SportWielerleed

Zo wordt het wielrenparcours weer veilig

Beeld Brechtje Rood

Met drie zware valpartijen in het wielrennen binnen twee weken is de discussie over veiligheid aangewakkerd. Hoe nu verder? Een probleemanalyse – mét advies van wielrenner Nicolas Roche, oud-wielrenner Stef Clement, koersorganisator Cees Priem en KNWU-directeur Thorwald Veneberg. 

1. Het probleem:

Gevaarlijke(re) stukken weg en afdalingen

De oplossing:

Gezond verstand, vangnetten

Nicolas Roche, met 36 jaar een ‘veteraan’ bij Team Sunweb, heeft het wielrennen de laatste jaren zien veranderen. “Wielrennen wordt een beetje saai. Iedereen is tegenwoordig zo goed, dat veel renners lang mee kunnen fietsen. Dat zorgt ervoor dat voorin blijven belangrijker is dan demarreren. Dat leidt tot chaos voorin het peloton. Organisatoren willen de onvoorspelbaarheid terug. Wat doen ze: ze stoppen vijf bochten in de laatste kilometer of kiezen wegen uit die niet eens op Google Maps staan.”

Roche: “Wat wij willen, is geen revolutie. Iedereen kan bedenken dat de start van de wedstrijd niet bergaf moet zijn, zoals laatst in de Dauphiné gebeurde. Dan wordt het hardst gereden om in de kopgroep te komen. Als je dan met tachtig kilometer door een dorpje komt, is dat vragen om ongelukken.”

En dan is er nog het gegeven van een gevaarlijke afdaling. Remco Evenepoel viel zaterdag in Lombardije op een plek waar in voorgaande jaren ook al drie renners onderuitgingen. Toch werd dit jaar niet voor die bocht gewaarschuwd. Oud-renner Stef Clement zou het liefst zien dat in afdalingen ‘valnetten als in het alpineskiën’ worden gebruikt. “Je weet van plekken dat ze gevaarlijk zijn. Daar moet je als organisatie op inspelen.”

Het nadeel is dat het plaatsten van die hooibalen, stootkussens of waarschuwingsschermen geld kost. Euro’s die er bij kleine koersen vaak niet zijn. Niet rijden is dan bijna geen optie. Roche: “Als we staken, kost het ons een kans om onszelf in de kijker te rijden en geld te verdienen. Dan schieten we onszelf in de voet.”

2. Het probleem:

Te veel wegmeubilair

De oplossing:

Waarschuwingen, pelotonspreiding

Het wielrennen wordt sneller, terwijl op de openbare weg juist veel meer verkeersremmers zijn gekomen. Renners in de Tour de France moesten vorig jaar in het 3481 kilometer lange parcours 1712 ‘moeilijke punten’ omzeilen. Rotondes, wegversmallingen, drempels, middenbermen en spoorwegovergangen, noem maar op. In 1996, bij het begin van de tellingen, was dat aantal ‘moeilijke punten’ nog 312.

Bijna al die punten zorgen voor gevaar. Het peloton vormt zich weliswaar naar het landschap, maar soms niet snel genoeg. Roche: “Het gebeurt regelmatig dat we van een grote weg een klein dorpje induiken. Dan ga je van vier rijbanen naar één, met meestal een bloempot in het midden van de weg. Juist op zo’n punt is het vaak dringen.”

Om het parcours zo veilig mogelijk te maken, verkent de organisatie normaal gesproken de route een paar keer voorafgaand aan de wedstrijd. Koersorganisator Cees Priem: “We rijden half Nederland door. Daarom hebben we hulp nodig van  mensen ter plekke, die we vragen of ze nog gevaarlijke punten kennen.”

Hoe zorg je ervoor dat het peloton daar veilig voorbijkomt? Priem: “Je moet een peloton geleidelijk versmallen. Dat kost alleen geld.” Een oplossing kan ook zijn om seingevers bij gevaarlijke punten te zetten, maar vooral kleinere koersen hebben moeite genoeg mensen te vinden. Priem: “Er zijn honderden vrijwilligers nodig. Wat als er eentje niet komt opdagen? Het is altijd een heel karwei om genoeg mensen te vinden. En als je ze hebt, kan je ze allemaal vertrouwen?”

De nasleep van de massasprint in de Ronde van Polen. Renners liggen op het wegdek na een zware val. In het geel-zwart Dylan Groenewegen.Beeld BSR Agency

3. Het probleem:

Auto’s op het parcours, motoren in koers

De oplossing:

Rijden op omlopen

Het kan zomaar gebeuren dat er een auto op het parcours verschijnt. Dat gebeurde onder meer in de Ronde van Lombardije van zaterdag. Daar sneed een oudere vrouw de Duitser Maximilian Schachmann af, die een gebroken sleutelbeen overhield aan zijn crash.

Veiligheid op het parcours is noodzaak nummer één. Maar om dat te bereiken, is wel veel beveiliging nodig. Dat wordt steeds moeilijker. Ook in Nederland, onder meer door bezuinigingen bij de politie. Priem: “Wij krijgen ongeveer twaalf agenten die de koers begeleiden. Dat is niet veel.”

In Nederland wordt daarom rijden op omlopen - een afgesloten parcours - al langer geadviseerd, zegt Veneberg. Op die manier hoeft minder openbare weg worden afgesloten, en is er bovendien kans voor renners om het parcours al op te nemen in het geheugen.

Bovendien is er dan minder kans op verrassingen. Priem: “Het komt weleens voor dat je afspraken maakt met een gemeente, maar dat een vluchtheuvel er nog steeds ligt als je eenmaal in koers bent. Dan heb je er toch net niet goed bovenop gezeten. Met minder partijen afspraken maken, is altijd makkelijker.”

In de wedstrijd zijn ook motorrijders aanwezig. Fotografen, juryleden en commentatoren. Dat zijn er te veel. De internationale wielerunie UCI heeft het aantal al teruggebracht. Roche: “Het probleem is dat de motoren die er wel zijn, nog steeds het peloton inhalen. Daar moet een duidelijk systeem voor komen. Want het is ook gebeurd dat zij ons aanrijden.”

4. Het probleem: 

Gevaarlijke finishstraat

De oplossing:

Goede hekken, tijdslimieten, ‘grondverf’

Daar waar de snelheid het hoogst is, gebeuren de meeste ongelukken. De hevige crash van Fabio Jakobsen in de Ronde van Polen gaf wederom aan dat vooral de finishstraat goed moet worden beveiligd.

Allereerst: een sprint bergaf, zoals in Polen, is nooit een goed idee, aldus Roche. Bovendien werden in Polen niet de goede hekken gebruikt. Jakobsen schoot er zo doorheen, in plaats van dat hij terug de weg op werd gedrukt. ‘Vooroorlogs’, noemt Priem die hekken. Zelf organiseert Priem de ZLM-Tour in Nederland, met andere, schuine hekken, zonder uitstekende pootjes aan de onderkant. “Die zijn duurder, maar wel noodzakelijk.”

In principe wordt het parcours op veiligheid gekeurd door waarnemers van de UCI. Priem: “Maar die zie je echt niet. Je kan eigenlijk doen wat je wil. Ook van die hekken neerzetten.” Daarom stelde Jumbo-Visma-baas Richard Plugge al een onafhankelijke organisatie voor die de veiligheid op een parcours controleert. Priem ziet dat eveneens zitten: “Dat is namelijk goed voor én renner én organisatie.”

Er wordt ook nagedacht over andere manieren om de finish veiliger te maken. Bijvoorbeeld dat op drie kilometer voor de finish de tijd van iedereen wordt genoteerd. Dan hoeven klassementsrenners zich niet met de sprint te bemoeien. KNWU-directeur Veneberg heeft nog van een ander initiatief gehoord. “Ze zijn bezig met een middel waar je aan de zijkanten van de weg een streep kan trekken. Als je daar overheen rijdt, voel je een trilling, net als je met de auto over een witte streep rijdt. Kom je daar, dan moet je inhouden.”

5. Het probleem:

Het adagium dat vallen ‘bij wielrennen hoort’

De oplossing:

Multidisciplinair trainen, cultuurverandering

Wie niet is gevallen, is geen wielrenner. Veneberg. “Dat wordt soms wel lachend gezegd. Maar dat is eigenlijk wel een beetje triest. Iedereen weet dat vallen bij de sport hoort. Elke renner maakt die weloverwogen keuze. Maar we moeten wel naar het beperken van risico’s.”

Een manier daarvoor is het van jongs af aan al leren omgaan met een fiets. Veneberg: “Goed leren fietsen is in de eerste jaren belangrijker dan leren winnen. Wanneer je goede coördinatie hebt, levert je dat ook op de weg voordeel op.”

Volgens Roche is het aan de renners zelf om te zeggen dat het op een gegeven moment genoeg is. “Het gaat om onze levens. De afgelopen twee weken spreken veel renners in het peloton zich uit over veiligheid. Ik denk dat je dat niet kunt negeren.” Aan de andere kant ontbreekt eenheid in het peloton. Roche: “Wij zorgen zelf ook voor gevaar. Er is altijd wel iemand die wil profiteren van een gevaarlijke afdaling of een scherpe bocht. Daarom is het moeilijk om alle renners op één lijn te krijgen.”

Er is een vakbond voor renners, de CPA. Maar een groot deel van de renners heeft daar geen vertrouwen meer in. Stef Clement is bezig met een plan de CPA te hervormen. Binnen 48 uur had hij 340 renners die het idee omarmden. “Binnen het bestaande orgaan voelen renners zich niet vertegenwoordigd. Terwijl ze wel zelf verantwoordelijkheid willen nemen.”

Maar hoe verander je een cultuur? “Niet van de een op andere dag”, zegt Roche. “Nu zijn we allemaal bezig met de Tour. Maar daarna? Dan is er tijd voor overleg. Staken? Nee, dan schieten we onszelf in de voet.”

Lees ook: 

Hoe kon het zo misgaan in de Ronde van Polen?

Hoe kon het zo misgaan in de Ronde van Polen, waar de Nederlandse wielrenner Fabio Jakobsen zwaargewond raakte bij een horrorcrash veroorzaakt door zijn landgenoot Dylan Groenewegen?

Journalisten, interview Groenewegen alsjeblieft niet terug het trauma in

Met een knoop in mijn buik keek Marijn de Vries naar het interview met Dylan Groenewegen. Huilend vertelt hij over de afschuwelijke crash die hij veroorzaakte in de Ronde van Polen, waarbij zijn collega-sprinter Fabio Jakobsen zo hard viel dat hij zijn hele gezicht en borst verbrijzelde. Maar het interview was niet goed, volgens een trauma-expert. Hoe had het dan wel gemoeten?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden