Uit angst voor naschokken slapen veel Haïtianen nog steeds buitenshuis. De aardbeving van afgelopen zaterdag had een kracht van 7,2 op de schaal van Richter.

Hulpverlening Haïti

De miljarden aan noodhulp hebben Haïti bitter weinig opgeleverd. Wat ging er mis?

Uit angst voor naschokken slapen veel Haïtianen nog steeds buitenshuis. De aardbeving van afgelopen zaterdag had een kracht van 7,2 op de schaal van Richter.Beeld REUTERS

Hulp voor slachtoffers van de aardbeving in Haïti van afgelopen zaterdag komt langzaam op gang. Heel anders dan in 2010, toen wél een massale internationale hulpoperatie werd opgetuigd. Wat ging daar mis, dat deze nieuwe aardbeving het land weer zó ontwricht?

Ingestorte gebouwen, overal puin en gewonden die wachten op hulp. Jacqueline Gautier ziet het allemaal voorbijkomen in de video’s en berichten die ze dezer dagen bijna non-stop uit Haïti ontvangt. Zelf is de directeur van het kinderziekenhuis in de hoofdstad Port-au-Prince nu in Nederland op uitnodiging van ontwikkelingsorganisatie WereldOuders. Maar ook op afstand weet Gautier wat de slachtoffers doormaken. Bij de aardbeving van 2010 werd ze zelf getroffen; haar man overleefde het niet. Vrienden om haar heen verloren ouders en kinderen. “Mensen herbeleven elf jaar later hun trauma.”

Destijds kwamen 200.000 mensen om het leven. Dit keer ligt het aantal doden lager – de teller staat voorlopig op 2100 – omdat het epicentrum anders dan in 2010 niet in de buurt van de hoofdstad maar in het dunner bevolkte zuidwesten van het land lag.

Geen grote internationale hulpactie

Maar ook dit keer is hulp heel hard nodig. Gautiers collega’s uit de getroffen regio vertellen haar over de vele gewonden en mensen die hun huis zijn kwijtgeraakt. “Zij zijn ook natgeregend omdat ze ook nog een tropische storm over zich heen hebben gekregen en tenten zijn er nog niet.” Vanuit het hele land springen medische teams bij, zegt Gautier. “Ze proberen naar het rampgebied te komen, maar door de modderstromen zijn de wegen slecht begaanbaar. Helikopters en ambulances hebben de ernstigste gevallen naar Port-au-Prince kunnen brengen. Gewonden die er minder slecht aan toe zijn wachten vaak buiten op hulp.” Ze ziet vooral veel lokale initiatieven ontstaan om hulp te bieden. “Ook ik heb samen met een groep oude studievrienden geld ingezameld om hulpgoederen te kopen.”

Verder springen landen uit de regio bij, zoals Mexico en Colombia. En ook de Verenigde Staten stuurden onder meer reddingsteams om te zoeken naar overlevenden. Maar van een grote internationale hulpactie is vooralsnog geen sprake.

Ingezakte bruidstaart

Dat was in 2010 wel anders, herinnert Linda Polman zich. De journalist en auteur kent Haïti goed en schreef verschillende boeken over internationale samenwerking. “De hele wereld was in totale shock, tv-ploegen haastten zich er naar toe. Ik zie nog de beelden voor me van het presidentieel paleis dat als een soort bruidstaart was ingezakt.”

Destijds werd al snel na de natuurramp een donorconferentie georganiseerd waarbij landen elkaar verdrongen om mee te mogen doen. “Iedereen liep er warm voor. Regeringen verklaarden heilig het deze keer anders aan te zullen pakken. De operatie voor Haïti moest een soort hulpverlening 2.0 worden. Ze beloofden om als donoren niet alleen onderling maar ook met de internationale hulporganisaties en vooral ook met de Haïtiaanse regering te gaan samenwerken.”

Haïti zou op een betere manier worden herbouwd. ‘Build Haïti back better’ hield de speciaal aangestelde VN-gezant voor Haïti, de Amerikaanse ex-president Bill Clinton, de wereld voor.

“Er was een momentum om het allemaal beter te gaan doen”, zegt Polman, “ook omdat al snel duidelijk werd dat er ontzettend veel geld zou worden ingezameld. De donorlanden kwamen met 7 miljard dollar over de brug. En particulieren deden daar nog eens 5 miljard bovenop doen. Twaalf miljard, dat was nog nooit vertoond!”

Maar van de beloofde samenwerking kwam vervolgens weinig terecht. Een half jaar na de ramp klaagde de regering nog maar 2 procent van de beloofde steun te hebben ontvangen. “Zodra de donoren voet op Haïtiaanse bodem zetten, vervielen ze direct weer in oude gewoonten en gaven ze geld uit op de manier die zij nodig vonden”, zegt Polman. “Ze konden de verleiding niet weerstaan om zichzelf op de kaart te zetten en voerden hun projecten gewoon uit, zonder daarvoor een vergunning aan te vragen. Ze sloegen de hele Haïtiaanse regering, de regionale besturen, burgemeesters en dorps­chefs gewoon over.”

Ngo-republiek

Liepen er in Haïti voor de aardbeving van 2010 al zo’n 10.000 buitenlandse niet gouvernementele organisaties (ngo’s) rond, na de ramp groeide dat aantal al snel uit tot 13.000, zegt Polman. “Maar 150 organisaties dienden een jaarverslag in bij de Haïtiaanse regering waarin ze verantwoording aflegden. “Je zou het met tien hulporganisaties af kunnen als die maar een beetje zouden samenwerken en de Haïtiaanse regering de macht en de middelen zouden geven om te bepalen welke kant het op moet met hun eigen land.”

Polman ziet Haïti als ‘een ngo-republiek’. “Daar zijn er op deze wereld tientallen van.” Het gaat om kleine landen die totaal afhankelijk zijn van buitenlandse donoren. Zo ontstaan volgens haar parallelle staten waarbij de hulporganisaties, die meer geld en macht hebben dan de regering, bepalen wat de prioriteiten zijn. Zo ook bij de aardbeving elf jaar geleden. “Er is totaal geen peil op te trekken waar al dat geld destijds aan is besteed.”

Omdat het rampgebied vaak moeilijk toegankelijk is moeten gewonden vaak naar klinieken worden gedragen.  Beeld AFP
Omdat het rampgebied vaak moeilijk toegankelijk is moeten gewonden vaak naar klinieken worden gedragen.Beeld AFP

In plaats van stevige huizen ontstond er een wildgroei aan tentenkampen, die soms werden verwoest door landeigenaren die hun stuk land na een tijd weer opeisten. “Ik heb er een prachtige universiteit gebouwd zien worden in het noorden, ik meen met geld uit Saudi-Arabië”, zegt Polman. “Maar die is nooit open gegaan omdat er geen docenten waren. Het bouwen van een cholera-kliniek behoorde niet tot de prioriteiten van de hulporganisaties, terwijl die wel hard nodig was omdat na de aardbeving cholera uitbrak. Bovendien zijn de investeringen helemaal niet gericht geweest op het krachtiger maken van de Haïtiaanse overheid.”

Niet alleen Polman zag elf jaar geleden veel misgaan. In eindeloos veel rapporten, boeken en documentaires is de hulpoperatie van destijds geëvalueerd.

Hotels voor hulpverleners

Het beeld dat daaruit naar voren komt is dat het grootste deel van het geld in de donorlanden bleef, zegt Gautier. “Vooral bij de grotere organisaties is het geld uitgegeven aan deskundigen en aan hotels voor de buitenlandse hulpverleners; er bleef maar heel weinig geld in Haïti zelf. Daarbij wil ik niet zeggen dat de intenties slecht waren, op dat terrein wil ik mij zeker niet begeven.” En ja, er was corruptie, stelt Gautier. “Soms ging het om corruptie bij de gevers en soms ging het om lokale corruptie.”

Nu Haïti opnieuw door een natuurramp wordt getroffen rijst de vraag hoe de valkuilen van destijds dit keer vermeden kunnen worden. Werken met lokale organisaties is sowieso belangrijk, zegt Gautier. “Zij weten het allerbeste wat er nodig is en wie je kunt vertrouwen.”

Buitenlandse hulporganisaties en donoren moeten zich volgens haar veel beter verdiepen in wat er echt nodig is in Haïti en structurele programma’s om het onderwijs en de gezondheidszorg te verbeteren omarmen. Want na alle inspanningen is het land nog niet veel beter voorbereid op rampen. “Terwijl de ramp zelf vaak niet zozeer het probleem is, maar de zwakke structuren in het land wel. Die moeten we versterken om beter voorbereid te zijn op toekomstige rampen. Want ga er maar vanuit dat die zullen blijven gebeuren. We zijn een eiland. We blijven te maken krijgen met stormen, aardbevingen en met de opwarming van de aarde. Met alle gevolgen van dien.”

Dit keer moet de hulpoperatie beter gecoördineerd worden om niet in dezelfde fouten te vervallen als in het verleden, liet de Haïtiaanse premier Ariel Henry al snel na de aardbeving weten. Hij roept donoren op hulp te laten coördineren via de zogeheten civil protection agency van de overheid.

In theorie een heel goed idee, vindt Gautier. “Maar vergeet niet dat er op het moment veel politieke instabiliteit en onveiligheid is. Op sommige plekken zou deze aanpak goed kunnen werken. Maar op andere plekken kan het zijn dat de lokale bestuurders zwak zijn of persoonlijk zijn getroffen door de ramp en zelf hun huis of familie zijn kwijtgeraakt. Dan is het goed als ngo’s – liefst lokale – inspringen. Het is vooral belangrijk dat die aan de overheid laten weten wat ze doen. Wij geven ook door aan de overheid wat voor hulp we geven, hoeveel mensen we hebben geholpen en op wat voor manier.”

Geld in plaats van goederen

Verder werkt de regering aan een eigen prioriteitenlijst waarop staat wat het land nu het meest nodig heeft en vraagt ze donoren om geld in plaats van goederen te geven. Ook dat is een van de geleerde lessen uit 2010. Destijds liepen de handel en de landbouw in Haïti schade op door de import van buitenlandse goederen.

“Geef geld”, zegt ook Gautier. “Want mensen weten zelf het beste wat ze daarmee kunnen doen. We hebben het nu niet over een hongersnood of een overstroming. De aardbeving heeft een of twee departementen getroffen maar in andere delen van Haïti staan de gewassen gewoon nog overeind. Rijst en olie importeren uit het buitenland is dus niet nodig. Beter is het om de lokale economie te stimuleren.

En geld zal ook op andere vlakken ontzettend hard nodig zijn, benadrukt Gautier. “Ook voor ons ziekenhuis, al staat dat niet in het getroffen gebied. We bereiden ons voor op meer patiënten omdat een aantal ziekenhuizen in het zuiden is verwoest. Die families die nu buiten in de regen slapen kunnen door de slechte omstandigheden ziek worden en infecties oplopen. En zwangere vrouwen in het getroffen gebied vinden moeilijker een plek in een ziekenhuis om te bevallen en zullen in ons ziekenhuis terechtkomen.”

Afghanistan

Maar ook al is geld heel hard nodig, het is de vraag of donoren dit keer opnieuw ruimhartig over de brug zullen komen. Deze ramp krijgt, mede door het nieuws over Afghanistan, relatief weinig aandacht. Bij WereldOuders, dat zich inzet voor kwetsbare en thuisloze kinderen in Latijns-Amerika en dat ook het kinderziekenhuis van Gautier steunt, zijn de donateurs gelukkig heel trouw, zegt directeur Pauline Lemberger. “Ze weten dat wij uitsluitend met lokale professionals werken en dat het geld volledig in Haïti zal worden besteed, net zoals we bij de vorige aardbeving gedaan hebben.”

De afgelopen dagen kwam er bij de organisatie zo’n 12.000 euro binnen; in 2010 was dat uiteindelijk 600.000 euro.

Maar vooral grote hulporganisaties zullen aarzelen, denkt Polman. “De vorige hulpoperatie heeft zoveel slechte pers gekregen dat sommige ngo’s zich wel twee keer zullen bedenken. Haïti gaat de aandacht en fondsen die het in 2010 heeft ontvangen nooit meer krijgen. Het is echt doodzonde dat er niets terecht is gekomen van alle beloften die de internationale gemeenschap destijds heeft gedaan. En dat is erg tragisch voor de Haïtianen die ik heb leren kennen als heel aardige, zachtmoedig mensen. Ze leven in een van de armste landen ter wereld en weer verliezen ze alles en is het beetje dat ze hadden opgebouwd bedolven onder het puin. Ik volg de ontwikkelingen met veel hartepijn.”

Lees ook:

Terwijl Haïti kampt met de aardbeving, raast tropische storm Grace op het eiland af

Hulp voor Haïti, dat zaterdag door een zware aardbeving werd getroffen, is onderweg. Maar een tropische storm en de politieke chaos in het land maken het er niet gemakkelijker op.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden