InterviewEK Zwemmen

Zwemmer Arno Kamminga: ‘Ik heb mezelf eerst als mens verbeterd, nu kan ik alles geven als sporter’

Arno Kamminga: ' Zwemmers zijn meestal lange mannen met grote handen en voeten. Ik was dat kleine ventje.' Beeld Jean-Pierre Jans
Arno Kamminga: ' Zwemmers zijn meestal lange mannen met grote handen en voeten. Ik was dat kleine ventje.'Beeld Jean-Pierre Jans

De weg naar de wereldtop was lang en niet altijd even makkelijk voor Arno Kamminga. Een persoonlijk gesprek met het nieuwe boegbeeld van het zwemmen, op weg naar het EK komende week in Boedapest. ‘Een jaar na het overlijden van mijn moeder begon het serieus te worden.’

Wat meteen opvalt bij de ochtendtraining in het Amsterdamse Sloterparkbad is dat Arno Kamminga niet de schoolslag zwemt, zijn specialisme. Minutenlang trekt hij zijn baantjes, afwisselend met de borst- en de rugcrawl. Vijftig meter heen, vijftig meter terug. In een ogenschijnlijk monotoon tempo. Als een slow-motionversie van de explosieve sprinter die de wereld verbaast met spectaculaire tijden.

Dit is het duurblok van de training, legt zijn coach Mark Faber uit, die vanaf de badrand zijn pupillen volgt. “Alleen maar schoolslag zwemmen is behoorlijk zwaar. Omdat je daarbij hoog op het water wil liggen. Over een langere afstand laat je dan al snel de techniek lopen. Dat willen we niet. De crawl is makkelijker vol te houden.”

Het nieuwe boegbeeld van het zwemmen

Op de achtergrond klinkt zachte muziek uit de luidsprekers. Verder vult de ruimte zich met het geluid van water, dat tegen de randen van het zwembad klotst en doorkliefd wordt door de handen van Kamminga en zijn trainingsmaatjes. Dit is een van de twee nationale trainingscentra, de plek waar olympische dromen worden nagejaagd. Kamminga (25) is misschien wel de grootste Nederlandse kanshebber op eremetaal in het zwembad van Tokio. Hij is hard op weg om het nieuwe boegbeeld van het zwemmen te worden.

Tijdens een moment van rust zwaait hij naar het bezoek. Dat typeert hem. Even later zal hij even vriendelijk als openhartig vertellen over de lange weg die hij heeft afgelegd: over het vroege overlijden van zijn moeder, zijn verleden als reddingszwemmer en natuurlijk over hoe zijn passie voor de schoolslag begon.

“Mark zegt altijd dat je eerst een betere persoon moet worden en dan pas een betere sporter. In die volgorde, andersom werkt niet. Ik ben de afgelopen jaren bezig geweest met mezelf als mens te verbeteren. Vroeger zeurde ik best veel tijdens trainingen. Het was altijd te zwaar. Nu doe ik wat ik moet doen. Ik ben volwassener geworden, vrolijk en positief. En juist omdat ik me als persoon lekker voel, kan ik als sporter alles geven.”

De meeste pijnlijke les geleerd

Die ontwikkeling is begonnen bij het overlijden van zijn moeder, vertelt Kamminga. Hij was vijftien jaar. “Ik werd gedwongen om over dingen na te denken waar een vijftienjarige zich normaal niet mee bezighoudt. Nog steeds zou ik alles opgeven om haar weer terug te krijgen, maar het gemis heeft een mooi plekje gekregen. Op een gegeven moment moet je kiezen: je blijven verzetten of het accepteren. Zo heb ik de meest pijnlijke les geleerd. Ik ben er sterker door geworden.”

Arno Kamminga tijdens een training in het Amsterdamse Sloterparkbad. Beeld Jean-Pierre Jans
Arno Kamminga tijdens een training in het Amsterdamse Sloterparkbad.Beeld Jean-Pierre Jans

Wat hem is bijgebleven uit die tijd is dat zijn ouders altijd droomden over de mooie reizen die ze na hun pensioen zouden maken en dat zijn vader hem – na de dood van zijn moeder – op het hart drukte om niet alles uit te stellen en in het hier en nu te leven. “Ik geniet van elke dag. Ook al ben ik nog zo moe van een zware training, ik geniet. Ik denk dat ik me daarin onderscheid. Mijn plezier hangt niet alleen van de grote wedstrijden af. Ik geniet ook van de weg ernaartoe. Dat is fijn en ook heel geruststellend.” Zeker in een jaar waarin de Olympische Spelen op het programma staan en de verwachtingen hooggespannen zijn.

Slopende trainingen

Deze ochtend trekt hij zijn trainingskilometers met ‘een bak extra vertrouwen’ in zijn lijf. Een paar dagen eerder klokte hij nota bene bij een testwedstrijd op de 100 meter 57.90. Daarmee werd hij de tweede zwemmer ooit die de barrière van 58 seconden wist te doorbreken. “Topsport gaat met ups en downs, net als de rest van het leven. Er zit nooit een rechte lijn in. Tijdens zware trainingsperiodes sloop je je lichaam zo erg dat de tijden achteruitgaan. Hoewel je weet dat dat voor de lange termijn goed is, is het lastig dan vertrouwen te blijven houden.”

Hij praat daar veel met zijn trainer over. Kamminga zwom in december nog een wereldtijd op de 200 meter (2.06,85), maar zijn record op de halve afstand stond al ruim een jaar. Faber helpt hem om soms even de oogkleppen af te doen, om uit te zoomen. “Dan worden de stappen zichtbaar. Tegenwoordig zie ik dat. Toch is zo’n snelle tijd heel fijn, omdat je gevoel dan wordt gekoppeld aan resultaten en je jezelf minder hoeft te overtuigen dat het goed zit.”

Zijn topsportcarrière is begonnen met een grap. In de jeugd zwom Kamminga ieder jaar drie seconden van zijn persoonlijk record af. Op zijn zwemclub zei hij lachend dat als hij dat bleef doen, kwalificatie voor de Europese jeugdkampioenschappen (EJK) haalbaar was. “Gekscherend natuurlijk, want hoe ouder je wordt, hoe kleiner de stappen. Maar ik wilde het tegendeel bewijzen.”

Op een tiende van een seconde miste hij uiteindelijk de EJK, maar hij was onderweg alle schoolslagzwemmers uit het nationale jeugdteam voorbijgezwommen. “Het was een jaar na het overlijden van mijn moeder. Toen begon het serieus te worden.”

Drie keer ademhalen tijdens een baantje

Als laatste onderdeel van deze ochtendtraining staat een oefening met ‘adembeperking’ op het programma. Kamminga roept Faber er even bij. Of hij het goed begrijpt dat hij tijdens een baan maar drie keer mag ademhalen? Normaal tankt hij rond de vijftien keer een teug adem. Ja, om leren gaan met een beperkte luchthoeveelheid heet dat.

Kamminga houdt wel van een uitdaging. Niet voor niets heeft hij zich in de schoolslag gespecialiseerd, de enige zwemslag waarbij de armen niet over het water terug naar voren bewegen. “Het is een simpele natuurkundewet dat je door het water meer weerstand hebt. Bij de andere slagen gaat het voornamelijk om wat je doet bij de beweging naar achteren, de schoolslag heeft een extra ­dimensie die nog meer techniek ­vereist.”

Zijn jeugdtrainer Bregje van der Pluijm legde de basis voor de slag die hij nu heeft. Ere wie ere toekomt. Hij heeft nog altijd contact met haar. “Toen is het begonnen. Met haar heb ik mijn techniek op de schoolslag aangepast. Dat was een heel project. Zij zag daarin meer toekomst dan in de vlinderslag – tot dat moment mijn beste slag. Zwemmers zijn meestal lange mannen met grote handen en voeten. Ik was dat kleine ventje. Bij de schoolslag is lengte minder van belang.”

‘Aan hard trainen had hij lang een hekel’

Net als zijn oudere broer en zus was Kamminga na zijn zwemdiploma’s A en B aanvankelijk doorgegaan in het reddingszwemmen, zoals zoveel plaatsgenoten in Katwijk. Maar het zwembad trok meer dan het strand. Hij genoot van de gezelligheid op de club, eigenlijk van alles om het zwemmen heen. Aan hard trainen had hij lang een hekel. “Ik was veel te lui in die tijd. Het boek met trucs om onder zware oefeningen uit te komen, heb ik helemaal opengetrokken.” Lachend: “Sommige trainingsmaatjes uit die tijd hebben nog een hekel aan mij, omdat ik regelmatig met een smoes naar de douche vertrok en daar zo lang onder stond dat het warme water op was als zij kwamen.”

Dat veranderde dus toen Van der Pluijm dat vlammetje bij hem zag, zoals hij het zelf omschrijft, en verder aanwakkerde. Het is nooit meer gedoofd.

Sinds 2016 werkt Kamminga samen met bondscoach Mark Faber. Na de gemiste EJK wist hij meerdere internationale toernooien te bereiken. Een medaille ontbreekt nog in het vijftigmeterbad, maar daar kan komende week verandering in komen op de Europese kampioenschappen in Boedapest.

Al geldt ook dit toernooi als opmaat voor de Olympische Spelen. Dan wil hij op zijn best zijn. “Ik heb op de langebaan nog nooit een mondiale finale gehaald. Dus ­eigenlijk zou ik in Tokio daar al tevreden mee mogen zijn. Maar ik heb zo hard en ik heb zo goed getraind, dat ik verder mag en durf te dromen. Ik ga echt om de olympische medailles zwemmen.”

Lees ook:

Kamminga zwemt wereldtijd

Schoolslagspecialist Arno Kamminga is in topvorm op het olympisch kwalificatietoernooi. Zijn tijd op de 200 meter nadert het wereldrecord. ‘Dit wilde ik al een tijdje heel graag.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden