Beeld Suzan Hijink

Holocaustkaart

De Holocaustkaart trekken: niet origineel, nauwelijks effect

De boerenvoorman die zijn situatie vergeleek met die van de Joden in de oorlog wekte verontwaardiging. De vergelijking met de Holocaust wordt vaak gemaakt, maar leidt zelden tot een goed gesprek.

De tractoren zijn voorlopig even terug op het erf, maar de ‘dynamische’ boerenacties echoën nog na. Met name die ene jachtige dreigspeech van Mark van den Oever, voorman van Farmers Defense Force (FDF), afgelopen vrijdag in het Noord-Brabantse provinciehuis. Hij bracht de situatie van de boeren in verband met die van de Joden in de Tweede Wereldoorlog. Hij zei: “75 jaar geleden hebben we ook gezien waar het decimeren van een kleine bevolkingsgroep toe leidt. Heden ten dage een schandvlek in de geschiedenis. Ik wil jullie deze spiegel voorhouden zodat jullie niet zeggen naderhand ‘Wir haben es nicht gewusst’.”

Hij las zijn tekst op van een blaadje – er was over nagedacht. En zelfs de volgende dag, toen een golf van verontwaardigde reacties was losgebarsten, ook van boeren die hier niet van gediend waren – hield de actiegroep voet bij stuk. “Het is nooit onze bedoeling geweest om mensen daarmee te kwetsen en wij betreuren dit,” stelde het bestuur van FDF. “Wij zijn echter van mening dat een aantal vergelijkingen van toepassing is en zorgelijke overeenkomsten vertoont.”

Knapten de boeren hierop af? De boeren die meededen aan de Trouw-enquête ‘De staat van de boer’ schrokken niet merkbaar. De uitspraak deed niets met de antwoorden over de FDF-aanvoerder die op het moment van de uitspraak nog binnen moesten komen: zijn gemeten populariteit bleef stabiel.

Catshuis-ontbijtje

Leidde de uitspraak tot een diskwalificatie van zijn organisatie in het publieke debat? Allerminst. Maandagochtend mochten enkele boerenleiders, inclusief een vertegenwoordiger van FDF, ontbijten in het Catshuis met premier Rutte en landbouwminister Schouten. De bewuste vergelijking werd daarbij ‘dringend aan de orde gesteld’, heette het. Maar het ontbijt leek toch vooral de zoveelste illustratie van de snelle politieke impact die boeren met hun paardemiddelen hebben – denk aan de vier provinciebesturen die stikstofmaatregelen direct introkken in reactie op de belaging van hun provinciehuizen.

Woorden hebben een andere lading als er trekkers klaarstaan. Elke burger heeft demonstratierecht, elke professional mag staken. Slechts weinig beroepsgroepen kunnen met simpele middelen een half land ontwrichten, en alleen al de dreiging daarmee was genoeg voor dat Catshuis-ontbijtje. En wat daarbij daadwerkelijk over die ‘vergelijking’ werd gezegd, zullen we nooit weten.

Beeld Suzan Hijink

Ronny Naftaniel heeft als directeur en woordvoerder van het Cidi (Centrum Informatie en Documentatie Israël) tussen 1980 en 2013 al heel wat vergelijkingen voorbij zien komen. Het dieptepunt was waarschijnlijk een demonstratie van pitbullbezitters in 1993, die hun omstreden honden een Jodenster hadden opgedaan. Toch was Naftaniel verbaasd toen hij de nieuwste variant hoorde. “Dat een voorman van een actiegroep in het heetst van de strijd zoiets doms zegt, daar schrik ik niet meteen van. Maar dat zijn organisatie de volgende dag in reactie op de commotie die uitspraak bevestigt en deze totaal ongepaste vergelijking in stand houdt, dát vind ik echt onbegrijpelijk.”

‘Onkunde en onmacht’

Wat denkt Naftaniel als dit soort vergelijkingen worden gemaakt? “Het is afschuwelijk als mensen de Holocaust op deze manier aanhalen, en het toont in de eerste plaats aan dat ze helemaal niets van de geschiedenis begrepen hebben. De fabrieksmatige uitroeiing van een volk, zorgvuldig gepland en georganiseerd, staat in historisch perspectief nog steeds los van al het andere. Er zijn sindsdien nog een paar gevallen van grootschalige georganiseerde moordpartijen geweest die je er misschien een beetje mee zou kunnen vergelijken – in Rwanda, Oeganda, Cambodja – maar dan houdt het wel op. Het spreekt voor zich dat boze boeren in deze sfeer niks te zoeken hebben.”

Naftaniel vermoedt ‘geen kwaadwillende intenties’ achter de ongepaste vergelijking, laat staan antisemitisme of Holocaustontkenning. Enkel ‘onkunde en onmacht’. “De Holocaust wordt gezien als een moreel dieptepunt. Als je jouw eigen situatie publiekelijk wilt presenteren als iets heel ergs, dan vergelijk je die dus maar met het grootste morele dieptepunt van de mensheid in de afgelopen eeuw. Dat is een simpele en helaas effectieve methode om aandacht te krijgen.”

Holocaustvergelijkingen zijn niets nieuws. Ze kwamen relatief laat op gang, maar dat komt doordat de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog aanvankelijk gedomineerd werd door helden- en verzetsverhalen. De Jodenvervolging kreeg pas vanaf de jaren zestig een steeds prominentere plaats in de herinnering, reconstrueert historicus Kees Ribbens, NIOD-onderzoeker en bijzonder hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. “Vergelijkingen, voor zover die gemaakt werden, verwezen in de eerste naoorlogse jaren meestal naar de kant van de daders – dus politie-optredens, politici of ‘foute regimes’ werden vergeleken met de nazi’s. Dat duurde grofweg tot de jaren tachtig. Vanaf dat moment werd de Holocaust in zijn volle omvang dominant in de collectieve herinnering van de oorlog. Vanaf dat moment duiken ook de eerste vergelijkingen op waarbij de kant van de slachtoffers voorop staat.”

Vergelijking met de bio-industrie

Een van de bekendste voorbeelden hiervan is de vergelijking van de bio-industrie met de Holocaust, waarin de boeren dus juist de rol van daders vervullen, maar de slachtoffers – de dieren – toch voorop staan. Een stoet van bekende Nederlanders maakte deze vergelijking, die voor zover historicus Ribbens kon vinden in 1979 voor het eerst in een Nederlandse krant opdook, toen een bestuurder van de Dierenbescherming de overheid beschuldigde van ‘de holocaust in de intensieve veehouderij’.

Later raakte deze vergelijking wijdverspreid, door toedoen van actiegroep Varkens in Nood en zijn bekende ambassadeurs. Varkenshouders daagden zanger Robert Long voor de rechter toen hij hun stallen vergeleek met Dachau, en varkens de ‘Joden van de vleesindustrie’ noemde – wat volgens de rechter overigens een toelaatbare mening was. Later gebruikten onder anderen cabaretier Youp van ’t Hek (‘dierenhitlers’) en Forum voor Democratie-senator Paul Cliteur dit soort vergelijkingen. Maarten ’t Hart sprak van een ‘kippenholocaust’ (2003). Psycholoog Roos Vonk schreef in 2017 dat dieren ‘worden behandeld als productiegoederen zonder gevoel en zonder individualiteit, zoals ook ooit slaven en Joden. In die zin leven we te midden van een grootschalige industriële holocaust’.

Hoe vaak deze vergelijking ook gemaakt is, zij heeft zelden geleid tot een goed gesprek of tot nieuwe inzichten. Wederom wel tot veel pijn bij overlevenden en nabestaanden, voor wie het uiterst kwetsend is om met varkens te worden geassocieerd, zoals bijvoorbeeld Frits Barend eens liet weten. Degenen die de vergelijking maken, ontberen vaak het historische besef dat de nazi’s de Joden ook aan dieren gelijkstelden.

Online discussies

Een andere Holocaustvergelijking die veel stof deed opwaaien betrof het vreemdelingenbeleid onder met name minister Rita Verdonk (VVD, 2003-2006). PvdA’er Jan Pronk werd door de minister uit haar werkkamer gezet toen hij het woord ‘deportaties’ in de mond had genomen. Verdonk eiste excuses van haar partijgenoot Hans Dijkstal, toen die een verband legde tussen haar beleid en de Jodenster. Theoloog en dichter Huub Oosterhuis, destijds SP-lijstduwer, zei in Spits: ‘Hoe de IND omspringt met vluchtelingen is te vergelijken met hoe de collaborerende politie in de oorlog omsprong met Joden. Het enige verschil is dat de IND niet uit is op de vernietiging van deze mensen.’

Heel wat genuanceerder dan de opmerking van de boerenvoorman, maar destijds toch genoeg voor een onderzoek naar strafvervolging door het OM – verder is het overigens nooit gekomen.

Kun je maar beter helemaal niets vergelijken met de Holocaust? Dat is volgens historicus Kees Ribbens ook geen oplossing. “In de Verenigde Staten woedde onder historici recentelijk een debat over de vraag of het wenselijk is om de Holocaust te vergelijken met andere politieke of maatschappelijke fenomenen. Het vooraanstaande Holocaustmuseum USHMM stelde dat dit per definitie onwenselijk was. Maar historici vinden terecht dat de betekenis van deze genocide hiermee geïsoleerd zou worden van de maatschappelijke actualiteit. We kunnen ons niet tot het verleden verhouden als we geen vergelijkingen maken met het heden. Wel moet dit altijd zorgvuldig gebeuren, met oog voor de verschillen tussen toen en nu.”

Voorlopig leven we niet in een tijd waarin dit te weinig gebeurt – integendeel. Want met de opkomst van de Holocaustvergelijkingen vanaf de jaren tachtig (waarbij het slachtofferschap voorop staat) verdwenen de beschuldigingen van fascisme of nazisme allerminst uit beeld. In het Godwintijdperk (Mike Godwin stelde dat in elke online-discussie uiteindelijk een vergelijking met Hitler of de nazi’s opduikt) is het gooi-en-smijtwerk met WO-II-termen eerder regel dan uitzondering. Zo kon een Zaans raadslid onlangs terloops spreken van Gestapopraktijken en kan Thierry Baudet de eenheidsidealen van de Europese Unie vergelijken met het streven van Hitler en het Derde Rijk. Maar Baudet wordt op zijn beurt ook aan de lopende band met de jaren dertig in verband gebracht. Net als Geert Wilders, wiens partij meermaals werd neergezet als ‘de nieuwe NSB’. In Italië was deze week nog ophef over een cartoon waarin de EU werd weergegeven als Auschwitz waaruit Boris Johnson ontsnapt. En hoe vaak is Donald Trump al vergeleken met Hitler?

Niet meer dan een morele hyperbool

Hoogstens worden de vergelijkingen onderhand zo achteloos en ondoordacht dat ze op den duur niets meer betekenen – en dat kan voor de herinnering aan de oorlog en de lessen die hieruit te trekken zijn onmogelijk goed zijn. In dat kader is de boerenvariant van Mark van den Oever misschien toch wel onderscheidend. De indruk ontstaat dat de Holocaust in dit geval niet meer is dan een morele hyperbool, een overdrijving waarmee je je woorden pepert. Van den Oever ging in één moeite door naar andere opruiende woorden zoals ‘klimaatsalafisme’.

Filosoof Ger Groot ziet de Holocaustvergelijkingen als een weliswaar te betreuren, maar niet te keren lot van elke historische gebeurtenis. “De Tweede Wereldoorlog is nog steeds een moreel ijkpunt,” zegt hij. “En toch is er ook al geruime tijd een zekere banalisering gaande van dat verleden en de woorden die erbij horen. Het woord ‘fascisme’ is al sinds de jaren zeventig aan het verwateren – het wordt te pas en te onpas gebruikt. Daardoor slijt de oorspronkelijke betekenis langzaam maar zeker weg. Ten aanzien van de Holocaust zitten we midden in dat proces. Aan de ene kant zijn de woorden en beelden nog sterk aanwezig, tegelijkertijd zien we dat ze aan kracht verliezen.”

Ronny Naftaniel benadrukt dat het zover nog niet is. Naftaniel: “Je ziet aan de hoeveelheid verontwaardigde reacties dat een domme vergelijking niet onopgemerkt voorbijgaat. En dat de historische betekenis voor de meeste mensen dus nog als een paal boven water staat.”

Lees ook:

Vooral jonge boeren worden steeds radicaler

De boerenopstand verhardt. Vooral jonge agrariërs ontkennen het stikstofprobleem en omarmen radicale acties.

Vindt Farmers Defense Force echt dat boeren zo worden behandeld als mijn familie in WOII?

Vindt Mark van den Oever, voorzitter van Farmers Defense Force, dat hij een vergelijking met de Tweede Wereldoorlog mag maken? Dat houdt lezeres Saskia Goldschmidt hem voor, terwijl ze vertelt wat haar Joodse voorouders is overkomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden