ReportageIrritatie op het fietspad

Wielrenner leert hufterproof fietsen

Bij de cursus wegkapitein worden met armgebaren signalen doorgegeven. Cursusleider Jeffrie Janssen legt uit: dit betekent stoppen.Beeld Patrick Post

Wielrenners zijn de hufters van de weg, zeggen andere weggebruikers. Zelf zien zij het anders, al wordt wel aan gedragscodes gewerkt. Bijvoorbeeld bij de cursus wegkapitein. 

Als de tegemoetkomende scooter in zicht komt, gaat de linkerarm de lucht in. Met een vloeiende beweging haalt Harald ten Katen de arm naar achter en maakt hij achter zijn rug een wuifbeweging. Het is een voor wielrenners bekend symbool. Indikken graag, er komt iemand aan.

Het is zaterdagmiddag en de fietspaden rond Den Haag zijn flink gevuld met fietsers en scooterbestuurders die na de regen van die dag toch even naar buiten willen. Ook Ten Katen is niet alleen. In zijn wiel zitten twaalf andere racefietsers, leden van de wielervereniging HSK Trias en van triatlonclub RTC. Zij geven het wuifsymbool allen door. Het peloton schuift in elkaar: de scooter kan veilig passeren.

Ten Katen is samen met de rest van de groep bezig met een testronde van veertig kilometer in en rond Den Haag, om in de praktijk te brengen wat hem een paar uur eerder is geleerd. Alle fietsers in dit kleine pelotonnetje worden namelijk opgeleid tot ‘wegkapitein’. Het is een cursus van wielersportbond NTFU, bedoeld om fietsers te leren hoe zij op een veilige manier toch in groep kunnen rijden. Hoe zet je je helm goed op? Is bij iedereen het materiaal in orde? En vooral: hoe gedraag je je op de openbare weg?

De wielrenner ligt al jaren onder een vergrootglas. Hij of zij rijdt te snel en denkt dat het fietspad van hem/haar is. Het debat lijkt inmiddels gepolariseerd, helemaal in de media. In veelgelezen opiniestukken in onder meer de Volkskrant en Het Parool werden wielrenners afgelopen maand weggezet als de hufters van de weg. Dat lokte weer reactie uit. ‘De terreur’ op de weg komt van twee kanten, zo reageerde een wielrenner (en journalist) daarna in die laatste krant.

Binnen fietsbond NTFU merkten ze dat door die berichten afgelopen maand de discussies over racefietsers weer oplaaiden, op dezelfde manier zoals het al jaren af en toe een heikel onderwerp wordt. Racefietsers worden met de nek aangekeken, terwijl de wielrenners zelf zwabberende e-bikers of arrogante automobilisten de schuld geven. Om een middenweg te vinden, zijn cursussen als die voor ‘wegkapitein’ bedacht.

Jeffrie Janssen is al cursusleider sinds het ontstaan van de lesdag zes jaar geleden. Hij geeft de training zo’n zes of zeven keer per jaar. Hij heeft naast het creëren van veiligheid ook een ander doel: “Ik wil voor de cursisten het beeld van de fietser helder krijgen. Er is een heel negatief beeld ontstaan. Ik denk wel dat het anders kan, als we ons gedragen.”

Langgerekte slang

Daarom worden sinds 1 juli de cursussen weer gegeven. Tussen april en juni mocht vanwege corona slechts alleen fietsen nog (al werd die regel vaak met voeten getreden). Maar na 1 juli volgde de herintrede van de langgerekte slang aan fietsers, die als een accordeon in en uit elkaar schuiven op smalle fietspaden van soms nog geen drie meter breed.

Wie zijn al die fietsers? De gemiddelde wielrenner is drie op de vier keer een man van 49 jaar, die vooral in de zomer rijdt (op een Giant of een Trek) en die 1751 euro uit wil geven aan een nieuwe fiets. De gemiddelde fietser zet bovendien aan het begin van een rit de app Strava aan, waarmee je kan zien hoe hard je gaat ten opzichte van anderen. 

De afgelopen twee jaar zijn er honderdduizend startende fietsers bijgekomen, op een totaal van rond de 1,7 miljoen (al jaren schommelt het totaal aantal racefietsers rond de 10 procent van de Nederlandse bevolking). Bijna de helft van de actieve fietsers spreekt af met vrienden in een setting waarin vooral ongeschreven regels gelden. Slechts 10 procent van alle fietsers is lid van een club.

De cursus wegkapitein wordt gegeven door fietsbond NTFU . Die wil zo het negatieve imago van de renners verhelpen.Beeld Patrick Post

Van al die wielrenners rijdt gemiddeld 44 procent zeker een tot drie keer in de maand een rondje. Dat maakt het fietspad druk. Nog drukker dan het de afgelopen jaren al geworden is. Niet alleen met racefietsers, ook met bakfietsen, scooters, snorfietsen, steps, e-bikes en skateboards. Af en toe waagt ook een wandelaar zich op het asfalt. Uit onderzoek van de Alliantie Samen Fietsen blijkt dat een kwart van de recreatieve fietsers zich stoort aan drukte op het fietspad, met name in de provincies Noord- en Zuid-Holland, Utrecht en Zeeland. Daar zit voor een groot deel ook overlast van wielrenners bij.

De vraag is hoe die overlast (die overigens door een klein deel van de fietsers wordt veroorzaakt) te beperken is. In 2014 werd door het SWOV, de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid, voor het laatst specifiek onderzoek gedaan naar racefietsers. De belangrijkste uitkomsten waren dat vooral gedragsveranderingen noodzakelijk waren. Zelfregulering en respect voor anderen waren toverwoorden. Volgens cursusleider Janssen draait het vooral om communicatie. “We spreken af waar we hard rijden, we spreken af waar we uitrusten en we spreken af hoe hard we fietsen.”

Aan de andere kant wordt ook geprobeerd de fietser te scheiden van andere weggebruikers. In Nederland wordt daar op sommige plekken in het land beleid op gevoerd. Staatsbosbeheer noemt dat ‘zonering’. Dat klinkt logisch: fietsers op een fietspad en wandelaars op een wandelpad, en die paden zo neerleggen dat ze elkaar zelden tot nooit kruisen. Maar er wordt inmiddels ook nagedacht hoe snelle en minder snelle fietsers van elkaar kunnen worden gescheiden.

Een van die voorbeelden is nabij Rotterdam, in het recreatiegebied de Rottemeren. Daar is het fietspad langs de Rotte zo druk, dat bewoners zich stierlijk ergeren aan al het verkeer én aan alle snelle wielrenners. In september beklaagden in het Jeugdjournaal vijf kinderen zich over dit onderwerp. Staatsbosbeheer beloofde in de uitzending beterschap. Een alternatief is acht maanden later bijna klaar. Een tweede fietspad in de omgeving wordt op 29 augustus geopend. Communicatieadviseur Carolien Wierks: “De tweede ring was niet bedoeld voor wielrenners, maar dat is nu wel een belangrijk doel”.

Oude rotten

Staatsbosbeheer wil samen met wielerverenigingen in de omgeving campagnes opzetten om trainingsrondjes te rijden over die ‘tweede ring’. Ook is er een initiatief om specifiek kinderen te wijzen op het nieuwe fietspad, omdat de oude rotten waarschijnlijk veel moeilijker te beïnvloeden zijn. Er is een voorstel gedaan om op de weg met pijlen aan te geven waar een racefietser in de Rottemeren naartoe kan.

Andere routes adviseren, haalt de irritaties bij andere weggebruikers alleen niet weg. Een racefietser blijft een fietser die harder rijdt dan de meeste anderen, op welk fietspad dan ook. Passeert die persoon iemand die langzamer fietst, dan ontstaat er bijna automatisch irritatie, vaak door een schrikreactie. Wanneer iemand vooraf zijn aanwezigheid niet kenbaar maakt, zoeft diegene plotseling langs. Maar wordt wel vooraf gewaarschuwd, dan zorgt fel geluid ook tot kribbigheid.

Beeld Patrick Post

Want geluid is een bepalende factor voor irritatie op de weg, bleek uit het racefietsonderzoek van SWOV uit 2014. Fietsers attenderen elkaar op paaltjes, uitstekende boomstronken of stroken zand op de weg. Maar daarmee wordt het beeld van een aanstormende olifant in een porseleinkast alleen maar bevestigd.

Cursist Gerbrand Kranendonk merkt het zelf ook op, als hij het Groeneveldsepad nabij De Lier opdraait. Bij zijn vereniging is roepen naar elkaar heel normaal: “Je ziet dat anderen op het pad denken dat het geschreeuw voor hen is. Maar dat bedoelen wij juist niet. We moeten echt een manier vinden waardoor we duidelijk maken dat wij eigenlijk onszelf waarschuwen.”

De NTFU hield vorig jaar op acht drukke racefietsplekken een ‘pop-up-fietscafé’, waarin racefietsers met andere weggebruikers in discussie gingen. Ellen Dobbelaar van de bond: “Daar viel op dat er niet echt duidelijke voorbeelden werden gegeven waarom mensen boos waren. Alleen het geluid was een argument.”

Een van de aanbevelingen van het SWOV-rapport uit 2014 was dat moet worden nagedacht over een ‘vriendelijk en herkenbaar’ (bel)signaal. Cursusleider Janssen benadrukt daarom dat het bij het testrondje om Den Haag dan ook gaat om gebaren. Geschreeuw is volgens hem onnodig, vooral ook omdat woorden bijna niet aankomen bij de anderen van een peloton. Een hand omhoog werkt veel beter.

In een van de pop-up-fietscafé’s werd een (niet-wetenschappelijk) experiment over vriendelijk bellen gehouden, vertelt Dobbelaar. 82,5 procent van de fietsers heeft een bel op zijn racefiets. “Twee keer kort was te opdringerig, twee keer met korte pauze ertussen kwam een stuk vriendelijker over. Wat wel werkt: de eerste van een groep zegt ‘goedemorgen’ en de achterste zegt ‘bedankt, ik ben de laatste.’”

Maar ook dit is moeilijk. Dat blijkt bij het laatste deel van de cursusdag in Den Haag. Als in de laatste kilometers de snelheid wordt verhoogd en het peloton in stukken uiteenvalt, is het lastig om fietsers die ruimte laten nog even vriendelijk te bedanken. Uiteindelijk vallen de cursisten terug in een oud patroon: naar elkaar roepen dat er iemand uitkomt. Eigenlijk precies het tegenovergestelde van wat hen wordt aangeleerd.

Nederig zijn

In het stadse deel van Den Haag gaat de snelheid weer uit het peloton. Het is een logisch gevolg van drukte. De snelle fietser is toch de persoon die het gedrag moet plooien. Cursusleider Janssen: “De racefietser moet zich aanpassen aan de snelheid van de weg. Eigenlijk is het ook wel nederig zijn.”

Aan de andere kant is het ook noodzakelijk aan automobilisten of wandelaars mee te geven hoe een wielrenner over zijn rit denkt. Die weggebruikers kunnen namelijk nogal fel reageren op de fietser. Daar zijn zeker nog ‘stappen in te zetten’, aldus Dobbelaar van de NTFU. “We werken wel samen met bijvoorbeeld de ANWB, maar het kan nog beter. Als een groep een auto wil ­laten passeren, duurt het een paar seconden voor iedereen is geritst. De automobilist laten inzien dat hij even moet wachten, is nog een punt van aandacht. Maar laten we het eerst zelf goed doen.”

Ten Katen, die mede vanwege zijn wuifbeweging is geslaagd voor de cursus, wil tijdens de evaluatie nog wel wat kwijt: “Het allerlastigst is dat wij ons verhaal zelden vertellen. Want zeg nou eerlijk: we gaan niet naar een ledenvergadering van de wandelclub. Terwijl dat wel heel goed zou zijn.”

Lees ook: 

Van de fiets geslagen, hoe voorkom je dat?

Wielrenners worden steeds minder als mensen gezien, meldde het stuk dat ik las. Dat blijkt uit een onderzoek van twee Australische universiteiten. Meer dan de helft van de automobilisten omschrijft wielrenners als kakkerlakken. De fietser is ook irritant, althans een klein deel, schrijft  Marijn de Vries.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden