InterviewUithuisplaatsingen

Al 13 jaar kan niemand toeslagenouder Gerrelain (36) vertellen waarom ze niet zelf voor haar kinderen mag zorgen

Jevainel (16) werd op zijn vijfde uit huis geplaatst. Drie jaar leefde hij bij pleeggezinnen en in een jeugdinstelling. Hij mocht uiteindelijk terug naar zijn moeder, maar zijn broertje en zusje niet. Beeld Mark Kohn
Jevainel (16) werd op zijn vijfde uit huis geplaatst. Drie jaar leefde hij bij pleeggezinnen en in een jeugdinstelling. Hij mocht uiteindelijk terug naar zijn moeder, maar zijn broertje en zusje niet.Beeld Mark Kohn

De kinderen van Gerrelain, gedupeerde in de toeslagenaffaire, werden bijna 13 jaar geleden uit huis geplaatst. De redenen daarvoor zijn haar altijd onduidelijk gebleven. Volgens haar is er later nooit goed onderzoek gedaan of ze haar kinderen alsnog zelf groot kon brengen. ‘Het is vechten tegen een machtsblok’.

Kristel van Teeffelen en Laura van Baars

In de grote Surinaamse familie van Gerrelain (36) was zoiets onbestaanbaar: dat je eigen kinderen bij je worden weggehaald. Ze durfde het hen dan ook nauwelijks te vertellen toen ze in februari 2009 na zes uur te zijn vastgehouden op het politiebureau, alleen en zonder jas weer op straat werd gezet.

Binnen in het bureau, of misschien al wel op een crisisopvang, zaten haar drie kinderen van 3 maanden, 2 en 5 jaar. Eerder op die dag was de politie het huis in de Amsterdamse Bijlmer binnengevallen, waar ze nog verbleef in verband met de vroege geboorte van haar zoontje. Ze werd geboeid en geblinddoekt, vertelt ze. Haar kinderen werden in een mum van tijd meegenomen.

De afgelopen dertien jaar sprak Gerrelain, gedupeerde in de toeslagenaffaire, met bijna niemand over hoe ze haar kinderen kwijtraakte. Voor het eerst doet ze nu haar eigen verhaal. Samen met haar oudste zoon Jevainel (16) en Greetje Verheul, inmiddels gepensioneerd, maar destijds betrokken bij het gezin als coördinator Lokaal Zorg Netwerk van de GGD in Rotterdam. Ook een tweede hulpverlener is aangeschoven bij het gesprek. Ze wil niet met haar naam in de krant om de verdere hulp aan Gerrelain niet te bemoeilijken. Wel bevestigt ze haar verhaal.

Kinderen weggehaald zonder enig persoonlijk onderzoek vooraf

Wat ging er aan de uithuisplaatsing vooraf? Gerrelain heeft het dossier van jeugdzorg op basis waarvan haar kinderen werden weggehaald ondanks herhaaldelijk vragen nooit gekregen. Ook pogingen van het Hulpteam toeslagen van de gemeente Rotterdam, die gedupeerden van de toeslagenaffaire bijstaat, en de kinderombudsman in de Maasstad om het dossier bij Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) boven tafel te krijgen, mislukten. JBRR wil desgevraagd niet op Gerrelains casus ingaan. Algemeen beleid is dat ouders van kinderen onder de 12, die nog ouderlijk gezag hebben, de dossiers mogen inzien als dat niet schadelijk is voor het kind, laat een woordvoerder weten.

Greetje Verheul is teleurgesteld over de ‘nietszeggende’ reactie van JBRR. Gerrelains kinderen waren erg jong toen zij het ouderlijk gezag nog had en de dossiers zou ze moeten hebben kunnen inzien. Toch is dat sinds 2009 niet meer gebeurd. “Gerrelains kinderen waren 3 maanden, 2 jaar en 5 jaar toen ze bij haar weggehaald zijn zonder enige persoonlijk onderzoek vooraf. Drie jaar later verloor zij het ouderlijk gezag pas. JBRR gaat in de reactie niet in op deze situatie, ook een blijk van medeleven ontbreekt. Dat is voor een professionele organisatie die zich met het welzijn van kinderen bezig houdt op zijn minst verbazingwekkend.”

Jevainel belandde uiteindelijk in een jeugdinstelling. Beeld Mark Kohn
Jevainel belandde uiteindelijk in een jeugdinstelling.Beeld Mark Kohn

Ze werd onterecht beschuldigd van fraude met kinderopvangtoeslag

Wat Gerrelain te weten is gekomen is dat er halverwege 2008 door haar maatschappelijk werker een melding is gedaan bij jeugdzorg. Verheul had Gerrelain doorgestuurd naar maatschappelijk werk voor schuldhulpverlening. Gerrelain, toen een 22-jarige student en zwanger van haar derde kindje, had 27.000 euro schuld bij de Belastingdienst. Ze werd, onterecht zo bleek later, beschuldigd van fraude en moest haar kinderopvangtoeslag terugbetalen. “De documenten waarmee ik probeerde aan te tonen dat ik niet gefraudeerd had, raakten op het belastingkantoor steeds zoek”, zegt Gerrelain. “Steeds ging ik naar het kantoor in Rotterdam en elke keer kreeg ik er weer een boete bovenop.” Haar schuld liep op tot 47.000 euro.

Gerrelain had veel stress door de financiële problemen. Haar maatschappelijk werker was slechthorend, wat communicatieproblemen opleverde. Ze voelde zich niet goed geholpen. In plaats van naar afspraken met maatschappelijk werk, ging Gerrelain naar Verheul als ze hulp nodig had.

Verantwoording

Trouw sprak voor dit verhaal met Gerrelain, haar zoon Jevainel, gepensioneerd hulpverlener Greetje Verheul, een andere betrokken hulpverlener en een medewerkster van het Hulpteam Toeslagen 010, die bekend is met de casus van Gerrelain. De volledige namen van al deze personen zijn bekend bij de hoofdredactie. Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) is ook om een reactie gevraagd. De organisatie, die destijds verantwoordelijk was voor de uithuisplaatsing van de kinderen, zegt niet op individuele casussen in te kunnen gaan vanwege de bescherming van de privacy van kinderen en hun ouders. Sinds 2012 valt het gezin van Gerrelain onder verantwoordelijkheid van het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering.

Op de dag van de geboorte van haar zoontje werden haar kinderen onder toezicht gesteld

Toen vond ze in januari 2009 een brief van jeugdzorg in de bus van haar woning in Rotterdam. Ze verbleef op dat moment al een paar maanden in Amsterdam, nadat haar vliezen te vroeg waren gebroken en ze daar in het ziekenhuis belandde en er na haar bevalling naar afspraken met het consultatiebureau ging.

“Op 28 november werd mijn zoontje geboren. Op exact die dag is door een rechter besloten dat mijn kinderen onder toezicht van jeugdzorg werden gesteld. Ik wist van niets. Ik had geen enkel bericht ontvangen over een zitting of wat dan ook.” De brief die ze in januari vond was de eerste brief van jeugdzorg die ze kreeg, zegt Gerrelain. “Ik haalde regelmatig mijn post op in Rotterdam.” Ook Verheul wist van niks.

Gerrelain kreeg een tijdelijke gezinsvoogd aangewezen. Op 20 februari 2009 dacht ze met hem een kennismakingsgesprek te hebben. In plaats daarvan verschenen er volgens haar zo’n vijftien agenten, die het huis omsingelden. Ze werd direct geblinddoekt en geboeid. Haar kinderen hoorde ze huilen. Uithuisplaatsingen verlopen vaker op deze manier, bevestigt Gerrelains hulpverleenster. “Agenten en jeugdzorg weten vooraf niet op hoeveel weerstand ze stuiten.”

Jevainel was bang in het pleeggezin waar hij werd geplaatst

Wat Jevainel, toen 5 jaar, vervolgens meemaakte, heeft hij op papier gezet. Hij had een moeilijke start in zijn leven, omdat hij al met 26 weken werd geboren. Volgens zijn moeder verklaren de zorgen en vele ziekenhuisbezoeken in zijn jongste jeugd ook hun sterke band. “Ik was in de eerste jaren altijd bij haar”, zegt Jevainel. Hij denkt dat de uithuisplaatsing daarom zo zwaar was.

“Het eerste pleeggezin kan ik me niet goed herinneren. Ik werd na enige tijd tijdelijk overgeplaatst naar het pleeggezin waar mijn broertje al verbleef. Maar in dat gezin ging het helemaal niet goed. De vrouw was altijd negatief over mijn moeder en zei dat ik nooit naar huis zou gaan. Ze vond mijn moeder niet aardig. De man sloeg zijn vrouw. Dan kroop ik samen met mijn broertje achter de bank. Ik ging dan altijd poepen in mijn broek door angst.”

Ook in het derde pleeggezin waar hij terecht kwam, ging het volgens Jevainel niet goed. “Er werd veel gedronken. Daarom heb ik nu moeite als ik alcohol zie. Ik vind het heel vies en stinken.”

Jevainel doet nu de studie Horeca & voeding, en dat gaat goed. Zijn moeder is trots. Beeld Mark Kohn
Jevainel doet nu de studie Horeca & voeding, en dat gaat goed. Zijn moeder is trots.Beeld Mark Kohn

Jevainel liep weg uit de jeugdinstelling

Uiteindelijk kwam Jevainel bij een jeugdinstelling in Oostvoorne terecht. Hij voelde zich daar niet thuis, vertelt hij. “Altijd als mijn moeder weer wegging na een bezoek, moest ik huilen. Ik wilde met haar mee, maar dan werd ik hard aangepakt. Ik ben ook een keer weggelopen en toen moest ik daarna voor straf heel lang op mijn kamer zitten. Als ik eraf kwam, ging het alarm bij de deur af. Ik heb daar vaak lang gezeten. Ze zeiden ook dat als ik in mijn broek zou blijven poepen, ik nooit meer naar huis kon gaan.”

Een gezinsbegeleidster in Oostvoorne heeft zich er na een jaar uiteindelijk sterk voor gemaakt dat Jevainel kon terugkeren naar zijn moeder. Ook omdat ze hem lastig vonden, denkt Gerrelain.

Op het moment dat Jevainel terugkwam naar huis, werd het ouderlijk gezag voor haar andere twee kinderen door de rechter op verzoek van jeugdzorg juist beëindigd. Zij waren toen 3 en 5 jaar oud. Een betrokken medewerkster van het Hulpteam Toeslagen van de gemeente Rotterdam noemt het onbegrijpelijk dat er niet meer moeite gedaan lijkt te zijn om ook de andere kinderen terug bij hun moeder te krijgen.

Een keer kwam jeugdzorg op bezoek

Volgens Gerrelain is er nooit goed onderzoek gedaan of ze in staat was haar kinderen zelf groot te brengen. Een keer, vijf maanden na de uithuisplaatsing, kwam jeugdzorg bij haar op bezoek. “Ze hadden niets negatiefs te zeggen. Ze vonden mijn woning goed ingericht.”

Ook moest ze een keer laten zien dat ze goed voor haar baby kon zorgen. Het was een half jaar nadat de kinderen waren weggehaald. “Een maand zat ik een gezinshuis, waar een medewerker mij met een camera de hele dag in de gaten hield. Normaal zaten er meer moeders, maar omdat het gezinshuis ging sluiten, zat ik er alleen. De tv mocht niet voor vier uur aan, maar wat kon ik anders in dat huis doen dan tv kijken? Ik moest op gezette tijden koken en de baby zijn slaapjes laten doen. Ik mocht wel naar de supermarkt om de hoek, maar niet mijn oma bezoeken in Den Haag om bij haar te zijn. Soms kwam de medewerker kijken naar hoe ik kookte en omging met de baby. Uiteindelijk zei mijn familie: kom toch gewoon hierheen. Dat heb ik gedaan. Daarop raakte ik mijn baby toch weer kwijt.”

Aantallen uithuisplaatsingen in de toeslagenaffaire niet exact bekend

Het CBS becijferde op verzoek van de Tweede Kamer dat binnen de gezinnen in de toeslagenaffaire sinds 2015 1115 kinderen uit huis geplaatst werden. De uithuisplaatsing van de kinderen van Gerrelain dateert van 2009, en is net als heel veel andere uithuisplaatsingen nog niet in de cijfers opgenomen. De Kamer gaat ervan uit dat dit aantal van 1115 in werkelijkheid dan ook veel groter is, aangezien er naar schatting 95.000 kinderen betrokken zijn bij het toeslagenschandaal. Het is moeilijk om het precieze aantal vast te stellen, omdat cijfers over uithuisplaatsingen pas sinds 2015 centraal worden bijgehouden.

Om meer zicht te krijgen en hulp te bieden, heeft de Kamer in een motie gevraagd om een nationaal meldpunt voor toeslagenouders wiens kinderen uit huis geplaatst zijn. Daartoe heeft minister Dekker voor rechtsbescherming niet besloten: ouders moeten zich bij gemeenten melden. Daar moet een speciale dienst de ouders ondersteuning bieden om duidelijkheid te krijgen over hun situatie. In Rotterdam worden deze gesprekken nu bijvoorbeeld gestart.

Er was een melding over huiselijk geweld

Nu, bijna dertien jaar later, zeggen Gerrelain en Verheul nog steeds niet te begrijpen hoe die uithuisplaatsing kon gebeuren. Gerrelain weet dat de melding van maatschappelijk werk aan jeugdzorg over haar financiële situatie niet de enige melding was. Zo kon ze op haar negentiende geen vast adres doorgeven bij de geboorte van Jevainel. Twee maanden later had ze wel een woning waar ze uiteindelijk dertien jaar bleef.

Kort voor de uithuisplaatsing was er ook een incident met een hond. “Ik had in Amsterdam de politie gebeld, omdat ik bang was voor de hond die de vader van mijn kinderen in huis had achtergelaten. Het was een Amerikaanse Stafford, hij reageerde heel agressief. De agenten zijn gekomen en hebben de situatie opgelost.”

En er was een melding over huiselijk geweld. Dat was destijds de aanleiding dat Gerrelain met Verheul in contact kwam. Haar toenmalige partner, de vader van haar kinderen, had Gerrelain geduwd terwijl zij zes maanden zwanger was van haar tweede kindje. Gerrelain deed aangifte en handelde de situatie goed af, zegt Verheul. Het ging om een incident.

‘Het is vechten tegen een machtsblok’

Op papier lijken al de meldingen veel ernstiger dan de situatie in werkelijkheid was, zeggen Verheul en Gerrelain. Als hulpverlener denkt Verheul dat als zij destijds op de hoogte was geweest van het onderzoek van jeugdzorg, ze duidelijk had kunnen maken dat hier weliswaar een jonge moeder met schulden stond, maar ook iemand die goed voor haar kinderen zorgde. En die bovendien beschikte over een grote, hechte familie als vangnet.

Inmiddels zet Verheul zich al jaren in om de volgens haar onterechte uithuisplaatsing terug te draaien. Talloze brieven schreef ze. Zonder succes. Verheul: “Het is vechten tegen een machtsblok. Dat wordt gevoed door het door jeugdzorg geschreven dossier gebaseerd op hún interpretaties, meningen en misvattingen. Diverse kinderrechters en gezinsvoogden namen dat telkens weer blindelings over.”

Haar kinderen zag ze alleen in aanwezigheid van anderen

Gerrelain vertrouwt niemand meer. Ze heeft zich vanaf het begin getergd gevoeld. De rechters die de afgelopen jaren beslissingen namen in haar dossier, heeft ze naar eigen zeggen allemaal uitgescholden.

Haar boosheid wordt niet begrepen, zegt Verheul: “Ze is als een gewonde tijgerin wier welpen in gevaar zijn. Ze haatte en haat iedereen die hier een aandeel in heeft. Ze heeft intense pijn om haar kinderen en is woedend om het onterecht gemene oordeel over haar moederschap.” Haar kinderen zag Gerrelain alleen in aanwezigheid van hun pleegouders, de gezinsvoogd en een gedragswetenschapper. Een onacceptabele, spanningsvolle situatie, vindt Verheul.

Het dieptepunt voor Gerrelain was toen ze borstkanker kreeg. “Ik mocht dat mijn kinderen niet vertellen. Jeugdzorg zei dat het te belastend zou zijn.” Onmenselijk, vindt ze.

Weinig begrip voor haar Surinaamse cultuur

In 2012 kreeg Gerrelain haar vierde kindje. Die groeit, net als Jevainel, bij haar op. Waarom kunnen haar twee andere kinderen niet ook naar huis komen, vraagt ze zich af. Deze week heeft ze een gesprek met Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond. Via het Hulpteam Toeslagen 010 zoekt die organisatie contact met alle toeslagenouders uit de regio wiens kinderen uit huis zijn geplaatst. JBRR zegt tijdens deze gesprekken kritisch naar de besluiten uit het verleden te kijken, en te onderzoeken of er herstelmogelijkheden zijn.

De ‘witte mensen’ hebben vaak maar weinig begrip voor haar Surinaamse cultuur, zegt Gerrelain. De plekken waar haar kinderen zijn ondergebracht hebben geen verwantschap met haar cultuur en opvoedstijl. “Mijn dochter heeft kroeshaar”, zegt Gerrelain. “Ze vroeg mij, toen ze nog in het pleeggezin zat, of ik het voor haar wilde vlechten, want daar weet niemand hoe dat moet. Later bleek dat ze mijn dochters haar maar helemaal hebben afgeknipt.” Haar zoontje (12) zit bij een gereformeerd gezin. “Ik ben ook gelovig”, zegt Gerrelain, “maar dit is toch iets anders.”

“Mijn broertje is altijd bang of zenuwachtig om verkeerde dingen te zeggen”, zegt Jevainel. “Hij is verlegen, maar hij is ook altijd blij om ons te zien. Mijn moeder neemt altijd kadootjes mee.” Jevainels zus (14) zit inmiddels in een jeugdinstelling. “Als ze mijn moeder ziet, lacht ze en ze is altijd heel blij met de spullen die ze krijgt.”

‘Ik stond jaren in de overlevingsstand’

“Ik ben verwend”, geeft Jevainel toe. Zijn studie Horeca & voeding gaat goed, zegt hij. Volgend jaar hoopt hij verder te leren bij de marechaussee. Zijn moeder is trots. “De schulden hebben mij nooit belemmerd om voor mijn kinderen te zorgen. Als de keuze was tussen schulden afbetalen of spullen voor mijn kinderen, was die keuze snel gemaakt. Maar ik stond wel al die jaren in overlevingsstand.”

Bij jeugdzorg ervaren ze vooral onbegrip, zeggen Verheul en de andere betrokken hulpverlener. Bij pogingen om het contact tussen moeder en kinderen te herstellen, stuiten ze op een muur. Het zou niet goed zijn voor de kinderen. Kort voor Kerst heeft Gerrelain na veertien maanden voor het eerst haar dochter weer gezien. Een besluit over het verzoek tot omgang van Gerrelain wordt telkens weer met een paar maanden uitgesteld. En de tijd tikt door.

Volgens Verheul heeft jeugdzorg te weinig oog voor het belang van de biologische band tussen ouder en kind in dit gezin. “Dit terwijl juist de biologische band zo existentieel en waardevol is voor de ontwikkeling van elk kind.”

Lees ook:

Na schulden van zijn moeder werd Rynaldo uit huis geplaatst. Nu blikt hij terug

Het onderzoek naar de uit huis geplaatste kinderen van gedupeerden van de toeslagenaffaire gaat nog een jaar duren. Rynaldo is een van de kinderen die het overkwam. Inmiddels is hij achttien en wil hij zijn broertjes en zusjes helpen.

Onderzoek naar uithuisplaatsing kinderen van de toeslagenaffaire dreigt fouten vakkundig toe te dekken

Het onderzoek naar de uithuisplaatsing van kinderen door de toeslagenaffaire zal, als het aan de minister voor rechtsbescherming ligt, worden uitgevoerd door juist die instanties die de fout in gingen. Zo gaat de onderste steen zeker niet boven komen, stelt kinderrechtenadvocaat Christiane de Waele.

Jeugdbescherming onder druk. ‘Er klinkt zoveel negativiteit over ons. Dat is onterecht’

De enorme werkdruk en het personeelstekort bij de Jeugdbescherming lopen uit de hand. Bestuurders waarschuwen dat er nu wat aan gedaan moet worden. Ondertussen ligt hun werk meer dan ooit onder het vergrootglas. ‘Mensen die te maken kregen met de toeslagenaffaire, kloppen bij ons aan omdat ze vinden dat hun kinderen onterecht uit huis zijn geplaatst.’

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden