Boekbespreking

Zat er een diepere laag achter de taal van Cruijff? Een poging tot Cruijffkunde

Achter de uitspraken van Johan Cruijff schuilt een fascinerend gedachtengoed, zegt professor Rob Siekmann.Beeld ANP

Zat er achter de soms onnavolgbare taal van Johan Cruijff een diepere laag, zelfs een gedachtengoed? Professor Rob Siekmann schreef er een boek over.

Het woord staat zelfs in de Dikke van Dale. ‘Cruijffiaans’ wordt er omschreven als ‘raadselachtige, diepzinnig aandoende uitspraken die niet altijd de regels van de logica lijken te volgen’. Niet zelden werd er gegniffeld om de taal van Johan Cruijff. Rob Siekmann stoorde zich daar altijd aan. “Ik dacht: als wij hem uitlachen om zijn uitspraken, dan lachen we ook onszelf een beetje uit”, stelt hij in zijn woonkamer te Oegstgeest. “Omdat we niet bereid zijn om daar verder op in te gaan.”

Siekmann (72) zelf deed dat wel. Het resulteerde in ‘Cruijffiaans’, een lijvig boekwerk (456 pagina’s) met daarin een thematisch totaaloverzicht van Cruijffs uitspraken, gedachtengoed en voetbalvisie. Siekmann, emeritus hoogleraar internationaal en Europees sportrecht aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam, gebruikte hiervoor duizenden uitspraken van Cruijff. Bijvoorbeeld over techniek, over ‘korte lijnen’ in een organisatie, over mentaliteit en over opleiden.

Het boek is een poging tot Cruijffkunde, schrijft Siekmann in het voorwoord, omdat Cruijffs nalatenschap naar een hoger abstractieniveau moet worden getild, vindt de auteur. “Ik vind het belangrijk dat zijn gedachtengoed toegankelijk wordt”, benadrukt Siekmann. “Er zijn natuurlijk veel boeken over Cruijff verschenen, maar daar kun je geen beeld van zijn gedachtengoed uit vormen. Wat houdt dat nu in? Ik kwam tot de conclusie dat De Straat en De Kleedkamer de kern vormen. De Straat is de echte leerplek voor jong talent. Trainingen moeten de kenmerken van het straatvoetbal zo veel mogelijk in ere houden. En De Kleedkamer symboliseert de autonomie van een voetbalelftal binnen een club. De spelers zijn het belangrijkste, het bestuur moet slechts faciliteren.”

Levenslange fascinatie

Siekmann, net als Cruijff geboren in 1947, heeft een levenslange fascinatie voor Nummer 14. “Ik weet nog dat ik hem voor het eerst zag voetballen in het Zuiderpark tijdens een internationaal jeugdtoernooi bij ADO Den Haag”, herinnert hij. “Wat een ontzaglijk talent. Later, in zijn rol als trainer en analist, bleef hij me intrigeren. Er zit vaak een dubbele laag in zijn woorden. Eén van mijn favoriete Cruijff-uitspraken is: ‘Italianen kennen niet van je winnen, maar je ken wel van ze verliezen’. Dat klinkt onlogisch, maar als je weet wat catenaccio is (een Italiaanse voetbalstijl die erop gericht is om georganiseerd en effectief te verdedigen, red.), dan is dat een schitterende uitspraak. Dat is het fascinerende van Cruijff.”

Over opleiden zegt Cruijff: “Een jongetje van tien of twaalf moet je geen opdrachten geven. Ik zie het liefst dat kinderen tot hun twaalfde jaar helemaal geen trainer hebben. De beste spelers vormen zichzelf.” Siekmann, instemmend: “Dit is ook het probleem van de huidige maatschappij. Men wil alles programmeren en niet meer verrast worden. Terwijl dat juist het leven is.”

Soms leek Cruijff zichzelf tegen te spreken. Zo zei hij eens dat de karakters van Van Gaal en hemzelf mijlenver uit elkaar lagen omdat Van Gaal uit zou gaan van het collectief en hijzelf van het individu. Maar Cruijff zei óók: “Voetbal is balans. Stel je de ene soort speler op, dan ben je verplicht ook de andere soort op te stellen.” Waarmee hij dus wel degelijk de teamgedachte onderschrijft. Siekmann: “Als trainer van Ajax zag Cruijff opeens: ik moet Jan Wouters hebben; dat type speler heb ik nodig om het team beter te maken. Dat had hij goed gezien.”

Levensvisie

Of Cruijff altijd op waarde is geschat in Nederland? Siekmann denkt even diep na. Dan: “Een Nederlander kan wel enthousiast over iemand worden, maar niet, zoals de Duitsers zeggen: begeistert. Wij kennen die heldenverering niet zo. Als speler, trainer en analist kreeg hij veel kritiek, omdat hij zijn kop vaak boven het maaiveld uitstak, maar de echte waardering kreeg hij pas op latere leeftijd.”

Cruijff werd 68 jaar. “Je moet sterven met je ideeën”, zei hij eens. Siekmann, inhakend: “Dat is zijn levensvisie geweest. Altijd doorknokken. Hij kon - niet uit een soort ijdelheid - uitstralen: ik, de ziener, heb het gezien, dus volg mij.” Die zienswijze is nu te boek gesteld. Een dankbaar naslagwerk in deze voetballoze zomer. Cruijff zou zeggen: “Je gaat het pas zien als je het doorhebt.”

Cruijffiaans. Uitspraken, gedachtegoed en voetbalvisie: een thematisch totaaloverzicht (456 bladzijdes, 2010 Uitgevers), 24,95 euro.

Lees ook: 

 Is Cruijff wel de bedenker van zijn bekendste uitspraak?

In het boek Buitenkant links beweert Wim van Hanegem dat hij en niet Johan Cruijff de bedenker is van de uitspraak ‘Elk nadeel heeft zijn voordeel’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden