InterviewDrijfveren

Bosecoloog Suzanne Simard: ‘Wie bomen niet vermenselijkt, richt schade aan’

Moederbomen uit het boek van Suzanne Simard Beeld Suzanne Simard
Moederbomen uit het boek van Suzanne SimardBeeld Suzanne Simard

Bosecoloog Suzanne Simard (60), de ontdekker van het wood wide web, groeide op in een houthakkersfamilie. Juist dát inspireerde haar om het bos verder te onderzoeken en tot revolutionaire ontdekkingen te komen.

Als wereldvermaard bosecoloog Suzanne Simard (60) praat over haar leven en haar werk, lijkt ze bepaalde metaforen niet te kunnen vermijden. “Als mensen het over mijn werk hebben, pikken ze er vaak maar één ding uit. Alsof ze een paddenstoel plukken. Terwijl er onder die paddenstoel een heel netwerk van fungi zit, een heel mycelium.”

Dat mycelium, legt ze uit in het gesprek, is haar leven. Haar nieuwe boek, Op zoek naar de moederboom, moet inzicht geven in hoe dat leven is vergroeid met de wetenschappelijke ontdekkingen die ze deed. “Ik ben opgegroeid in oerbossen”, zegt ze via een videoverbinding vanuit haar bescheiden, opgeruimde werkplek in haar huis aan de Canadese westkust, waar ze in Vancouver lesgeeft aan de Universiteit van Brits Colombia. “Ik speelde tussen de bomen en leerde dat het bos op een bepaalde manier werkte.”

Suzanne Simard Beeld Suzanne Simard
Suzanne SimardBeeld Suzanne Simard

Als jonge wetenschapper brak Simard in de jaren negentig door met een publicatie in het wetenschappelijke tijdschrift Nature. Daarin beschreef ze een experiment waaruit bleek dat jonge sparren en berken via een ondergronds netwerk van schimmels koolstof uitwisselen. Een wood wide web, noemde Nature het op de cover. Het artikel was het begin van een sterrencarrière voor Simard. Niet eerder was aangetoond dat verschillende bomensoorten op zo’n manier samenwerkten.

Bomen die onder de grond met elkaar voedingsstoffen uitwisselen en dus in zekere zin met elkaar communiceren, dat spreekt tot de verbeelding. En dus gingen Simards ideeën een eigen leven leiden, bijvoorbeeld in James Camerons actiefilm Avatar, waarin een ‘zielenboom’ een spirituele plek is voor het fantasievolk van de Na’vi. En in de met een Pulitzerprijs bekroonde roman Tot in de hemel van de Amerikaanse schrijver Richard Powers komt een verguisde wetenschapster voor, die heeft ontdekt dat bomen met elkaar kunnen praten maar door niemand wordt geloofd.

Popsterrenstatus

Simard is niet per se tegen de popculturele verbeeldingen van haar werk. Alleen, zegt ze, het is gewoon niet het hele verhaal. “Ik wilde een boek schrijven om te laten zien hoe mijn wetenschappelijke ontdekkingen tot stand zijn gekomen.” Dat kon alleen als ze ook uitlegde hoe haar levensloop is verweven met haar manier van wetenschap bedrijven. “De vragen kwamen vanuit mijn hart.”

Haar carrière in het bos begon een tikje anders dan je misschien zou verwachten, namelijk met het kappen van woudreuzen. “Ik kom uit een familie van typische Quebecois houthakkers. Het waren horse loggers, ze transporteerden de gekapte bomen met paarden in plaats van met gemotoriseerde voertuigen. Ze kapten een paar bomen per week. De opbrengsten ervan voedden de hele familie.” Het harde werk eiste wel zijn tol; bijna ieder mannelijk familielid raakte wel ten minste één vinger kwijt. Simards grootvader verloor zelfs een oor aan het werk in het woud.

De kleine Suzanne leerde door te spelen in het bos hoe het ecosysteem rondom haar werkte. Voor een Nederlands publiek wil ze ook wel even uitleggen wat dat precies is, een oerbos. “Ik heb jullie bossen wel gezien, die zijn vaak aangelegd en erg aangeharkt. In Canada is het mos vaak zo dik dat het lijkt alsof je over een trampoline loopt. En de lucht is vol van een diepe, kruidige geur, van alle verschillende soorten planten en bomen. Er zijn duizenden soorten die allemaal door elkaar groeien; zelfs in de boomkronen groeien nog planten.” Ietwat bezorgd: “Geef ik zo een beetje een goede omschrijving? Ik kan nog wel even doorgaan namelijk.”

Simard trad in eerste instantie in de voetsporen van haar familie door ook in de houtindustrie te solliciteren. “Ik leerde vooral andere technieken van houthakken. Maar die rijmden helemaal niet met wat ik kende uit mijn jeugd. Er was veel meer clear-cut houthakken, waarbij hele bosgronden compleet worden leeggehaald.” Ze voelde zich, zo schrijft ze in haar boek, ‘een soldaat in een oorlog waar ze niet in geloofde’. “Ik had het bos juist altijd gezien als een plek die zichzelf kan herstellen. Ik wist ook dat het bos en mensen erin zo zichzelf in leven kunnen houden. Een paar bomen per keer: het bos kan die prima geven. En de mensen het kappen vérgeven.”

Mannenbusiness

In eerste instantie moest ze onderzoeken waarom herbeplanting op de lege bosgrond niet aansloeg. “De houtindustrie is vooral een mannenbusiness. Vrouwen worden doorverwezen naar de kinderkamer, dus ik hield me bezig met zaailingen.” Daar ontsproot ook een ander zaadje: het idee dat boom- en plantensoorten niet alleen concurreren, maar ook samenwerken.

“In commerciële, aangeplante bossen staan bomen vaak ver uit elkaar, met weinig andere soorten. Maar dat is eigenlijk helemaal niet efficiënt. Het bos wil pas goed groeien als er veel soorten mogen blijven, en ook vooral: verschillende generaties van één soort. Een veld met alleen maar zaailingen is veel kwetsbaarder dan een veld waar ook oudere bomen groeien.”

Het belang van die verschillende generaties is Simards laatste grote ontdekking. In het bos hebben sommige bomen een ‘ouderfunctie’, schrijft ze in jaar boek. De moederboom is een oudere boom die functioneert als een hub van voedingsstoffen. De boom stuurt die ondergronds naar haar zaailingen.

Simard ziet bossen niet als een verzameling van bomen, maar als gemeenschappen, observeerde The New York Times naar aanleiding van haar nieuwste boek. Is biologie onder haar leiding een sociale wetenschap aan het worden? “Als ik lesgeef over bossen, vertel ik zeker dat het sociale plekken zijn.” Ze ontkent niet dat soorten ook strijd hebben met elkaar binnen een ecosysteem. “Het basisidee is alleen dat de relaties tussen soorten complexer zijn dan dat. Eigenlijk net zoals in de menselijke samenleving.”

Toch klinkt er ook kritiek op Simard. Sommigen vinden haar manier van onderzoek te antropomorf; ze zou teveel menselijke eigenschappen aan niet-menselijke wezens toedichten. Dat zou een objectieve, wetenschappelijke benadering van haar onderzoeksobjecten in de weg staan. Bovendien zou ze de meer tot de verbeelding sprekende ideeën, zoals ‘bomencommunicatie’ niet helemaal kunnen staven met bewijs.

“Als mensen zeggen dat ik bomen te zeer vermenselijk, zeg ik meestal dat dat níet doen veel meer schade aanricht dan het wél doen”, zegt ze. “Als we niet-menselijke dingen helemaal zonder emotie beschrijven, verwijderen we onszelf van de natuur. En dat maakt weer dat we onszelf gemakkelijker kunnen toestaan om diezelfde natuur te vernietigen.” Het is ook gemakzuchtige manier om haar ontdekkingen naar de prullenbak te verwijzen, vindt ze. Een tikje snoevend: “Het is makkelijk om te zeggen: oh, jouw onderzoek is te antropomorf, dus dan kunnen we het gewoon negeren.”

De grootouderboom

Maar gaat het idee van een moederboom niet gewoon wat ver? “Heel veel culturen hebben verhalen over het belang van oude bomen. Het idee van een moederboom, of een vaderboom, of een grootouderboom, zie je overal opduiken in de geschiedenis. Het uitwissen van die termen en dat soort kennis van onze wereld is pas begonnen met de opkomst van westerse wetenschap, een fenomeen dat nog helemaal niet zo oud is, een paar eeuwen misschien. De kern van het eurocentrische wetenschappelijke model is dat je afstand neemt van wat je bestudeert. Je kunt er geen deel van zijn, want je moet het objectief kunnen bekijken. Maar dat is een relatief nieuwe manier van naar de wereld kijken, die ook niet tot heel veel begrip van de dingen om ons heen heeft geleid.”

Het samenwerken met Aboriginalgemeenschappen is belangrijk voor haar wetenschappelijke experimenten, benadrukt ze. “Het is daar vaak heel normaal om bomen als onderdeel te zien van je familie. Daar zijn tradities ook op gebouwd. In sommige delen van Canada worden familieleden in de boomtoppen begraven. De voorouders worden zo deel van het bos. Toen ik een keer deze mensen bezocht, en in een hut van cederhout zat, zei iemand: de voorouders luisteren nu mee.”

Het bos waar ze is opgegroeid is inmiddels in omvang erg afgenomen door de houtkap. “Het is er nog wel, maar het staat onder hoge economische druk.” Na grote bosbranden zijn er in Canada steeds meer mensen die zich roeren voor het behoud van de bossen.

Simards onderzoek heeft haar in zekere zin ook activistisch gemaakt. “Veel wetenschappelijke ontdekkingen worden niet toegepast in de echte wereld en genegeerd door beleidsmedewerkers. Ik wilde ook daarom een toegankelijk boek schrijven in plaats van in de wetenschappelijke arena blijven. Mensen moeten hun eigen beslissingen kunnen nemen. Want we hebben een omwenteling nodig voor het milieu en het klimaat. En we lopen nog lang niet hard genoeg.”

De vaas van berkenbast die Suzanne Simard cadeau kreeg. Beeld Suzanne Simard
De vaas van berkenbast die Suzanne Simard cadeau kreeg.Beeld Suzanne Simard

Een vaas van berk

De berkenboom speelt een bijzondere rol in het werk van Suzanne Simard. In haar eerste onderzoek bleek dat sparren en berken samenwerken; de berk stuurt meer voedingsstoffen naar de spar als die in de zomer meer in de schaduw komt te staan. In de herfst stuurt juist de spar voeding naar de berk.

Ondanks dat Simard ‘geen spullenmens’ is, is deze vaas van berkenbast belangrijk voor haar. “Deze vaas kreeg ik nadat ik na tien jaar wegging bij de British Columbia Forest Service. Ik had er dat gehele decennium berken bestudeerd en hun rol in het ecosysteem.”

Haar memoir is niet alleen een aaneenschakeling van successen. Zo’n tien jaar geleden werd er borstkanker bij haar geconstateerd, waardoor ze twee borstamputaties moest ondergaan. In het boek schrijft ze hoe ze zich tijdens het medische onderzoek haast met de moederbomen ging identificeren. Want hoe moest het verder met haar eigen dochters, tieners nog? Moederbomen blijven andere bomen beschermen, zelfs als ze zelf aftakelen, schrijft ze daarover. ‘Maar zelfs moederbomen hebben niet het eeuwige leven.’

Uiteindelijk boden bomen niet alleen mentale troost, maar ook fysieke genezing, vertelt ze. “Onderzoek toont aan dat mensen baat hebben bij in de bossen zijn, dat ze er rustig van worden en zich geestelijk beter voelen. Dat heb ik ook meegemaakt, ik heb heel veel in de natuur gewandeld toen ik ziek was. En in de chemotherapie die ik kreeg zat een bestandsdeel uit taxusbomen. That just brings it all home.”

Suzanne Simard. Op zoek naar de moederboom. Prometheus, 400 blz., 25,00 euro.

Lees ook:

Een derde van alle boomsoorten is ernstig bedreigd, inclusief de iconische baobab uit Madagascar

Massaal sterven in alle stilte boomsoorten over de hele wereld uit. Een ecologische ramp en een drama voor de biodiversiteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden