NaschriftCarla van Driel 1959-2021

Carla van Driel was een beminnelijke rebel die kinderen leerde vliegen

Carla van Driel in 1991 in Jeugdtheater Hofplein. Beeld
Carla van Driel in 1991 in Jeugdtheater Hofplein.Beeld

Als huisregisseur van Jeugdtheater Hofplein in Rotterdam was Carla van Driel zeer geliefd bij kinderen en jongeren. Gedurende 33 jaar zette ze zich met hart en ziel in om hen op het podium te laten schitteren. En eigenzinnig als ze was, voer ze altijd haar eigen koers.

Wie meedeed aan een theaterproductie van Carla wist: je komt naar de repetitie, je bent niet te laat, je kent je tekst en weet wat je moet doen. Punt. Geen discussie, geen geklooi. Ze eiste discipline en volledige inzet van de pubers die ze regisseerde. Het was een strenge, maar vormende leerschool voor de vele honderden leerlingen die ze in de loop der jaren bij Jeugdtheater Hofplein in Rotterdam onder haar hoede had.

In haar lessen kregen kinderen de kans zich te ontwikkelen en te ontdekken wat ze kunnen. Carla daagde hen uit op het podium hun grenzen te verleggen en daarmee hun zelfvertrouwen te vergroten. Zei iemand: “Ik kan dit niet”, dan reageerde ze stellig: “Oh jawel hoor, je kan het nóg niet”. Dingen waarvan ze van tevoren dachten: dit ga ik in geen duizend jaar doen – dansen voor een zaal met publiek, opera zingen – durfden ze uiteindelijk toch omdat ze zich veilig bij haar voelden. Als Carla ervan overtuigd was dat je kon vliegen, dan vloog je ook.

Spil van de theaterfamilie

Niet alleen haalt Carla alles uit kinderen, ze heeft ook een antenne voor hoe iemand in zijn vel zit. Wie sores heeft vindt bij haar een luisterend oor, tegelijk blijft ze nuchter en kordaat: nadat alle opgekropte emoties tot ontploffing zijn gekomen, moet er weer gerepeteerd worden. Het mooie is: de speler staat daarna vaak anders op het toneel, hij durft een stap verder te gaan en meer van zichzelf te laten zien. Carla benadrukt dat elke speler verantwoordelijkheid draagt voor de groep en creëert in korte tijd een kleine familie waarvan zij de spil is.

Hoeveel ze voor de groep betekende, blijkt uit alle reacties toen ze ongeneeslijk ziek werd. Een oud-leerling merkt op: “Als Carla in je leven is geweest dan onthoud je dat.”

Ook door haar opvallende aanwezigheid vergeet je haar niet zomaar. Vol energie en een en al beweeglijkheid: in een café gooit ze, hup, haar benen omhoog om te rekken en strekken. Met haar humor en directheid zorgt ze voor dynamiek – en ongemak. Met een rake opmerking kan ze mensen uit hun evenwicht brengen, tegen een wildvreemde zegt ze plompverloren dat er iets mis is met zijn ‘driedimensionale verschijning’. Wat een ander van haar vindt, deert haar niet – ze is een loner die haar eigen pad gaat.

Carla met kleindochter Hailey. Beeld
Carla met kleindochter Hailey.Beeld

Al jong leert ze zelfredzaam te zijn. Ze groeit op in Rotterdam in een gezin met vier kinderen. Zij is, met twee oudere zussen en een jongere broer, de derde in de rij. Haar moeder werkt als onderwijzeres en geeft Duits. Ze is van Duitse origine, iets dat twintig jaar na de oorlog nog steeds gevoelig ligt en de kinderen in het gezin wordt nagedragen. Wat ook een stempel drukt op Carla’s jeugd is dat haar vader, een vleesgrossier en -handelaar, de fles niet kan laten staan. Als haar moeder overspannen raakt, neemt Carla soms de zorg voor haar broertje op zich.

Al rond haar veertiende verlaat ze het ouderlijk huis. Ze gaat zelfstandig wonen en moet deels in haar eigen onderhoud voorzien: ’s ochtends voor schooltijd maakt ze schoon in een kroeg en ook na school heeft ze een bijbaantje. Vrienden schieten haar nu en dan te hulp. Later laat ze weinig los over deze moeilijke jaren die bepalend zijn voor hoe ze in het leven staat. Ze is behulpzaam en geïnteresseerd in anderen, maar het is weinigen gegeven om echt dicht bij haar te komen. Ze wapent zich met een grote mond en weet met haar vechtersmentaliteit te bereiken wat ze wil.

Rebelse danseres

Op haar zeventiende besluit ze werk te maken van haar droom om balletdanseres te worden en meldt zich aan bij het Koninklijk Instituut voor Ballet in Vlaanderen. Enige vooropleiding heeft ze niet – getraind is ze alleen in de radslag en flikflak die ze als kind oefende op weg naar school. Ze toont zich een ambitieuze student die hard beult om het vereiste niveau te halen, maar rebels is ze ook. Een zwart balletpakje is verplicht? Zij draagt lichtblauw. Ze jut de klas op een joint te roken voor de les – en merkt dat stoned op je spitzen staan niet handig is.

Na een vervolgopleiding aan de Rotterdamse Dansacademie begint ze als balletdanseres. Daarnaast recenseert ze dansvoorstellingen voor het Rotterdams Dagblad en de Haagsche Courant en opent ze een eigen dansschool in Hendrik Ido Ambacht. Zelf dansen maakt geleidelijk plaats voor het onderrichten van anderen. De kans van haar leven krijgt ze in 1987 als Louis Lemaire, artistiek leider van het twee jaar eerder door hem opgerichte Jeugdtheater Hofplein, haar vraagt als dansdocent. In een afgedankte theaterzaal creëert hij een plek waar kinderen niet alleen kunnen kijken naar theater maar het ook zelf maken.

Aanvankelijk gaat Carla als choreograaf aan de slag, maar ze heeft ook interesse in regisseren. Op de vraag of ze dat wel kan repliceert ze verontwaardigd: “Hoezo zou ik dat niet kunnen?”

Carla als twintiger. Beeld
Carla als twintiger.Beeld

Ze wil opera toegankelijk maken voor jongeren. Dat het genre zang-technisch ingewikkeld is ziet ze niet als een probleem. In 1996 regisseert ze De Droom van Mozart, het script van Bruun Kuijt is geïnspireerd op Die Zauberflöte. Er volgen meer operabewerkingen, vanaf 2002 schrijft ze zelf de scripts en Bruun de liedteksten van onder meer Carmen, De Barbier van Sevilla, Macbeth, en De Kleine Zeemeermin. Ze brengt de jonge generatie ook liefde bij voor dans met producties als De Notenkraker, Het Zwanenmeer en Le Sacre du Printemps. Prachtig vindt ze het als ‘die gasten’, zoals ze haar spelers liefdevol aanduidt, rondlopen met muziek van Stravinsky of Rossini in hun oortjes. Voor een flink aantal van hen wordt Jeugdtheater Hofplein een springplank naar een professionele muziek- en toneelcarrière.

Haar tweeling was alles

Thuis heeft ze inmiddels de zorg voor haar opgroeiende tweeling James en Jesse. Met hun vader Hans Mooij, decorontwerper bij Het Nationale Toneel in Den Haag, woont ze vier jaar samen, maar besluit dan dat ze alleen verder wil en verhuist met de jongens van Berkel en Rodenrijs naar Rotterdam-West.

De verstandhouding met Hans blijft goed: hij gaat mee op vakantie en helpt soms achter de schermen bij het Hofplein. Ook haar zoons helpen een handje, ze zijn kind aan huis in het theater en Jesse staat meer dan eens in een productie. Carla maakt lange dagen en is er ook in de weekends, in de zomervakanties neemt ze haar laptop mee om te schrijven terwijl Jesse en James in het water liggen.

De jongens zijn het belangrijkste in haar leven. Voor hen wil ze ook niet opgeven als ze op haar veertigste een hersenbloeding krijgt. Hoewel ze er slecht aan toe is, herstelt ze verrassend goed. Haar betrokkenheid bij het jeugdtheater is onverminderd en met veel energie pakt ze de draad weer op. Ze gaat ook op de Erasmus Universiteit en de Hogeschool Rotterdam spel- en bewegingstraining geven, gericht op non-verbale communicatie.

In de zomer van 2020. Beeld
In de zomer van 2020.Beeld

Haar houding is confronterend, soms werkt dat effectief, maar bij het Hofplein leidt het tot problemen met het nieuwe management. Sinds het vertrek van algemeen directeur Louis Lemaire waait er een andere wind waarbij de nadruk ligt op kunst maken: het artistieke product staat voorop, niet de samenwerking met jongeren. Carla verzet zich tegen dit beleid en laat zich niets zeggen – ze is voor het bedrijf a pain in the ass. Na zeven conflictueuze jaren is het voorbij: zomer 2020 moet ze vertrekken.

Ze is haar inkomen kwijt, toch blijft ze nieuwe plannen maken. Met het zanggroepje Alacarte, dat ze eerder met een aantal oud-leerlingen had opgericht, reist ze naar Frankrijk en Italië om concerten te geven. In die maanden krijgt ze buikklachten. Ze besteedt er weinig aandacht aan, totdat een scan begin dit jaar alvleesklierkanker aan het licht brengt. Carla dacht altijd dat ze niet oud zou worden maar dit plotseling aangekondigde einde vindt ze verschrikkelijk voor haar zoons en vooral voor haar zesjarige kleindochter Hailey, haar oogappel. In de weken die resten houdt ze de regie en, toch ook, haar gevoel voor humor. Ze bedenkt de tekst op de overlijdenskaart: “De deal was 65, het werd 61. Sorry.”

Catharina Maria (Carla) van Driel werd geboren op 23 augustus 1959 in Rotterdam en overleed aldaar op 13 februari 2021.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden