null Beeld

ColumnMarijn de Vries

Zo nu en dan wordt het kind in ons wakker

Mijn dochter en ik gingen zaterdag zand voor in de zandbak kopen. We liepen hand in hand. De zon scheen. Ineens zwaaide ze, en wees: “Kijk mamma, onze schaduwen!” We zwaaiden samen, lange armen in het ochtendlicht. Ik dacht aan hoe ze haar schaduw voor het eerst ontdekte, nog niet eens zo lang geleden. Hoe ze rende, sprong en bukte. Haar armen strekte. Danste. De schaduw deed haar na, liet haar niet los, hoe ze ook probeerde. Hij bleef aan haar voeten vastgeplakt. Behalve als er een wolk voor de zon schoof. Verward keek ze dan naar de grond.

Elk kind ontdekt zo z’n eigen schaduw. Dat spiegelvriendje op de grond. Je kunt er spelletjes mee doen. Wie het hardst huppelt. Wie het hoogst springen kan. Rennen, om wie het snelste is. Jammer dat je bij het ouder worden je schaduw langzaam aan vergeet. Hij blijft. Maar het is net als met de zon, de regen en de wind: hij wordt normaal. Zo normaal dat je hem niet meer ziet. Tot je schaduw je te pakken neemt.

Met het hart in de keel zit je dan op de fiets. Ingehaald door een schim, of was het… niets. Met je schaduw op de hielen loop je harder dan je ooit deed. Bijna iedereen heeft dat weleens meegemaakt. En vraag anders maar aan Femke Bol. De atlete giert het uit na de finish van de 400 meter gemengde estafette, op het WK atletiek in Polen. Ze rende als een speer, probeerde uit alle macht vóór te blijven. “Ik dacht dat er iemand aan kwam, want ik zag een schaduw. Maar het was die van mezelf.”

Plots doemt er een vlek op

Achteraf kan ze ervan genieten. Haar schaduw hielp haar. Ik kan me precies voorstellen hoe dat ging. In de bocht, langzaam draaiend van de lampen af, ziet ze in haar ooghoek plots een vlek opdoemen. Geen tijd om te kijken. Geen wil om te kijken. Want wie achterom kijkt, die toont zwakte. Wie achterom kijkt is gezien. Ze rent harder. De schim blijft volgen. Nog harder gaat ze. Ze schudt de schim niet af. Maar hij komt ook niet nader. Door, Femke, door. Wat er ook gebeurt, blijf voor.

Femke deed een kinderspel zonder dat ze het zelf merkte. Als ze om had gekeken, had ze het meteen gezien. Op de toppen van haar kunnen, op haar laatste restje adem, met haar lijf vol melkzuur wint ze. Van een vlek. Een schim. Van niets. Kun je buiten adem zijn en lachen tegelijk? Met de handen op de knieën, zoals atleten altijd uitpuffen, heeft ze vast haar schaduw nog wel even bestudeerd. Heeft ze naar hem geknipoogd, stiekem gezwaaid misschien?

Ik zwaai altijd, als ik in het late avondlicht op mijn racefiets over de dijkjes rij. Zonlicht van de zijkant, huizenhoge wielen in het gras. Een klein lijfje erbovenop, een nog kleiner handje. Dag schaduw. Het ziet er koddig uit. Maar ik geneer me niet. Mijn dochter zou het ook zo doen. Ook Femke geneert zich niet. Ze lacht, vertelt en lacht nog harder. Het was mijn schaduw!

Het kind wijkt nooit uit ons, het slaapt slechts in. Heerlijk dat het nu en dan wakker wordt gemaakt.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden