NaschriftChrista Moelker

Christa Moelker (1956 - 2021) zocht steeds de zon, maar haar jeugd bleef een schaduw werpen

Christa Moelker op haar verjaardag in 2020. Beeld Familiearchief
Christa Moelker op haar verjaardag in 2020.Beeld Familiearchief

Christa Moelker was als een kleurrijke bloem, die geknakt was in de knop. Ze had te weinig licht en voeding gekregen om nog tot bloei te komen. Toch bleef zij knokken voor een zonnig bestaan. En dat lukte haar ook nog.

‘Als je naar de zon draait, dan valt de schaduw achter je.’ Die zin stond op een van de briefjes die Christa bewaarde in een grote pot. Als ze het moeilijk had, pakte ze er een briefje uit als hartverwarmer. Deze spreuk paste goed bij haar. Als het tegenzat, draaide ze inderdaad haar gezicht naar de zon. Altijd was ze op zoek naar warmte, licht en positieve dingen om haar leven draaglijker te maken. Ze kon stralen als geen ander, haar lach verdween nooit ­helemaal.

Zoals in de tijd dat ze als twintiger in de wijkverpleging werkte. Geweldig vond ze het om met haar Renault 5 door Friesland te sjezen om patiënten te bezoeken. Luid zong ze opwekkingsliedjes; het autootje was haar tempel. In die tijd voelde ze voor het eerst dat ze een eigen leven had. Dat ze zelf keuzes kon maken. Het was ook de ­periode waarin ze voor het eerst vrienden durfde te maken. Tot dan was het eenvoudigweg niet veilig genoeg geweest om zichzelf te zijn.

Van vrolijk naar stil

Christa groeit op in Rotterdam in een ­arbeidersgezin met een oudere zus en vier jongere broers. Beide ouders komen uit beschadigde gezinnen en tonen weinig liefde, ook ontbreekt een basis voor normen en waarden. Haar moeder is de helft van de tijd overspannen of ligt op bed onder invloed van slaappillen. Meermaals wordt zij opgenomen in een herstellingsoord en ondanks dat er maatschappelijk werkers over de vloer komen, zorgt dit niet voor de nodige stabiliteit. De sfeer in huis is er een van ­verdeel en heers. De meeste kinderen zijn doodsbang voor de dominante vader, die graag de schone schijn ophoudt, geen tegenspraak duldt en veel discipline en tucht handhaaft. Hij werkt een tijdje op de bakkerswagen of als onderhoudsmonteur, maar is ook vaak werkloos.

Aanvankelijk is Christa een vrolijk, nieuwsgierig en creatief kind dat gemakkelijk contact maakt, maar zoetjesaan verandert ze in een stil meisje. Vriendinnen durft ze niet mee naar huis te nemen en op school komt ze niet uit de verf. Haar vier broers, voor wie Christa vaak zorgt, hebben geen idee dat hun zus al vanaf haar zevende jaar seksueel misbruikt wordt door hun vader. Op haar dertiende ondergaat ze in het diepste geheim een abortus – een moment dat haar voor het leven tekent.

Christa Moelker als peuter (linksvoor) met haar twee broertjes en zus. Beeld Familiearchief
Christa Moelker als peuter (linksvoor) met haar twee broertjes en zus.Beeld Familiearchief

Praten over het misbruik durft ze niet, uit angst voor haar vaders toorn, net zomin als haar zus iets loslaat over hetzelfde lot dat haar treft. Zo ontstaat er een wrede, onveilige situatie, waarin de kinderen elkaar niet kunnen steunen. Van enig familiegevoel is geen sprake. Ze leven samen in een glazen kooi, ervaren ze. Op haar vijftiende verhuist het gezin naar Friesland, waar ze de middelbare school niet afmaakt.

Zodra het kan, gaat Christa op zichzelf wonen, volgt de moedermavo en gaat aan de slag in de wijkverpleging, waar ze geniet van het patiëntcontact. Hier kan haar zorgzame karakter tot wasdom komen. Ze is ­begin twintig als ze Pieter ontmoet, die net als zij lid is van de pinkstergemeente. Christa voelt zich geborgen in deze gemeenschap en het geloof helpt haar de zin van het leven te hervinden. Ze laat zich dopen, trouwt met Pieter en wil niets liever dan een normaal leven en een baby om voor te zorgen.

Creatieve geest

Enkele jaren later openbaart haar zus het ­jarenlange misbruik in hun gezin, maar zelf is Christa er niet aan toe erover te spreken. Dat haar moeder het misbruik niet kan geloven en ontkent er ook maar iets van te hebben geweten, raakt haar tot in de diepste kern. In de jaren erop denkt ze dat alle herinneringen veilig in haar geest opgeborgen zitten. Ze richt zich vooral op de zon en ­geniet van haar werk, van dagjes naar het strand en vakanties naar Schotland en Zweden. Maar hoe hard ze ook haar best doet een normaal leven te leiden, na enkele jaren strandt haar huwelijk en verhuist ze naar Leeuwarden.

Vlak voordat haar vader in 1982 sterft, woont hij enige tijd in het verpleeghuis waar Christa op dat moment werkt. Ze heeft in de kerk meermaals gehoord dat ­vergeving de enige weg naar verlossing is. Op zoek naar dat gevoel, zegt ze tegen haar vader dat ze hem vergeeft, maar in de jaren erna krijgt ze last van herbelevingen. Psychoses en suïcidale episodes dwingen haar te stoppen met werken.

Ze wordt meermaals opgenomen, krijgt therapie voor haar misbruikverleden en ­verhuist naar een gemeenschap voor beschermd wonen. Maar Christa is te eigenzinnig en woont al snel weer op zichzelf. Ondanks de veelvuldige confrontaties met de brokstukken uit haar verleden, blijft ze zich richten op het positieve. Ze doet aan yoga, fietst graag en ontdekt haar schildertalent. Haar originele, creatieve geest komt naar voren in de kleurrijke schilderijen, die worden geëxposeerd in het Antonius Ziekenhuis in Sneek.

Christa Moelker in 2020. Beeld Familiearchief
Christa Moelker in 2020.Beeld Familiearchief

In goede perioden pakt ze graag nieuwe dingen op: ze begint aan de hbo-v-opleiding, ze wordt bloembindster. Vol goede moed ­begint ze aan zo’n project, maar al snel moet ze erkennen dat het te veel is. Haar leven is een voortdurende strijd tussen enthousiast opstarten en weer terugschakelen. In de diepe, donkere periodes verlangt ze geregeld naar de dood.

Op zoek naar verandering van sfeer verhuist ze naar IJlst, dat stadje bekoort haar. Ze krijgt een relatie met Schelte met wie ze veel tijd doorbrengt: samen fietsen en lekker weekendjes weg. Dat zijn echte genietmomenten. Een ander markerend moment is de persoonlijke ontwikkelingstraining die ze bij de Pulsar Academie gaat volgen. Aanvankelijk heeft Christa weinig op met spiritualiteit, maar daar ontdekt ze dat ze meer is dan haar trauma. Waar ze in de ggz vaak op haar meervoudige persoonlijkheidsstoornis en haar verleden wordt aangesproken, draait het hier om haar innerlijke kracht en dat bevalt haar. Het brengt haar in contact met een liefdevol deel van zichzelf dat ze lang kwijt was.

Christa Moelker als twintiger bij haar  doop bij de pinkstergemeente. Beeld Familiearchief
Christa Moelker als twintiger bij haar doop bij de pinkstergemeente.Beeld Familiearchief

De driejarige training zorgt niet alleen voor empathie voor zichzelf, maar ook voor meer verbinding met anderen. Een goed gesprek is aan haar wel besteed. Zeker de laatste jaren kijkt ze dwars door alle beschermlagen en schilden van haar vrienden heen. Als iemand in de put zit, lukt het haar om de ander weer perspectief te bieden. Zo zegt ze in een gesprek met een vriendin: “Als jij er niet bent in dit gesprek, wie ­ontmoet ik dan? Dan ben ik eigenlijk alleen.” Juist in de verbinding vindt ze betekenis. Tegen Christa kun je alles zeggen, met haar zuivere blik geeft ze direct en eerlijk respons. In die periode lukt het haar om schilderlessen te geven aan ouderen en taalles aan vluchtelingen.

‘Ik geef niet op, ik geef me over’

Hoewel ze lang denkt dat ze niet ouder dan veertig zal worden, wordt ze vijftig en zelfs zestig. Ze blijft wel kampen met perioden van terugval, het wordt steeds ingewikkelder om terug te veren en positief te blijven. Inmiddels is ze weer alleen en woont ze in Raalte. Al die jaren heeft ze weinig contact met haar familie. Een band is niet gekweekt en de kinderen zijn vervreemd van elkaar; voor sommigen is omgaan met elkaar te pijnlijk. Begin 2019 laat ze zich opnieuw opnemen, en voor het eerst reageert ze minder afwerend op de aangeboden hulp. Ze merkt dat er ruimte is voor interactie tussen haar en de hulpverleners en dat geeft vertrouwen. In die tijd wordt het contact met enkele familieleden wat hersteld.

Christa voelt eind vorig jaar dat het haar niet meer lukt om de terugvallen op te vangen; het perspectief op een beter leven is niet meer haalbaar. Ze is doodmoe van haar strijd en met een steeds brozer wordend lichaam kan ze lichtpuntjes amper vinden. Tegen vrienden, familie, haar psychiater en de dominee spreekt ze haar verlangen naar een zelfgekozen dood uit. Als haar verzoek tot euthanasie vanwege uitzichtloos psychisch lijden wordt ingewilligd, komt er een immense rust over haar; dit geeft haar de mogelijkheid om waardig te sterven. Ze durft zich daarna meer te openen. In de wisselwerking met de mensen om zich heen ervaart ze heling en liefde voor zichzelf. Zelf zegt ze daarover: “Ik geef niet op, maar ik geef me over”.

Christa Moelker werd geboren op 9 oktober 1956 in Rotterdam en overleed op 18 maart in Raalte.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden