null

ReconstructieToetsing

Conflict tussen OM en euthanasiecommissies: wie bepaalt de regels?

Beeld Suzan Hijink

Moeten kwetsbare mensen door de rechter beschermd worden tegen euthanasie? Het OM verzet zich fel tegen de manier waarop het strafrecht door de euthanasiecommissies op afstand wordt gezet, blijkt uit brieven die Trouw heeft ingezien.

OM-topman Rinus Otte moet haast wel briesend in zijn kantoor hebben gezeten op het moment dat hij de nieuwe euthanasiecode las. Dat moet op of kort na 20 november zijn geweest, toen de landelijke organisatie van euthanasiecommissies een aangepaste richtlijn voor artsen naar buiten bracht.

Otte werd erdoor verrast, terwijl hij als procureur-generaal belast is met het strafrechtelijke toezicht op euthanasie. Hij las de tekst pas na publicatie op de website van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE). Hij was niet gekend. En hij was het niet eens met de tekst.

Of Otte daadwerkelijk brieste, is niet bekend. Maar in de brieven die hij tussen oktober 2019 en februari 2021 schreef aan minister van justitie Ferd Grapperhaus, vertrekkend voorzitter van de toetsingscommissies Jacob Kohnstamm en aan diens opvolger Jeroen Recourt schemert wél zijn frustratie door. Het OM stuurde afschriften aan onder andere artsenorganisatie KNMG, het Expertisecentrum Euthanasie en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Uit de briefwisseling komt het beeld van een machtsstrijd naar voren

De briefwisseling, die Trouw deels heeft ingezien en deels in handen heeft, geeft het beeld van een machtsstrijd tussen het Openbaar Ministerie en de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie. Die draait om belangrijke vragen: wie heeft het laatste woord over euthanasie, de toetsingscommissie of de strafrechter? En: hoe ver mogen artsen gaan bij het verlenen van euthanasie aan mensen die daar zelf niet meer om kunnen vragen?

Het antwoord daarop is van belang voor elke arts die een vooraf opgeschreven euthanasieverzoek krijgt van iemand die ‘wilsonbekwaam’ is: niet meer in staat om zelf zijn belangen af te wegen, bijvoorbeeld door dementie. Het beïnvloedt uiteraard ingrijpend het leven van patiënten en hun naasten. Zij stuiten nu soms op dokters die geen euthanasie willen of kunnen verlenen, terwijl de patiënt en de familie dat heel graag hadden gewild.

Vanuit een ander perspectief, het perspectief dat het OM benadrukt: de wet is er om mensen te beschermen die wilsonbekwaam zijn. Moet een arts bijvoorbeeld nog met hen over de euthanasie proberen te praten? Critici van een ruime euthanasiepraktijk waarschuwen voor een hellend vlak, waarbij patiënten vanaf het moment dat ze eenmaal als wilsonbekwaam worden gezien, geen invloed meer kunnen uitoefenen op hun einde.

Otte ziet een belangrijke rol voor het OM: “Het te beschermen belang van eerbied voor het leven behoort immers tot de belangrijkste rechtsgronden die door het OM bewaakt worden”, schrijft hij in een van zijn brieven. Maar in de strijd met de RTE lijkt het OM de laatste tijd het onderspit te delven.

Euthanasiecode werd aangepast na de zaak tegen Marinou Arends

Terug naar de euthanasiecode. Die geldt als de maatstaf voor een zorgvuldige euthanasiepraktijk: als een arts de wenken in de code volgt, mag hij of zij ervan uitgaan dat de commissies niet zullen oordelen dat de euthanasie onzorgvuldig was, en dat het OM niet zal vervolgen.

De aanpassing van de euthanasiecode was volgens de euthanasiecommissies noodzakelijk omdat artsen zo snel als dat kon duidelijkheid moesten hebben over de gevolgen van een uitspraak van de Hoge Raad in een belangrijke euthanasiezaak: de zaak tegen verpleeghuisarts Marinou Arends. De Hoge Raad oordeelde vorig jaar dat zij zorgvuldig handelde toen ze euthanasie verleende aan een vrouw met vergevorderde dementie.

Maar Otte vindt dat de nieuwe code veel verder gaat dan dat arrest. Het lijkt een ‘verruiming van de euthanasiemogelijkheden’, zo schrijft hij aan de RTE.

Bovendien voelt het OM zich vaker buitenspel gezet, zo valt af te leiden uit de brieven. Eerder dat najaar had Otte ontdekt dat zijn Openbaar Ministerie uit een artikel van de euthanasiewet is gehaald. Ook dat gebeurde zonder overleg met de OM-top.

Een beraad wordt afgeschaft

Volgens het oude artikel 13 van de euthanasiewet wordt het OM twee keer per jaar uitgenodigd voor overleg met alle voorzitters van de verschillende Regionale Toetsingscommissies Euthanasie.

In de praktijk stuurden de euthanasiecommissies het OM al sinds 2010 geen uitnodigingen meer voor dit beraad. In plaats daarvan overleggen nu de landelijke voorzitter en diens plaatsvervanger met het OM. Volgens de toetsingscommissies is dat ‘doelmatiger’, en is de wet in overeenstemming gebracht met de praktijk.

“Dat het OM (...) niet bij deze wijziging is betrokken, valt zeer te betreuren”, schrijft Otte aan Grapperhaus. Vooral omdat Otte inmiddels het een en ander met de toetsingscommissies te bespreken heeft. Het initiatief tot deze wijziging? Dat komt van RTE-voorzitter en voormalig D66-politicus Jacob Kohnstamm. Dat begreep Otte althans van een ambtenaar, zo schrijft hij. Een woordvoerder van de RTE kan die lezing desgevraagd niet bevestigen.

Arts legt verantwoording af bij regionale euthanasiecommisssies

Hoe zit het met de taakverdeling tussen OM en euthanasiecommissies? Sinds de euthanasiewet van 2002 moeten artsen in Nederland na euthanasie schriftelijk verantwoording afleggen aan de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie. In het hele land zijn er vijf commissies, per regio geordend. Elke commissie heeft negen leden. Ze vergaderen in clubjes van drie: een jurist, een ethicus en een arts.

Voordat een arts euthanasie mag verlenen, moet die arts onder andere tot de overtuiging zijn gekomen dat het lijden van een patiënt ondraaglijk en uitzichtloos is, en dat diens wens om te sterven vrijwillig en weloverwogen is. De commissie bekijkt of die afweging op de goede manier is gemaakt.

Als de commissie (na een gesprek met de arts) oordeelt dat niet aan alle eisen is voldaan, gaat een dossier door naar het Openbaar Ministerie. Het OM beslist vervolgens of het een onderzoek instelt, een arts vervolgt of de zaak seponeert. Dat laatste gebeurt het vaakst: het OM voert een gesprek met de arts, concludeert dat die het een volgende keer beter zal aanpakken en stelt geen vervolging in.

In het najaar van 2017 en voorjaar van 2018 veranderde dat: het OM, onder leiding van Otte, begon in vijf gevallen een strafrechtelijk vooronderzoek. Vier eindigden in een sepot. Alleen Arends moest voor de rechter komen. Uiteindelijk werd zij ontslagen van alle rechtsvervolging, maar ondertussen had haar zaak onder artsen tot onrust geleid.

Veel minder euthanasiezaken gaan naar het OM

Zo komen we bij een andere zorg van Otte: het OM krijgt sindsdien van de RTE minder dossiers doorgestuurd. In 2017 kregen twaalf artsen het oordeel dat ze deels onzorgvuldig hadden gehandeld. Meer dan ooit, maar ook het aantal meldingen van euthanasie zat toen in de lift. Na 2017 daalde het aantal oordelen ‘onzorgvuldig’ eerst naar zes, toen vier en ten slotte twee in 2020, terwijl het aantal euthanasiemeldingen licht steeg.

“Nadat het OM in maart 2018 aankondigde vier strafrechtelijke onderzoeken te starten naar mogelijk strafbare euthanasie, liep het aantal oordelen dat het College van de RTE ontving flink terug”, schrijft Otte aan Grapperhaus.

“Het hieruit voortvloeidende beeld van een uitermate zorgvuldige euthanasiepraktijk is toe te juichen als dit beeld in een onafhankelijk onderzoek zou worden bevestigd”, vervolgt Otte. Hij geeft Grapperhaus ‘in overweging’ zo’n onafhankelijk onderzoek naar de oordelen van de RTE te laten uitvoeren.

Tegenover de RTE formuleert Otte het minder vriendelijk. “Als deze dalende lijn samenhangt met een onjuiste interpretatie van de zorgvuldigheidcriteria of de toetsende rol van de RTE, is dit reden tot zorg”, schrijft Otte. Volgens Otte is er ook sprake van een verkeerde interpretatie bij de RTE: die staat immers in de euthanasiecode, waar hij het niet mee eens is.

De RTE wijzen op toeval als oorzaak van stijgingen en dalingen

Vellen de euthanasiecommissies minder vaak het oordeel ‘onzorgvuldig’ omdat ze artsen vervolging willen besparen? Nee, zo benadrukt een woordvoerder na vragen van Trouw. “Het voorkomen van strafrechtelijke onderzoeken vormt géén argument bij het vormen van het oordeel door de commissie.” Bij ingewikkelde zaken kijken bovendien alle leden van de verschillende commissies mee, als extra kwaliteitstoets.

De woordvoerder noemt het percentage oordelen onzorgvuldig ‘vrij constant’, en schrijft dat opvalt dat het er ‘heel weinig’ zijn. “Dit duidt op een zorgvuldige uitvoeringspraktijk. Op deze lage aantallen zal toeval de voornaamste verklaringsfactor zijn voor lichte stijgingen of dalingen.”

Nu het OM nog maar bij zo’n klein aantal zaken meekijkt, is de vraag wie er nog toezicht houdt op het werk van de RTE. Alle oordelen ‘onzorgvuldig’ worden online gepubliceerd, maar slechts een selectie van de oordelen ‘zorgvuldig’. Vorig jaar waren dat er 75, op bijna 7000 meldingen. De toetsingscommissies werken eraan om alle wat complexere zaken (vorig jaar zo’n 4 procent van het totaal) online te publiceren.

De RTE zijn verbaasd over de bezwaren van het OM

De ruzie over de euthanasiecode loopt begin 2021 hoger op. Jacob Kohnstamm, de landelijke voorzitter van de RTE, antwoordt aan Otte dat hij ‘met enige verbazing’ heeft kennisgenomen van Ottes bezwaren. De toetsingscommissies hebben volgens hem van de wetgever het ‘primaat’ gekregen om de euthanasiewet uit te leggen.

Otte schrijft in februari terug aan Jeroen Recourt, die dan is aangetreden als Kohnstamms opvolger. De procureur-generaal is extra bezorgd na een interview met Kohnstamm in Trouw, zo schrijft hij. In dat artikel spreekt Kohnstamm Otte direct aan: ‘De Hoge Raad zegt bijna: euthanasie is normaal ­medisch handelen. En het strafrecht staat daar heel ver van. Ik zeg daarom – in grote vriendschap – tegen Rinus: ‘Je moet op afstand blijven’.

“In dat interview wordt de rol van het strafrecht opnieuw, en nu openlijk, gemarginaliseerd zo niet uitgewist”, schrijft Otte aan Recourt. Otte stelt dat “anders dan waar uw voorganger kennelijk van uitgaat, het strafrecht niet middels een soort semantische tournure buitenspel kan worden gezet”.

De partijen zijn ‘thans in gesprek’

In een reactie op vragen van Trouw bevestigt het Openbaar Ministerie dat het vindt dat de nieuwe euthanasiecode ‘in lijn moet zijn met de overwegingen van de Hoge Raad’. Het OM en de RTE zijn ‘hierover met elkaar thans in gesprek’.

De RTE werken aan een nieuwe herziening van de euthanasiecode, die later dit jaar verschijnt. Deze keer zal het OM wel geconsulteerd worden, net als artsenorganisatie KNMG, melden de euthanasiecommissies. “De zekerheid voor arts en patiënt dat zij zich op de regels kunnen verlaten is hiervoor een belangrijk achterliggend doel.”

Waar draait de euthanasieruzie om?

Het belangrijkste conflict tussen de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) en het OM gaat over de euthanasiecode, een soort ‘handboek zorgvuldige euthanasie’ voor artsen. Volgens de commissies is in de nieuwe code van november 2020 het euthanasie-arrest van de Hoge Raad in de zaak-Arends verwerkt. Otte vindt dat de commissies dat arrest op een aantal punten verkeerd uitleggen.

1. Stel: je noteert vooraf in je wilsverklaring waarom een bepaald lijden (bijvoorbeeld lijden door dementie) voor jou ondraaglijk is. Kan dat dan later, als je je wil niet meer onder woorden kunt brengen, gebruikt worden om euthanasie te verlenen? Ja, zeggen de RTE, en niet alleen bij mensen met dementie, maar bij iedere wilsonbekwame patiënt met een wilsverklaring op papier. Maar volgens Otte heeft de Hoge Raad het alleen over mensen met dementie, en rekken de commissies het arrest op naar andere groepen wilsonbekwamen.

2. Mag een arts de wilsverklaring interpreteren, met de hulp van de familie, als de letterlijke tekst tegenstrijdig is? Ja, zeggen de RTE. Otte vindt dat te kort door de bocht: de Hoge Raad stelt dat interpreteren mag, maar onduidelijkheden ‘van wezenlijke aard’ euthanasie in de weg staan.

3. Moet een arts met een wilsonbekwame patiënt overleggen over de euthanasie? De tuchtrechter in de zaak-Arends vond dat overleg ‘in beginsel’ niet achterwege mag blijven. De strafrechter vond dat Arends niet met haar patiënte hoefde te overleggen, dat zou zinloos zijn. De euthanasiecommissies schrijven in hun code dat overleg niet hoeft. Maar Otte volgt de tuchtuitspraak, die op dit punt bij de Hoge Raad overreind bleef.

4. Hoe streng moeten de commissies toetsen? In de euthanasiewet staat onder andere dat de arts ervan overtuigd moet zijn dat een euthanasieverzoek vrijwillig is, en dat het lijden van de patiënt uitzichtloos is. Volgens de RTE hoeven de toetsingscommissies slechts te beoordelen of de arts ‘in redelijkheid’ tot de overtuiging kon komen dat aan de wet is voldaan. Volgens Otte is een ‘volle toets’ nodig, en moet objectief komen vast te staan of het verzoek vrijwillig is en het lijden van een patiënt uitzichtloos.

Lees ook:

Het is misschien beter als strafrechters zich niet meer bemoeien met euthanasie, vindt Jacob Kohnstamm

D66’er Jacob Kohnstamm vertrok eind januari als voorzitter van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie. De rechtszaak tegen verpleeghuisarts Marinou Arends heeft er volgens hem voor gezorgd dat de kans klein is dat er ooit nog een arts voor de rechter komt, zo vertelde hij bij die gelegenheid in Trouw.

De nieuwe euthanasiecode geeft artsen meer vrijheid, maar ook extra druk

De nieuwe euthanasiecode geeft artsen een grote professionele rol, maar maakt het ook lastiger voor artsen met bezwaren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden