Afrikaans wielrennen

Zilver op het WK: doorbraak voor de Afrikaanse wielrenners?

Biniam Girmay, uit Eritrea, wint zilver op het WK voor beloften, afgelopen vrijdag. Beeld AFP
Biniam Girmay, uit Eritrea, wint zilver op het WK voor beloften, afgelopen vrijdag.Beeld AFP

Is de zilveren medaille voor Biniam Girmay op de WK in Leuven bij de beloften een doorbraak voor de zwarte Afrikaanse wielrenner? Het is de hoop, maar er is ook realisme. Nog steeds stromen slechts eenlingen door.

Zijn voornaam is inmiddels al genoeg, zeker bij hen die het Afrikaanse wielrennen volgen. Biniam, of ‘Bini’ Girmay zorgde vrijdag op de WK in Leuven voor Afrikaanse wielergeschiedenis. Hij werd de eerste zwarte Afrikaanse wielrenner die een medaille won op de wereldkampioenschappen wielrennen. Zilver bij de beloften, na een razendsnelle eindsprint. Zelf had hij dat ook door. “Dit is een succes voor mij, mijn land, en Afrika”, zei hij na afloop. “Ik wil alle Eritreeërs feliciteren, en ook alle Afrikanen.”

Is Girmays medaille de doorbraak voor het Afrikaans wielrennen? Het is wederom de hoop, zegt Kimberly Coats, die samen met haar partner Jock Boyer in 2006 het Rwanda Cycling Team opzette, dat zich nu onder de naam Africa Rising Team inzet voor enkele honderden wielrenners uit allerlei landen als Togo, Eritrea, Ethiopië, Oeganda, Sierra Leone en Benin. “Samen met het nieuws dat het WK naar Rwanda komt in 2025, was dat vrijdag een knetterende gedachte.”

Toch is de doorstroom uit het continent met 1,2 miljard mensen nog steeds beperkt tot eenlingen, los van de Zuid-Afrikanen. Yohann Gène was in 2011 de eerste zwarte renner in de Tour. In 2015 droeg de Eritreeër Daniel Teklehaimanot de bolletjestrui. Natnael Berhane, Merhawi Kudus en Tsgabu Grmay haalden een topniveau. Coats: “De laatste jaren zijn we achteruitgegaan. In 2020 was alleen Kevin Reza als zwarte renner aanwezig in de Tour, uit Guadeloupe. Dit jaar Nicholas Dlamini uit Zuid-Afrika. Het is altijd twee stappen vooruit, één terug.”

Opleidingscentrum

Ook Girmay (21), afkomstig uit Eritrea, fietsland bij uitstek, een overblijfsel van de Italiaanse kolonisatie, had het oorspronkelijk moeilijk, ook al kon hij zich optrekken aan de prestaties van vooral Teklehaimanot. Zijn fietscarrière nam een vlucht toen hij bij het opleidingscentrum van de wielerunie UCI in Zwitserland terechtkwam. Wel pas in zijn tweede jaar, want na het eerste seizoen kreeg hij heimwee. Hij werd opgemerkt door de profploeg Intermarché Wanty-Gobert, waar hij sinds augustus rijdt.

Redenen voor de trage opmars van Afrikaanse renners zijn er genoeg, zegt Coats. Visaproblemen, waardoor renners niet naar Europa of Amerika kunnen reizen. Afhankelijk zijn van die paar actieve vrijwilligers, niet van een structuur. Geweld, want de meeste goede Ethiopische wielrenners van nu komen uit de Tigray-regio, waar sinds november oorlog woedt. Corruptie, zoals in Kenia, waar het hoofd van de fietsfederatie al 34 jaar aan de macht is ‘zonder een renner af te leveren’. En dan is er nog institutioneel racisme in het wielrennen, zegt Coats. “Niet altijd duidelijk, maar sluimerend. Zwart zijn is anders, zeker in een witte sportwereld. Dan krijg je minder kansen, zo hebben wij aan den lijve gemerkt.”

Sportief gezien loopt de Afrikaanse renner achter. Boyer: “Nog steeds zijn er renners die geen idee hebben waar de wind vandaan komt. Die niet snappen dat je moet eten onderweg. De sprint van Girmay op het WK was exemplarisch, wat dat betreft. Hij komt van plek twaalf naar twee. Een Europese sprinter was op plek twee begonnen.”

Lange adem

Opleiding vergt lange adem. Maar is die tijd er wel? Dat was de vraag voor Douglas Ryder, ploegbaas van de profploeg Qhubeka-Nexthash. Hij begon in 2013 met de droom om Afrikaanse renners naar de Tour de France te leiden. Een project dat minder slaagde dan gehoopt: “Ons doel was om vooral Afrikaanse renners in de ploeg te hebben. Maar pas toen we ervaren krachten als Edvald Boasson Hagen of Serge Pauwels in het team kregen, zag je dat de rest ook ruimte kreeg in het peloton. In die zin is sport heel wreed. Want het dwong ons van ons ideaal af te stappen.”

Inmiddels heeft Ryder moeite zijn ploeg overeind te houden. Wel is hij trots op zijn opleidingsploeg, waarbij jonge Afrikaanse renners in Italië onderdak krijgen en wedstrijden rijden. Dat houdt hij in stand, zegt hij. “100 procent zeker. Dat is waarom wij het doen.”

Girmay zelf heeft nu de druk van een continent op zijn schouders. Maar het zal nooit dezelfde druk zijn als die voor Teklehaimanot, Kudus en Berhane, zegt Ryder. “De eerste generatie heeft laten zien dat het kan, maar ze hebben hun plafond bereikt. De tweede generatie komt er nu aan. En Biniam kan daar een voorbeeld van zijn. Al moeten we niet vergeten dat voor elke Biniam er duizend renners zijn die het niet halen.”

Boyer heeft een nieuw ambitieus project, dat binnenkort wordt gelanceerd: een website met daarop alle waarden die renners van het Africa Rising Team trappen. Met filmpjes erbij. Alles voor eenvoudigere scouting. “Als teams niet naar de renners komen, dan zorgen wij voor een manier om de renners zichtbaar te maken.”

Ryder: “Wij zijn niet de enige ploeg die naar Afrikaanse renners kijkt. Ik hoop wel dat Biniams sprint er nog meer voor heeft gezorgd dat profteams naar renners kijken met spannende namen en een kleurrijke vlag naast hun foto. Als dat lukt, hebben wij ook ons doel bereikt.”

Lees ook:

Van Baarle rijdt naar zilver in een muur van geluid

Dylan van Baarle werd verrassend tweede op het WK in Leuven, dat als een groots volksfeest de boeken in gaat. Léon van Bon heeft bij de mannen eindelijk een opvolger als medaillewinnaar op een WK.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden