Schrijfgroep

Christine Otten helpt zware jongens aan een literaire stem. ‘Ik heb veel van hen geleerd’

Beeld Patrick Post

Christine Otten geeft schrijfworkshops aan gedetineerden in Heerhugowaard. Die ervaring inspireerde haar tot de roman ‘Een van ons’. ‘Ik voer nergens zulke intense gesprekken als in de gevangenis.’

Twee keer per maand zit Christine Otten tussen de ‘zware jongens’: gedetineerden in de penitentiaire inrichting in Heerhugowaard. En wat doen ze? Ze lezen poëzie van Paul Auster of prozafragmenten van Marga Minco. En ze schrijven indringende stukken over liefde, wraak, schuld en vaderschap. Een enkeling werkt zelfs aan een autobiografische roman.

Otten is de begeleidster van deze schrijfgroep achter de tralies, nu alweer een jaar of drie. Ze stimuleert mannen die veroordeeld zijn voor veelal ernstige misdrijven om hun ­eigen literaire stem te vinden. Vaak zijn ze alles kwijt: hun werk, huis, vrouw, kinderen, hun vrijheid uiteraard. Maar niet hun taalgevoel en ook niet hun fantasie; die mag tijdens de schrijfworkshops welig tieren. Schrijven geeft hun leven weer een beetje zin.

“De groep is een vrijplaats binnen de gevangenis”, vertelt de 58-jarige schrijfster in een Amsterdams café. “Er is geen bewaarder bij. We zitten met een man of tien aan een tafel met bekertjes koffie, dat voelt vertrouwd en gewoon. Toch blijft het een bijzondere setting: als je naar buiten kijkt, zie je cellen en de luchtplaats.” Na haar eerste bezoeken aan de gevangenis sliep ze slecht, ze droomde steeds dat ze was opgesloten in een nauwe tl-verlichte gang. Inmiddels is ze wel enigszins gewend aan de vele sloten en deuren.

Vertrouwen, daar drijft de schrijfgroep op: “We lezen verhalen voor, geven elkaar feedback, delen veel. Ik vertel ook dingen over mijn kinderen en mijn man. De afspraak is: niets komt naar buiten zonder ieders toestemming.”

Dus toen Otten bedacht dat ze graag een ­roman wilde schrijven over haar ervaringen in de gevangenis, voelde ze zich bezwaard. “Het was geen vooropgezet plan, ik wilde eerst alleen maar schrijven mét gedetineerden. Zulke workshops heb ik tien jaar lang ook gegeven bij Kantlijn, een schrijfgroep voor Amsterdamse dak- en thuislozen. Maar gaandeweg leerde ik de mensen in de instelling kennen, ook ­levenslanggestraften, en dacht ik: ‘Dit is wel heel fascinerend’. Ik voelde me een spion, ik stond in een spagaat, ik dacht: ik moet stoppen met de groep of met het boek.”

“Maar die gedetineerden zijn slimme mensen, ze begonnen er uit zichzelf over: ‘Je bent toch schrijver, je zou wel gek zijn als je er niks mee doet.’” En zo groeide, mét hun instemming, de roman ‘Een van ons’ die vandaag verschijnt. Otten droeg het boek op aan haar collega-schrijvers in detentie.

Beeld Patrick Post

Nooit seksistisch

In ‘Een van ons’ voert ze twee vertellers op: schrijfster Katrien Achenbach, die net als ­Otten schrijfworkshops in de gevangenis geeft. En Luc, een levenslanggestrafte die een geheim dagboek bijhoudt en Katrien stilletjes observeert. Is zij soms één van de vele redders – humanisten, boeddhisten, imams, dominees en natuurlijk vrijwilligers – die hij in loop der jaren voorbij zag komen? “Negen van de tien keer weet je in een oogopslag dat áls er al iets gered zal worden, dat uiteindelijk alleen hun eigen gebutste ziel is”, aldus Luc.

Wat heeft Katrien in de gevangenis te zoeken? Het is één van de vragen die de roman opwerpt: komt de schrijfster er iets brengen of vooral iets halen? “Het is fictie hè, ik ben Katrien niet”, zegt Otten. “Maar het was wel iets wat ik wilde uitzoeken in dit boek: waarom word ik zo gelukkig van dit werk? Wat doet die schrijfgroep, met anderen en mezelf?

“Ik ging zelf de gevangenis in en kwam er helemaal anders uit. Veel vooroordelen blijken niet te kloppen. De gevangenis is een plek waar wij als maatschappij het kwaad isoleren, insluiten, een nare plek van straf. Maar ik voel me er ongelooflijk veilig, word alleen maar met respect behandeld, nooit seksistisch. En ik voer nergens zulke gesprekken als daar, zo ­intens. Ik heb veel geleerd van de gedetineerden: mensen die iets ergs hebben gedaan. En hoe kom je daar dan mee in het reine, hoe leef je verder?

“Tijdens de schrijfworkshops zie je hoe mensen transformeren. Zo kwam er een man die buiten van god los is en schrijven helemaal niks vond. Die blijkt zo’n talent te hebben, zo scherpzinnig te zijn, die feedback krijgt hij ook van de anderen. Nu zegt hij: Ik kijk ’s avonds geen televisie meer, ik lees liever een boek.

“Door alle gesprekken die we in de schrijfgroep voeren, is me ook duidelijk geworden hoezeer we op elkaar lijken. Of het met je kinderen goed gaat, of mensen nog wel van je houden, of het met je relatie goed zit: dat is voor iedereen het allerbelangrijkst, uiteindelijk. Eén van de leden van de schrijfgroep zei eens: ‘Ook de grootste moordenaar huilt bij de Titanic.’ Als je de mens afpelt tot de kern, wat hou je dan over? Ik kan mijn kind niet naar school brengen. Dáár gaat het over, daar zit de pijn.”

Beeld Patrick Post

Allemaal mensen

‘Een van ons’ is een ambitieuze roman, waarin Otten ook het perspectief van een levenslanggestrafte probeert te vangen. De slimme en ­gevoelige Luc zit al 23 jaar vast. Op verzoek van wetenschappers heeft hij meermaals geprobeerd te verwoorden hoe het is om te leven zonder toekomst, vertelt hij in het eerste hoofdstuk: “Je boog je over een leeg vel papier en begon te vertellen over waarom je al jaren bijvoorbeeld geen boeken meer leest, dat je als je begint te lezen na een paar zinnen al niet meer weet waar het over gaat, omdat concentreren niet lukt, dat je al je energie nodig hebt om de dag om te duwen, en daar doodmoe van wordt en uitgeput raakt en dat je niet wil dat je familie nog op bezoek komt. Dat probeerde ik dan ook nog mooi te verwoorden. Alleen hoorde ik nooit wat terug.”

Hoe is het om nauwelijks nog prikkels te krijgen, louter monotone dagen door te brengen, omringd door gedetineerden die wél op zeker moment de gevangenis verlaten?

Otten praatte er veel over met een levenslanggestrafte in Heerhugowaard, met wie ze wekelijks luncht. “Hij zei: ‘Ik ben nog steeds dezelfde als 23 jaar geleden, want de tijd staat hier stil, je maakt hier geen herinneringen.’ En zijn oude herinneringen raken binnenkort uitgewerkt, daarover maakt hij zich zorgen. Voor mij als romanschrijver is dit waanzinnig interessant: wie ben je dan, als je je identiteit kwijtraakt?”

Zo is ‘Een van ons’ ook een onderzoek naar de psyche van de levenslanggestrafte. Wat Luc gedaan heeft, wie zijn slachtoffers zijn, waarom hij de gevangenis nooit meer zal verlaten, beschrijft Otten niet. Ook het strafblad van andere gedetineerden blijft in de roman buiten beeld. “Ik wilde het niet over delicten hebben, dat is een bewuste keuze”, zegt de schrijfster. “Het is natuurlijk een open deur, maar gedetineerden zijn niet hun delict. Als jij ooit iets verkeerd hebt gedaan, wil dat nog niet zeggen dat je de rest van je leven nooit meer iets goeds kunt doen. Of dat je geen spijt hebt. Ik zie ook in de gevangenis allemaal worstelende mensen die iets willen betekenen, die zich afvragen: wat geeft dan nog zin aan mijn leven? Ik wilde dat de lezer dat zou ervaren: dat het er op deze plek niet toe doet wat je hebt gedaan, maar hoe je ermee omgaat. Dat we allemaal mensen zijn.”

Gedetineerde Marwin deed mee aan de schrijfgroep van Christine Otten. ‘Zij gaat uit van je potentie, ze neemt je serieus. Dat zijn we totaal niet gewend.’

Marwin komt op vrijdagmiddag het café binnen met een ­grote tas. Hij is aan het faseren, dat wil zeggen dat hij in de weekends naar huis mag. Op doordeweekse dagen wordt deze tengere, 34-jarige man nog ingesloten in de gevangenis van Heerhugowaard. In de volgende fase moet hij thuiszitten met een enkelband. Daarna zit zijn straf erop.

Marwin – niet zijn echte naam – is één van de leden van de schrijfgroep die Christine Otten begeleidt. Op verzoek van de verslaggeefster is hij ook naar het café ­gekomen waar het interview met Otten plaatsvindt. Hij is slim en eloquent en kan goed uitleggen wat het schrijven in de bajes voor hem heeft betekend.

“Ik schreef in eerste instantie voor mezelf, om afstomping tegen te gaan. Als je lang in detentie zit, en je dus heel lang achter elkaar hetzelfde doet, gaan bepaalde delen van je hersenen minder goed werken. Detentieschade noemen ze dat. Concentreren gaat moeilijker, dat merkte ik ook aan mezelf. Toen ik hoorde over de schrijfgroep, dacht ik: eens kijken wat een echte schrijver van mijn werk vindt. En ze was heel positief.

“Ik was wel blij met Christines compliment, maar dacht ook: dat zegt ze gewoon. Ze vindt het vast goed voor de gemiddelde gedetineerde. Veel mensen denken dat de gemiddelde gedetineerde een lvb’er is, iemand met een licht verstandelijke beperking. Of een halve randdebiel.”

Otten: “Terwijl jij op de basisschool de hoogste score voor de ­Cito-toets had.”

Marwin: “Ja, ik had graag naar het gymnasium gewild, maar dat zag de leerkracht met mijn achtergrond niet zitten.”

Al gauw ontdekte Marwin dat Otten ook heel kritisch kon zijn. “Dat hielp me wel.” Otten: “Ja, ik probeerde jou los te rukken uit je comfortzone en zei: ga eerst maar eens associëren, zonder zelfcensuur, probeer vrij te schrijven. Dat is natuurlijk moeilijk: je zit al in een cel, dan zit je ook nog opgesloten in je hoofd.”

De schrijfgroep droeg ook bij aan zijn persoonlijke ontwikkeling, vertelt Marwin. “Ik praat niet zo makkelijk over persoonlijke dingen, laat staan dat ik erover schrijf. Maar Christine leerde ons: als iets ongemakkelijk aanvoelt voor jou, dan is het meestal wel goed, als het schuurt is het echt, dan is het rauw. Geleidelijk werd ik steeds opener.”

Marwin: “Wat fijn is aan Christine: zij gaat uit van je potentie. Die benadering is totaal anders dan wij gewend waren. Van anderen krijg je standaard een schouderklopje, ook als het slecht is wat je doet, want hun verwachtingen van gedetineerden zijn ontzettend laag. Terwijl zij zegt: dit verhaal is niet goed, ik weet dat jij veel beter kunt. Zij neemt je serieus en het contact is gelijkwaardig.”

Otten: “Jij kunt met heel weinig woorden heel veel zeggen, meteen, met een paar regels heb je een hele sfeer. Dan ben je een schrijver, als je dat kan, zo beeldend.”

Marwin werkt nu aan een boek over zijn eigen leven met als werktitel ‘De wissel’; daarover spart hij geregeld met Otten, met wie hij inmiddels bevriend is geraakt. Hij las ook haar roman ‘Een van ons’; hij stond zelfs model voor Yahya, een jonge, getalenteerde gedetineerde voor wie Luc een soort ­vaderfiguur is.

“In het begin had ik een beetje moeite om mezelf los van Yahya te zien”, zegt Marwin. “Dan dacht ik: zo ben ik niet, zo zou ik het nooit gezegd hebben. Totdat ik van mijn zus op mijn donder kreeg: ‘Joh, het is fictie!’ Toen ben ik het boek een tweede keer gaan lezen en vond ik het goed.

“Ik ben altijd huiverig als buitenstaanders over gevangenen gaan schrijven. Dan krijg je zoiets als ‘Orange Is the New Black’, die Netflix-serie: niet realistisch, een karikatuur. Terwijl het gevangenisleven heel langzaam en saai is, traag, vermoeiend, het is routinematig, je ziet geen bewakers rondrennen van het ene alarm naar het andere. Er gebeurt helemaal niks en juist dat is lastig. Dat heeft Christine goed begrepen, zij schrijft echt van binnenuit. Dat maakt haar boek uniek.”

Marwins echte naam is bij de hoofd­redactie bekend.

Lees ook:

Boekrecensie – Meeslepend werk over en van een witte schrijfster in zwart Amerika

Hoe dicht kan Christine Otten bij de belevingswereld komen van een ras dat niet het hare is?

Tien Geboden – Christine Otten: kunst is iets maken dat er al is

In de interviewserie ‘Tien Geboden’ deze keer Christine Otten (Deventer, 1961). Otten is schrijfster en brak in 2004 door met ‘De laatste Dichters’. Vorig jaar verscheen ‘We hadden liefde, we hadden wapens’, een roman geïnspireerd op het levensverhaal van de Amerikaanse burgerrechtenactivist Robert F. Williams.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden