Adri Kemps in zijn tijd als directeur van Amnesty International Nederland.

NaschriftAdri Kemps (1955-2020)

Adri Kemps wilde de wereld menselijker maken

Adri Kemps in zijn tijd als directeur van Amnesty International Nederland.Beeld ANP

Adri Kemps ademde mensenrechten. Zijn drijfveer voor rechtvaardigheid bracht hem op plekken in de wereld waar die rechten onder druk stonden. Hij vond het makkelijk hulp te vragen voor een ander.

 De woorden op zijn overlijdenskaart geven weer hoe Adri Kemps in het leven stond:

‘Standvastig als een boom,

geworteld in rechtvaardigheid,

verbindend in zijn aard,

reikend naar vrede’

Adri’s leven draaide om rechtvaardigheid en menselijkheid. Als 17-jarige vakantiewerker keerde hij al samen met een jongere collega zijn loonzakje om op tafel, zodat ze het verdiende geld fiftyfifty konden delen. Do no harm was altijd zijn uitgangspunt. Hij vond het makkelijk hulp te vragen voor een ander.

Als student politicologie in de roerige jaren zeventig in Amsterdam ontdekte hij samen met studievriend Maurits Groen de strijd voor mensenrechten. Brievenacties, bijeenkomsten, dictatoriale regimes bekritiseren: uit volle overtuiging stortte Adri zich erin. Hij kon niet bevroeden dat hij jaren later zelf directeur zou worden van Amnesty Nederland en het thema mensenrechten in ons land en daarbuiten stevig op de kaart zou zetten.

Een vreemde eend in de bijt van ngo's

Adri was zijn hele leven actief voor de PvdA; in landelijke (buitenland)commissies en voor de afdeling Haarlem, waar hij later woonde. Begin jaren tachtig bouwde hij met onder anderen vriend Bram van Ojik actiegroep Nio op, de Nieuwe Internationale Economische Orde, een lobbyclub gericht op het verbeteren van de positie van ontwikkelingslanden op het gebied van handelsrelaties, grondstofprijzen en de macht van multinationale bedrijven – een vreemde eend in de bijt van de ngo’s en andere lobbyclubs.

Adri’s politieke gedrevenheid had hij niet direct van huis uit meegekregen. Hij kwam uit een katholiek Brabants gezin en had een zus en drie broers. Zijn ouders, Johanna Kroon en Janus Kemps, bestierden een zuivelzaak en wasserette in Eindhoven. Hardwerkende middenstanders die hun kinderen al jong meetrokken in die werkstand, al maakten ze ook lange reizen door Europa – vrij uniek in die jaren. Adri’s charme en overredingskracht keek hij af van zijn vader als die klanten ging werven voor de melkwijk. En van zijn moeder leerde hij dat je iets kon bereiken als je je er stevig voor inzette.

Als jong kind was hij veel ziek, hij lag eindeloos lang in zijn bedje en al kon hij zich goed vermaken, het tekende hem wel. Een goede gezondheid was voor hem niet vanzelfsprekend. Hij had weinig vriendjes en zijn broers ging allemaal naar kostschool, waardoor ze niet in een hecht gezinsverband opgroeiden. Dat hij leidinggevende capaciteiten bezat, ontdekte hij bij de verkenners van de scouting. En als student leerde hij dat je met goede argumenten en strategische acties iets kon betekenen voor mensenrechten, en de onderdrukte bevolking in Latijns-Amerika in het bijzonder. Dat werelddeel boeide hem bovenmatig vanwege de politieke omwentelingen die daar plaatsvonden.

Ontwikkelingswerk in Nicaragua

In die tijd kreeg hij een relatie met Marijke Verhage, die hij leerde kennen bij Amnesty. Ook zij had een voorliefde voor Latijns-Amerika en vertrok voor ontwikkelingswerk naar Nicaragua. Twee jaar later volgde Adri en ze woonden en werkten er tot 1991 samen, waarbij hij zich inzette voor ontwikkelingsorganisatie SNV en voor DGIS, de afdeling Internationale Samenwerking van Buitenlandse Zaken. Aan het einde van die periode werd dochter Anna Terra geboren en eenmaal terug in Nederland kregen ze nog een zoon, Fabian.

In 1993 werd Adri directeur van Amnesty Nederland, hij maakte lange werkdagen en bezocht veel internationale conferenties. Het gezinsleven ging veelal aan hem voorbij: het werk vroeg altijd aandacht. Marijke ving veel op en ’s avonds faxten de kinderen tekeningen en briefjes naar hun vader, die hij op zijn werkkamer hing. Als het even kon was hij een actieve sporter: hij mocht graag zwemmen, hardlopen en diepzeeduiken.

Praten was Adri’s fort, ook in andere talen. Hierin liet hij zich niet hinderen door enige regels van grammatica of uitspraak, wat wel­eens voor kromme tenen zorgde, maar meestal ontwapenend werkte. Zijn standaard openingszin was: “Zeg, mag ik eens wat vragen?” Om vervolgens die persoon het hemd van het lijf te vragen. Hiermee zette hij veel mensen op het goede spoor. Ook zijn kinderen hadden veel aan die eigenschap toen ze een studie moesten kiezen.

De taaiheid van machtsverhoudingen

Adri was analytisch sterk. Een visionair bestuurder met een goede antenne voor alle politieke belangen. Hij zag de grote lijnen en wist: de wereld verbeteren lukt niet in één dag. Hij dacht in kleine stappen en was zich bewust van de taaiheid van bestaande machtsverhoudingen. Hij zag haarscherp wie hij kon inzetten om in een politiek gevoelig dossier beweging te krijgen, hierin geïnspireerd door politicus Max van der Stoel en jurist Theo van Boven.

Doortastend was Adri ook. Zo hoorde hij in 1998 via via dat de Chileense dictator Augusto Pinochet in een chique Amsterdams hotel logeerde. Hij kwam meteen in actie en zorgde ervoor dat Pinochet vanaf dat moment gevolgd werd en even later in Londen kon worden gearresteerd om berecht te worden voor zijn schrikbewind. Een diplomatieke rel volgde. Na een jaar gevangenschap kwam hij weer vrij, maar Adri had wel een belangrijk internationaal signaal afgegeven: ook machtige misdadigers moeten blijven vrezen voor vervolging.

Als strateeg wist hij dat hij voor de goede zaak moest waken voor negatieve bijeffecten. Toen na het internationaal agenderen van martelingen er een golf aan politieke verdwijningen volgde, richtte hij zijn pijlen daar op. Zo bleef hij volharden. Door eindeloos met mensen in gesprek te gaan, kreeg hij het vaak voor elkaar om uiteenlopende opinies te verenigen. Als alle betrokkenen murw waren van het lange vergaderen, soms tot diep in de nacht, kon hij gerust nog een nieuw onderwerp aansnijden. Onverstoorbaar en onvermoeibaar.

Brandhaarden en genocides: het werk was nooit af

Onder zijn leiding groeide Amnesty en kwam er meer aandacht voor politieke gevangenen. Adri pronkte niet snel met zijn successen, maar genoot wel als iets lukte. Hij had persoonlijk actiegevoerd voor de gevangen vakbondsvrouw Dita Sari uit Indonesië. Dus toen zij na haar vrijlating voor werkbezoek naar Amsterdam kwam, zag hij dat als hoogtepunt in zijn carrière. Maar er bleven nog zoveel brandhaarden en genocides over die aandacht nodig hadden: het werk was nooit af.

Zijn afwezigheid in het gezin kostte hem bijna zijn relatie. Marijke had een baan op het oog als adviseur voor een boerenorganisatie in Nicaragua – de kinderen waren 9 en 11 jaar. Tot ieders verbazing zegde Adri zijn baan op, ging mee en werd huisman. Dat was voor iedereen even schakelen. Ineens was hij dag in dag uit thuis, gaf de kinderen bijles en regelde huishoudelijke zaken. De band met de kinderen werd hechter. Al werd hij ook daar weer actief in diverse projecten: stilzitten was er niet bij.

Na drie jaar keerden ze terug, toen de kinderen naar de middelbare school gingen. Adri kreeg een aanstelling als directeur bij het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF). In die tijd klonk er veel kritiek op de rol van het CBF als waakhond. Zijn volhardende en consequente aanpak, die soms wat stuurs overkwam, werd niet door iedereen begrepen. Hem werd rechtlijnigheid verweten. Als mens had hij zich het meest in zijn element gevoeld in het ontwikkelingswerk, meer dan in het bestuurlijke pak dat hem nooit comfortabel om de schouders hing.

‘Ik heb mijn best gedaan’

Wel initieerde hij een keurmerk voor kleine goede doelen, introduceerde een resultaat- en impactmeting en het online register. Het was een stressvolle tijd, er was altijd iets aan de hand. Op zijn 58ste kreeg Adri een herseninfarct – een enorme tegenslag. Hij wilde nog zoveel, maar trad terug als CBF-bestuurder. Intussen woonde Marijke op zichzelf.

Na een intensief revalidatietraject kon hij het niet laten: hij werd vrijwilliger bij het Internationaal Helsinki Comité. Ook de PvdA en het Nicaragua Comité konden nog altijd op hem rekenen, evenals zonnepanelencoöperatie de KweekZon in Haarlem en woongemeenschap Het Groene Huis, waar Marijke en hij toch weer samen zouden gaan wonen. Adri leerde meer rustmomenten in te lassen: hij las graag biografieën en historische romans als luisterboek.

Maar het liefst voerde hij gesprekken met vrienden en collega’s die hem al die jaren trouw zijn gebleven. Toen hij kortgeleden hoorde van zijn ongeneeslijke ziekte, hield hij het aanvankelijk even stil, maar toen duidelijk werd dat hij nog maar een paar weken te leven had, deelde hij het openlijk. Daarna ontving hij een stroom aan brieven en telefoontjes uit alle hoeken van de wereld. Adri voelde zich meer dan gezien. Hij vond het jammer, maar was realistisch: “Ik heb mijn best gedaan”, zei hij op een van zijn laatste avonden.

Adrianus Johannes Jozef Kemps werd geboren op 18 januari 1955 in Eindhoven en stierf op 13 mei 2020 in Haarlem.

Lees ook: 

Van de ov-fiets tot een houten wolkenkrabber, de gedreven Boukje leefde om te creëren

Boukje Bügel-Gabreëls wilde iets creëren, iets neerzetten in haar leven. Dat deed ze als directeur bij KPN en de NS en toen ze op haar 45ste architectuur ging studeren, kwamen al haar talenten samen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden