null Beeld Colourbox
Beeld Colourbox

EssayNaastenliefde

Mijn verdriet en teleurstelling om de keiharde katholieke kerk

Het nieuwste boek van kardinaal Eijk maakt eens en te meer duidelijk waar het misgaat met de katholieke kerk, schrijft Reinout Wibier. Die kerk verkiest stram zwart-witdenken boven Jezus’ gebod van naastenliefde.

Reinout Wibier

Waartoe zijn geloof en kerk op aarde, zou je je kunnen afvragen na het verschijnen van het boek De band van de liefde van kardinaal Eijk. Daarin behandelt hij de katholieke visie op de lichamelijke liefde. Hoewel het standpunt dat seksuele relaties tussen homoseksuelen en ongehuwden ‘tegen Gods scheppingsorde zijn’, niet nieuw is, is het opnieuw zo dwingend onder de aandacht brengen van dit soort standpunten iets wat vooral pijn, verdriet en onbegrip veroorzaakt.

Het is voor mij de aanleiding om een stuk te schrijven over mijn verdriet en teleurstelling in de katholieke kerk.

Reinout Wibier (1976) is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg en redacteur essays bij literair tijdschrift Liter. Tussen 2000 en 2013 was hij advocaat in Amsterdam.

Toen ik vijftien was, mijn dagen sleet op het gymnasium en mijzelf, geplaagd door uitslaande aanvallen van acne met loden schoenen en slecht voorbereid naar de les Grieks sleepte, was de kerk mijn enige veilige haven. Het was de plek waar ik mij geaccepteerd voelde in plaats van ongewenst. Geliefd in plaats van walgelijk. Omringd door vrienden, in plaats van op zoek naar erkenning.

Dat kwam zo. Mijn moeder had mij verplicht naar een introductie-avond van het jongerenkoor gestuurd. Daar had ik net zomin zin in als in het stampen van Griekse werkwoordvervoegingen, maar na haar plechtige belofte dat het eenmalig zou zijn als ik het niet leuk vond, meldde ik mij op een vrijdagavond bij de kerk.

De warmte van de dag was opgeslagen in de stenen van het kerkplein en aan een tafeltje met een parasol zaten twee vrouwen en twee mannen, het bestuur van het jongerenkoor in berustende afwachting, voor zich een wijnglas druipend van condens. Even dacht ik nog, ik vlucht. Ik ga wel een frietje halen bij de bowlingbaan voor ik terugfiets, niemand die kan controleren of ik echt ben geweest.

Maar het was al te laat. Een man van in de twintig in een blauw streepjesoverhemd, de mouwen nonchalant opgestroopt, was opgestaan, glas in de hand en zwaaide dat ik welkom was en ik voelde mij direct thuis. Ik kreeg bij dat jongerenkoor, misschien wel voor het eerst, het gevoel dat ik er ook mocht zijn.

Hoewel ik mijzelf in een poging het juk van zonden af te leggen enige tijd heb proberen te bekeren tot het atheïsme, keerde ik steeds weer terug onder de beschermende deken van de kerk. Een zondags rustpunt. Een plaats van vrede. Een perspectief van hoop. Een omgeving waarin liefde werd gesteld tegenover de afgrond van het nihilisme. Een geloof dat zelfs aan menselijk lijden zin geeft. Een geloof dat geweldloos verzet tegen onrecht propageert. Een geloof dat armen, onderdrukten en verschoppelingen zalig verklaart. Een geloof dat niemand uitsluit.

Bemin uw naaste

Als Jezus wordt gevraagd wat het grootste gebod is, antwoordt hij: ‘Het eerste is: Hoor, Israël! De Heer onze God is de enige Heer. Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht. Het tweede is dit: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Er is geen ander gebod voornamer dan deze twee.’

Er zijn dus drie geboden, zegt Jezus, die allemaal even belangrijk zijn: God liefhebben met alles wat je hebt, je naaste liefhebben met hetzelfde enthousiasme en jezelf liefhebben en wel net zo lief als je naaste.

Drie geboden die, hoewel bijna tweeduizend jaar geleden in rammelend Grieks neergekrabbeld op een stukje papyrus, wel voor deze tijd geschreven lijken te zijn.

Ja, God liefhebben, dat klinkt een beetje raar natuurlijk. Die witte baard op een wolk, dat is niet bepaald iemand waar de wetenschappelijke mens van tegenwoordig aan denkt als hij op een zonnig terras zit te genieten van een goed glas wit. Anderzijds, iedereen van boven de dertig heeft wel eens de gedachte gehad: ‘is dit het nu’ bij het scrollen door Twitter of al die juichverhalen op Instagram en LinkedIn.

Afgoden

Jezus zet daar iets heel anders tegenover: kijk uit voor afgoden, voor dingen die afleiden van wat er werkelijk toe doet. Voor dat wat het leven werkelijk de moeite waard maakt. En wat is dat dan? Wat maakt het leven de moeite waard? Dat is die naaste, die je moet liefhebben als jezelf. Die je moet helpen als hij het moeilijk heeft, moet troosten als hij verdriet heeft, moet steunen als hij alleen staat, moet voeden als hij honger heeft moet oprapen als hij is gevallen. En: die naaste is iedereen, niemand is uitgesloten van het recht op die onvoorwaardelijke naastenliefde.

null Beeld Colourbox
Beeld Colourbox

Ik ben mij in de loop van mijn leven verder in de rijke katholieke traditie gaan verdiepen. Raakte gefascineerd door het prachtige roepingsverhaal van Samuel en ging mij afvragen hoe ik gehoor kon geven aan die roepende stem. Wat mijn eigen roeping was.

Ik schreef mij als veertiger in als student katholieke theologie aan de universiteit waar ik hoogleraar was. Toen die studie niet meer met werk en huishoudelijke taken te combineren viel, maar ik toch steeds weer bij de kerk uitkwam, heb ik aarzelend de stap gewaagd naar het bisdom. De stap die ertoe zou moeten leiden dat ik een formele functie zou vervullen binnen de katholieke kerk. De stap naar het permanente diakenschap.

Ik had mijn antwoord op die roepende stem gevonden en wist, op 45-jarige leeftijd eindelijk wat ik met mijn leven wilde doen.

Diakens zijn dienaars. Dienaars van kerk en samenleving. Mijn voornemen was een diaken te worden die een brug zou zijn tussen de kerk en de moderne samenleving. Iemand die volledig in het maatschappelijke leven staat en zo een goede gesprekspartner is voor mensen die aarzelend op de drempel van de kerk staan, omdat ze zich afvragen of dit het nu is. Ik startte mijn opleiding en was gelukkig.

Tot begin dit jaar, niet lang na de start van mijn opleiding, alles veranderde. Nergens is de kloof tussen maatschappelijke opvattingen en de katholieke visie gapender dan op het terrein van leven, seksualiteit en dood, zo laat het boek van de kardinaal nog maar eens zien.

Ja, dat Jezus de rijke jongeling aanraadt om al zijn bezit weg te geven aan de armen om Hem daarna te volgen (Marcus 10:21) is ook niet bepaald gematigd. Maar het gaat pas echt schuren als de katholieke kerk verkondigt dat euthanasie categorisch ongeoorloofd is, homoseksualiteit zondig is (net als iedere andere vorm van seksualiteit, uitgezonderd de minst fantasierijke variant tussen man en vrouw binnen hun huwelijk) en abortus moord.

Het is buitengewoon eenvoudig er principes op na te houden die jezelf niet betreffen. Toen ik begin dit jaar werd geconfronteerd met een stervende vader en er plotseling ook een aanstaande moeder op mijn pad verscheen die geen andere uitweg zag dan haar ongeboren kind de last van een meervoudig gehandicapt leven te besparen, bleek dat het raadzaam is dergelijke, in een vacuüm gekoesterde principes bij jezelf grondig te wantrouwen.

Onzinnig

Voor het eerst besefte ik dat het standpunt van de kerk dat abortus en euthanasie problematisch zijn weliswaar niet per se compleet onzinnig is, maar toch in ieder geval in die zin moeilijk houdbaar dat zij veel te ongenuanceerd en daardoor veel te bot zijn.

Alsof mensen voor hun plezier de huisarts bellen om een spuit te zetten. Alsof vrouwen niet zouden nadenken voor zij een zo tragische beslissing nemen. Alsof die vrouwen niet al genoeg lijden, alsof ze niet al genoeg verdriet hebben wanneer zij tot een dergelijk besluit komen. Alsof die vrouwen niet zelf heel goed zouden weten voor welk dilemma zij zijn gesteld. Alsof de paus en zijn bisschoppen, mensen die zelf nooit ongeboren leven zullen dragen, beter zouden weten wat er dient te gebeuren dan die vrouwen zelf. En: alsof die vrouwen niet juist in die situatie geestelijke bijstand nodig hebben vanuit hun geloof. Van iemand die niet oordeelt maar begrip toont. Niet verwijtend wijst en simpele ‘oplossingen’herhaalt, maar een serieus gesprek biedt en zich opstelt als hun naaste.

Maar de man die door zijn lijden moedeloos is geworden, misschien zelfs twijfelt aan het bestaan van God, het homopaar dat worstelt met een kinderwens en de vrouw die moet beslissen over haar ongeboren kind hoeven bij de katholieke kerk niet aan te kloppen voor begrip, hulp of geestelijke bijstand. De katholieke standpunten zijn glashelder, eenvoudig door iedereen te googelen en voor wat betreft de seksuele moraal – voor wie het wil nalezen – door de kardinaal nog eens handzaam in de vorm van een naslagwerk opgetekend.

Zwijgen

Wie dat doet, stuit op onverbiddelijk zwart-wit. Katholieke vrouwen die om wat voor reden dan ook een abortus overwegen, zullen zwijgen tegen hun priester, want spreken betekent veroordeling. Excommunicatie. Buitenwerping. En euthanasie is al net zo onbespreekbaar. En seksualiteit ook. Naastenliefde is in de katholieke kerk nooit verder weg dan op het moment dat je die het hardst nodig hebt.

In het Duitse opinieblad Der Spiegel las ik een artikel waarin een pastoor verzuchtte dat mensen niet meer bij hem, maar liever bij de kapper hun hart uitstorten. Hij had allerlei creatieve plannen om de mensen weer de kerk in te lokken, maar ik denk dat hij zich die moeite beter kan besparen.

De kerk van liefde, barmhartigheid en vergeving, heeft een duistere kant van veroordeling, uitsluiting en zwijgen. En hoewel er heus ook progressieve, barmhartigere priesters zullen zijn, brengt de hardheid van de leer mee dat zij die opvattingen voor zich zullen moeten houden, al was het maar uit lijfsbehoud.

Van de ene op de andere dag stond ik middenin het moeras van die andere kerk. Vanuit dat moeras heb ik beter begrip gekregen voor mensen die houden van iemand van hetzelfde geslacht en zich tweederangs voelen in de ­katholieke kerk. Die mensen wordt onrecht aangedaan. Ze verdienen dezelfde liefdevolle deken die Jezus voor iedereen heeft bedacht toen hij zei: ‘Ik ben niet gekomen om de wereld te oordelen’ (Johannes 12:47) en: ‘Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt’ (Matteüs 7:1).

Nee, dat zijn geen goedkope excuses van gemakzuchtige gelovigen om zondig gedrag te rechtvaardigen. Het zijn uitspraken die de kern van het evangelie raken.

Het échte probleem van de katholieke kerk is dat zij een gebied heeft gecreëerd waar alleen gezwegen wordt, waar geestelijke bijstand praktisch onmogelijk is en waar het onveilig is, omdat het oordeel al op voorhand ­vaststaat. Een gebied waar de kerk zich opwerpt als strenge, onbarmhartige rechter, als de brenger van onnodig leed.

Na vier maanden besloot ik mijn diakenopleiding te beëindigen.

Het katholieke geloof kan een prachtig geloof zijn. Maar als de kerk de echt moeilijke kwesties onbespreekbaar blijft maken en en passant allemaal mensen blijft veroordelen, is het een kwestie van tijd tot ook de laatste gelovige in Nederland het Heil in een kapsalon zoekt.

Lees ook:

Column: Het lijkt erop dat kardinaal Eijk ook de laatste katholieken uit zijn kerk wil jagen

Toen Stephan Sanders een gehoor van protestanten en ex-katholieken probeerde te vertellen over de discrepantie tussen de officiële katholieke zedenleer van bisschoppen en kardinalen en de veel ruimhartiger pastorale praktijk, kreeg hij de vraag: ‘Maar als al die belijdende katholieken telkens maar weer uitvluchten verzinnen voor hun ambtsdragers, dan verandert er toch nooit wat in die kerk?

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden