Een vrouw hangt haar was te drogen langs de oever van de vervuilde Juksei-rivier in Stwetia, een van de armste plekken in Johannesburg.

Zuid-Afrika

Corona maakt het meest ongelijke land ter wereld nog ongelijker

Een vrouw hangt haar was te drogen langs de oever van de vervuilde Juksei-rivier in Stwetia, een van de armste plekken in Johannesburg.Beeld Bram Lammers

Zuid-Afrika is het land met de grootste economische ongelijkheid ter wereld. De coronapandemie lijkt die alleen maar verder te vergroten.

Victor Boloka (44) zit al maandenlang elke dag samen met zijn vrienden op dezelfde plek in het township Alexandra: op een overdekt binnenplaatsje, tussen bovenop elkaar gebouwde krotten langs de Juksei-rivier. Stwetia heet dit deel van Alexandra. Het is een sloppenwijk, die bij hevige regenval grotendeels ­onder water komt te staan, en een van de armste plekken in Johannesburg: een wirwar van smalle steegjes vol drogend wasgoed, met kleine huizen van steen en met hutjes van afval dat de rivier voortdurend aanvoert.

“We hebben allemaal onze banen verloren door de coronalockdown”, legt Boloka de ­dagelijkse samenkomst uit. Die lockdown begon in Zuid-Afrika eind maart en werd pas vanaf juni in stappen weer versoepeld. Sinds oktober is de lockdown erg mild. Zelfs alle restaurants en cafés zijn weer open, al bestaat er nog wel een avondklok en een mondkapjesplicht. De economische schade bleek echter blijvend: veel verdwenen ­banen kwamen niet meer terug. “Werk ­zoeken is hopeloos”, zegt Boloka. “Niemand neemt nieuwe mensen aan.”

De vrienden staan te kaarten rond een tafel. Ook om elf uur ’s ochtends hebben ze al grote flessen bier bij de hand. Boloka opent die met zijn tanden. Hij heeft een blauw petje jongensachtig achterstevoren op zijn hoofd gezet. Voor de lockdown ­werkte hij als conciërge op een privéschool in een welvarende wijk van Johannesburg. “Een vast contract had ik niet, ik werd gebeld als er in het schoolgebouw iets moest worden gerepareerd of schoongemaakt.”

Zulke telefoontjes komen niet meer. ­Ouders hebben door de coronamalaise vaak moeite het schoolgeld voor hun kinderen op tijd te betalen. De economie van Zuid-Afrika kromp in het tweede kwartaal van dit jaar met 16,6 procent. De vertraagde inkomsten noopten de school te bezuinigen. Boloka is daardoor nu financieel afhankelijk van zijn vriendin. “Zij werkt als verpleegster”, vertelt hij. Ook zijn werkloze dochter van 24 en zijn kleindochter van twee jaar, die beiden bij hen inwonen, leven van dat ene salaris. “Als mijn vriendin haar baan kwijtraakt, zou dat een ramp zijn.”

Scheef banenverlies

Tijdens de strengste lockdownperiode, van april tot juni, verloren twee à drie miljoen Zuid-Afrikanen hun baan: ruim één op de acht werkende mensen in het land. En dat terwijl ook voor de lockdown al 29 procent van de Zuid-Afrikaanse arbeidspopulatie zonder werk zat. “Het verlies van banen ­tijdens de lockdown concentreerde zich ­binnen het lagergeschoolde werk,” zegt ­onderzoeker David Francis van het ­Southern Centre for Inequality Studies. “Denk aan obers in restaurants, verkopers in winkels, schoonmakers.” Want juist ­dergelijk werk is niet vanuit huis te doen.

Dit scheve banenverlies dreigt de economische ongelijkheid in Zuid-Afrika te vergroten. De beroemde Amerikaanse econoom Joseph Stiglitz waarschuwde onlangs al dat de coronapandemie overal ter wereld zowel de economische verschillen tussen landen als de verschillen binnen landen sterk uitvergroot. En op weinig plekken lijkt dit problematischer dan in Zuid-Afrika, want dat was ook al voor de pandemie ­volgens de Wereldbank economisch het ­ongelijkste land ter wereld.

Nergens in Johannesburg springen de welvaartsverschillen meer in het oog dan in sloppenwijk Stwetia. Als Boloka op het dak van zijn krot klimt, kan hij op een steenworp afstand Sandton zien liggen, ook wel de rijkste vierkante mijl van Afrika ­genoemd. Een zakencentrum vol moderne kantoorgebouwen van spiegelglas, met in het midden de Leonardo-toren: de hoogste wolkenkrabber van het Afrikaanse continent. Het luxe penthouse op ruim 200 ­meter stond vorig jaar te koop voor zo’n 15 miljoen euro.

Eveneens op slechts luttele minuten van Stwetia ligt de villawijk Sandhurst. In Killarney Road, de duurste straat van die buurt, zijn tuinmannen ’s middags in de weer met bladblazers en grasmaaiers om de bermen bij te punten. Achter hoge beveiligings­muren staan vorstelijke paleizen verscholen tussen palmbomen. Her en der bieden gietijzeren toegangspoorten kleine inkijkjes op de oprijlanen, die door tuinen leiden zo groot als parken. Een huis op Killarney Road kost gemiddeld dan ook anderhalf miljoen euro: een fortuin in een land waar slechts
1 procent van alle huishoudens een verzamel­inkomen heeft van meer dan 50.000 euro netto per jaar – en waar twee derde van alle gezinnen het moet redden met minder dan 450 euro per maand.

Harde cijfers zijn er nog niet, maar het zou Francis niet verbazen als juist deze groep Zuid-Afrikaanse superrijken het minst is getroffen door de coronacrisis. Zij hebben vaak een deel van hun spaargeld op buitenlandse rekeningen staan, in euro’s of dollars. Met de gekelderde Zuid-Afrikaanse munt zijn buitenlandse valuta in Zuid-Afrika meer waard geworden. Ook hebben de superrijken vaak een groot deel van hun vermogen belegd. En net als in menig ander land staat de beurs van Johannesburg, ondanks de snel oplopende staatsschuld en het slagveld op de arbeidsmarkt, na een reusachtig verlies in maart inmiddels alweer op een ­hoger niveau dan een jaar geleden.

Afglijden uit de middenklasse

Toch bestrijdt bankier Eric Enslin dat rijke Zuid-Afrikanen totaal niet in financiële problemen zijn gekomen. Hij is hoofd private banking en privévermogen van de Zuid-­Afrikaanse bank FNB. “Ook veel van mijn cliënten, met een inkomen boven 45.000 euro per jaar, hebben het zwaar”, verzekert hij. “Zij hebben vanwege de coronacrisis bijvoorbeeld per direct een forse salariskorting moeten accepteren.” Dat leidt in menig geval tot problemen, legt hij uit, doordat Zuid-Afrikanen traditioneel veel op de pof kopen, ook de rijkere middenklasse. Kosten van privéscholen en dure ziektekostenverzekeringen worden door hun plots lagere salarissen eveneens minder makkelijk betaalbaar. Onder economen bestaat daarom de angst dat door deze schuldendruk ook Zuid-Afrikanen uit de middenklasse financieel kunnen afglijden. Enslin: “Mensen vergeten vaak: een hoog inkomen hebben betekent niet automatisch hetzelfde als rijk zijn.”

Zijn rekeninghouders met een eigen bedrijf lopen een nog groter risico. De weinig kredietwaardige Zuid-Afrikaanse overheid heeft dit jaar veel minder geld kunnen lenen dan bijvoorbeeld de Nederlandse regering. Noodhulpregelingen voor bedrijven zijn daardoor een stuk soberder. “Ondernemers hebben diep in hun eigen buidel met spaar- of pensioengeld moeten tasten om hun ­bedrijven tijdens de lockdown in leven te houden”, zegt Enslin. De Zuid-Afrikaanse economie veerde in het derde kwartaal ­weliswaar met 13,5 procent op, “maar het zal jaren vergen om alle verliezen uit de drie maanden daarvoor weer goed te maken”.

In winkelcentrum Sandton City is van geldgebrek onder de elite in aanloop naar Kerst echter weinig te merken. Het is er druk. Zelfs in het deel dat de ‘Diamond Walk’ heet, waar luxe merken als Cartier, Gucci en Louis Vuitton winkels hebben, is het niet stiller dan voor de coronacrisis. Een walm van parfum zweeft onder het met kristallen gedrapeerde plafond van de winkelpromenade door, op het ritme van hakken die klikken op de blinkende tegelvloer.

Een tuinman houdt met een grastrimmer een groene berm in de villawijk Sandhurst bij.  Beeld Bram Lammers
Een tuinman houdt met een grastrimmer een groene berm in de villawijk Sandhurst bij.Beeld Bram Lammers

Onderzoeker Francis, van het Southern Centre for Inequality Studies, vreest dat het niet simpel zal zijn de groeiende economische ongelijkheid na de coronacrisis weer terug te draaien. “Zuid-Afrika kent al decennia enorme economische verschillen”, zegt hij. “En die hebben we nog nooit structureel weten te verkleinen.” Een verhoging van de belastingen voor de rijken lost weinig op, denkt hij. “De overheidsschulden stijgen door corona. De regering moet de belastingen dus alleen daarom al opschroeven. ­Daarna zit er waarschijnlijk geen rek meer in voor enige herverdeling van rijkdom.”

Bovendien is belastingheffing een maatregel achteraf. Wil Zuid-Afrika zijn economische ongelijkheid werkelijk aanpakken, legt Francis uit, dan moet men durven ­ingrijpen aan de basis: op de arbeidsmarkt. De werkloosheid moet slinken en het ­minimumsalaris moet omhoog. “Dat heeft veel meer impact.” Op korte termijn is het volgens hem echter vooral essentieel dat de tijdens de lockdown opgehoogde uit­keringen op dat meer royale peil blijven. “De allerarmsten mogen niet nóg dieper in de problemen komen.”

Geur van verrotting

Iemand die wat extra geld goed zou kunnen gebruiken, is Julie Mcube (24). Zij is een buurvrouw van Boloka in sloppenwijk Stwetia. Ze staat voor het huisje van haar moeder, met haar eenjarige dochtertje op haar arm. Hier geen voorbijdrijvende wolken van duur parfum, zoals op de Diamond Walk drie kilometer verderop. In haar steegje waait slechts af en toe de geur van verrotting langs. Mcube behoort tot de groep die het kwetsbaarst bleek tijdens de afgelopen maanden: alleenstaande zwarte vrouwen. Twee derde van de twee tot drie miljoen Zuid-Afrikaanse banen die door de lockdown verloren gingen, behoorde toe aan een (zwarte) vrouw.

Mcube was ooit serveerster in een restaurant, maar verloor die baan toen ze zwanger werd. Ze kon de huur niet meer betalen en trok in Stwetia bij haar moeder in. Daar woont ook haar zus met haar dochter. Zij werkte tot de coronacrisis, net als moeder, als hulp in de huishouding in een wel­varende wijk elders in Johannesburg. Moeder én zus verloren in maart allebei hun baan. Niemand in huis had daarna nog een inkomen. De vrouwen overleefden op de 25 euro kinderbijslag per kind die zij maandelijks ontvingen en van de voedselpakketten die de overheid uitdeelde tijdens de lockdown.

Intussen is moeder weer aan het werk, maar een huishoudster verdient in Zuid-Afrika gemiddeld maar 160 euro per maand. Daarvan komen de drie vrouwen met de twee kleine kinderen nog altijd niet rond. En de vader van Mcube’s dochter is ertussen­uit geknepen. “Ik moet echt zelf weer een baantje vinden”, zegt Mcube. En dan opeens hoopvol: “Dus als jij zo door Sandton terug naar huis rijdt en je hoort ergens dat ze ­iemand nodig hebben, wil je mij dat dan ­laten weten?” Onmiddellijk maakt de hoop alweer plaats voor vertwijfeling. “Ik doe echt alles: serveren in een restaurant, achter de kassa in een winkel, schoonmaken. ­Alsjeblieft, beloof je dat je me belt?”

null Beeld Louman & Friso
Beeld Louman & Friso

Economische verschillen in Zuid-Afrika vaak afhankelijk van huidskleur

Volgens de Wereldbank is er geen land ter wereld met zulke extreme economische verschillen als Zuid-Afrika. Massawerkloosheid en enorme salarisverschillen zijn daar debet aan (zie diagram). Ook de verhoudingen qua bezit zijn volledig uit balans. Waar de rijkste 10 procent van Zuid-Afrikanen voor de coronacrisis gemiddeld een netto vermogen (bezittingen minus schulden) van anderhalve ton bezat – en de rijkste 1 procent gemiddeld 1 miljoen euro – kent de armste helft van alle Zuid-Afrikanen gemiddeld een negatief ­netto vermogen: meer schulden dus dan bezittingen. De coronacrisis drijft de schuldenlast alleen maar verder op.

Vooral zwarte Zuid-Afrikanen leven in armoede. Witte inwoners van het land behoren juist onevenredig vaak tot de hoogste inkomensgroep. Het huishoud­inkomen van een wit gezin in Zuid-Afrika is gemiddeld vijf keer hoger dan dat van een zwart huishouden. Dit is een nasleepeffect van het apartheidsregime (1948-1994), dat zwarte Zuid-Afrikanen verbood te studeren aan goede universiteiten, dat hun de ­betere banen in het land ontzegde en dat zwarte arbeiders via kunstmatig laag gehouden salarissen economisch uitbuitte.

In 2017 had 94,9 procent van alle ‘chronisch armen’ in Zuid-Afrika een zwarte huidskleur, blijkt uit het recente VN-rapport ‘Covid-19 in South Africa: socio-economic impact assessment’. De overige 5,1 procent chronisch armen was ‘kleurling’ – mensen met een mix van witte en zwarte voorouders. Binnen de hoogste inkomenscategorie had juist 64,9 procent een witte huidskleur. Dat is niet verbazingwekkend, aangezien bijvoorbeeld nog altijd zo’n 70 procent van alle topmanagers in de Zuid-Afrikaanse private sector wit is, evenals ruim 60 procent van de senior managers in de laag daar direct onder. En dat terwijl witte Zuid-Afrikanen toch echt maar 8 procent van de ­bevolking uitmaken.

Lees ook:

Zuid-Afrika in lockdown, maar een economisch vangnet is nog onzeker

Zuid-Afrika ging vannacht op slot. Het aantal coronabesmettingen loopt snel op en veel mensen zijn door hiv en tuberculose extra kwetsbaar. Maar de angst voor de economische gevolgen is groot.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden