woninginbraken of discriminatie.

“We werken hard om de bejegening van de slachtoffers te verbeteren. Je kunnen inleven in iemand is daarbij belangrijk. Daarvoor hebben we een virtualreality-ervaring ontwikkeld. Daarmee kunnen officieren van justitie in de huid kruipen van een slachtoffer van een winkeloverval en ervaar je zelf een beetje hoe het voelt om overvallen te worden. Dat is echt een indrukwekkende ervaring. Het doel is dat daardoor het inleven in het slachtoffer nog ­beter gaat.”

Gerrit van der Burg (60) studeerde rechten in Leiden. Hij begon zijn loopbaan in de jaren tachtig als inspecteur van de gemeentepolitie Rotterdam. Een paar jaar later werd hij er hoofdinspecteur. In 1990 maakte hij de overstap naar het Openbaar Ministerie. Hij werkte onder meer in Breda en bij het landelijk parket. Vanaf mei 2014 is hij lid van het College van procureurs-generaal, de landelijke top van het OM. Sinds juni 2017 is hij er voorzitter.

Lees ook 

Welke straf is hoog genoeg na onpeilbaar leed?

In de aanloop naar de uitspraak in hoger beroep in de zaak van Anne Faber, vroeg Trouw zich af:  bestaat er wel een rechtvaardige straf na zulke gruwelijke delicten?

Een liefdesaffaire, machtsmisbruik en leugens

Een justitiedrama in negen bedrijven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden