Afghaanse herders leiden een kudde schapen langs de weg naar de hoofdstad van de provincie Badakhshn, ten noordoosten van Kaboel.

AfghanistanLeven onder de Taliban

Baarden, boerka’s en draconische straffen: zo was het leven onder het eerdere Taliban-bewind

Afghaanse herders leiden een kudde schapen langs de weg naar de hoofdstad van de provincie Badakhshn, ten noordoosten van Kaboel.Beeld REUTERS

Hoe wordt het leven in Afghanistan nu de Taliban zegevieren? Trouw-verslaggever Arjen van der Ziel reisde uitgebreid door het land onder het vorige Taliban-regime.

De ongeveer 30 miljoen Afghanen maken zich op voor een leven onder radicaal-islamistische heerschappij. Om te weten hoe dat er uit zal zien, kun je waarschijnlijk het beste terugkijken naar de tweede helft van de jaren negentig, toen de Taliban 90 procent van het land in handen hadden en in feite de regering vormden, ook al werd die slechts erkend door Pakistan, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten.

Zelf reisde ik eind 1997 als freelance journalist wekenlang door Afghanistan onder Taliban-bewind, waarover ik een uitgebreide reportage schreef voor Vrij Nederland. Met een pluizig baardje, dat ik had laten groeien om me een beetje aan te passen, doorkruiste ik het ruige bergachtige land van noord naar zuid, en dronk eindeloos glaasjes thee met krijgsheren, Taliban-functionarissen en gewone burgers van diverse pluimage.

Taliban-strijders nemen de controle over het Afghaanse presidentiële paleis nadat de Afghaanse president Ashraf Ghani het land ontvluchtte.  Beeld AP
Taliban-strijders nemen de controle over het Afghaanse presidentiële paleis nadat de Afghaanse president Ashraf Ghani het land ontvluchtte.Beeld AP

Lappendeken van stammen, clans en etnische groepen

Afghanistan bleek een lappendenken van stammen, clans en etnische groepen, die geregeld met elkaar botsten. Nadat de moedjahedien in 1992 het communistische bewind hadden verslagen, was een bloedige onderlinge strijd losgebarsten. Hele wijken van de hoofdstad Kaboel waren in puin geschoten. De opkomst van de radicaal-islamistische Taliban (‘koranstudenten’) werd door velen met instemming begroet. De nieuwe militie, ontstaan uit een groep fanatieke religieuze studenten, bracht rust in de gebieden die zij veroverde.

Een in boerka geklede Afghaanse vrouw op een heuveltop die uitkijkt op Kaboel.  Beeld AFP
Een in boerka geklede Afghaanse vrouw op een heuveltop die uitkijkt op Kaboel.Beeld AFP

Maar veel leden van de kleine hoger opgeleide bovenlaag zaten in de rats. Zo zal ik nooit de hoogleraar vergeten die ik sprak in de oostelijke stad Jalalabad, die zijn eigen dochter de toegang tot de universiteit had moeten ontzeggen. “Het is zo ontzettend triest”, zei hij. “De Taliban hebben de helft van de bevolking buitengesloten.” In de beslotenheid van zijn woning vertelde hij, op voorwaarde van anonimiteit, hoe bevreesd hij was voor de toekomst.

‘Te onveilig voor meisjes’

De Taliban hadden gezegd dat het op straat nog te onveilig was voor meisjes om naar school te gaan. Zodra de veiligheid verbeterde, zouden ze aparte scholen voor meisjes gaan opzetten. Maar hij vertelde dat het al een jaar hartstikke rustig was in Jalalabad en dat van de beloften niks was waargemaakt. De academicus trok demonstratief aan zijn baard die hij, net als alle andere mannen, verplicht had moeten laten staan. Voordat de Taliban arriveerden waren zijn kaken glad. “Het is pure dommigheid. Een bekrompen uitleg van de koran.”

Op het platteland in het zuiden hoefden de Taliban eigenlijk niet veel moeite te doen om hun ideeën op te leggen. De meeste mensen waren daar etnische Pasjtoens, net als de Taliban. Ze hielden zich aan hun eigen strenge erecode, de pasjtoenwali. Hun lemen huizen waren vaak ware forten, met hoge muren zonder ramen. De vrouwen bleven er zoveel mogelijk thuis. Ze leefden veelal in volkomen afzondering van mannen die geen familie zijn en gingen alleen volledig gesluierd of in een allesbedekkende boerka over straat.

Religieuze politie

Maar in steden als Kaboel en Herat, die voorheen een relatief liberaal klimaat kenden, hadden de mannen van de religieuze politie genoeg werk te doen. Krampachtig probeerden ze van de ‘verwesterde’ stedelingen goede moslims te maken.

Taliban-strijders houden de wacht in een voertuig langs de kant van de weg in Kaboel op 16 augustus 2021, na een verbluffend snel einde aan de 20-jarige oorlog in Afghanistan, terwijl duizenden mensen de luchthaven van de stad bestormden en probeerden te vluchten.  Beeld AFP
Taliban-strijders houden de wacht in een voertuig langs de kant van de weg in Kaboel op 16 augustus 2021, na een verbluffend snel einde aan de 20-jarige oorlog in Afghanistan, terwijl duizenden mensen de luchthaven van de stad bestormden en probeerden te vluchten.Beeld AFP

Ik logeerde in Kaboel in het donkere en koude Hotel Inter-Continental, dat zwaar beschadigd was door granaat- en raketinslagen. Veel ruiten waren gesneuveld en slechts een klein deel van de kamers was bruikbaar, maar het was de enige plek in de stad waar buitenlanders mochten logeren. Nors kijkende bebaarde mannen met kalasjnikovs en zaklampen patrouilleerden door de muffe gangen en vielen meermaals onaangekondigd mijn kamer binnen.

In de stad zelf heerste een gelaten atmosfeer. De religieuze politie scheurde in pick-uptrucks door de straten en voerde een schrikbewind. Vrouwen mochten alleen nog begeleid door een mannelijk familielid over straat. En niet alleen moesten vrouwen een boerka aan, ze mochten ook geen schoenen meer dragen die bij het lopen geluid maken, omdat klikkende hakken de andere sekse op zondige gedachten zouden kunnen brengen. De Afghanen mochten ook geen televisie meer kijken, geen muziekinstrumenten bespelen en niet meer dansen. Foto’s en andere afbeeldingen van levende wezens waren uit den boze.

Foute haardracht

De maatregelen werden steeds strenger en wie zich er niet aan hield, riskeerde in elkaar geslagen of opgepakt te worden. Of erger. Vrouwen die werden verdacht van overspel werden soms gestenigd, van vermoede dieven werden handen afgehakt.

Soms nam het extremisme bijna tragikomische vormen aan. Zo werd op een dag op een verkeersplein in Kaboel een checkpost opgezet waar werd gecontroleerd of mensen misschien een ‘Engelse of Amerikaanse haardracht’ hadden. Maar over hoe zo’n foute haardracht eruit eruit zag, bestond grote onduidelijkheid. De religieuze politie bleek het te hebben gemunt op haarlokken die over het voorhoofd konden hangen als in gebed voorover werd gebogen. Want het hoofd dient in gebed goed de grond te raken en te veel haar zou dat kunnen verhinderen. Kapsels die niet door de beugel konden, werden ter plekke bijgeknipt.

Ondanks de grote risico’s die het voor haar opleverde wilde Marina, een 18-jarige vrouw, in een huis in het stadscentrum wel met me praten. Ze vertelde dat ze op de middelbare school zat toen de Taliban ruim een jaar eerder arriveerden. Het was een meisjesschool, maar Marina en haar vriendinnen hadden Engelse les op een particulier instituut, met jongens en meisjes in één klas. “Misschien vond ik Engels daarom een leuke taal”, giechelde ze.

De Taliban hadden Marina’s meisjesschool meteen na hun intocht in de hoofdstad gesloten en hadden hem nooit meer geopend. Andere scholen in de stad waren wel weer opengegaan, maar niet voor meisjes. Ook de universiteit van Kaboel had zijn deuren alleen geopend voor jongens. Marina schilderde en kalligrafeerde veel en droomde van een artistieke vervolgopleiding, maar begon zich te realiseren dat dit er niet meer in zat. “Ik word er vaak depressief van”, somberde ze. “Soms denk ik er serieus over zelfmoord te plegen.”

Afghaanse vrouwelijke studenten luisteren naar een van hun toekomstige professoren nadat ze zich hadden ingeschreven voor de universitaire lessen op 1 december 2001 op de campus van de universiteit van Kaboel. De universiteit van Kabul opende voor het eerst in vijf jaar haar deuren voor vrouwen. Tientallen vrouwen schreven zich in voor lessen die al eind december zouden kunnen beginnen. Onderwijs voor vrouwen was meer dan vijf jaar verboden onder de strikte islamitische Taliban-wetten. Beeld AFPI
Afghaanse vrouwelijke studenten luisteren naar een van hun toekomstige professoren nadat ze zich hadden ingeschreven voor de universitaire lessen op 1 december 2001 op de campus van de universiteit van Kaboel. De universiteit van Kabul opende voor het eerst in vijf jaar haar deuren voor vrouwen. Tientallen vrouwen schreven zich in voor lessen die al eind december zouden kunnen beginnen. Onderwijs voor vrouwen was meer dan vijf jaar verboden onder de strikte islamitische Taliban-wetten.Beeld AFPI

Extreem

Of het bewind dat nu in Afghanistan aantreedt opnieuw zo extreem wordt, moet worden afgewacht. Taliban-leiders verzekerden de afgelopen dagen publiekelijk dat hun aanpak gematigder zal zijn dan twee decennia geleden en dat ze geen wraak willen op regeringsmilitairen en politiemensen. Moellah Abdul Ghani Baradar, een Taliban-kopstuk, riep de zegevierende strijders afgelopen weekend op tot ‘nederigheid voor Allah’. In een videoboodschap vanuit Qatar, waar de Taliban een officieuze ambassade hebben, zei Baradar dat de Taliban in overleg zijn met andere Afghaanse leiders over een ‘open en inclusieve islamitische regering’.

Maar tegelijk zijn er serieuze signalen dat de Taliban wel hun strategie hebben aangepast, maar niet hun ideologie. Want de laatste anderhalf jaar, sinds hun vredesdeal met de Amerikanen van begin 2020, zaaiden de strijders in Kaboel terreur met een liquidatiecampagne, waarbij met name journalisten, rechters, vredesactivisten en vrouwelijke leiders op de korrel werden genomen.

De afgelopen weken werden her en der ook al weer meisjes van scholen geweerd. En in de stad Kandahar, die afgelopen week viel, zouden de strijders al van deur tot deur zijn gegaan op zoek naar mensen die hebben samengewerkt met westerse regeringen.

Een Taliban-strijder houdt de wacht op het Massoud-plein in Kaboel op 16 augustus 2021.  Beeld AFP
Een Taliban-strijder houdt de wacht op het Massoud-plein in Kaboel op 16 augustus 2021.Beeld AFP

Een kwestie van tijd

Velen vermoeden dan ook dat het slechts een kwestie van tijd is voordat er weer pick-uptrucks met religieuze politiemensen door Kaboel racen. En dat er weer iemand wordt aangesteld zoals moellah Kalamoedien, de Taliban-voorman die ik eind 1997 onmoette.

Kalamoedin was hoofd van de religieuze politie in de hoofdstad en ik vroeg hem namens Vrij Nederland onder meer naar de recente kapselcontroles. “We doen het voor de mensen zelf, voor hun eigen bestwil”, zei hij. “Lang haar is een verderfelijke westerse invloed.” De 45-jarige geestelijke bracht zijn rechterhand naar de imposante witte tulband op zijn eigen hoofd. “De profeet Mohammed had geen lang haar. Hij heeft tijdens zijn leven twee kapsels gehad: een volledig geschoren hoofd en halflang haar tot over zijn oren. We staan de Afghanen niet toe het anders te doen. Allah zond de profeet om ons te laten zien hoe we moeten leven. We volgen het voorbeeld van de profeet.”

Opvoeden van kinderen

Moellah Kalamoedien was naast politiechef ook onderdirecteur van het destijds net opgerichte Departement voor de bevordering van de deugdzaamheid en bestrijding van het kwaad. Hij zat in kleermakerszit op de grond in zijn kantoor: een vierkante, onverzettelijke man, met forse wenkbrauwen en een gitzwarte baard. Tegen de muur achter hem stonden twee kalasjnikovs. Het werk van zijn religieuze politie was volgens hem te vergelijken met het opvoeden van kinderen. “Dat doe je ook niet in een jaar. We hebben hier in Kaboel pas 10 procent gerealiseerd van wat we willen bereiken. Wacht maar af. Als wij straks het hele land onder controle hebben, maken we van Afghanistan een echte islamitische staat.”

Kalamoedins kantoor was gevestigd in een vervallen villa in de ambassadewijk van Kaboel. In de voortuin zaten zijn manschappen: serieus kijkende jongens met tulbanden en zwartomlijnde ogen, sommigen zo te zien nog te jong voor een baard. Zij moesten de inwoners van Kaboel de weg wijzen naar de islamitische heilstaat. Hun baas maakte er geen geheim van dat geweld daarbij legitiem was: “Als een Afghaan zegt dat hij geen moslim is, slaan we hem tot hij zegt dat hij wel moslim is. Houdt hij toch vol dat hij het niet is, dan hakken we zijn hoofd eraf.”

Lees ook:

Komt de evacuatie naar Nederland te laat voor Afghaanse tolken? ‘We hadden het kabinet nog zo gewaarschuwd’

Het is chaos in Kaboel. De kans dat Afghaanse tolken en ander personeel op tijd geëvacueerd kunnen worden, wordt steeds kleiner.

Op de ambassade van Afghanistan in Den Haag zijn de zorgen groot. ‘Alles is kapot’

Op de ambassade van Afghanistan in Den Haag is de onzekerheid groot. Afghanen zijn verdrietig, teleurgesteld en verbaasd over de gebeurtenissen in hun land.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden