Verketening

De dierenartsenketen rukt op, wie wordt daar beter van?

Op de dierenartspraktijk van keten Anicura in Hoofddorp wordt een kat onder narcose gebracht. Beeld Jean-Pierre Jans

Ketens domineren de winkelstraten. Ze overheersen optieks, drogisterijen en apothekersland. Ook onder dierenartsen zijn ze afgelopen jaren in een hoog tempo opgerukt. Wie wordt daar beter van?

De laatste jaren moet er heel wat zijn afgepiekerd door dierenartsen. Doe ik het wel of doe ik het niet? Verkoop ik mijn praktijk of blijf ik eigen baas? Er is ongetwijfeld veel nagedacht, gezucht, gerekend, gewikt en gewogen.

De oorsprong van dat gepieker ligt in Zweden. In 2011 beginnen twee bedrijven dierenklinieken op te kopen. Het ene heet Djursjukhusgruppen (‘Dierenziekenhuisgroep’), het andere Evidensia. Achter beide bedrijven zitten investeringsfondsen. Eerst in Zweden en Noorwegen, en daarna in andere landen kopen ze praktijken op. In 2015 doet Djursjukhusgruppen de eerste aankoop in Nederland – onder de nieuwe naam AniCura, dat bekt voor niet-Zweden net wat lekkerder. Evidensia volgt snel.

In 2016 koopt AniCura een kliniek in Hoofddorp en in 2017 volgt een grote slag als Sterkliniek Dierenartsen, de naam waaronder 82 praktijken samenwerken, wordt aangeschaft. AniCura lijft 27 praktijken in, de rest wordt franchiser. Ondertussen koopt Evidensia de ene na de andere praktijk op. Beide partijen benaderen dierenartsen, er zijn avonden waarop zij zich presenteren en op hun websites inviteren ze de artsen om eens te komen praten over de verkoop van hun praktijk. Ze richten zich op grotere en goedlopende praktijken. Menig dierenarts begint te piekeren.

Natuurlijk zijn er nadelen. Wie verkoopt, is niet langer de baas, maar komt in loondienst. Dat loon ligt lager dan de inkomsten die een arts uit zijn praktijk kan halen, tenminste als die goed loopt. Voordelen zijn er ook. De koper verzorgt voortaan de boekhouding. Ook ander niet-medisch werk nemen de Zweden voor hun rekening: admini­stratie, websites, marketing, IT-zaken en personeelsbeleid.

De kopers beloven meer. Ze gaan kortingen bedingen op de inkoop van medicijnen, apparatuur en andere benodigdheden. Ze zullen apparaten aanschaffen die artsen alleen of met hun maatschap niet kunnen betalen. Artsen kunnen bijspijkercursussen krijgen en advies inwinnen bij deskundigen. Ten slotte is er het overnamebod op de praktijk. Dat is doorgaans aantrekkelijk tot zeer aantrekkelijk te noemen, zeker voor de oudere dierenarts die het pensioen ziet naderen.

Want een verkoop aan een collega-dierenarts is niet zo makkelijk. Banken kunnen een barrière vormen bij de financiering. De dierenartsenwereld vervrouwelijkt. Zo’n 90 procent van de ­bijna-afgestudeerden is vrouw. Zij zijn graag dierenarts, maar hebben volgens branche-organisatie Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) doorgaans minder trek in de ondernemerskant van het vak; ze werken liever in deeltijd dan voltijds en hebben soms ook geen zin in nacht- en weekenddiensten.

Al met al bieden de kopers dieren­artsen een aantrekkelijk ogend pakket aan. Daarbij doen zij nóg een belofte: zij gaan niet op hun veterinaire stoel zitten. De boekhouding? Die verzorgen ze. Een praktijk doorlichten? Doen ze ook. Op medisch gebied blijft de arts ­gewoon de baas.

Grote partijen

Acht jaar na hun Zweedse, en vier jaar na hun Nederlandse debuut zijn Evidensia en AniCura grote partijen. Nederland telt zo’n 1250 dierenartsenpraktijken, vooral voor huis­dieren. Evidensia heeft er 219 (bijna ­allemaal in eigendom), AniCura 120, waarvan 45 in franchise. Dan zijn er nog het Britse CVS met zestien prak­tijken en twee Nederlandse ketens: DierenDokters met veertien klinieken en Dierenartsen Groep Nederland met dertien.

Opvallende partijen zijn Ranzijn en Pets Place. In veertien Ranzijn-winkels kunnen klanten niet alleen terecht voor diervoeding en tuinspullen, maar ook voor kleine ingrepen bij hond of kat. Dierenwinkel Pets Place biedt veterinaire diensten in acht filialen. Al met al is bijna een derde van de praktijken onderdeel van een keten. Omdat het meestal om grotere praktijken gaat, is het percentage dierenartsen dat voor een keten werkt beduidend hoger.

Wat is het gevolg van deze keten­vorming? Maken de ketens hun beloftes waar? Verbetert de zorg? “Daar wordt wisselend over gedacht”, zegt de woordvoerder van de KNMvD. “Misschien wel, het is lastig te zeggen. De kwaliteit van de zorg is moeilijk te meten en de ketenvorming is nog niet lang aan de gang.” Jeroen Dreuw, mede-oprichter van DierenDokters, is sceptischer. Hij ziet die verbetering niet.

De zegsman van de KNMvD vervolgt: “Voor ons is vooral de autonomie van de artsen belangrijk. Op medisch gebied moet de arts het voor het zeggen hebben.” Aanwijzingen dat de ketens aan die autonomie morrelen, heeft hij niet, al blijft het ‘een potentiële bron van zorg.’ Ook Thera Evers, sectorspe­cialist bij ABN Amro en mede-auteur van een rapport over de ketenvorming, heeft de indruk dat ketens de artsen op medisch gebied hun gang laten gaan.

Extra ondersteuning

Michiel van Silfhout, directeur van Evidensia Nederland, en Jakko Vinken, verantwoordelijk voor de Europese vestigingen van AniCura, vinden wel dat de ketens van dierenartsenpraktijken de kwaliteit van de zorg verhogen. Van Silfhout: “Wij hebben nu tachtig mensen die artsen bijstaan. We zijn begonnen met het geven van cursussen en treffen voorbereidingen voor de gezamenlijke inkoop van dure spullen, zoals röntgenapparatuur.” Van Silfhout zegt dat artsen meer samenwerken en ziet meer specialisatie ontstaan. Hij meldt dat Evidensia in Nieuwegein een dierenziekenhuis heeft geopend en dat er in Arnhem ook een komt. “Daar kunnen klanten 24 uur per dag terecht. Bij gewone praktijken kan dat niet.” En de autonomie van de dierenarts? Van Silfhout: “Daar komen wij niet aan”.

Bij AniCura werken dertig mensen om artsen te ondersteunen. “Wij investeren, als het om apparatuur gaat, acht keer zoveel in een praktijk als artsen zelf deden”, zegt Vinken. “Dan gaat het om zaken als CT- en MRI-scanners, laboratoriumbenodigdheden en lasers. Natuurlijk houden wij dat investeringstempo niet vol, maar dat is niet nodig. Die apparaten staan er voor jaren.” AniCura geeft cursussen, stelt kwaliteits­eisen aan artsen en licht de aangekochte praktijken door.

Beeld Jean-Pierre Jans

Van Silfhout en Vinken benadrukken nog twee dingen. De sector verandert: er kan op medisch gebied meer dan vroeger. Dan is het handig als er een keten is die kan investeren in (dure) apparaten waarvan meerdere praktijken gebruik kunnen maken. Door ­extra zorg aan dieren te bieden, komt er meer vraag van klanten.

Die stijgende vraag is, beklemtonen zij beiden, de belangrijkste reden waarom investeerders hun geld in al die praktijken en ondersteunende diensten hebben gestopt: de sector groeit en blijft dat doen. Op termijn gloren dan de winsten. Mensen zijn meer dan vroeger bereid hun portemonnee te trekken voor het welbevinden van hun hond, kat of konijn.

Waar zit het geld?

Is het alleen die groei? Of is er ook elders winst te halen? Veel dierenartsen zijn vooral arts. Ze besteden minder aandacht aan de zakelijke aspecten. Dan ligt het voor de hand dat zij, na te zijn doorgelicht door een keten, met ­lagere kosten kunnen werken.

Te besparen is er in principe ook op personeelskosten: bijvoorbeeld door meer klussen te laten uitvoeren door arts-assistenten en die assistenten flexibel in te zetten, al dan niet als zzp’er. Evidensia en AniCura doen dat laatste niet, beklemtonen Van Silfhout en Vinken. Bovendien is er een tekort aan personeel in de sector. Wie goede artsen en assistenten wil, kan niet met tijdelijke contractjes aankomen.

Zit de winst soms in de medicijnen? Van dalende prijzen voor diergeneesmiddelen lijkt geen sprake. “Wij kennen de jaaromzet van de branche en daarin zie ik geen daling”, zegt Frederik Schutte, directeur van ­Fidin, de vereniging van veterinaire farmaceuten. Inkoopdeals van de producenten van diergeneesmiddelen voor de grote ketens zijn Schutte niet bekend.

Evers van ABN Amro denkt wel dat de ketens verdienen aan medicijnen en Vinken van AniCura bevestigt dat. “Natuurlijk bedingen wij kortingen en maken we deals met fabrikanten. En ja, dat prijsverschil steken we in onze zak. Dat gaat overigens niet om grote bedragen.” Vinken voegt eraan toe dat artsen niet verplicht zijn de goedkoop ingekochte medicijnen voor te schrijven.

Zijn de klanten dan de dupe? Betalen zij meer voor dieetvoeding, castratie, sterilisatie, vaccinatie of operatie van hun huisdier? Dreuw van DierenDokters vermoedt van wel. “De ketens zijn vooral geïnteresseerd in hogere omzetten en rendementen. Ze zijn financieel gedreven en moeten hun aandeelhouders tevreden stellen.” Vinken ontkent dat prijzen omhoog zijn gegaan, Van Silfhout zegt het niet te kunnen bevestigen: als klanten meer betalen, kan dat komen door verbeterde kwaliteit van de zorg, zegt hij.

De Consumentenbond heeft geen klachten gehad over hogere prijzen, het Centraal Bureau voor de Statistiek houdt deze prijzen niet bij. Volgens de KNMvD zijn de prijzen wel gestegen: door de btw-verhoging in 2018 en de stijgende loonkosten.

Worden er vaker dan vroeger handelingen verricht? De KNMvD houdt jaarlijks een steekproef onder leden en daaruit blijkt dat de omzet van huisdierenpraktijken van 2016 tot medio 2018 fors steeg. Dat kan met de komst van de ketens te maken hebben, of met bonussen die sommige artsen krijgen als zij in de eerste drie jaar in loondienst hun omzet flink opvoeren.

De KNMvD heeft geen verklaring voor de omzetstijging, die vorig jaar overigens abrupt ten einde kwam. Dreuw denkt dat de nadruk in de overgenomen praktijken op omzetgroei komt te liggen. Evers sluit ook niet uit dat de ketens mikken op meer omzet en hogere prijzen. “Als het te gek wordt met de prijzen, kunnen klanten altijd naar een zelfstandige arts overstappen”, zegt ze. Volgens Vinken is de steekproef van de KNMvD met 59 praktijken beperkt en niet representatief – er zit maar één AniCura-kliniek tussen, denkt hij.

Een nieuwe fase

Inmiddels is de ketenvorming in een nieuwe fase beland. AniCura is vorig jaar door de grootaandeelhouders verkocht, naar verluidt met een riante winst. De nieuwe eigenaar is Mars Petcare. Mars is niet alleen een van ’s werelds grootste producenten van diervoer met merken als Pedigree, Whiskas, Sheba, Cesar en de dieetvoeding van Royal Canin, maar bezit in de VS al jaren honderden dierenklinieken. De toch wat opmerkelijke combinatie van veterinaire zorg en diervoeding – stel je voor dat bedrijven als Unilever of FrieslandCampina huisartsenpraktijken opkopen – is voor Mars niets nieuws.

Ook bij Evidensia veranderde er iets. Nog altijd is het Zweedse investeringsfonds EQT de belangrijkste aandeel­houder, maar afgelopen voorjaar kwam er eentje bij: voedingsmiddelenconcern Nestlé, dat een grote, zeer winstgevende diervoedingspoot (Purina, Felix , Gourmet) heeft. Treedt Nestlé in de voetsporen van Mars? Denken Mars en Nestlé meer (dieet)voeding te kunnen verkopen?

Of de ketenvorming stokt nu Mars Petcare en Nestlé zich aan het front hebben gemeld, is nog ongewis. Het kan zijn dat de ketens zijn uitgeshopt, het kan ook zijn dat zij nog wat bijkopen. In Engeland hoort ongeveer de helft van de praktijken bij een keten, in Noorwegen en Zweden ligt dat percentage nog hoger.

Over de toekomst van de branche zijn de meningen ook verdeeld. Dreuw: “Wacht maar op een nieuwe economische crisis”, zegt hij. De dierenliefde mag niet lijden onder een crisis, maar de bereidheid om huisdieren dure medische behandelingen te laten ondergaan, lijdt er wel onder, is zijn ervaring. Het gebrek aan personeel kan de sector ook nog parten gaan spelen.

Het Britse CVS meldde dit jaar een forse winstdaling. Een van de redenen: de hoger dan verwachte (loon)kosten in de Nederlandse vestigingen. CVS meldde ook wat die praktijken moeten doen: kosten besparen, meer omzet, meer winst. Vinken en Van Silfhout zien het anders en zijn eensgezind in hun verwachting: “Stabiele groei.”

Lees ook:

Jammer maar helaas: je huisdier heeft géén emoties

Als we naar onze huisdieren kijken, zien we bewust gedrag en emoties. Heel herkenbaar. Maar wat we zien, zegt neurowetenschapper Joseph LeDoux, is er niet

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden