Astrid Roemer: ‘Ik ken Bouterse niet persoonlijk. Hij is voor mij een historische figuur’. Rechts: Desi Bouterse in 1980. Beeld ANP, Hollandse Hoogte /  Erven Steye Raviez
Astrid Roemer: ‘Ik ken Bouterse niet persoonlijk. Hij is voor mij een historische figuur’. Rechts: Desi Bouterse in 1980.Beeld ANP, Hollandse Hoogte / Erven Steye Raviez

InterviewAstrid Roemer

Astrid Roemer heeft geen spijt van haar lof voor Bouterse: ‘Ik denk diep na voordat ik publiceer’

Schrijver Astrid H. Roemer heeft gemengde gevoelens overgehouden aan de ontstane commotie rondom haar gelauwerde schrijversstatus.

In een tijd waar wordt gehunkerd naar ‘diversiteit’ en ‘inclusie’ kwam de toekenning van de Prijs der Nederlandse Letteren aan Astrid H. Roemer als geroepen. Dat breed gedragen gevoel binnen het Nederlands taalgebied – waaronder Suriname – sloeg om nadat Roemer eind vorige maand op haar Facebook­pagina omstreden uitlatingen deed over de Surinaamse ex-president Desi Bouterse.

“Onze Surinaamse gemeenschap heeft D.D.B. hard nodig gehad om zelfbewuster te worden. Merci Man”, postte Roemer. Dit bleek de opmaat naar plotselinge commotie en controverse rondom haar gelauwerde schrijversstatus.

Volkskrant-correspondent Kees Broere vroeg haar om uitleg. Bouterse is immers in 2019 door de Surinaamse krijgsraad tot twintig jaar veroordeeld voor zijn aandeel in de moord van vijftien critici van zijn toenmalige militair regime, de zogenoemde Decembermoorden. “Ik weiger echter Desi Delano Bouterse moordenaar te noemen. En er is geen bewijs van het feit dat hij daadwerkelijk een of meerdere moorden heeft gepleegd, noch dat hij zijn manschappen daartoe heeft aangezet”, antwoordde Roemer. Volgens haar zal de oud-dictator zelfs ooit ‘een standbeeld krijgen’.

Het was niet zozeer Roemers lof voor hem maar haar nadere uitleg die zorgde voor verbijstering en woede binnen met name de Surinaams-Nederlandse gemeenschap. Want de krijgsraad had ‘uitvoerig en gedetailleerd’ onderbouwd waarom Bouterse wel degelijk mededader is (zie kader). “Ik was geschokt en verbijsterd en wist even niet wat ik hoorde”, zei nabestaande Lilian Gonçalves-Ho Kang Yu in Nieuwsuur. Haar echtgenoot, deken van advocaten Kenneth Gonçalves, was een van de vijftien slachtoffers. “Het is eigenlijk de ontkenning van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en van de rechtsstaat Suriname. En dat gaat heel ver”, aldus een onthutste Gonçalves-Ho Kang Yu.

Wie is Astrid H. Roemer?

Astrid Heligonda Roemer werd geboren op 27 april 1947 in Paramaribo. In 1974 verscheen haar debuutroman Neem mij terug, Suriname. Zij brak door met haar romantrilogie Gewaagd leven (1996), Lijken op liefde (1997) en Was getekend (1999). In 2016 werd de trilogie opnieuw uitgebracht onder de titel Onmogelijk moederland. Hierin wordt verbeeld wat de militaire dictatuur van Bouterse na 1980 voor Suriname en Surinamers heeft betekend. In 2016 ontving zij de P.C. Hooft-prijs voor haar hele oeuvre. Sinds 2019 woont Roemer weer in haar geboorteland Suriname.

Nabestaandenadvocaat Gerard Spong noemde Roemer ‘niet goed snik’ en verzocht de Belgische koning om haar de prijs niet te overhandigen. Bij organisator Taalunie werd aangedrongen hem zelfs in te trekken, maar die stelde dat Roemer is beoordeeld op haar literaire werk. De uitkomst was dat Roemers uitspraken ‘dermate ongepast’ waren, en daardoor “het door laten gaan van een feestelijke prijsuitreiking niet op zijn plaats” was.

Nu de storm is gaan liggen zit Roemer met ‘gemengde gevoelens’. “Waarom de uitreiking is gesaboteerd is mij een raadsel. Maar het is een pak van mijn hart. Een feest mag geen angst bij gasten oproepen. Het is goed zo”, antwoordt zij schriftelijk op haar toegezonden vragen. Ze kreeg veel steun­betuiging maar ook bedreigingen.

“Mij werd gemeld dat er protestacties bij het paleis zouden komen. De advocaat van de nabestaanden had publiekelijk opgemerkt dat iedereen die op het uitreikingsfeest aanwezig zou zijn net zo verdacht was als ik. En volgens Facebookberichten aan mij zou ik wegens onvoorziene omstandigheden nooit kunnen terugkeren naar Paramaribo.”

Roemer geeft alleen schriftelijke interviews – tenzij het een ‘livegesprek’ is. “Ik heb nergens beweerd dat Bouterse ‘onvergetelijk moedig’ is”, verklaart zij, verwijzend naar Het Grote Schrijversinterview met haar, een jaar geleden in De Balie. “Ik heb ‘moedig’ gezegd en ook meteen verklaard waarom.”

Machtige nabestaandenlobby

Roemers lof voor Bouterse blijkt niets nieuws. Heeft zij een verklaring voor de nu pas ontstane commotie over haar zienswijze? “De commotie komt op mij intens vals en compleet misplaatst over. Getraumatiseerden kunnen niet helder denken. Ik articuleer wat ik al veertig jaar lokaal hoor en waarneem. Vergeet niet dat de commotie door de nabestaandenlobby is ingezet en hun motieven blijven uiterst irrationeel. Ik heb geen mening kenbaar gemaakt. Als romanauteur en academicus beschrijf ik de realiteit vanuit diverse perspectieven. Ik ben geen politicus die een achterban moet genereren; ik ben onafhankelijk.”

Roemer sprak eerder van een ‘schrikbarend machtige’ nabestaandenlobby die denkt haar ‘compleet te kunnen ruïneren’. Maar: “Ik voel mij niet geruïneerd. Mijn feest is mij afgepakt op uiterst slinkse wijze want niemand heeft mij gehoord. Zo gaat men om met een zwarte oudere dame aan wie net weer een literaire topprijs is toegekend. Onbehoorlijk! Sinds de prijzen word ik overladen met complimenten door mijn landgenoten in Nederland en Suriname. Dat is ook na het gedoe van de nabestaandenlobby niet opgehouden.” Voor haar oeuvre ontving Roemer eveneens in 2016 de P.C. Hooft-prijs.

Voor advocaat Spong is schrappen van de koninklijke uitreiking onvoldoende. In een ‘vlammend requisitoir’ in NRC eist hij dat de staat de prijs ‘weer intrekt’. “Wat ik denk van Spong houd ik voor mijn eigen veiligheid binnen. Ik zwijg hem dood. Ik schrik van het jargon dat burgers gebruiken die geen comfort vinden in de wijze waarop ik weiger Desi Delano Bouterse, de ex-president van ons geboorteland, ‘moordenaar’ te noemen.”

“De schuldvraag van Bouterse heb ik niet aan de orde gesteld”, nuanceert Roemer. “Ik wil Bouterse geloven in wat hij als verdediging inbrengt. Geloven is iets anders dan ‘weten’. Ik weet niet of Bouterse de waarheid spreekt. Wat ik doe is zijn verdediging voor waarachtig aannemen. Daar heb ik persoonlijke en professionele redenen voor die ik niemand opdring. Het gaat om mijn artistieke vrijheid. Ik zal de vrijheid blijven nemen om de realiteit op een artistieke wijze weer te geven. Ik ben geen historicus.”

Ons-kent-ons-samenleving

Roemer wordt voor de voeten geworpen de afgelopen veertig jaar niet in Suriname te hebben gewoond en dat ze daarom ook niet ‘zou hebben geleden’ onder het vermeende ‘bewustwordingsproces’ dat Bouterse in gang heeft gezet. “Ik houd mij al vijftig jaren diepgaand bezig met de relatie Suriname-Nederland. Ik houd van beide landen en heb iets bijzonders met beide samenlevingen”, werpt Roemer tegen. “Ik heb haast alle levensverhalen gelezen van Zuid-Amerikaanse vrijheidsstrijders. Op grond daarvan denk ik te weten dat DDB ooit een standbeeld zal krijgen. De generatie die dat zal bewerkstelligen heeft daar dan eigen argumenten voor”, persisteert zij.

“Bouterse heeft door zijn aanwezigheid in het politieke machtscentrum mijn geboorteland naar een bepaald soort toekomst geforceerd. Ik schrijf over de actuele geschiedenis en kan echt niet om de man heen. De toekomst die ik bedoel is hier en nu. Die beweegt zich verder en verder met en vanuit alles wat er ligt: van verarming tot het bewuster zijn van het feit dat een bestaan in Holland geen vanzelfsprekend alternatief is voor ontevreden burgers.”

Het strafproces voor de Decembermoorden duurde twaalf jaar, onder meer vanwege vertragingstactieken van Bouterses verdediging. Hijzelf liet bij elke zitting verstek gaan. Roemer: “Ik heb mij niet verdiept in de details van het strafproces. Zal ik ook niet doen. Zowat alles wat daaromtrent naar buiten is gebracht heb ik gelezen en bekeken op YouTube enzovoort. En dat is heel veel. Ik ken Bouterse niet persoonlijk en ook geen anderen die hem persoonlijk kennen. Bouterse is voor mij een historische figuur.”

‘Het gewone volk heeft zoiets van: het heeft ons nooit iets gedaan’

Tijdens Het Grote Schrijversinterview in De Balie zegt Roemer over de Decembermoorden: “Vooral de zogenaamde elite van Suriname die waren ermee bezig, maar het volk had daar geen relatie mee en kende deze mensen nauwelijks. En dat speelt nog steeds (…) dat het een zwaar beladen ding is voor de intelligentsia maar het gewone volk heeft zoiets van: het heeft ons nooit iets gedaan; we kenden die mensen niet en weten niets van die mensen.”

Deze passage gaat momenteel viraal, want het is een opmerkelijke bewering voor de kleine Surinaamse ons-kent-ons-samenleving. Bagatelliseert Roemer de gebeurtenis die gekwalificeerd is als ‘misdaad tegen de menselijkheid’? “Mijn ervaring is dat het gewone volk zich niet verbonden heeft gevoeld met de vijftien slachtoffers die zijn gemarteld en gedood door militairen op Fort Zeelandia. Het volk heeft wel vol weerzin gereageerd op de gebeurtenis en vooral in Paramaribo, waar de herinnering jaarlijks ­levend wordt gehouden. De generatie die nu actief is, leeft al in een heel andere tijd. En het proces is nog niet afgesloten om een andere vorm van herdenken mogelijk te maken.”

Ook wordt gesteld dat uit Roemers romantrilogie Onmogelijk moederland (2016) opgemaakt kan worden dat zij ‘anti-Bouterse’ is. Vanwaar die omslag? “Het is niet verstandig een auteur te verwarren met haar personages”, weerlegt Roemer. “Ik heb zo vaak in interviews uitgelegd dat ik compleet onpartijdig begin aan een roman en kort verhaal. Iedere lezer begrijpt een tekst vanuit diep persoonlijke referenties. Heb ik respect voor. Maar projecteer jouw interpretaties nooit op mij. En ook mijn ooit populaire Surinaamse debuut Neem mij terug, Suriname gaat niet over mij.”

Mentale integriteit

Roemer haalt flink en expliciet uit naar haar critici op sociale media. Als reactie op de verbijstering van Gonçalves-Ho Kang Yu twitterde ze: “Lilian, ga je nieuwe echtgenoot pijpen en laat mij met rust.” En tegen Volkskrant-columniste Harriet Duurvoort in kapitalen: “Lultrut... Ik heb je nooit vertrouwd... Ga een goed boek schrijven...

Mede vanwege deze ‘vulgaire’ taal zijn er openlijk twijfels gerezen over de psychische gesteldheid van Roemer. Het zou duiden op ‘decorumverlies’, als bij alzheimerpatiënten.

Roemer wuift dit weg. “Toen ik 21 was en de strijd begon tegen Zwarte Piet als uiterst racistisch symbool, en daarvoor op staande voet uit het onderwijs werd gezet in Paramaribo, verwezen velen mij uit protest en onbegrip naar de psychiater. Toen Over de gekte van een vrouw, mijn succesvolle Nederlandse debuut, uitkwam, was het opnieuw een landgenoot die mij publiekelijk uitschold voor hoer en geestelijk gestoord wijf. En nu zijn het opnieuw landgenoten die deze brutale aanval op mijn geestelijke en mentale integriteit uitvoeren. Merkwaardig, vindt u niet?”

Maar zulke vulgaire woorden passen toch niet bij haar status van gelauwerde schrijver en leeftijd; levert dat niet nog meer reputatieschade op? “Welke vulgaire woorden? Pijpen is normaal taalgebruik als geaccepteerde seksuele handeling. Lultrut is een volwassen kletskous. Wat uit hun smoel is gekomen is schadelijk voor mijn professionele en mentale integriteit. Ik zal ze eeuwig haten deze wijven.”

Onmogelijk moederland

De uitreiking door koning Filip is hoe dan ook van de baan. Daarmee ook de feestelijke aandacht die het de ‘Surinaams-Nederlandse’ literatuur zou opleveren in het buurland. Het Comité Herdenking Slachtoffers Suriname stelt dat “de lange nacht van straffeloosheid in Suriname haar schaduw heeft geworpen over een emancipatoir moment in de geschiedenis van de Prijs der Nederlandse Letteren”.

Roemer heeft geen spijt van haar uitspraken over Bouterse. “Ik denk lang en diep na voordat ik iets publiceer. Ik heb dus echt nergens spijt van. Integendeel. Ik zou mij doodschamen als ik uit vrees voor wie of wat dan ook niet zou durven melden dat ik Astrid H. Roemer onze ex-president Desi Delano Bouterse geen moordenaar wil noemen. En weet je, ik ben niet zo dol op het grondgebied dat ons is opgedrongen na de slavernijtijd en dat wij liefdevol bezingen. Voor mij is Suriname – en ook Nederland – maar een ‘onmogelijk moederland’. Die titel van mijn trilogie past ook goed bij de controverse rond mijn uitspraken.”

Strafproces Decembermoorden

Ex-president Desi Bouterse werd twee jaar geleden bij ‘verstek’ veroordeeld tot twintig jaar voor zijn aandeel in de Decembermoorden.

Bouterse heeft altijd ontkend aanwezig te zijn op het moment van de executies op 8 december 1982 in Fort Zeelandia, waar hij woonde en zijn kabinet had. Wel bood hij in 2007 zijn excuses aan op grond van ‘politieke verantwoordelijkheid’.

Mede op basis van tientallen getuigenverklaringen concludeerde de krijgsraad dat Bouterse met “voldoende mate van zekerheid een cruciale rol had bij de voorbereiding om de slachtoffers van het leven te beroven” en dat hij “een wezenlijke bijdrage geleverd heeft bij de uitvoering van het draaiboek”.

Getuigenverklaringen dat hij niet lijfelijk aanwezig was, vindt de krijgsraad ‘twijfelachtig’. Cruciaal was de verklaring van vakbondsleider Fred Derby, die ook gearresteerd werd maar om onduidelijke reden weer vrijgelaten. Derby overleed al in 2001 maar had zijn getuigenis opgenomen. Volgens Derby nam Bouterse ‘beheerst en koelbloedig’ de beslissingen en van tevoren was afgesproken dat de slachtoffers zouden worden ‘afgemaakt’.

Bouterse gaat in beroep tegen zijn vonnis.

Lees ook:

Gelauwerde schrijfster Astrid Roemer prijst Bouterse, weigert hem ‘moordenaar’ te noemen

De Surinaamse schrijfster Astrid Roemer, die in oktober de prestigieuze Prijs der Nederlandse Letteren krijgt, weigert Desi Bouterse een moordenaar te noemen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden