Seksisme en geweld

Bij zijn afscheid als correspondent concludeert Niels Posthumus: Zuid-Afrika kan niet zonder zijn vrouwen

Een vrouw verkoopt wat aardappelen aan een klant in Zandspruit. Beeld Bram Lammers
Een vrouw verkoopt wat aardappelen aan een klant in Zandspruit.Beeld Bram Lammers

Zuid-Afrika is niet zuinig op zijn vrouwen, merkte Niels Posthumus toen hij in 2008 in het land kwam. Bij zijn afscheid als correspondent concludeert hij: juist zij zijn het die Zuid-Afrika draaiende houden.

Nieuwschef Cecilia Russell riep me bij haar tafel. Het was 10 maart 2008. Ik was een paar dagen eerder begonnen als verslaggever voor de krant The Star in Johannesburg. Cecilia wilde dat mijn collega Thandi Skade en ik een ­kijkje zouden nemen bij sloppenwijk Zandspruit, in het noorden van de stad. Bewoners hadden daar uit protest een nabijgelegen snelweg geblokkeerd. Wij moesten ­uitzoeken waarom. Het zou mijn eerste ­reportage in Zuid-Afrika worden.

De demonstratie bleek te draaien om de moord op een zevenjarig meisje: Gofaone Tyatya. Haar lichaam was die ochtend ­gevonden door iemand uit de wijk, nadat ze de vorige avond als vermist was opgegeven bij de politie. Die had geen actie ondernomen: er waren geen politieauto’s beschikbaar geweest om mee uit te rukken. Altijd hetzelfde smoesje, zeiden de demonstranten. De politie vond het in het donker ­gewoon te gevaarlijk in hun wijk. Daarom kwamen ze ’s avonds nooit opdagen.

Ik liep achter Thandi aan Zandspruit in. Ik voelde me niet op mijn gemak. Het was mijn eerste keer in een Zuid-Afrikaanse sloppenwijk. De modderige hobbelweggetjes tussen de krotten van afvalhout en golfplaat waren smal. Elektriciteitsdraden hingen er wan­ordelijk tussenin. Een zure geur sloeg me in het gezicht: afval lag te rotten in de ochtendzon. Tientallen ogen staarden me wantrouwend aan. Het lichaam van Gofaone was net in een lijkzak gelegd toen we aankwamen op het plaats delict. Het meisje was eerst verkracht en geslagen, waarschijnlijk met een steen. Daarna was ze gewurgd.

Dertien jaar later

Het is inmiddels dertien jaar later en ik heb voor het eerst sinds mijn tijd bij The Star weer met Cecilia afgesproken, aan de vooravond van mijn vertrek uit Zuid-Afrika. We ontbijten in een restaurant in de luxe wijk Rosebank in Johannesburg. Kan zij zich het verhaal van Gofaone herinneren?

Cecilia schudt haar hoofd. Ze is inmiddels 62 jaar oud en gedeeltelijk met pensioen. Wel geeft ze nog Engelse les. En ook doet ze soms nog een journalistieke freelanceklus. “Het klinkt verschrikkelijk”, zegt ze, “maar ik heb tijdens mijn loopbaan zoveel moorden op vrouwen en kinderen voorbij zien ­komen, dat ik ze in mijn geheugen niet altijd meer uit elkaar weet te houden.”

De statistieken zijn dan ook schokkend. ­Elke acht uur van de dag wordt er in Zuid-Afrika een kind om het leven gebracht. En als vrouw heb je in het land 23 keer meer kans om te worden vermoord dan in Nederland. In de helft van alle 2763 Zuid-Afrikaanse vrouwenmoorden per jaar is de partner de dader; huiselijk geweld is een enorm probleem in het land. En bij onderzoek in twee Zuid-Afrikaanse provincies gaf ruim een kwart van alle mannen toe ooit een vrouw seksueel te hebben misbruikt. Seksueel en huiselijk geweld komen zeker niet alleen binnen de zwarte gemeenschap voor, of uitsluitend onder het arme deel van de bevolking, maar het probleem is wel het extreemst in sloppenwijken als Zandspruit. Vrouwen en kinderen zijn daar extra kwetsbaar, door het gebrek aan publieke diensten. De politie komt er zelden en sociaal werkers lopen er nauwelijks rond. Zandspruit heeft niet eens een eigen middelbare school, al wonen er tienduizenden mensen.

Blinde vlek

Wijken als Zandspruit worden dus aan hun lot overgelaten. Daardoor kunnen mannen zich er vaak vrij eenvoudig aan meerdere vrouwen of kinderen vergrijpen voordat ze worden opgepakt. De plekken vormen bovendien een blinde vlek van de media. Zelden doet iemand er verslag van de problemen. En er is nooit budget om grondig te onderzoeken en te beschrijven hoe het dagelijks leven er in elkaar steekt. “Pas als de bevolking van Zandspruit een weg barricadeert, waardoor de middenklasse vertraging oploopt op weg naar het werk, sturen we er verslaggevers op af”, geeft Cecilia toe.

Twee schoolmeisjes dragen water naar hun klaslokaal in Amajuba, Kwazulu-Natal. Beeld Bram Lammers
Twee schoolmeisjes dragen water naar hun klaslokaal in Amajuba, Kwazulu-Natal.Beeld Bram Lammers

Thandi had tijdens onze verslaggeving in 2008 het voortouw genomen. Ze zette me naast Evelyn Tyatya neer, de moeder van de vermoorde Gofaone. Ik moest haar inter­viewen. Ik was verbaasd over de opgeruimdheid in het krot. Bij gebrek aan een tafel en stoel was ik naast Evelyn op de rand van het bed gaan zitten. Ik had geen idee wat ik moest zeggen toen ze me vertelde dat zij drie weken eerder ook al haar elf maanden oude zoontje had verloren. Zij huilde, ik ­noteerde. Na het interview gaf ik mijn aantekeningen aan Thandi, die de buren en de politie-inspecteur had geïnterviewd.

Ik vind het terugkijkend moeilijk voor te stellen dat Thandi destijds pas 23 jaar oud was. Zelfs op die leeftijd leek zij als verslaggever al zo gehard, zo ervaren met dergelijke verschrikkelijke verhalen. Ik was vier jaar ouder, maar had bij aankomst in Zuid-Afrika als journalist nog niets meegemaakt.

Nu, dertien jaar later, vertelt Thandi me dat mijn beeld van haar grotendeels schijn was. “Verhalen met vrouwen of kinderen als slachtoffer waren altijd de moeilijkste voor mij. Geloof me, niemand kan daar goed mee omgaan. Ik probeerde slechts mijn gevoel zoveel mogelijk uit te schakelen wanneer ik aan zo’n verhaal werkte. Dat was de enige manier om mezelf staande te houden.”

Verslechterde situatie

Ik spreek Thandi (36) via de telefoon. Ze woont inmiddels in Kaapstad en werkt niet meer als journalist, maar bij een investeringsmaatschappij. Ik vraag of zij het idee heeft dat de situatie voor meisjes als Gofaone de afgelopen dertien jaar is verbeterd. Ze antwoordt ontkennend. “Als je het hebt over hun veiligheid, dan denk ik eerder dat de ­situatie is verslechterd dan dat we progressie hebben geboekt.”

De kern van het probleem is volgens Thandi dat veel mannen erg defensief reageren als er een gesprek ontstaat over zaken als huiselijk geweld, verkrachting of femicide. “En ze spreken elkaar ook niet vaak aan op hun seksistische en agressieve gedrag. Als we het geweld tegen vrouwen in Zuid-Afrika willen oplossen, moet het startpunt zijn dat mannen hun verantwoordelijkheid nemen.”

Twee schoolmeisjes steken een weg over in Zandspruit.  Beeld Bram Lammers
Twee schoolmeisjes steken een weg over in Zandspruit.Beeld Bram Lammers

Ze ziet dat niet snel gebeuren. “Zuid-­Afrika is een patriarchale samenleving, waarin het idee heerst dat mannen altijd ­gelijk hebben”, legt ze uit. “Mannen en vrouwen zijn voor de wet gelijk, maar in de praktijk verre van.” Ja, eens in de zoveel tijd ontstaat er brede ophef over een moord op een vrouw, die veel media-aandacht genereert – meestal een vrouw uit de middenklasse. Een paar dagen lang gaan dan massa’s mensen de straat op en beloven politici het probleem eindelijk echt te zullen aanpakken, maar na verloop van tijd verdwijnt het onderwerp weer van de politieke agenda. Tot, na een nieuwe moord, een volgende golf van verontwaardiging het land overspoelt.

“We plakken telkens een pleister op de wond, zonder die te genezen”, verzucht Thandi. “We zijn in Zuid-Afrika goed in ­praten, maar slecht in uitvoeren.” Nog steeds is, bijvoorbeeld, niet goed in kaart ­gebracht wat ten grondslag ligt aan alle agressie tegen vrouwen in het land. De hoge werkloosheid en armoede spelen een rol. Mannen botvieren hun frustratie daarover vaak op hun vrouwen en kinderen.

Ook de slechte training van politieagenten is deel van de oorzaak. Net als het feit dat twee derde van alle kinderen in Zuid-Afrika opgroeit zonder vader, waardoor veel jongens een rolmodel missen. En er is het probleem dat met name zwarte vrouwen bovengemiddeld vaak zonder werk zitten en dus afhankelijk zijn van een man.

Sociale bindweefsel

Toch weet ik, na al mijn jaren in Johannesburg, dat de vrouwen in Zuid-Afrika, ondanks hun economische en fysieke kwetsbaarheid, juist ook degenen zijn die het land draaiende houden. Ze houden de gemeenschap bij elkaar, vormen het sociale bindweefsel in de wijken, voeden de kinderen op en niet zelden ook hun kleinkinderen. Jonge Zuid-Afrikaanse vrouwen die de kans krijgen om te studeren, zijn doorgaans uiterst ambitieus en geëngageerd. Vrouwen in Zuid-Afrika komen op mij bovendien mentaal weerbaarder over dan hun mannelijke landgenoten. Ze geven nooit op. Thandi bevestigt dat. “Wij vrouwen zijn meer gedreven om iets van Zuid-Afrika te maken.”

De vrouwen in haar land zijn zo veerkrachtig, legt ze uit, omdat zij niet anders kunnen. In een patriarchale samenleving als die van Zuid-Afrika is voor mannen alles een keuze: zij kunnen ervoor kiezen hun kinderen op te voeden, het huis schoon te maken en te koken of zich in te zetten om hun wijk leefbaar te houden, maar het is altijd vrij­blijvend. Want zij weten: als ze ervoor kiezen dit allemaal niet te doen, is er wel een vrouw die zulke zaken voor hen opknapt. Thandi: “Voor vrouwen is dat anders. Zij hebben doorgaans niemand om op terug te vallen. Zij moeten wel doorzetten. Hun handelen is geen keuze.”

Toen ze dat zei, moest ik direct denken aan een interview over maatschappelijk ­activisme dat ik onlangs afnam. Op mijn vraag waarom milieuactivisten in Zuid-Afrika opvallend vaak vrouw zijn, kreeg ik van de activiste in kwestie het antwoord dat vrouwen in Zuid-Afrika zich nu eenmaal meer zorgen maken over de toekomst. Vrouwen willen het land goed achterlaten voor de komende generaties, omdat zij die volgende generaties opvoeden. Zuid-Afrikaanse mannen zijn meer op zichzelf gericht, legde ze uit, en meer op het hier en nu.

Schoolmeisjes bidden voor de start van de lessen van een school in Soweto. Beeld Bram Lammers
Schoolmeisjes bidden voor de start van de lessen van een school in Soweto.Beeld Bram Lammers

21 jaar

Ik vind het gek om te bedenken dat Gofaone dit jaar 21 zou zijn geworden – de leeftijd waarop Evelyn van haar beviel. De afgelopen jaren reed ik soms langs Zandspruit en dacht dan altijd even aan haar. Hoe zou haar leven er nu hebben uitgezien? Ik vroeg het Cecilia tijdens ons ontbijt. “De vooruitgang voor vrouwen in Zuid-Afrika zit erin dat het voor een zwart meisje in 2008 in ­ieder geval in theorie mogelijk was uit de ­armoede te ontsnappen”, antwoordde zij. “Tijdens de apartheid was dit onmogelijk, ­tegenwoordig bestaat er leerplicht. Gofaone zou een gratis basisopleiding hebben gekregen, al had ze daarvoor wel elke dag naar een middelbare school buiten Zandspruit moeten lopen. En haar moeder zou tot haar ­achttiende kinderbijslag voor haar hebben ontvangen, om haar te onderhouden.”

Evelyn had me in 2008 verteld dat Gofaone een ‘stil, maar vlijtig’ meisje was geweest. Ze deed altijd eerst keurig haar huiswerk, voordat ze buiten ging spelen. Ze was een goede leerling. In theorie had zij na de middelbare school misschien zelfs naar de universiteit gekund. Er bestaan beurzen voor studenten wier ouders zo’n vervolgopleiding niet kunnen betalen. Cecilia: “In dat geval was ze nu tweedejaars student ­geweest. Natuurlijk zijn zulke levens­verhalen zeldzaam, maar ze bestaan.”

Thandi kent ze ook, die succesverhalen. Maar als zwart meisje uit een sloppenwijk als Zandspruit had Gofaone wel echt ­“extreem veel moeten overwinnen om een beter leven voor zichzelf te kunnen opbouwen”, benadrukt zij. De theorie is in Zuid-Afrika vaak ver verwijderd van de praktijk. Ik knikte instemmend aan de andere kant van de telefoon. Hoe ver, dat blijkt wel uit het feit dat Gofaones poging om uit de ellende van Zandspruit te ontsnappen al voor haar achtste verjaardag in de kiem werd gesmoord, door een buurman met de broek op de enkels en een wurgkoord in zijn handen.

Lees ook:

‘Als je vijf keer wordt verkracht, heb je geen identiteit meer’

In Zuid-Afrika wordt naar schatting elke minuut een vrouw verkracht. Correspondent Niels Posthumus - wiens boek over Zuid-Afrika, Liefdes verdriet, vandaag verschijnt - spreekt in een tweeluik voor Trouw met slachtoffer en dader. Deel 1: Lulu King werd vijf keer in haar leven verkracht.

Pas jaren na de groepsverkrachting kwam de spijt

Ruim een kwart van de mannen in Zuid-Afrika geeft toe ooit een vrouw te hebben verkracht. Correspondent Niels Posthumus - wiens boek over Zuid-Afrika deze week verschijnt - spreekt in een tweeluik met slachtoffer en dader. Deel 2: Dumisani Rebombo nam deel aan een groepsverkrachting.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden