ColumnHans Goslinga

CDA houdt ook voor Baudet de deur op een kier

Een kabinetsformatie is een uitgelezen moment om de nieren van partijen te proeven. Niemand weet dat beter dan de Haagse oude rot Herman Tjeenk Willink, die in de formatie van 2017 VVD en CDA uitnodigde nu eens precies aan te geven waarom zij, anders dan in 2010, geen coalitie met de PVV wilden aangaan. Die achtergrond is van belang nu de vraag bij het naderen van de nieuwe Kamerverkiezingen zal zijn hoe beide partijen zich verhouden tot het Forum voor Democratie.

Als je de brieven van Rutte en de toenmalige CDA-fractieleider Buma aan de informateur naleest, moet de conclusie zijn dat de VVD uitgesprokener was in het afwijzen van de PVV als partner dan het CDA. Voor beide partijen was het weglopen van Wilders uit de gedoogcoalitie in 2012 een belangrijke reden, evenals de radicalisering van de partij. Maar Rutte voerde ook de strijdigheid met de liberale kernwaarden, zoals bleek uit de stelselmatige ondermijning van de instituties van de democratische rechtsstaat.

Het CDA heeft nimmer zijn kernwaarden in stelling gebracht, zoals CDU-leider Angela Merkel deze week wel deed in een reactie op een dreigende politieke samenwerking van haar partij met de neo-fascistische AfD van Björn Höcke in de deelstaat Thüringen. De last van de geschiedenis weegt in ons buurland politiek zwaarder dan hier, en zeker in het geval van Thüringen dat in 1930 de eerste deelstaat was waar de nationaal-socialisten van Hitler gingen meebesturen.

Waarom heeft het CDA zo’n moeite om partijen die zich als democratievijandig laten kennen principieel af te wijzen? Er zijn twee verklaringen. De eerste moet worden gezocht in de waarneming van de historicus Van Deursen dat het CDA hier de enige echte middenpartij is, omdat het bereid is met alle andere partijen samen te werken.

Daar zit veel in, al is de liefde voor samenwerking met rechtse partijen ­altijd groter gebleken dan met linkse. Ik ken christen-democraten die uitslag krijgen bij de gedachte van samenwerking met GroenLinks. De coalitie met de als links beschouwde ChristenUnie in het vierde kabinet-Balkenende (2007-2010) kostte al de nodige moeite.

De voormalige CDA-fractieleider Aantjes heeft in 2010 gezegd dat zijn partij, als zij met de PVV in zee wilde, in de statuten zou moeten aangeven dat zij openstaat voor alle ‘democratisch gekózen partijen’, niet voor alle ‘democratische partijen’. Want hoe kon je de PVV met één man als leider en enig lid democratisch noemen? Het bezwaar van Aantjes werd als dat van een kniesoor terzijde geschoven.

In zijn brief aan Tjeenk Willink verdedigde Buma het zoeken van samenwerking met de PVV op basis van de ontvankelijkheid van het CDA voor alle democratische partijen. Dat de PVV met haar anti-islamstandpunten feitelijk de vrijheid van godsdienst wilde afschaffen, was in zijn ogen een ‘complicatie’, omdat zoiets voor het CDA ondenkbaar is, maar deze valse vouw werd gladgestreken door de vondst van de ­gedoogconstructie als vijgeblad.

De tweede verklaring is dat het CDA als door de wol geverfde bestuurspartij veel vertrouwen had in de strategie van inkapselen. Dat was al eens gelukt in de jaren zeventig, toen de nieuwkomer DS’70, een rechtse splinter van de PvdA, nodig was voor een centrum-rechtse coalitie; het lukte opnieuw in 2002 met de LPF. Maar in 2010 bleek de strategische keuze van het CDA voor de PVV een brug te ver, gemeten naar zijn politieke spankracht en morele geloofwaardigheid.

En toch nemen de christen-democraten nog altijd niet principieel afstand van de partijen die naar de democratische rechtsstaat een lange neus trekken. Rutte deed dat in 2017 wel.

De VVD kon niet regeren, schreef hij aan Tjeenk Willink, met een politicus die de Tweede Kamer en de rechterlijke macht bij voortduring beschimpte en bepaalde bevolkingsgroepen van hun grondwettelijke vrijheden wilde beroven.

Dat kwam dicht bij wat de rechtsdenker George van den Bergh in 1936 als het wezen van de democratie omschreef: de geestelijke vrijheid en gelijkheid voor de wet van iedereen. “Partijen die deze pijlers van onze staat aantasten, zijn zijn vijanden”. In termen van vandaag: de zogenoemde ‘illiberale democratie’ waarmee populisten graag koketteren, is geen democratie.

De ruimte die het CDA laat, de suggestie dat het nog altijd een achterdeur op een kiertje houdt voor democratievijandige partijen, veroorzaakt iedere keer weer discussie die twijfels oproept over zijn ruggegraat. De meest recente aanleiding: de bereidheid van het CDA in Brabant met Forum voor Democratie een college te vormen, zelfs nu Baudet, in een ongefundeerde tweet, Marokkaanse Nederlanders in verband brengt met de ondergang van het land.

De politiek kernvraag is wanneer het CDA nu eindelijk eens schoon schip maakt en, net als Merkel, voor onze ­democratie gaat staan.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden