Sanne Wallis de Vries.

InterviewSanne Wallis de Vries

Cabaretier Sanne Wallis de Vries: ‘Ik heb best moeite met mijn medemens’

Sanne Wallis de Vries.Beeld Patrick Post

Ze begon deze week aan de tournee van haar achtste soloprogramma. Na ‘Gut’ (morgen op tv) en ‘Kom’ (dat ze door corona maar twee keer kon spelen) is er ‘Heel’. Een interactieve healingsessie waarin cabaretier Sanne Wallis de Vries (49) van bezoekers wil weten wat ze in deze pittige tijd het meest dwarszit. ‘Ik hoop dat dat healen mislukt, maar dat mensen een heel leuk uur hebben.’

Het gaat goed met Sanne Wallis de Vries. Ze nadert de vijftig, overziet het leven wat meer en verstaat haar vak, durft ze met enige aarzeling te bekennen tijdens het gesprek in een café niet ver van haar Amsterdamse huis. Bovenal, ze doorstond met haar gezin de intelligente lockdown. Best bijzonder, want het was de eerste keer dat ze met z’n vieren en de hond zo lang 24 uur per dag samen waren. Haar voorstellingen werden geschrapt, en hij, cameraman die altijd de hele wereld rondvliegt, was ook ineens thuis. En het liep. Er was balans. Ze was trots: “Kijk dit gezin nou, dacht ik, wat doen we het goed. Dat heb ik nooit: of ik glorieer in mijn werk en laat verwaarloosde kinderen en een vies huis achter, of een man die niet snapt dat ik de werkster niet heb gebeld en waarom ik de vaatwasser niet inruim. Uitruimen is gek genoeg nooit een probleem geweest.”

Ze las veel (Sandro Veronesi en Emily St. John Mandel van de Bas Heijne-boekenclub, en soms iets van haar favorieten Ian McEwan, Raymond Carver en A.M. Homes. Peter Buwalda en Marieke Lucas Rijneveld liggen te wachten), deed yoga, leerde nieuw -Grieks (om tijdens vakanties eindelijk eens wat te kunnen zeggen), zag vriendinnen (Jenny Arean, 77, durft vanwege het virus niet met de tram, dus bij haar thuis), en ging weer schaken. Maar steeds als ze zich buiten de deur met vreemden moest verhouden, was het lastig. Sociaal ongemak, netelige situaties met medemensen die zij als geen ander weet te gebruiken in haar voorstellingen, deden zich uitgebreid voor. Dat stemde haar niet per se vrolijk.

Hoezo?

“Ik heb best moeite met mijn medemens. Last van sociaal ongemak. Eigenlijk nu met jou ook. En dat vind ik volkomen normaal. Want we kennen elkaar niet. Mensen die meteen over anderen heen walsen en de boventoon voeren, vind ik abnormaal. In de ­Albert Heijn heb ik me steeds moeten inhouden om geen ruzie te krijgen. Ik voelde onderhuidse agressie. Ik was tot alles bereid: afstand houden, wachten op anderen, me van top tot teen desinfecteren, maar als anderen over je heen lopen en je negeren, word ik daar heel naar van. We zitten wereldwijd in hetzelfde schuitje en kijk eens wat ervan komt. Ik ontdekte dat ik in de buitenwereld op scherp stond.

Aan de andere kant, sociaal ongemak hoort erbij. Britten maken er goeie grappen over. Zij hebben het voordeel dat ze nog steeds een echt klassensysteem hebben. Ik luister vaak de radiouitzendingen van ‘Nooit meer slapen’ terug – een verademing, zulke lange gesprekken – en laatst kwam daarin een Nederlandse schrijver aan het woord die met haar gezin vijf jaar in de Schotse Hooglanden had gewoond. Daar werkte ze als huishoudster en later als manager op een kasteel. Ze vertelde dat haar kinderen er op school opbloeiden: iedereen was gelijk, ze droegen een uniform en er waren regels. O, dacht ik, dat wil ik ook, op onze scholen kan het vaak zo druk zijn! Regels zijn zo fijn. Ze vertelde dat je daar ook niet mocht schaterlachen in de hoogste klassen, je moet je altijd beheersen. Dat is toch heerlijk?

Ik weet niet wat hier in dit land de regels zijn. Ook qua corona trouwens niet. Het lijkt hier in elk geval een deugd te zijn dat je het hart op de tong hebt. Gangmaker van de groep zijn is het hoogst haalbare. In Griekenland en Rome waar we deze zomer waren, droeg iedereen een mondkapje, geen probleem. In Nederland maken we daar een probleem van. Al die meningen. We moeten meer dingen bevragen, iets willen weten in plaats van iets vinden.”

Jij hebt toch altijd je humor om je staande te houden?

“Met humor dit soort zaken bezien helpt wel. Laatst bedacht ik dat ik mijn oudste dochter op haar tweede voor het eerst aan het lachen maakte. Zij had een windje gelaten, zat achter in een stoeltje. (Zet een Surinaamse stem op, zegt ‘ik weet niet of dit nog mag’): ‘We gaan even de ramen openzetten, jongens, wat is dit voor lucht, stinkie, stankie, alle ramen open!’ Toen moest ze kraaien van de pret. Zo gek, het is mijn beroep, maar ik doe er verder in mijn privéleven bijna geen beroep op. Thuis ben ik gewoon Sanne, ben ik rustig, lees ik het liefst een boek. Nu de kinderen ouder zijn, 15 en 12, maken ze mij vaak aan het lachen, doen ze ons na. Mijn oudste hield laatst een online-presentatie voor haar klas: ze moest een vluchtelingenkamp in Jordanië vergelijken met een azc hier. (Doet dochter na, gooit haar haar los) ‘Hai, hai, leuk dat je kijkt, ik wil jullie iets vertellen…’ Op z’n instagrams dus, dat was ze gewend van haar make-upvlogs. Toen heb ik haar uitgelegd dat ze die introductie misschien toch iets anders van toon kon doen. Ik moest er enorm om lachen, maar het is deze tijd in een notedop. We kunnen ons vaak niets voorstellen bij wat we vertellen omdat de wereld zo complex is.”

Lokt het buitenland niet? Veranderen van perspectief. Je voorstelling ‘Heel’ kun je als ‘Heal’ zo in Engeland of de VS spelen.

“Ja! Of ik zou een tijd kunnen schrijven, uitgevers vragen het vaak. Een tijd geleden kon mijn man cameraman worden van een verslaggever in New York. Op zich saai werk, maar wel in New York. Ik zei: ik ga meteen mee. Kinderen daar naar school, beetje stand-uppen in de VS. Het ging niet door. Ik denk weleens: van ons alle vier kies ik het minst voor mezelf. Ik baken wel mijn werk af, maar altijd minimaal, ik hou altijd rekening met de schooltijden. Dat is zo hardnekkig, ook als het helemaal niet nodig is. Maar langere tijd aan iets ongestoord werken lijkt me zo fijn, hoewel ik ook gedij bij de reuring. Als ze alle drie weg zijn, bak ik er niets van. Vind ik het te stil.

Sanne Wallis de Vries: Mijn klas zong: Er is er één jarig, dat kun je wel zien dat is hij. Beeld Patrick Post
Sanne Wallis de Vries: Mijn klas zong: Er is er één jarig, dat kun je wel zien dat is hij.Beeld Patrick Post

’s Nachts alleen zijn is wel fijn. Laatst kon ik niet slapen vanwege onweer, de hond was pieperig. Ik deed de tv aan en zag een documentaire over Magnus Carlsen, wereldkampioen schaken. Schaken deed ik als kind veel. De dag erna speelde ik online tien potjes tegen Russen en Brazilianen met vage namen. Ik noemde mezelf Sunny Schoonbrood. In het begin was ik niet zo snel, en pakte ineens iemand mijn koningin. Ik wilde mijn laptop dichtklappen en dacht: zou-ie me nou uitlachen thuis, die Rus? Maar dat schaken, dat hersenkraken deed me heel goed. Toch is een show maken en uitvoeren, en met publiek laten vibreren zeker zo intensief qua hersens.”

Vroeger op school dachten ze dat je een jongetje was.

“Ikzelf eerst ook. Ik douchte altijd samen met mijn broer, en dan bestudeerde ik op ooghoogte zijn piemel. Aan mijn moeder vroeg ik wanneer ik de mijne zou krijgen. Ze hielp me uit de droom en vertelde dat ik op haar zou gaan lijken. Als kind had ik kort haar, ik was altijd buiten, voetbalde, en was net als mijn broer bezig met de Rubiks-kubus, won er op mijn elfde zelfs een prijs mee. Mijn vader was meer beledigd dan ik als iemand vroeg of ik een jongen was: ‘Zie je die ogen dan niet?’ zei hij dan. De klas heeft een keer voor me gezongen: ‘Er is er één jarig, dat kun je wel zien dat is hij.’ Alle vingers mijn kant op. Ik dacht: feitelijk klopt het niet. Ik wilde het ze uitleggen. Dat kwam denk ik door mijn vader, hij was jurist. Ik zat weleens bij hem als hij brieven moest checken op de juiste formulering: ‘niet zakelijk’ schreef hij dan in de kantlijn als het niet klopte – dat is bij ons thuis nog steeds een gevleugelde uitdrukking.”

Je was 25 jaar geleden een van de eerste vrouwen in het Nederlandse cabaret. Nu zijn er veel meer. In Almere trad je laatst weer eens met drie mannen op, een drive-in-voorstelling.

“Ja, dat was raaaaar, maar heeeel coronaproof. Ik staarde vanaf het podium naar tientallen auto’s, publiek dat mij in de auto kon horen. Als je mensen niet kunt horen lachen, kun je niet goed timen. Ik zag alleen vaag de gezichten in de eerste vier auto’s. Ik zat in de EHBO-tent te wachten op mijn beurt, samen met Peter Pannekoek. Howard Komproe, de MC van dienst, had gezegd: ‘Ik zie dat jullie moeten lachen, maar ik hoor jullie niet, doe eens toeteren als jullie iets leuk vinden’. Maar daar zijn ze niet mee opgehouden. Nou ja, het was een hele belevenis. Dat was het eigenlijk (zet tuttig stemmetje op): Wat een belevenis! De mensen gingen heel blij weg en wij ook wel.”

Cabaretier en acteur Sanne Wallis de Vries (Amsterdam, 1971) groeide op in Alphen aan den Rijn. Ze richtte met Selma Susanna een eigen kleinkunstopleiding op en werd al snel bekend van tv-programma’s als ‘Kopspijkers’ en ‘Koefnoen’. Ze speelde in de ‘Mees Kees’-films de rol van directrice Dreus, won in 2017 ‘Wie is de Mol?’ en had in 2018 en 2019 op tv haar eigen Sanne Wallis de Show. ‘Heel’, waarmee ze nu op tournee gaat, is haar achtste soloprogramma

Je verlangt vooral weer naar volle zalen.

“Mijn voorstelling ‘Gut’ uit 2017 heb ik net voor tv helpen monteren, en ik schrok van het publiek, hoe dicht ze op elkaar zaten! Ik heb het zo gemist! Dat het publiek lekker één wordt. Wanneer kan het weer? Hoe kan het trouwens dat die kleine theaters moeten vechten voor hun bestaan, zelfs in de hoofdstad, zoals de Kleine Komedie? Het is daar de enige echte cabarettempel. Wat het leven warm en waardevol maakt, moet toch blijven? Het kan me niet schelen wie het betaalt. Maar Den Haag moet toch bepalen welke theaters in het land van belang zijn? Ik vind het 80 procent gênant en 20 procent erg, zal ik maar zeggen.”

Nog even over je sociaal ongemak. Tussen jou en Baudet wordt het in elk geval nooit wat. Je playbackt zijn stem op Twitter.

“Zijn teksten zijn soms zo krankzinnig, maar daardoor zo goed bruikbaar. ‘Door de zeewind vliegt het virus weg’ zei hij een keer, en dan hoor je hem denken: ik weet niet of het klopt, maar ik praat maar even door. In mijn laatste tweet hoor je hem zeggen: ‘Ik ben een verzetsheld en ik ben naar het front geroepen.’ Mesjogge. Maar ook gevaarlijk, die apocalyptische beelden die hij schetst. Een vriendin zei: ‘Dit komt echt uit het handboek Fascisme’. Rete-eng.”

13 september 21.50 uur NPO 3, Gut, voor tv bewerkte solovoorstelling van Sanne Wallis de Vries.

Tournee Heel (elke avond twee voorstellingen): 12/9 Dronten, 15/9 Den Bosch, 16/9 Veghel, 17/9 Cuijk, 23/9-25/9 Amsterdam. Voor okt, nov en dec zie: sannewallisdevries.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden