Reportage Daklozenopvang

Daklozen hebben allereerst een dak nodig, daarna volgt de rest

Daklozenopvang in Smulhuis en de Sleep Inn in het centrum van Utrecht. Beeld Maarten Hartman

Het aantal daklozen in Nederland neemt sterk toe, de opvang in steden is vaak overvol. Daklozen hebben er baat bij eerst een huis te krijgen en daarna geholpen te worden met problemen als verslaving en schulden. Maar die huizen zijn er vaak niet.

In de keuken van het Utrechtse Smulhuis snijdt Claudia bakken vol peertjes. Het is een uur of vijf op een vrijdagmiddag. Claudia geniet van het koken en de rust. Bovendien mag ze in ruil voor een avond koken drie avonden gratis mee-eten.

De kleine Noord-Macedonische vrouw met lang donker haar is een van de tientallen gasten die een uur later aanschuift aan de tafel van de daklozenvoorziening in het centrum van Utrecht. Vanwege haar privacy wil ze alleen met haar voornaam in de krant. Bij een deel van de daklozen is het leven op straat af te zien aan hun lange baarden of versleten kleren, maar de meesten zien er verzorgd uit. Wie niet weet dat ze dakloos zijn, raadt het niet.

De gezamenlijke maaltijd van makreel, aardappelpuree en als toetje perencrumble is de opmaat voor de drukte in de nachtopvang. Ongeveer de helft van de eters blijft slapen in de kamertjes of slaapzalen boven de eetzaal. Andere slapers komen na het eten, tussen acht en negen. Claudia slaapt hier al zeven maanden, de twee jongens die op hun telefoons een potje snooker spelen ook al een paar maanden en Robert van Ruiten, een 63-jarige Tilburger met woeste baard, sinds een paar dagen.

Psychische ziekte 

Allemaal zijn ze hun huis kwijt geraakt. Door scheiding, gokverslaving of omdat de huisbaas vermoedde dat zijn huurder een wietplantage had. En hoewel ze uitkeringen of uitzendbanen hebben, is snel een betaalbaar huis vinden bijna onmogelijk. Dus slapen ze hier, tussen de drugsverslaafden en daklozen met een psychische ziekte.

Daarmee staan de gasten van het Smulhuis symbool voor de groeiende groep mensen die geen dak boven hun hoofd heeft. Het Centraal Bureau voor de Statistiek becijferde in september dat het aantal daklozen in Nederland de afgelopen tien jaar is verdubbeld tot 40.000. Dat cijfer is lager dan het werkelijke aantal daklozen, omdat bijvoorbeeld uitgeprocedeerde asielzoekers, daklozen uit Oost-Europa en mensen die op de lijst voor een ggz-instelling staan niet zijn meegeteld.

“Een tijd ging het best goed met de dakloosheid in Nederland”, zegt Guusta van der Zwaart in een zolderkamer naast de nachtopvang. Van der Zwaart is bestuurder van de Tussenvoorziening, een stichting die in Utrecht daklozen opvangt en begeleidt. “Maar sinds 2016 kwamen mijn gesprekken met de gemeente steeds terug op het feit dat wij niet iedereen een plekje kunnen bieden.”

Nee verkopen

In de normaal gesproken rustigere zomer moest de nachtopvang door de drukte al meerdere keren nee verkopen aan de poort. Begin september zette de Tussenvoorziening daarom vijftien extra noodbedden neer. In principe staan die er voor twee maanden. “Maar ik zie nog niet in hoe we daarna zonder die bedden kunnen”, zegt Van der Zwaart. “We hebben die plaatsen nu echt nodig.”

De overbelasting komt van twee kanten. Er zijn meer mensen zonder huis die nergens anders terecht kunnen én mensen blijven ook steeds langer in de nachtopvang hangen. Niet omdat de gasten van de opvang het daar zo fijn vinden, maar omdat op elk treetje dichter bij een huis de wachtlijsten langer worden.

“In de eerste helft van dit jaar hebben we veel te weinig huizen van de woningcorporaties gekregen”, legt Van der Zwaart uit. “Pas sinds de zomer komen er weer mondjesmaat huizen vrij.”

Een grote groep blijft hangen in de groepshuizen en tijdelijke woningen van de Tussenvoorziening, met als gevolg dat ook daarvoor een wachtlijst is ontstaan. Ongeveer honderd mensen moeten nu gemiddeld langer dan een jaar wachten op een plaats. “Dat wachten doen ze in de nachtopvang of soms bij vrienden of familie”, vertelt Van der Zwaart. “Maar als ze te lang op hun netwerk steunen, put dat netwerk ook uit. Vaak hebben de familieleden of vrienden zelf een bijstanduitkering. Die zijn bang dat ze gekort worden als er te lang iemand in hun huis verblijft.”

Hoge terugval

Dat laatste is het gevolg van de kostendelernorm. De regeling geldt sinds 2015 en zorgt voor een verlaging van de uitkering als er meerdere volwassenen in een huis wonen. Dat wordt als een van de oorzaken van het groeiend aantal daklozen gezien. “Die norm werkt echt verschrikkelijk. Vooral voor dakloosheid onder jongeren”, zegt Van der Zwaart.

Een ander probleem is de hoge terugval onder daklozen, zegt lector Lia van Doorn van de Hogeschool Utrecht, die al sinds de jaren negentig onderzoek doet naar dakloosheid. “Ruim de helft van de daklozen is al eerder dakloos geweest en valt weer terug”, zegtzij. “Dat komt deels doordat dat mensen te lang in de opvang zitten.”

Beeld Maarten Hartman

Om meer zicht te krijgen op terugval volgt de Universiteit Utrecht vijf jaar lang een groep van 69 daklozen en voormalig daklozen. Nienke Boesveldt leidt dat onderzoek. Net als Van Doorn en Van der Zwaart pleit zij voor een nieuwe methode van opvang: Housing First. Nu moeten daklozen meestal door een opeenstapeling van opvangvormen. Van nachtopvang naar gemeenschappelijk wonen, van instellingswoning met begeleiding tot eindelijk een huis voor jezelf, en bij elke stap neemt de kans op terugval toe.

Lichtend voorbeeld

“De aanpak Housing First draait het traject om”, vertelt Van Doorn. Het idee is dat daklozen eerst een huis krijgen en daarna pas begeleiding voor bijvoorbeeld hun schulden of verslaving. “Er is wetenschappelijk bewijs dat dit werkt.”

Finland is het lichtende voorbeeld. Daar is Housing First de leidende methode. Het resultaat: Finland is het enige land in Europa waar dakloosheid afneemt.“Het wonder van Housing First is dat het ook werkt voor de zwaarste groep. Je krijgt ook mensen die én verslaafd zijn én grote schulden hebben én telkens uitvallen in de nu gangbare hulproute in een woning”, zegt Boesveldt.

Stap voor stap verovert de van oorsprong Amerikaanse methode de laatste jaren Europa. Uit een rapport van de Housing First Europe Hub bleek half oktober dat de methode behalve in Finland ook in enkele andere landen redelijk op stoom begint te komen. Maar Nederland is een van de landen waar de ontwikkeling wat minder snel gaat.

Alleen in Amsterdam is serieus werk gemaakt van Housing First. Sinds 2006 hebben daar duizend daklozen een woning via deze methode gekregen. In de meeste andere steden staat het in de kinderschoenen. Rotterdam gaf pas een maand geleden de eerste sleutel aan een dakloze, in Utrecht bestaat het al langer, maar gaat het om maar zo’n tachtig woningen.

Verslavingen, strafblad, schulden

Peter is een van de Utrechters die via Housing First woont. “Ben je clean?”, grapt hij als hij de deur opendoet voor zijn begeleider Sarko Nasraw. En later, als hij een glas water inschenkt: “Wil je er wat GHB in?” Het appartement met twee verdiepingen hangt vol schilderijen en antiek van Peters overleden ouders. In een kooi voor het raam springt papegaai Dapper 2 van stokje naar stokje. “Dapper 1 is vermoord door een paar gebruikersvriendjes die langs­kwamen, ze hebben ammoniak in het drinkwater gedaan.”

De vijftiger is een voorbeeld van de zwaarste groep: mensen met hevige verslavingen, een uitgebreid strafblad en vaak een fikse berg schulden. “Zonder dit huis zou ik onder de brug slapen”, zegt hij. En later: “Als ik dit kwijtraak, ga ik weer aan de heroïnepijp en de criminaliteit in.”

Het huis kwijtraken is mogelijk. Housing First in Utrecht kent drie regels. De bewoners moeten budgetbeheer hebben dat zorgt dat ze de huur betalen, ze mogen geen overlast veroorzaken voor de buren en ze moeten begeleiding accepteren. Na drie waarschuwingen verliezen ze het huis. “Ik heb nu twee waarschuwingen”, vertelt Peter. Beide door overlast van drugsverslaafden die langskwamen. “Sarko helpt me nu om die jongens van me af te houden. Ik heb mijn bel uitgezet, zodat ik ook niet in de verleiding kom om ze binnen te laten als er eentje voor mijn deur staat te trappelen als het vier graden vriest.”

Opvangbedden zijn ook niet gratis

Door de verantwoordelijkheid voor een huis lukt het zelfs de moeilijkste groep om aan hun problemen te werken en begeleiding toe te laten, ziet Van der Zwaart. “In 80 procent van de gevallen is het succesvol en dat terwijl het allemaal mensen zijn die via de reguliere route zijn uitgevallen.”

Beeld Maarten Hartman

Toch zou ze graag zien dat Housing First ook in Utrecht niet alleen een uitweg blijft voor mensen voor wie geen andere oplossing is. “Het is voor alle daklozen een betere en snellere weg. Bovendien is het gewoon goedkoper. Opvangbedden zijn ook niet gratis. Een plek in een beschermd-wonenhuis kost 50.000 tot 70.000 euro per jaar. Housing First kost maar 20.000 euro per jaar.”

Natuurlijk zijn extra huizen moeilijk te vinden, erkent Van der Zwaart. “Maar uiteindelijk is het ook een politieke keuze. In Finland hebben ze gewoon gezegd: wij willen geen daklozen meer, en dat gaan we regelen met Housing First. Dat heb ik hier nog nooit een politicus horen zeggen.”

Deze groep schreeuwt om woonruimte 

In Utrecht is wethouder Maarten van Ooijen de man die deze woorden zou kunnen uitspreken. Hij worstelt met de problemen in de stad en ziet dat Housing First een oplossing kan bieden. “De woningmarkt is een majeur vraagstuk. Tegelijkertijd schreeuwt deze doelgroep om woonruimte. We zijn nu echt aan het afwegen: zouden we Housing First niet verder moeten doorvoeren?”

Hoewel ook Van Ooijen zich dus nog niet volmondig uitspreekt voor een omslag in Utrecht, is het vooral de landelijk overheid waar nog te weinig politieke wil is voor echte grote veranderingen. Van Ooijen: “De urgentie wordt daar echt nog onvoldoende ervaren. Het kabinet zou heel serieus aan de slag moeten om de continue toename van dakloosheid te keren. Het kabinet is nu bezig met nieuwe woningplannen, ik hoop van harte dat ze deze groep niet vergeten.”

Een vergelijkbare oproep deed de koepel­organisatie van daklozenopvang vorige week. “Wij vinden dat het gehele kabinet uit de programma- en akkoordenstand moet komen en zonder een seconde vertraging aan de slag moet met echte oplossingen”, schrijft de Federatie Opvang. Het kabinet zou 700 miljoen euro moeten vrijmaken.

Puzzel

De gevolgen van de tekorten voor daklozen worden zichtbaar in de Utrechtse nachtopvang. Het is inmiddels bijna negen uur. Voor die tijd moet iedereen zich hebben aangemeld. Claudia, Van Ruiten en de snookerjongens waren ruim op tijd. Maar de daklozen die later kwamen, zien hun namen op een wachtlijst belanden. Daar staan al vijf mensen meer op dan er bedden zijn.

“Als het niet kan, ga ik ergens anders heen, hoor”, snauwt een man met strak achterovergekamd zwartgrijs haar zenuwachtig tegen Lex Pasveer, die de inschrijvingslijst vult. Een paar minuten later trekt Pasveer zich terug in het kantoor om de puzzel van mensen en bedden op te lossen. Hij haalt opgelucht adem. Een paar mensen op de lijst zijn niet komen opdagen. Er zijn vanavond precies genoeg bedden voor iedereen. “You’re lucky”, zegt Pasveer met een grijns als de allerlaatste slaper binnenloopt. “Heel lucky.”

De volledige namen van Claudia en Peter zijn bekend bij de hoofdredactie.

Lees ook:

Waarom veel ex-daklozen toch weer op straat belanden

Dat er steeds meer daklozen zijn, komt ook doordat mensen vaak meerdere keren op straat belanden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden