InterviewChris van Dam

De kerk moet de politiek een spiegel voorhouden, vindt oud-Kamerlid Chris van Dam. En dat gaat hij doen

Chris van Dam in zijn 'eigen' kerk, de Bethelkapel in Den Haag. Hier werden twee jaar terug 24 uurs kerkdiensten gehouden om een Armeens gezin dat uitgezet dreigde te worden onderdak te bieden. Beeld
Chris van Dam in zijn 'eigen' kerk, de Bethelkapel in Den Haag. Hier werden twee jaar terug 24 uurs kerkdiensten gehouden om een Armeens gezin dat uitgezet dreigde te worden onderdak te bieden.

Chris van Dam was graag Kamerlid voor het CDA gebleven, maar de partij zette hem op een onverkiesbare plaats. In zijn nieuwe rol als voorzitter van de grote, Haagse diaconale organisatie Stek, gaat de partij hem nog wel tegenkomen.

Chris van Dam was nog volop CDA-Tweede Kamerlid toen hem in december werd gevraagd of hij voorzitter wilde worden van Stek, de grote kerkelijke hulporganisatie in Den Haag. De oud-voorzitter van de commissie die de toeslagenaffaire onderzocht, aarzelde geen moment: “Ik móet hier op solliciteren, dit is heel eervol. Het is zó belangrijk dat de kerk aanwezig is in de stad.”

Van Dam: “Als je op zondag alleen voor jezelf in de kerk zit, dan verliest de kerk haar functie. De kerk moet aan de samenleving laten zien dat ze er is, dat ze oog heeft voor wie aan haar deur klopt. Als de kerk geen relatie heeft met de buitenwereld, dan klinkt ze in, dan hoeft ze er niet meer te zijn.”

Chris van Dam (Wilp, 1963) groeide op in Apeldoorn. Hij deed de politie-academie en studeerde rechten. Hij werkte onder meer bij de Haagse politie en als plaatsvervangend hoofdofficier in Amsterdam en in zijn woonplaats Den Haag.

In 2017 werd Van Dam Kamerlid voor het CDA, hij was woordvoerder politie, rechtspraak en rampenbestrijding. Hij was ook voorzitter van de parlementaire ondervragingscommissie kinderopvangtoeslag. Naast zijn betaalde werk heeft Van Dam altijd onbetaalde functies gehad in kerk en samenleving. Hij is gereformeerd opgevoed en nu lid van de Protestantse Kerk in Nederland. Van Dam is getrouwd, het echtpaar heeft drie kinderen.

Stek, stichting voor stad en kerk in Den Haag, is een van de grootste diaconale organisaties van het land. De 45 betaalde krachten en 900 vrijwilligers zetten zich in eerste instantie in voor mensen in de marge van de samenleving. Ze doen dat vanuit negen plekken verspreid over de stad.

Er zijn projecten voor bewoners in armoede, voor vluchtelingen, voor mensen met schulden, voor jongeren, voor ouderen. Doel is iedereen tot zijn recht te laten komen, en te stimuleren elkaar te helpen.

Stek werkt in opdracht van de Protestantse Kerk en Diaconie Den Haag en wordt mede gefinancierd door onder andere Kerk in Actie, de gemeente Den Haag, het Kansfonds en het Oranjefonds.

Vanaf vandaag is Chris van Dam (57) voorzitter van Stek. Deze stichting voor stad en kerk biedt met 900 vrijwilligers en 45 professionele krachten hulp aan een breed palet van mensen die in de stad Den Haag in de knel komen. Deze onbetaalde baan is momenteel Van Dams enige functie; de oud-politieman en oud-officier van justitie neemt bewust tijd om bij te komen van zijn vier jaar in de Tweede Kamer, en om een nieuwe werkkring te zoeken.

Een hoofdrolspeler in de toeslagenaffaire

Grote bekendheid kreeg de jurist door zijn voorzitterschap van de onderzoekscommissie naar de toeslagenaffaire. Het eindrapport Ongekend onrecht galmt nog alle dagen na in de politiek. De conclusies over de falende rechtsstaat waren keihard, onophoudelijk is er nieuws dat de slachtoffers nog steeds onvoldoende zijn geholpen.

Natuurlijk was dat een gigantische klus, vertelt Van Dam in de ruime woonkeuken van zijn huis aan de rand van Den Haag. Maar eigenlijk was de persoonlijke campagne die hij voor de verkiezingen voerde om met voorkeursstemmen in de Kamer te komen, nog inspannender. Hij stond op plek 47 en moest zich van daaruit omhoog zien te vechten. Het Kamerlid schreef een pamflet, Nog steeds niet bij brood alleen, waarin hij uiteenzet dat het CDA naar zijn idee onvoldoende politiek bedrijft vanuit de grondbeginselen, het evangelie; de partij heeft te weinig oog voor mensen die geen stem hebben, en te weinig besef dat de aarde wordt uitgeput. Het CDA is Van Dam te behoudend en conservatief. Maar zijn missie om alsnog in de Kamer te komen mislukte: de man die zichzelf omschrijft als progressief, haalde onvoldoende stemmen voor een zetel in het parlement.

Is de conclusie dat er in het CDA geen behoefte is aan uw geluid?

“Ik heb de wedstrijd verloren, maar ik heb niet het gevoel dat dit een afrekening is. Ik denk dat het regionale denken te ver is doorgevoerd, dat ik daar de dupe van ben geworden. In het CDA zijn meerdere stromingen, en die zijn allemaal belangrijk. Ik ben de laatste die van het CDA de Partij Chris van Dam wil maken. Mijn ervaring is dat we elkaar heel goed weten te vinden. Rentmeesterschap en solidariteit zijn de moersleutels om eruit te komen. We leven niet alleen voor onszelf, maar in relatie tot elkaar. We zijn vredestichters, verbinders, in de partij en daarbuiten.”

Dus er is genoeg ruimte voor de progressieve vleugel?

“Nee, het is nog steeds hard nodig om die progressieve vleugel te versterken. Het Bijbelverhaal van de Bergrede, het opkomen voor de zwakken, klinkt te weinig. Als ik zie hoe linkse partijen over het asielbeleid denken, en over duurzaamheid, dan heeft het CDA wel een been bij te trekken. De harde lijn heeft de overhand gehad, we hebben te weinig inhoud gegeven aan de menselijke maat. Mijn ambitie is om me hiervoor te blijven inzetten. Ik blijf actief lid.”

Waarom? Uw geestverwant Dave Ensberg is eruit gestapt. Is dat geen duidelijker signaal dan blijven?

“Ik begrijp het wel van Dave, de rek is er op een gegeven moment uit. Maar als je vertrekt, dan ontneem je jezelf de mogelijkheid om invloed uit te oefenen. Ik geloof niet dat er geen plek is voor progressieve mensen. Niemand heeft gezegd: Dave, ga weg. Ik voel me welkom, ik heb veel positieve reacties gekregen op mijn pamflet, ik had bijeenkomsten met wel tachtig mensen over vernieuwing van de uitgangspunten. Dan kun je zeggen: ach, tachtig. Maar ze bleven allemaal tot het eind.”

Heeft u uw geloof hierbij nodig?

“Ja, soms wel. Jezus werd gedoopt in de Jordaan, en als dat gebeurt dan komt er uit de hemel een duif: het symbool van vrede en verbinding. Dat is wat God toevoegt aan Jezus om mens te zijn. Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in de maatschappelijke kant van de kerk. Maar ik ben ook een kerkganger. De dienst op zondag is voor mij een oplaadsessie, en die heb ik nodig. Als je lid bent van een voetbalclub, dan moet je trainen. Ik ben in de vieringen wel minder actief geworden. Ik heb een tijd de voorbede uitgesproken, maar daar ben ik subiet mee opgehouden toen ik de politiek in ging. Ik bad daar voor vluchtelingen, maar ik sta voor een streng toelatingsbeleid. Ik kan het wel begrijpen dat je op zondag bidt voor mensen in kamp Moria en dat je dan dinsdag stemt tegen een motie hier vijfhonderd vluchtelingen op te vangen, maar andere mensen begrijpen dat niet. Daar moet je rekening mee houden. Je moet uitkijken om politieke en kerkelijke activiteiten met elkaar te combineren.”

Uitgerekend in uw eigen kerk, de Bethelkapel, kwamen politiek en kerk twee jaar geleden samen. Stek bood er met een permanente kerkdienst van drie maanden onderdak aan het uitgeprocedeerde Armeense gezin Tamrazyan. Het kabinet, met het CDA, vond dat de familie weg moest, de kerk wilde een ruimer kinderpardon. Bracht dat u in conflict?

“Het was een ongelooflijke bundeling van krachten die Stek organiseerde. Heel veel mensen, ook buiten de kerk, hebben dat inspirerend gevonden. Het laat zien dat je niet alleen een ander helpt, maar dat je daardoor ook jezelf helpt, door in relatie met anderen te leven. Ik vond dat heel goed passen bij de rol die de kerk maatschappelijk moet spelen. De verruiming van het kinderpardon kwam er, het CDA ging om. Achter de schermen speelde de toenmalige voorzitter van Stek, CDA’er Rein Willems, daarbij een grote rol.”

Probeerde u ondertussen de CDA-fractie te bewerken?

“Ik ben over mijn rol altijd vrij vaag geweest, en dat laat ik graag zo. Ik wil loyaal zijn aan twee werelden. Laat ik het zo zeggen: succes heeft vele vaders. Ik was heel blij dat de CDA-fractie heeft ingezien dat dit gezin totaal vernederlandst is, en dat je dat gezin niet terug kan sturen naar een land dat de kinderen nauwelijks kennen. Uiteindelijk moet in zo’n situatie menswaardigheid prevaleren. Daar is wel wat voor ingeleverd: de bevoegdheid van de staatssecretaris om in individuele gevallen van de regels af te wijken. Dat ventiel is er nu niet meer.”

Vindt u dat het op de weg van kerken ligt om zich over dit soort politieke zaken uit te spreken?

“Ja, het is heel goed dat de kerk dat doet, maar niet elke dag. De kerk moet aandacht vragen voor hen die geen stem hebben en haar mond open doen over levensbeschouwelijke onderwerpen. Dat is wat anders dan zeggen hoe het Europese vluchtelingenbeleid eruit moet zien. Laat dat aan de politiek. Ik heb er begrip voor als ze zich uitspreekt over hoe dat beleid uitpakt. Kerkmensen hebben contact met diegenen die getroffen worden door beleid. Het is terecht dat de kerk haar mond dan opendoet. Ik heb ook bij de toeslagenaffaire gezien hoe politici in beweging komen als ze zelf praten met slachtoffers. Die gesprekken hebben geleid tot verandering. Zo werkt het.”

De kerken doen elke drie jaar onderzoek naar armoede. Zij vinden steevast dat de overheid meer moet doen voor armen. Bij Stek weten ze daar alles van, de voormalige directeur vond dat de kerken nog meer hun stem moeten laten horen richting politiek. Kunnen uw voormalige collega’s dat ook van u verwachten?

“Ha, ha, ja, René Peters, die in de Tweede Kamer armoedebeleid doet bij het CDA, krijgt het lastig. Ik kan me voorstellen dat de kerken een schrijnend beeld schetsen. Maar ik moet wel erkennen dat Tamara van Ark toen ze nog staatssecretaris van sociale zaken was, het nodige heeft gedaan om problemen op te lossen.”

Zou het kunnen dat u door uw ervaring in de politiek te veel begrip heeft gekregen voor die kant van het verhaal, voor het compromissen sluiten, het wheelen en dealen met partijen die anders tegen de wereld aankijken?

“Ja, het Kamerlidmaatschap heeft mijn begrip wel vergroot. Maar ik kom nu op een andere plek te zitten, met een andere verantwoordelijkheid. Ik weet nog niet precies wat me te wachten staat. Kritiek moet een basis hebben in concrete situaties. En ja, als je die individuele gevallen optelt, kom je bij beleid. Bij het voorhouden van een spiegel aan de politiek heeft de kerk absoluut een rol te vervullen. En wie zijn mond niet opendoet, wordt niet gehoord.”

Lees ook:

Kamerlid Van Dam wil met voorkeurstemmen weer de Kamer in: ‘CDA is soms te conservatief’

CDA-Kamerlid Chris van Dam staat op een onverkiesbare plaats en wil met voorkeurstemmen de Kamer in. Hij vindt dat een jurist en een progressiever geluid in de fractie thuishoren.

Het moet in de kerk niet te comfortabel worden, vindt kerkelijk hulpverlener Ineke Bakker

De kerk doet veel voor mensen in nood. Maar er kan nog een tandje bij, vindt Ineke Bakker. Zij was directeur van de Haagse diaconale organisatie Stek, een van de grootste plaatselijke kerkelijke hulporganisaties van het land.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden