Marian Mudder: 'Ik voel me nu weer zoals het vrolijk huppelende meisje uit Overschie.'

Tien gebodenMarian Mudder

Actrice en schrijfster Marian Mudder: ‘Vroeger loog ik over wie ik was en hoe ik me voelde’

Marian Mudder: 'Ik voel me nu weer zoals het vrolijk huppelende meisje uit Overschie.'Beeld Mark Kohn

Na ‘jaren van eindeloos veel therapieën’ vond actrice, schrijfster en coach Marian Mudder (64) een foto terug van zichzelf als driejarige, in de armen van haar vader. ‘Het hele plaatje zegt maar één ding: ja!’ Naar dit meisje was ze al die tijd op zoek geweest. Onlangs verscheen bij Ambo/Anthos haar boek ‘Wat ik eerder had willen weten.’

Arjan Visser

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

“God is voor mij een kracht, groter dan mezelf. Het is de natuur, een energie waar ik me aan wil overgeven. Ik heb me er lang tegen verzet, geprobeerd dingen zelf te fiksen, tot ik begon in te zien dat het goede meestal zomaar gebeurt en ik het door mijn inmenging alleen maar kan verprutsen. Nu durf ik mee te gaan in de stroom van het bestaan. Let it be. Laat het leven beslissen.”

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

“Denken is heel lang mijn verslaving, mijn afgod, geweest. Ook het modellenwerk dat ik ooit heb gedaan, mag je daar onder rekenen. Ik zag de beelden in films, op televisie en in de bladen en dacht: zó hoort een vrouw eruit te zien. Ik ben min of meer opgevoed door de Cosmopolitan. Daarin stond precies wat er allemaal mis was met mij, hoe ik mezelf aantrekkelijker kon maken en welke producten ik daarvoor in huis moest halen. Ik dacht: als ik straks net zo mooi ben als die fotomodellen, zal ik pas echt gelukkig worden. Dat is eigenlijk de onderstroom geweest bij alles wat ik heb gedaan: als ik dit doe, dán gaat iedereen van mij houden. Om vervolgens die liefde niet te kunnen voelen omdat ik het belangrijkste was vergeten: van mezelf te houden zoals ik ben.”

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

“Ik heb helemaal geen moeite met God, maar wel met de manier waarop Hij wordt aanbeden. Dit mag niet, dat mag niet. Veel religies gaan over controle en angst, terwijl het geloof volgens mij juist voor vrijheid en liefde zou moeten staan.”

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

“Zondag is mijn favoriete dag. Er is meer rust in mijn hoofd, maar ook in de stad. Ik schrijf het liefst op zondag. Op maandag, als bij ons in de Jordaan de markt wordt opgebouwd, lukt het me niet meer om stil achter de computer te zitten; dan wil ik naar buiten, afspraken maken, mensen ontmoeten. Om doordeweeks mijn rust te bewaren mediteer ik regelmatig. Ik heb op mijn drieëntwintigste mijn eerste meditatiecursus gedaan, maar dat hield ik niet lang vol. Nu snap ik waarom. Ik dacht: ik moet een leeg hoofd hebben! En omdat de gedachten bleven komen, kreeg ik het idee dat ik faalde. Op die manier mediteren werkt zelfafwijzing in de hand; het gaat er juist om dat je je bewust wordt van je omgeving, als een soort blauwe hemel waarin al die gedachten als wolkjes voorbijdrijven.”

V Eer uw vader en uw moeder

“Mijn ouders waren goede mensen, maar ze wisten niet hoe ze hun genegenheid moesten tonen. Nooit een complimentje, nooit een aai over mijn bol. Dat is op zich geen ramp, maar er was ook veel ruzie thuis, eerst tussen mijn vader en mijn broer, later tussen mijn vader en mijn zus. Toen ik een jaar of vijf was, is mijn broer van huis weggelopen. Die toestand gaf veel stress. Bij mijn ouders, maar daardoor ook bij mij. Een kind betrekt nu eenmaal alles op zichzelf. Wat had ik verkeerd gedaan? Ik voelde me slecht, ik ging geloven dat ik slecht was en ontwikkelde zo een patroon dat enorme gevolgen zou krijgen voor de jaren die volgden. Zelfhaat werd mijn basis, ik veranderde van een vrolijke peuter in een puber vol angst en schaamte.

“Ik ben heel lang boos op mijn ouders geweest. Als zij het anders hadden gedaan, als zij me meer onvoorwaardelijke liefde hadden gegeven, zou ik het makkelijker hebben gehad. Dat is gelul natuurlijk, ingegeven door alle mogelijke soorten therapieën die ik heb gevolgd, maar het duurde even voordat ik zelf de verantwoordelijkheid durfde te nemen.

“Toen mijn vader rond mijn veertigste op 80-jarige leeftijd overleed, ben ik gesprekken met mijn moeder gaan voeren. Niet met verwijten, maar vanuit de intentie haar als mens te leren kennen: waarom ben je zoals je nu bent? Hoe is het voor jou om zo te zijn? Ze vertelde me dingen over hoe ze als meisje was geweest, en wat ze allemaal had meegemaakt. Op een gegeven moment kon ik met haar praten over gebeurtenissen uit mijn eigen jeugd die niet zo prettig waren geweest en de liefste reactie die ik tijdens één van die gesprekken kreeg, was: ‘Als ik terugdenk aan die tijd, denk ik: ik leek wel gek.’ Het ontroerde me enorm dat ze alsnog tot zo’n inzicht kwam. Ze ging me ook vaker vasthouden, knuffelen, heel onhandig – want zoiets had ze toen ik klein was nauwelijks gedaan – maar ze deed het wel.

“Als ik bij haar was, bleef ik vaak slapen. Dan wandelden we ’s avonds door het oude dorp van Overschie of we speelden een potje kaart. Precies zoals ze altijd met mijn vader had gedaan. Het voelde als een verzoening want, eerlijk gezegd: als klein meisje hield ik gewoon niet van haar. Ze was emotioneel afwezig. Ik was die eerste jaren van mijn leven vooral op mijn vader gericht, een echt vaderskind, maar tijdens mijn puberteit is het helemaal misgegaan. Hij keurde alles af wat ik deed. Ik ben me enorm tegen hem gaan afzetten, ging dingen doen waar hij op tegen was, hoopte bijna dat hij me zou tegenkomen, met het verkeerde vriendje, dronken, in de kroeg – we namen min of meer afstand van elkaar en het is nooit meer goed gekomen.

“Tijdens die latere gesprekken met mijn moeder heb ik vaak gedacht: wat jammer dat ik niet ook met hém op die manier heb kunnen praten. Ik heb het nog vaak met mijn moeder over mijn vader gehad. Door haar heb ik hem iets beter leren kennen, maar op veel van mijn vragen had zij ook geen antwoord. Mijn ouders hebben nooit echt een gesprek gevoerd; ze zijn allebei in een harde tijd opgegroeid, hebben de oorlog meegemaakt en waren voor mijn gevoel sindsdien een beetje stil blijven staan. Ik had een betrekkelijk oude vader – hij was tien jaar ouder dan mijn moeder en dan was ik ook nog eens een nakomertje – dus ik snap wel hoe het komt dat hij zo weinig van mij begreep. Hij was er ook op tegen dat ik ging toneelspelen.

“Ik herinner me dat ik een keer aan hem vroeg of hij trots op me was. Ja, zei hij. Ik vroeg: ‘Waarom merk ik dat dan nooit?’ En toen kwam er wel een veelzeggend antwoord; hij zei dat hij liever had gezien dat ik voor een huisje-boompje-beestje-bestaan had gekozen. Niet voor mij, maar voor zichzelf: dan hoefde hij zich dáár ten minste geen zorgen meer over te maken. Zorgelijk, dat is het woord dat mijn ouders typeert. En als je dan drie kinderen hebt, wordt het er allemaal niet eenvoudiger op.

“Ze zijn nu allebei dood – mijn moeder is in 2019 op 93-jarige leeftijd overleden – en als ik aan hen denk voel ik liefde, geen verwijten meer. Met mijn moeder heb ik nog kunnen praten, met mijn vader niet en toch voelt het alsof het tussen ons drieën helemaal is goedgekomen en alle wonden zijn geheeld.”

VI Gij zult niet doodslaan

“In de tijden dat ik het leven nogal zwaar vond, heb ik ’s ochtends bij het wakker worden met enige regelmaat gedacht: als er nu een pilletje op mijn nachtkastje had gelegen, dan zou ik het misschien wel hebben ingenomen. Ik vond steeds een uitweg, maar misschien was ik ook wel te laf en heb ik het gewoon niet gedurfd.

“Een tijd geleden vond ik een foto van mij en mijn vader terug. Hij ligt in het zand en kijkt naar het driejarige meisje in zijn armen. Dat blije hoofd van mij, de grote ogen, die blik, recht in de camera. Het hele plaatje zegt maar één ding: ja! Ja! Het raakte me enorm toen ik mezelf herkende en het tot me doordrong hoe volstrekt onbevreesd ik was, hoe ik op iedereen afstapte, hallo, daar ben ik! Helemaal vrij.

“Het heeft lang geduurd – jaren van eindeloos veel therapieën, persoonlijke en spirituele ontwikkeling, in samenwerking met E. F. T. (Emotional Freedom Techniques, red.) die me heeft geholpen om mijn angsten los te laten – maar ik heb haar teruggevonden: ik voel me nu weer zoals het vrolijk huppelende meisje uit Overschie.”

VII Gij zult niet echtbreken

“De geschiedenis van mijn liefdesleven wordt vooral gekenmerkt door verlatings- en bindingsangst. Ik ben op mijn twintigste gaan samenwonen. We hebben veel lol gehad samen, maar ik was niet echt gelukkig met hem. Toen begreep ik daar niets van. Ik durfde niet bij hem weg te gaan, zocht er steeds iemand bij om het voor mezelf goed te houden, maar toen ik na vijfentwintig jaar voor de zoveelste keer iets met een ander kreeg – en die keer écht verliefd werd – besloot ik het patroon te doorbreken en bij mijn partner weg te gaan. Ik houd nog steeds heel veel van hem en ik begrijp nu pas wat er niet klopte aan onze relatie: we waren vrienden, maar pasten als man en vrouw niet bij elkaar.

“De nieuwe, grote liefde in mijn leven was een Noor, een paar jaar jonger dan ik. Toen ik hem tegenkwam, dacht ik meteen: met deze man wil ik graag oud worden. We begrepen elkaar zonder woorden, op een heel diep niveau. Misschien vind je het allemaal heel vaag klinken maar… o, niet? Die relatie gaf mij een groot gevoel van veiligheid en het was ook fantastisch om te ervaren dat hij mijn gevoeligheid begreep. Op een dag kreeg hij, als geoloog, een aanbieding om op Fiji te gaan werken. Hij zou daar twee jaar blijven. Ik schoot van de verlatingsangst in de gillende paniek. Daar wordt je niet bepaald een leuk mens van. Het leek hem in ieder geval beter om de stekker er uit eruit te trekken.

“Het is nu vijftien jaar geleden. Ik heb er oneindig veel verdriet van gehad, maar ben toch geheeld uit die periode tevoorschijn gekomen. Ik heb na de Noor bewust een relatiepauze ingelast; ik moest eerst nog een paar dingen rustig verwerken en dat lukt niet als je geïnvolveerd bent. Het heeft me goed gedaan. Ik ben gaan inzien dat die ene, romantische liefde niet zaligmakend is. Als er nu naar mijn liefdesleven wordt gevraagd, zeg ik: het gaat fantastisch want ik heb me niet eerder zó geliefd gevoeld.”

VIII Gij zult niet stelen

“Dat ik het beter heb dan mensen in arme landen, maakt mij nog geen dief – zo rijk ben ik ook niet trouwens – maar als we het toch over schuldgevoelens hebben, denk ik eerder aan het milieu. Ik steel van de aarde door auto te blijven rijden en vliegtickets te kopen. Ik doe van alles iets minder, eet nauwelijks vlees, koop duurzame spullen, probeer op mijn vierkante centimeter zo goed mogelijk te leven, maar wat die auto en het reizen betreft is het niet anders: daar wint de hedonist in mij het nog altijd.”

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

“Vroeger loog ik over wie ik was en hoe ik me voelde. Ik had nooit geleerd om een open gesprek aan te gaan, wist niet hoe ik moest communiceren. Ik gedroeg me zoals het me was voorgedaan, heb op een bepaalde manier de patronen van mijn ouders overgenomen, maar er zat toch ergens, diep van binnen, iets in mij dat zich niet liet weggummen. Ik voelde een verlangen om het ánders te doen, maar wist niet precies hoe en was bovendien te angstig om me los te maken van de kudde.

“Het is goed mogelijk dat ik daarom ook voor het acteerwerk heb gekozen; daar kon ik een masker opzetten, mezelf achter een personage verschuilen. Ik kreeg de woorden die ik moest zeggen aangereikt. Dat is heel comfortabel, op een bepaalde manier. Als we elkaar in die periode hadden gesproken, was dit een héél ander gesprek geworden. Ik zou me anders hebben voorgedaan dan ik ben. Dat doe ik al lang niet meer. Dat merk je toch wel? Ik ben eerlijk. Ik schaam me nergens meer voor.”

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

“Volgens mij ben ik minder begerig geworden. Ik heb een hoop ballast afgegooid, ik heb leren relativeren, vind veel dingen lang niet zo belangrijk meer als – laten we zeggen – twintig jaar geleden. Toen was ik nog heel ambitieus. Als reactie op die zelfafwijzing had ik een voortdurende behoefte aan bevestiging: doe ik het zo goed? Ben ik zo goed genoeg? Die prikkels zijn weggevallen. Inmiddels heb ik mezelf volledig geaccepteerd. Sterker nog: het lijkt wel alsof het leven alleen maar crescendo gaat en ik steeds gelukkiger word. Ik ben nieuwsgierig, ik onderneem nieuwe dingen; mijn leven begint pas! Zo voelt het. Zo voelt het echt.”

Marian Mudder

Marian Mudder (Rotterdam, 1958) studeerde psychologie, volgde de toneelopleiding en verwierf landelijke bekendheid met haar rol als Vera Prins in te tv-serie Baantjer. In 2009 debuteerde ze als schrijfster met de roman Geluksblind. Later volgden De perfecte minnares (2011) en Volgende keer bij ons (2012). Sinds enige jaren is ze actief als coach en therapeut, gespecialiseerd in angstproblematiek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden