null

Wielrennen

Zou u als amateurfietser ook een profwielrenner kunnen worden?

Beeld Getty Images/iStockphoto

Drie weken lang, elke dag rond de veertig kilometer per uur gemiddeld, en dat over ruim drieduizend kilometer. Hoe goed zijn profrenners in vergelijking met amateurs? Renner Taco van der Hoorn (student bewegingswetenschappen) en zijn trainer Jim van den Berg leggen uit.

Kick Hommes

De bewegingswetenschapper Taco van der Hoorn wil vooraf toch even een opmerking maken. Vrijdag, als het peloton aan de Tour begint, rijdt er een ratjetoe aan verschillende mensen, zegt Van der Hoorn (28). “Een groep waarin een ‘400-meterloper en een marathonspecialist bij elkaar zitten.”

Dé prof bestaat niet, net als dé amateur nergens te vinden is, wil Tourrenner Van der Hoorn maar zeggen. Dus het is oppassen om niet te generaliseren als men wil weten hoe ver een amateur van een prof af zit.

Je kan wel een gemiddelde nemen. Een prof is rond de 70 kilo en fietst 30.000 kilometer per jaar. Een gemiddelde amateur is een man van 85 kilo. Hij fietst niet het hele jaar door en als hij rijdt, doet hij dat gemiddeld twee keer per week. Hoe veel verschillen zij van elkaar?

Snelheid

Het is een eerste en logische gedachtegang: wie het peloton ziet voortrazen door Frankrijk, verzucht regelmatig dat het wel erg hard gaat. Dat klopt. Vorig jaar reden de renners 3400 kilometer met een gemiddelde snelheid van ruim 41 kilometer per uur. Een amateurrenner is al blij als hij een rondje met dertig kilometer per uur gemiddeld thuiskomt.

Als het peloton de hele tijd veertig kilometer per uur zou rijden, haalt ook de gemiddelde amateur makkelijk Parijs, zegt Jim van den Berg, die met zijn bedrijf Join Cycling ook amateurs traint. “De zuigkracht van het peloton zorgt ervoor dat ook amateurs in zo’n grote groep ‘eenvoudig’ mee kunnen. Maar het probleem is dat het peloton het eerste uur 55 kilometer per uur aflegt, waarna renners in het laatste uur nog een truc moeten uithalen om te winnen. Die tempowisselingen zijn voor een amateur ondoenlijk.”

Toch gaat het niet altijd hard bij de profs. De snelheid die we in het peloton halen, rijden we op de training bijvoorbeeld zelden, zegt Van der Hoorn. “Dan komen we op lange ritten uit op gemiddelde snelheden tussen de dertig en 35 kilometer per uur. Voor profs is snelheid iets waar amper naar wordt gekeken tijdens die ritten.”

Wattage

Want snelheid is verre van een goede graadmeter om te bepalen hoe hard iemand daadwerkelijk kan fietsen. Er zijn te veel variabelen: wind mee, wind tegen, klimmen of dalen, alleen of in een groep. De situatie is altijd anders. Veel liever hebben Van den Berg en Van den Hoorn het daarom over wattages. Het vermogen van een renner, dus hoe hard iemand trapt, wordt in watts uitgedrukt.

Wie wattage deelt door het gewicht van een fietser, kan het watt per kilogram lichaamsgewicht berekenen. Op die manier is elke fietser te vergelijken. Grofweg komt er dan een conclusie uit. Wanneer iedereen een uur zou fietsen, komt een beginnende amateur uit op zo’n 2 watt per kilo (bij 85 kilo dus 170 watt) en een getrainde amateur op zo’n 4 watt per kilo. Een prof zit rond de 6 watt per kilo. Als Van der Hoorn over wattages praat, heeft hij het over getallen tussen de 300 en 400.

Hoe groot is dat verschil als de wattages worden vertaald naar snelheid? Onder gelijke omstandigheden fietst een prof de 21 kilometer lange klim naar de Mont Ventoux in een uur, een getrainde amateur doet er anderhalf uur over, en een gemiddelde amateur komt uit op 1.45 en twee uur. Er zitten ‘lichtjaren’ verschil tussen profs en amateurs.

Uithoudingsvermogen

Waar komt dat grote verschil vandaan? Van der Hoorn, die vorig jaar nog een etappe in de Giro won, legt uit hoe hij traint: “Mijn kracht ligt in het feit dat ik lang door kan rijden en op het eind van een wedstrijd nog steeds goed ben. Dat heb ik moeten trainen. Ik rij zo’n 35.000 kilometer per jaar. Trainingsweken van 30 tot 35 uur zijn voor mij normaal. Doe ik een keer 25 uur, dan voel ik me na een week ook echt fris.”

Taco van der Hoorn won in juni de Brussels Cycling Classic.  Beeld BELGA
Taco van der Hoorn won in juni de Brussels Cycling Classic.Beeld BELGA

Het zijn aantallen die amateurs zelden halen. Van den Berg: “Een gemiddelde amateur fietst twee keer per week, ongeveer vijf uurtjes in totaal. Een getrainde amateur rijdt gemiddeld rond de tien tot vijftien uur per week. En dan is het vaak ‘gewoon’ fietsen, nog niet eens trainen. Maar die amateur merkt vaak ook dat hij of zij met meer uren erbij niet beter wordt. Daar heb je jaren opbouw voor nodig.”

Wie als amateur wel echt gaat trainen, doet vaak oefeningen in tempoblokken. Vaak een of twee sessies met daarin acht intervals. Een interval bestaat uit 30 seconde sprinten en 15 seconde rustig fietsen. Taco van der Hoorn doet er ietsje meer. Van den Berg: “We geven Taco wel eens twee trainingen mee met zes sessies per training. Alles bij elkaar doet hij 220 intervals. Het is de bedoeling dat de laatste dan met hetzelfde wattage wordt gereden als de eerste.”

Vermoeidheidsresistentie

Dat laatste is het allerbelangrijkste aspect waar bij profrenners op wordt gelet: kan een coureur ook na zes uur fietsen dezelfde inspanning aan? Het is op dit punt dat de amateur het meest verschilt van een prof. Van den Berg tekent op een blaadje enthousiast een opzet.

Profrenners doen 20-minutentesten. Eén aan het begin van een rit, één als ze 2000 kilojoule aan calorieën hebben verbrand en de laatste na het verlies van 4000 kilojoule. Van den Berg: “Een gemiddelde amateur doet de eerste test met 2 watt per kilo. Na 2000 kilojoule is hij van 2 watt per kilo teruggevallen naar 1 watt per kilo. Bij de test na 4000 kilojoule is die fietser bij wijze van spreken ‘sportief overleden’.”

“Een goed getrainde amateur is bij 2000 kilojoule teruggevallen van 4 watt per kilo naar 3, en kan na het verlies 4000 kilojoule nog 2,5 watt per kilo trappen. En nu komt de prof: die blijft bij elke test uitkomen op 6 watt per kilo, 6 watt per kilo en 5,9 watt per kilo. Daar heb je het grote verschil.”

Van der Hoorn: “Dit is waar ik ook specifiek op train. Voor mij is het laatste deel van een wedstrijd het belangrijkst. Dus als ik zes uur train, dan doe ik aan het einde een intensief trainingsblok.” Hij wil het zelf niet zeggen, maar de amateurs zijn op dat moment blij dat de laatste kilometers richting het café niet al te moeilijk meer zijn.

Aerodynamica

Wielrennen gaat niet alleen om hard trappen. Het gaat ook om zo weinig mogelijk weerstand. Profs zitten vaak gebeiteld op een fiets, terwijl een amateurrenner regelmatig als een blok beton in de rondte rijdt.

Van der Hoorn doet zoveel mogelijk om de aerodynamica goed te krijgen. Hij plakt luchtgaten in zijn helm af en rijdt zelfs in de hitte nog met armstukken. “Voor mij, niet de beste fietser in het peloton, is aerodynamica onwijs belangrijk. Ik ben me erg bewust van de voordelen. En het kan heel veel schelen. Ik heb wel eens naast een ploeggenoot gereden en we deden precies hetzelfde. Ik trapte op dat stuk 30 watt minder. Dat is zeker op ons niveau een enorm verschil. Ik had minder energie nodig om hetzelfde te doen.”

In zekere zin kan een amateur het verschil met een prof op dit vlak overbruggen. Mits daarvoor geld wordt neergelegd voor kleding, materiaal en een fietstest om zo aerodynamisch mogelijk op de fiets te zitten. Van den Berg: “Maar een aerodynamische houding aannemen is ook echt hard werken. Bewust je hoofd intrekken en polsen naar binnen. Dat is actief een houding aannemen en niet alleen je fiets afstellen om er daarna als een zoutzak op te zitten.”

Genetische aanleg

Van der Hoorn was in zijn jeugd helemaal niet een opvallende wielrenner, vertelt hij. Sterker nog, nu nog steeds is hij zeker niet de beste in het peloton. “Als het om waarden gaat, zit ik aan de onderkant. Ik kan bergop een Pogacar of Roglic nooit volgen.”

Waarom is hij dan wel profrenner, en u als lezer niet? Van den Berg: “Taco is heel bescheiden, maar hij is echt wel uniek. Elke amateurrenner kan, als hij let op voeding, gewicht en training, in principe trainen tot een niveau waarin een uur lang ongeveer 3,5 watt per kilo kan worden gehaald. Voor een man van 85 kilo komt dat neer op zestig minuten lang iets minder dan 300 watt fietsen. Wil je meer, dan speelt de genetica een rol.”

Die genetica bestaat uit verschillende aspecten. Een grotere longinhoud, een grotere maximale zuurstofopname, een lagere lactaatwaarde, andere spiervezeltypen en het hebben van meer mitochondriën, ofwel ‘energiefabriekjes’ in de spiercellen. Van den Berg: “Iedereen is trainbaar, alleen niet allemaal tot profniveau. Uiteindelijk komt het erop neer dat profwielrenners ‘freaks of nature’ zijn. En zeker niet iedereen is dat. Maar Taco wel.”

En mocht het u toch lukken om alles van bovenstaande op profniveau te krijgen, kunt u dan zo opstappen? Nog niet, zegt Van den Berg: “Want u kunt niet sturen.”

Tips

Hoe kan iemand zich als amateur verbeteren? Van der Hoorn heeft nog wel tips: “Zorg eerst dat je consistent blijft fietsen. Elke week een paar keer. En niet een weekje voordat je op vakantie gaat, om dan een hele week in de Alpen te fietsen. Dan word je niet beter.” Van der Hoorn is daarom groot voorstander van woon-werkverkeer. “Dan bouw je een basis op, die je later kan helpen.”

Wie echt meer met fietsen wil bereiken, doet er ook goed aan om jezelf goed op de fiets te zetten. Een zogenoemde bikefit, een advies voor de optimale fietshouding, kan veel schelen. En wie echt beter wil worden in bergop rijden, moet in eerste instantie vooral op gewicht letten. Want dat maakt snel een groot verschil.

Lees ook:

Ga je sneller fietsen van Epo of niet?

Epo heeft geen effect op hard een berg op fietsen. Die bewering deden Leidse onderzoekers in 2017 in een studie in The Lancet, een toonaangevend geneeskundig tijdschrift. Het onderzoek werd weggelachen door zowel wielrenners als wetenschappers. Terecht? Vijf vragen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden