InterviewIdentiteit

De eerste generatie Molukkers is alles afgepakt. ‘Mijn opa en oma waren eigenlijk hun hele leven ontworteld’

Ichtus Rahanra: 'Ik veroordeel onze vaders niet, ik weet niet wat ik zelf zou doen in zo’n oorlogssituatie'. Beeld Martijn Gijsbertsen
Ichtus Rahanra: 'Ik veroordeel onze vaders niet, ik weet niet wat ik zelf zou doen in zo’n oorlogssituatie'.Beeld Martijn Gijsbertsen

Zeventig jaar geleden arriveerden de eerste Molukkers per schip in Nederland. Drie van hun afstammelingen aan het woord over hun gemeenschap en hun kijk op de geschiedenis.

Ichtus Rahanra (49) Financieel interimmer. Maakt zich hard voor behoud Molukse wijken

“Ik ben een Tenggara (Zuid-Oost)-Molukker. Nederland veroverde vierhonderd jaar geleden eerst de Midden-Molukken – Ambon, Haruku en Saparua – om specerijen te halen. Relatief veel Molukkers werden ambtenaren en leraren in het Nederlands-Indische apparaat, of militair in het Koninklijke Nederlands-Indische Leger, Knil.

Op de Tenggara-eilanden kwamen de Nederlanders pas begin 20ste eeuw, toen ze soldaten nodig hadden. Dat opende mogelijkheden voor jongeren, die weinig anders konden worden dan boer. Mijn vader tekende in 1939 als 18-jarige bij het Knil: alleen al de reis naar Ambon was een wereldreis voor hem. Daarna ging hij de hele archipel door: Sumatra, Java, Borneo, totdat de Japanners in 1942 binnenvielen.

Die zagen Molukkers collectief als pro-Nederlands. Mijn vader was net met verlof toen de Japanners hem oppakten en in een kamp vastzetten, tot 1945. Velen die in Java en Sumatra waren opgepakt, moesten werken aan de beruchte Burma-spoorlijn. Mijn vader zei altijd: ‘Ik kreeg ook klappen, maar ik had nog geluk, aan de andere kant van het hek waren onze eigen mensen’.

Nachtmerries

Toen Japan verslagen werd, heeft hij zich weer bij het Knil gemeld en werd hij op Java gestationeerd. Het was de tijd van de Bersiap, het chaotische begin van de onafhankelijkheidsoorlog, waarbij over en weer grove misdaden zijn begaan. Onze vaders hebben daar huisgehouden, dat staat buiten kijf. Over zijn tijd op Java van 1945 tot 1951 heeft hij weinig verteld, net als de meesten. Ik heb hem wel vaak horen schreeuwen in zijn nachtmerries, dan moest mijn moeder hem wakker maken.

null Beeld Sander Soewargana
Beeld Sander Soewargana

Ik veroordeel onze vaders niet, ik weet niet wat ik zelf zou doen in zo’n oorlogssituatie. Ik heb diep respect voor hun overlevingskwaliteiten. Die hebben ze op ons overgebracht. Hun geloof hield ze op de been, dat was hun houvast. Hun leven was: overleven. De jongere generaties profiteren nu van de overlevingsstrijd van die eerste generatie.

Mijn vader is op 8 april 1951 aangekomen met de Roma, het derde schip met Molukkers dat naar Nederland kwam. Hij werd overgebracht naar het kamp in Amersfoort, waar hij ontslag kreeg als militair, pensioen heeft hij net als zovelen nooit gehad. Daarna naar een kamp bij Steenwijk, toen een gastgezin in Rotterdam, daarna naar een kamp bij Ommen van Tenggara-Molukkers.

Uitbarsting

De verdeel- en heerspolitiek van de Nederlanders in Indië heeft spanningen veroorzaakt tussen de Tenggara- en Midden-Molukkers. Maar ze werden wel in dezelfde kampen gestopt. In 1951 kwam het tot een uitbarsting in kamp Vught. Daarom werd de Tenggara-gemeenschap in aparte kampen, en later in aparte woonwijken ondergebracht.

De geweldsuitbarsting moet je ook in die tijdgeest zien: ze waren in een complete lockdown van 1949 tot 1956: eerst in de kampen van Java en daarna in de kampen in Nederland. Logisch dat er dan spanningen ontstaan. Anno 2021 wil ik, en velen met mij, dit achter ons laten, als Molukkers één vuist maken om onze geschiedenis en waarom we hier zijn door te vertellen.

Ik ben opgegroeid in een Molukse wijk in Zwolle. We speelden met Nederlandse kinderen, we gingen naar dezelfde school, echt een geweldige tijd: ook bij ons hing het touwtje van Jan Terlouw uit de brievenbus.

Ik ben nu in Rijssen actief als bestuurslid voor de organisatie die de Molukse wijken wil behouden. Toen de overheid in ’56 de kampen heeft opgeheven, hadden ze één ding beloofd: dat de Molukkers hun eigen woningen zouden krijgen. Zolang Molukkers daar nog willen wonen, moeten ze daar kunnen wonen. Dit is iets wat ons samenbindt, de pijn van onze ouders zit erin. De eerste generatie is alles afgepakt, maar dit laten we ons niet afpakken.”

Geronimo Matulessy: 'Misschien was ik in de jaren zeventig ook wel treinkaper geworden'.  Beeld Martijn Gijsbertsen
Geronimo Matulessy: 'Misschien was ik in de jaren zeventig ook wel treinkaper geworden'.Beeld Martijn Gijsbertsen

Geronimo Matulessy (37) Fotograaf, werkt aan fotoproject Molukse wijken, hoopt zijn rechtenstudie te kunnen gebruiken voor de Molukse zaak

“Ik ben geboren in de Molukse wijk in Bemmel. Toen ik 4 jaar was, heb ik gezien hoe mijn vader werd vermoord door een Molukse kennis. Daardoor heb ik me lang afgezet tegen mijn roots: alles wat Moluks was, was verbonden met die traumatische ervaring.

Mijn moeder heeft me opgevoed, samen met de Nederlandse man met wie ze later is getrouwd. Ik groeide vanaf mijn achtste op in een witte middenklassewijk in Apeldoorn. Alles was gericht op integratie, studie, werk, we spraken alleen Nederlands. Maar mijn beste vriendje zei: jij bent wel Molukker, maar jij bent een goeie. En in de spiegel zag ik geen Nederlander.

Ik sta in de Molukse wereld bekend als pleitbezorger van de RMS (de Republik Maluku Selatan, de onafhankelijke Molukse Republiek die in 1950 op Ambon werd uitgeroepen). Ze denken vaak dat ik in mijn jeugd platgegooid ben met RMS-propaganda, want mijn oom, de broer van mijn moeder, is de president van de RMS in ballingschap, John Wattilete.

Maar mijn interesse is pas gegroeid na 2013, toen ik mijn Molukse vriendin leerde kennen. Zij confronteerde me met die achtergrond waar ik me zo lang tegen afzette. Ik ging zelf onderzoek doen naar de rechtmatigheid van de RMS, en in 2014 heb ik op de Molukken de familie van moederskant bezocht. Dat was zeer emotioneel: een gevoel van opluchting, thuiskomen.

Frustratie

Ikzelf, en ook mijn neven en nichten, zijn door hun ouders nooit opgezadeld met de trauma’s die je vaak in onze gemeenschap tegenkomt. Anderzijds: als ik met mijn moeder praat over de kapingen en de straaljagers die over die trein scheerden, dan lopen haar uiteindelijk wel de tranen over haar wangen, uit kwaadheid en frustratie.

En die gevoelens herken ik. Misschien was ik in de jaren zeventig ook wel treinkaper geworden. Niet dat ik dat nu geradicaliseerd ben of het geweld goedkeur, maar ik kan me wel in hen verplaatsen. Die tweede generatie leefde in tijden vol revolutionair geweld: de ETA, de RAF. Ze voelden de pijn van hun ouders die op schepen waren gezet, van hun status ontdaan en in kampen gedumpt. En ontdekten: ‘We worden al een paar honderd jaar zwaar genaaid’.

We leven niet meer in de jaren zeventig, we gaan bij discussies niet meer op de vuist, maar wij Molukkers laten nog veel taboes onbesproken: zoals de conflicten van Midden-Molukkers - RMS’ers zeg maar - met Tenggara-Molukkers in kamp Vught en met islamitische Molukkers in Westerbork. Of dat onze opa’s zowel slachtoffers als daders waren, zoals ik vorig jaar in de NRC heb geschreven. Ik vind: we moeten af van die trots op de Knil, waar je helemaal niet trots op moet zijn als je weet hebt van standrechtelijke executies en het platbranden van kampongs. Mijn opa Wattilete behoorde tot de groep van de beruchte kapitein Westerling. Of hijzelf een oorlogsmisdadiger was, weet ik niet, maar hij was wel onderdeel van een moorddadig regime.

Juridische verplichtingen

Dat kun je best benoemen en nog steeds RMS-aanhanger zijn. Indonesië heeft de RMS geannexeerd, die was uitgeroepen omdat Indonesië de akkoorden had geschonden die voor de onafhankelijkheid zijn ondertekend, waarin het recht op afscheiding was geregeld. Ook het internationaal recht erkent het zelfbeschikkingsrecht van volkeren. Ik verlang niet dat Nederland JSF’s naar Ambon stuurt, maar wel zijn juridische verplichtingen tegenover de RMS nakomt.

Het Molukse volk is ongelukkig met de armoede en de onderdrukking. Ik denk dat de RMS daar een oplossing voor is. Of de Molukkers daar dat ook willen, kun je niet weten, omdat een Molukker maar een RMS-vlag hoeft te tonen om in de gevangenis te verdwijnen. Laat het Molukse volk over zijn eigen lot beslissen. Mocht blijken dat ze de RMS niet willen, dan zeg ik: prima.

Yayah Siegers-Samaniri: 'Stel je eens voor wat er was gebeurd als de getraumatiseerde Dutchbatters vanuit Joegoslavië met hun gezinnen in een kamp zouden zijn gestopt'.  Beeld Martijn Gijsbertsen
Yayah Siegers-Samaniri: 'Stel je eens voor wat er was gebeurd als de getraumatiseerde Dutchbatters vanuit Joegoslavië met hun gezinnen in een kamp zouden zijn gestopt'.Beeld Martijn Gijsbertsen

Yayah Siegers-Samaniri (46) Communicatiemedewerker KITLV, bestuurslid Molukse moskee in Ridderkerk

Mijn familie van vaderskant komt uit een islamitisch dorp op Ambon. Het was vrij bijzonder dat mijn opa als moslim dienst deed in het Knil: dat rekruteerde vooral christelijke Molukkers. In de Molukse gemeenschap in Nederland is maar een paar procent moslim, zo’n duizend in totaal.

Mijn opa was al in dienst van het Knil voor de oorlog, maar zijn eenheid werd ontwapend toen de Japanners Indonesië bezetten. Na de bezetting hervatte hij weer zijn dienst. Ik heb hem wel eens gevraagd waarom hij als moslim Knil-soldaat wilde worden, maar hij zei daar niet veel meer over dan dat hij werk zocht en als soldaat ook andere delen van Indonesië leerde kennen.

In 1951 stond hij voor de keuze: in het Indonesische leger gaan, of naar Nederland. Hij was toen al getrouwd met mijn oma, een islamitische vrouw uit Jakarta. Zij vreesde voor wraakacties, en daarom zijn ze met hun kind – mijn vader – naar Nederland gegaan. Hij werd bij aankomst gelijk ontslagen uit militaire dienst, wat velen als klap in hun gezicht ervoeren.

Mijn opa zat eerst in woonoord Schattenberg, voormalig kamp Westerbork. Waren die kampbewoners dominees of leraren geweest, dan had je een heel andere dynamiek gehad, maar ze waren militairen, die hun land hadden moeten verlaten en zich in het wildvreemde koude Nederland moesten redden. Stel je eens voor wat er was gebeurd als de getraumatiseerde Dutchbatters vanuit Joegoslavië met hun gezinnen in een kamp zouden zijn gestopt, en hoe dat zou doorwerken op hun nakomelingen.

Keukenincident

In 1953 kwam het in Schattenberg tot het ‘keukenincident’: christelijke Molukkers hadden met een lepel uit een pan met varkensvlees geroerd in de pan met rijst van de islamitische bewoners. Mijn opa heeft vaak verteld dat hij daar bij was, en dat moslims toen een eigen kamp eisten. Dat gebeurde in 1954, toen kwam bij Balk in Friesland een kamp voor islamitische Molukkers, met in 1956 een moskee.

Mijn vader heeft zestien jaar in kampen gewoond, en was al in de twintig toen hij naar Ridderkerk verhuisde en zijn studie tot bouwkundig tekenaar afrondde. Mijn moeder heeft geen Molukse achtergrond, ze is dankzij een studieprogramma in de jaren zeventig vanuit Indonesië naar Nederland gekomen als verpleegkundige.

Totdat ik naar de lagere school ging, ben ik opgegroeid bij mijn opa en oma: dat komt vaak voor in de Molukse cultuur. Vanaf mijn zesde woonde ik weer bij mijn ouders. Ik ben niet opgegroeid met het RMS-ideaal. RMS, Republik Maluku Selatan, betekent Republiek der Zuid-Molukken, maar mijn opa spotte dat die ‘S’ stond voor Serani: ‘christelijk’.

Goedmakertje

In Ridderkerk is er niet echt een Molukse wijk, we werden gehuisvest tussen de Nederlanders, wat goed heeft uitgepakt: de latere generaties deden het best goed qua werk en opleiding. In 1984 schonk de overheid onze gemeenschap een moskeegebouw. Dat was een soort goedmakertje: christelijke Molukse gemeenschappen kregen kerkgebouwen.

Mijn opa en oma zijn na bijna 40 jaar teruggekeerd naar Jakarta, toen ze in de 60 waren. In het begin vonden ze het geweldig. Maar thuis is toch: waar je kinderen en kleinkinderen wonen, zeker als je ouder wordt en hulp nodig hebt. Triest: ze waren gedurende hun hele leven eigenlijk ontworteld.

Ik zit nu in het bestuur van de Molukse Moskee Ridderkerk; mijn vader was eerder zeventien jaar voorzitter. In Indonesië spelen vrouwen vaak een rol in islamitische organisaties. Deze moskee is niet alleen een gebedshuis, maar ook Moluks erfgoed. Dat wil ik behouden. Maar bij ons komen ook moslims bidden uit Marokko, Syrië, Afghanistan, Somalië en Suriname. Die gastvrijheid, openstaan voor andere moslims, past ook bij de Molukse waarden waar ik aan hecht.

Lees ook:

‘Tijdelijk verblijf’ Molukkers duurt al 70 jaar

Zeventig jaar terug kwamen de eerste Molukkers naar Nederland. Hoe gaat het nu met hun nazaten? Niet denderend, suggereert het CBS.

Hoe de Molukse geloofstradities en het christendom samenkwamen in de Molukse kerk in Nederland

De tentoonstelling ‘Molukse kerk in de polder’ toont de geschiedenis van de kerk in de Molukken en Nederland. ‘Je kunt de subsidie voor dit soort exposities wel zien als een goedmakertje.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden