InterviewDavid Van Reybrouck

David Van Reybrouck is verbijsterd over het gebrek aan historisch besef in Nederland

David Van ReybrouckBeeld Joris Casaer

De Vlaamse auteur David Van Reybrouck sprak met honderden, meest hoogbejaarde Indonesiërs, Nederlanders en Japanners. ‘Ons’ koloniale verleden – nee: een belangrijke schakel in de wereldhistorie – meeslepend verteld door de laatsten die het beleefden.

Indonesië is belangrijk. Het land is qua inwonertal – 268 miljoen inwoners – het vierde land ter wereld, met de grootste moslimbevolking van allemaal. En het is een land dat met zijn revolutie tegen Nederland  wereldgeschiedenis schreef, ja indirect de aanstoot gaf tot de vorming van de Europese Unie, betoogt David Van Reybrouck in Revolusi, dat dit weekeinde verschijnt.

Van Reybrouck, bekend van zijn boek Congo (500.000 verkochte exemplaren), ondervroeg bijna tweehonderd getuigen voor zijn magistrale relaas. Hij sprak hoogbejaarden in Callantsoog, in Nepalese bergdorpjes, in Japan en natuurlijk in Indonesië over de ­bloedige strijd die 200.000 levens eiste.

Wie de meeste indruk maakte? Hij kan niet kiezen. Neem Siti Aishah: “In 1947 sloot ze zich bij de rebellen aan. Rochelend op haar ziekenhuisbed begon ze te vertellen, ik voelde me misplaatst. Maar toen begon ze die strijdliederen te zingen, met krachtige stem.”

Of Djajeng Pratomo: “Ik hoorde in Jakarta over een honderdjarige die in het Nederlandse verzet had gezeten en Dachau had overleefd. Ik spoorde Pratomo googelend op via een werkje van twee scholieren uit Callantsoog die met hem gepraat hadden.”

Of Seiji Natsui: “Hij was bij de invasie van Indonesië één uur met zijn tank op Java. Toen kreeg hij door zijn minuscule kijkluikje een scherf in zijn oog.”

Of Dick Buchel van Steenbergen: “Die was als Indo-Europeaan dwangarbeider in Nagasaki. Daar overleefde hij de atoombomaanval.”

Of Ton Berlee: “Legerfotograaf, moest verminkte ­lichamen van Nederlandse soldaten fotograferen.”

Of die Nepalese Gurkha-soldaten, die onder Brits ­gezag de Nederlanders uit de jappenkampen ontzetten tijdens de bersiapperiode, waarin Indonesische milities gruweldaden pleegden tegen iedereen die ze met Nederland associeerden. “Ik had me in Nepal zo afgepeigerd, ik kon mijn koffer niet meer dragen. Maar het was de moeite waard. Het is me zo vaak na een interview overkomen dat ik dacht ‘Dit is niet-te-geloven!’”

Uw boek leest als een trein door al die getuigen. Maar brengen zij ook nieuwe inzichten?

“Zij helpen om de complexiteit van de geschiedenis te begrijpen. Het gaat niet meer om abstracte categorieën maar om mensen, die ik in elk gesprek wel begrijp. Neem die Japanse soldaat, vaak afgeschilderd als een soort gebrainwashte moordmachine. Hij overwoog: ‘Als rijstboer zal ik niks verdienen, ik ga het leger in’.

“Ik probeer de psychologische stappen te tonen die Indonesische scholieren doorliepen voor ze naar de ­wapens grepen; hoe ze in de Japanse tijd geradicaliseerd zijn en het niet erg gingen vinden om te doden. Militarisering speelde een rol, maar ook de honger: recente boeken over Indonesië reppen nog van tienduizenden hongerdoden, maar het gaat over miljoenen! Voeg daarbij de vernederingen in de koloniale tijd. Zoals een 94-jarige ex-strijder uitlegde: “Vrij! Van! Alles!” Geen Japanners, geen Nederlanders, nou is het genoeg!

“Ik heb veel geleerd van Nederlandse historici. Maar bij de meesten ligt de nadruk op de hoofdrolspelers. Men stelt die revolutie vaak voor als een zootje ongeregeld. Er is onvoldoende besef dat de explosie van geweld tijdens de bersiap het gevolg is van logische processen die al in de koloniale tijd begonnen. De revolutie duurde daarna nog vier jaar, en kwam voort uit een authentiek verlangen naar zelfstandigheid. Een van mijn getuigen, Goderd van Heek, erkent: die guerrilla zat goed in elkaar.”

Nederlandse autoriteiten meenden dat de Indonesiërs hen als bevrijders van de Japanners zouden verwelkomen, schoven gematigden opzij, en speelden radicalen in de kaart.

“Zelfs inlichtingenchef generaal Spoor meende dat Soekarno’s proclamatie van de onafhankelijkheid niet veel voorstelde; een niet serieus te nemen Japans opzetje. Terwijl Soekarno eind jaren 20, begin jaren 30, voordat de Nederlanders hem verbannen hadden, duizenden en duizenden op de been bracht. Nederlandse bestuurders hebben vanaf de jaren 20 tot na de Tweede Wereldoorlog gedacht dat dat vrijheidsverlangen iets was van de stedelijke elite die te veel onderwijs had genoten.”

Hoe verstandig waren de Indonesische leiders eigenlijk? In de akkoorden van Linggadjati en Renville gingen ze mee met constructies van een onafhankelijk Java met daarnaast allerlei deelstaten in een ‘Verenigde Staten van Indonesië’, die weer deel moesten worden van een Gemenebest onder de Nederlandse kroon. Had dat ooit kunnen werken?

“Voor eeuwig: nee. Maar misschien wel voor een ­periode van tien of twintig jaar. En het had er misschien voor kunnen zorgen dat die 200.000 Indonesische doden en vijf-, zesduizend Nederlandse doden niet waren gevallen. En dat die 300.000 Nederlanders, Indische Nederlanders en Molukkers niet hadden hoeven vluchten.”

En dan had Nederland die oorlogsmisdaden – u spreekt van ‘duizenden en duizenden’ – niet gepleegd?

“Het exacte aantal zullen we nooit weten, maar ­duizenden is niet overdreven als je bedenkt wat er allemaal onder oorlogsmisdaden valt. Mortierbeschietingen op kampongs, dorpen platbranden, bewoners executeren, krijgsgevangenen doodschieten, martelen als structureel onderdeel van ondervragingsmethoden.”

U noemt dat ‘systemisch geweld’: geweld als onderdeel van de strategie. En de hoogste verantwoordelijken daarvoor zaten in Den Haag. Gaf Vadertje Drees zijn goedkeuring aan een strategie van oorlogsmisdrijven?

“Ik denk dat Drees tot het einde geprobeerd heeft de tweede politionele actie te vermijden. Maar Louis Beel, de hoogste Nederlandse gezagsdrager in Jakarta, heeft er alles aan gedaan om de strijd toch te kunnen ­laten doorgaan. Documenten met een ultimatum die hij moest overhandigen heeft hij bewust uren laten liggen, zodat premier Hatta geen tijd meer had om erop te reageren.”

Nederland maakte een sommetje: ingrijpen kost zoveel guldens, en zoveel levert het op.

“Ja, de schatkist had dringend behoefte aan belastinginkomsten, Nederlandse bedrijven moesten weer in Indonesië kunnen werken.”

En Amerikaanse financiële druk gaf de doorslag?

“De Marshallhulp was al goeddeels binnen, die had de economie een duw gegeven. Maar vooral de belofte van grote Amerikaanse budgetten voor Navo-middelen maakten het aantrekkelijker om Nederlands-Indië uiteindelijk los te laten. Nederland had een heel leger op­gebouwd, maar dat zat in Nederlands-Indië. We zijn het vandaag een beetje vergeten, maar de oostkant van ­Nederland stond wijd open voor een Russische invasie.”

De Indonesische revolutie had grote internationale gevolgen. U beschrijft uitvoerig de conferentie van Bandung in 1955, waar de beweging van ongebonden landen, los van het Amerikaanse en Sovjet-blok, werd geboren. ‘Zonder Bandung geen Suez, en zonder Suez geen Europa’, schrijft u. Hoezo?

“Soekarno heeft in Bandung eigenlijk zijn revolutie, de aandrang om af te rekenen met de vernedering, geëxporteerd. Toen de Egyptische president Nasser terugkwam besloot hij minder naar het pijpen van Amerika en Groot-Brittannië te dansen. Hij nationaliseerde het Suezkanaal, de aorta van de laat-koloniale economie, en blokkeerde dat door er schepen voor de ingang te laten zinken. Frankrijk en Engeland bonden de oorlog aan, maar moesten in het stof bijten.

“Daarna kwamen zes Europese landen overeen dat ze zich zouden bundelen. Wat vaak wordt vergeten: ze wilden ook hun Afrikaanse kolonies, en Nederlands ­Guinea, daarbij aaneenklitten. Men zei letterlijk: het Bandungblok wordt zo sterk, we moeten vanuit Europa onze ‘natuurlijke achtertuin’ aan ons zien te binden. Dus Europa is mede begonnen om Afrika niet te verliezen.”

Bio

Vlaming David Van Reybrouck (1971) is cultuurhistoricus, ­archeoloog en schrijver van ­non-fictie, theater en poëzie. Zijn Congo. Een geschiedenis, werd in 2010 bekroond met tal van prijzen. Ook zijn pleidooien voor ­politieke vernieuwing, vervat in ­Pleidooi voor populisme en Tegen verkiezingen vielen in de prijzen. Zijn werk verschijnt in meer dan twintig talen.

Nederland heeft drie geschiedkundige instituten officieel belast met onderzoek naar de tijd die u ook beschrijft. Wat moeten we met alle feitenkennis doen? Nog meer excuses, naast die van koning Willem-Alexander eerder dit jaar?

“Onderzoek is goed, maar als we alleen oog hebben voor de gruweldaden door soldaten, laten we de politiek verantwoordelijken ongemoeid. Jongens die vaak weinig verder dan hun eigen dorp waren geweest, zijn onder de schaduw van hun kerktoren weggehaald en daar neergeplempt. Oorlogsmisdaden ontstaan in zulke contexten.

“Daarbij speelde van alles mee: racisme, slechte opleiding, slechte voeding, slechte geestelijke begeleiding – ik was geschokt te ontdekken hoe ver protestantse en katholieke geestelijken meegingen met het ontmenselijken van de tegenstander. Maar ook: de angst van die jongens. Er waren veel te weinig troepen voor het grote gebied dat ze moesten bezetten.

“De politiek verantwoordelijken wilden niet inzien dat die revolutie meer was dan een opstand van een ­aantal heethoofden in de steden, dat ook de hele plattelandsbevolking meedeed. Ik denk dat daar ook de volgende stap gezet moet worden.”

Maar hoe moet die stap eruitzien?

“Ja, moeilijke vraag. Eigenlijk heeft Loe de Jong al in zijn levenswerk geconcludeerd dat de Nederlandse regering en parlementen en ook de pers verantwooordelijkheid droegen. Maar ik heb niet de indruk dat dat gewetensonderzoek al begonnen is, als je ziet hoe moeizaam rechtszaken van slachtoffers verlopen, waar na jarenlange processen van advocate Liesbeth Zegveld nabestaanden een paar duizend of een paar honderd euro krijgen.

“Ik begrijp het niet. Ik kom al vanaf mijn twintigste in Nederland, ik heb er lang gewoond, er is veel dat ik ­oprecht bewonder. Maar op dat vlak vind ik Nederland hardvochtig. Alsof de vrees bestaat dat je met die donkere bladzijde een deel van je grootsheid verliest. Maar je kunt groots worden in de manier waarop je die zwarte bladzijden onder ogen ziet.”

Doet België het beter?

“Op dit moment is er een parlementaire Congo-commissie bezig met het koloniale verleden, dat ook bij ons verder woekert. Ik ben blij dat die commissie niet ­alleen historici samenbrengt, maar ook experts op het gebied van verzoening. Ze kijken naar die pijn van vroeger, en hoe jongere generaties gebukt gaan onder de last van het verleden en structureel racisme.”

We moeten meer werk maken van verzoening?

“Dat gesprek moet Nederland met Indonesië voeren en niet met een Belgische auteur. Maar als je niet oplet blijven excuses eenrichtingsverkeer, vormen ze nog eens een moment waarop Europeanen spreken en Aziaten moeten zwijgen en luisteren. Het is goed dat allerlei historisch onderzoek verricht wordt, maar als je voorbijgaat aan de pijn van de nabestaanden die nu nog leven, als je met de druppelteller smartegeld biedt – nee, bejaarden, weduwen, nabestaanden naar de druppelteller laat kruipen – dan hou je weinig rekening met hoe de pijn uit het verleden doorwerkt naar het heden. Als je bij rechtszaken tabelletjes hanteert hoeveel inkomen een zoon van een onthoofde vader gederfd heeft, dan bereik je geen heling, maar strooi je zout in de wonden. En bedenk: we hebben het hier niet over miljoenen mensen, het gaat om bejaarde weduwen en kinderen.

“En je moet ook kijken naar naar wie er in Nederland nog last van dat verleden hebben. Verzoening vereist een niveau van psychologisch inzicht waar landen, regeringen en samenlevingen niet goed in zijn.”

U citeert een opiniepeiling uit december, waaruit blijkt dat 6 procent van de Nederlanders zich schaamt voor het koloniale verleden, 50 procent is trots en een kwart had nog steeds graag een kolonie gewild.

“Eerlijk gezegd: verbijsterend. Ik wist niet dat in grote delen van de Nederlandse samenleving zo weinig historisch besef is. Ik hoop dat mijn boek bijdraagt aan inzicht, en ook leerkrachten bereikt.”

David Van Reybrouck
Revolusi. Indonesië en het ontstaan van de nieuwe wereld
De Bezige Bij; 656 blz. € 39,99

Lees ook:
Het gewelddadige begin en einde van Nederlands-Indië

Martin Bossenbroek beschrijft de geschiedenis van Nederlands-Indië vanuit een bijzonder perspectief: dat van de hoofdrolspelers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden