InterviewEK zaalvoetbal

Zaalvoetballers Bouzambou en El Ghannouti werden gevormd op pleinen en veldjes: ‘Wij zijn jongens van de straat’

Jamal El Ghannouti  (links) en Saïd Bouzambou, zaalvoetballers van het Nederlands team, in Rotterdam-Zuid op een Cruyff Court, een trapveldje dat is aangelegd door de Johan Cruyff Foundation. Beeld Arie Kievit
Jamal El Ghannouti (links) en Saïd Bouzambou, zaalvoetballers van het Nederlands team, in Rotterdam-Zuid op een Cruyff Court, een trapveldje dat is aangelegd door de Johan Cruyff Foundation.Beeld Arie Kievit

Woensdag begint het EK zaalvoetbal in Nederland. Oranje is een verzameling ‘jongens van de straat’, zeggen Saïd Bouzambou en Jamal El Ghannouti.

Jan-Cees Butter

Het is een wat sombere, druilerige dag in januari, maar op het gezicht van Saïd Bouzambou breekt een glimlach door als hij om zich heen kijkt. Hier, op het pleintje voor basisschool ’t Mozaïek in Oost-Souburg, een dorp in de gemeente Vlissingen, begon het allemaal voor hem.

“Ik zie mezelf nog zo lopen als klein jongetje”, mijmert Bouzambou (31), terwijl hij uitkijkt over het trapveldje met graffiti aan de aanpalende muur. “Kwart over drie was ik altijd uit. Dan rende ik naar huis, gooide m’n schooltas in de hoek en keerde ik terug met een bal. Urenlang heb ik hier gevoetbald. Elke dag weer.” Vervolgens, knikkend naar het naastgelegen hoekhuis: “Totdat die man daar naar buiten kwam en riep: ‘Hé, hallo, wegwezen, we moeten morgen weer vroeg werken’.”

Bouzambou spreekt met een twinkeling in zijn ogen als hij terugdenkt aan zijn jeugdjaren. “Het heeft mij mentaal gevormd”, zegt hij vanonder zijn baseballcap. “Ook omdat je leert omgaan met de regels van de straat. Ik voetbalde tegen jongens die vijf, zes jaar ouder waren dan ik, dus wat kun je dan doen? Je moet jezelf verdedigen. Overleven. Als ik ging huilen, dan mocht ik een week niet meedoen. Ik heb daardoor een enorm doorzettingsvermogen ontwikkeld.”

‘Na een sollicitatie kreeg ik dertig keer nee te horen’

Hij deed er zijn voordeel mee toen hij ging solliciteren. Dat bleek niet zo gemakkelijk. “Dertig keer kreeg ik ‘nee’ te horen, maar ik bleef doorzetten en uiteindelijk lukte het wel.” Nu is hij sportcoördinator bij de gemeente Vlissingen, waar hij activiteiten organiseert voor jong en oud.

Bouzambou wijst naar een paar blokken rijtjeswoningen achter het schoolplein. Daar groeide hij op als kind van Marokkaanse gastarbeiders. Saïd is de één na jongste van tien kinderen. “Als kind heb ik nooit het gevoel gehad dat ik iets tekortkwam”, stelt hij. “Maar terwijl de meeste jongens de nieuwste Nikes hadden, liep ik op afgetrapte schoenen van Scapino. Ik wilde graag op een voetbalvereniging, maar ja, dat kon niet. Daarom ging ik maar voetballen op straat.” Op zijn dertiende, toen zijn zus het Jeugdfonds Sport & Cultuur ontdekte, sloot Bouzambou zich aan bij RCS in Oost-Souburg.

De bal was zijn grote liefde, ontdekte de speler van het zaalteam van FC Eindhoven. Bouzambou knikt richting de dorpskern van Oost-Souburg, waar vroeger een jeugdsoos was. “Daar kon je lekker chillen”, vertelt hij. “Beetje tafeltennissen, gamen. Maar er gebeurden ook slechte dingen, zoals het dealen en gebruiken van drugs, of het doorverkopen van gestolen scooters. Ik dacht: zijn mijn ouders uit Marokko naar hier gekomen zodat ik slechte dingen kon gaan doen? Hebben ze daarvoor alles opgeofferd? Nee. Ze hielden me altijd voor: doe je best op school, werk aan je toekomst.”

Lastige opdracht voor Oranje-zaalvoetballers

Nederland begint het EK zaalvoetbal woensdag met de wedstrijd tegen Oekraïne (20.30 uur). Daarna wachten titelhouder en regerend wereldkampioen Portugal (zondag 23 januari) en Servië (vrijdag 28 januari). De beste twee ploegen uit de poule plaatsen zich voor de kwartfinale. Oranje heeft zich tot doel gesteld om de poulefase te overleven, wat geen gemakkelijke opgave is. Portugal (3de), Servië (6de) en Oekraïne (10de) behoren tot de tien beste zaalvoetballanden van Europa. In deze landen wordt de sport professioneel bedreven. Het EK zaalvoetbal, dat duurt tot en met 6 februari, wordt afgewerkt in Amsterdam (Ziggo Dome) en Groningen (MartiniPlaza).

El Ghannouti groeide op in een wijk met veel drugsoverlast en diefstal

Jamal El Ghannouti, de record-international van Oranje (155 caps), herkent zich in het verhaal van zijn teamgenoot. Beiden hadden ze de droom om profvoetballer op het veld te worden, maar uiteindelijk bleek hun talent beter tot uiting te komen in de zaal. Het spel gaat snel, is attractief en er vallen normaal gesproken veel doelpunten. “Ik ben gek op het spelletje”, vertelt El Ghannouti in Rotterdam-Zuid.

rt van de criminaliteitscijfers in Rotterdam. Hillesluis, de wijk waarin hij opgroeide, kleurde altijd vuurrood. “Drugsoverlast, veel diefstal; de wijk stond helaas slecht aangeschreven, terwijl er ook veel mooie dingen gebeurden”, herinnert El Ghannouti zich. “In Hillesluis staat sport alleen niet zo hoog op de agenda. Ouders zijn vooral bezig om te voorzien in de eerste levensbehoeften van hun kinderen, zoals wonen, eten en drinken. Ik wil die kinderen laten zien dat niets onmogelijk is in het leven. Van mijn ouders heb ik geleerd dat er in Nederland genoeg kansen liggen. Als je er maar hard voor werkt, en je best doet.”

Ook El Ghannouti, afkomstig uit een gezin met acht kinderen, speelde als kind altijd op straat – op het Brabantseplein in Rotterdam-Zuid. Net als Bouzambou heeft hij het aan een oudere zus te danken dat hij op latere leeftijd lid kon worden van een vereniging: Spartaan’20.

‘Met opvoeding en geloof hebben mijn ouders ons structuur gegeven’

“Mijn ouders, zus en broer waren altijd heel betrokken”, vertelt El Ghannouti. “Mijn ouders waren er altijd voor ons en hebben zich volledig opgeofferd om ons een goede opvoeding en toekomst te geven. Ze hadden gewoon geen tijd om ook nog eens al hun kinderen naar een vereniging te brengen. Door hun opvoeding en met het geloof hebben ze ons wel altijd een goede structuur meegegeven. Ik heb ook jongens het verkeerde pad zien nemen, maar zelf was ik daar totaal niet mee bezig. Ik wilde laten zien dat je ook succesvol kunt zijn als je uit een minder milieu komt.”

Jamal El Ghannouti  en Saïd Bouzambou. 
 Beeld Arie Kievit
Jamal El Ghannouti en Saïd Bouzambou.Beeld Arie Kievit

El Ghannouti heeft er een levensdoel van gemaakt. Sinds afgelopen zomer is hij projectleider sportparticipatie bij NOC-NSF, waar hij probeert om sporten voor iedereen mogelijk te maken. Sporten is niet alleen gezond en ontspannend, weet hij. “Ook mentaal vormt het je.”

De straat heeft ook El Ghannouti weerbaar gemaakt. “Vooral bij tegenslagen, zoals blessures of periodes dat je minder speelt, heb ik er altijd op vertrouwd dat het goedkomt”, zegt hij. “Nooit opgeven, altijd blijven knokken. En daarnaast heb ik er altijd voor geleefd. Hoewel zaalvoetbal een sport op amateurbasis is, heb ik het altijd professioneel bedreven.”

Het EK in eigen land moet voor El Ghannouti (38), speler van Lebo uit Amsterdam, de kroon op zijn carrière worden. Oranje kenmerkt zich door een grote diversiteit aan achtergronden en culturen. “Als je op zaterdagmiddag door de Rotterdamse koopgoot loopt, dan is dit wat je ziet”, meent bondscoach Max Tjaden.

EK is ‘op alle scenario’s voorbereid’

Het EK zaalvoetbal gaat gewoon door, ongeacht het coronavirus en de maatregelen daartegen. “We zijn op alle scenario’s voorbereid”, laat Suuz Boven-Amijs namens de organisatie weten. “Bij alles staat de veiligheid voorop. Voor de deelnemende teams, voor de medewerkers, voor iedereen. Verder volgen we al het nieuws op de voet en staan we in contact met het ministerie. Misschien mag er gedeeltelijk publiek bij, misschien moet er worden getest voor toegang, het is zelfs mogelijk dat halverwege het toernooi de situatie verandert. Ook daar weten we dan mee om te gaan.”

Nederland is op het EK het laagst geklasseerde land op de Uefa-ranking

Maar bovenal hebben de spelers een gemeenschappelijke passie: zaalvoetbal, wat internationaal ook wel futsal wordt genoemd. Alle spelers werken of studeren naast hun ‘hobby’. El Ghannouti: “Ik noem ons altijd een stelletje gepassioneerde gekken. Je maakt veel trainingsuren, bent veel onderweg. Soms kom je zondagavond laat thuis van interlands en dan gaat maandagochtend vroeg je wekker weer. Dat vraagt veel van jezelf en je gezin, maar ik wil niet klagen.”

Ze kunnen soms virtuoze dingen met een bal, op hoge snelheid. Toch is Nederland, de nummer negentien op de Uefa-ranking, het laagst geklasseerde land op het EK. Hoe Oranje dat gaat compenseren? “Behalve de passie en de tijd die we erin stoppen, zit er ook een bepaalde rauwheid in dit team”, vindt Bouzambou. “We zijn allemaal jongens van de straat. Dat houd ik me ook voor als ik straks tegen João Matos van Portugal sta, een van de beste zaalvoetballers ter wereld. Dan zeg ik tegen mezelf: ik ben misschien geen full-prof net als jij, maar ik kom wel van de straat en als je mij voorbij wilt, dan zal je daar veel moeite voor moeten doen.”

El Ghannouti knikt. “We gaan er keihard voor knokken”, zegt hij vastberaden. “Als we één ding hebben geleerd in het leven, dan is het wel dat hard werken loont.”

Lees ook:

Zaalvoetballers hopen zichtbaar te worden

De Nederlandse zaalvoetballers zijn in voorbereiding op het EK, dat begin volgend jaar in eigen land wordt afgewerkt. ‘De Oranjevrouwen zijn ons grote voorbeeld.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden